Subsidieregeling STAP-budget

Geraadpleegd op 28-05-2022.
Geldend van 09-02-2022 t/m 28-02-2022

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 juli 2021, 2021-0000054735, houdende vaststelling van de Subsidieregeling leer- en ontwikkelbudget voor de stimulering van de arbeidsmarktpositie van natuurlijke personen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt (Subsidieregeling STAP-budget)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Handelende, voor zover het scholing en het scholingsregister betreft, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Gelet op de artikelen 3, eerste en derde lid, 5 en 8, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvraagtijdvak: een tijdvak als bedoeld in artikel 9 waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend;

  • aanwezigheids- of deelnemingspercentage: een percentage dat door de opleider wordt vastgesteld door middel van registratie van de fysieke aanwezigheid van de subsidieontvanger gedurende de scholing, dan wel, in geval van scholing die langs digitale weg wordt gegeven, van deelname aan de scholing in digitale vorm;

  • bewijs van deelname: een door de opleider, overeenkomstig een door het UWV vastgesteld format, opgesteld document waarop is aangegeven of de gesubsidieerde scholing is afgerond overeenkomstig artikel 14, tweede lid;

  • bijdrage van een derde: bijdrage die de subsidieaanvrager van een ander dan de Minister voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit ontvangt en die de subsidieaanvrager aanwendt of behoort aan te wenden voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit;

  • catalogusprijs: de prijs, omvattend alle kosten die samenhangen met een te geven scholing;

  • Cedeo: onafhankelijke keuringsinstantie die de kwaliteit van human resources dienstverleners meet en waarborgt en die uit hoofde daarvan opleiders erkent;

  • CPION: onafhankelijke keuringsinstantie die de kwaliteit van post initiële opleidingen meet en waarborgt en die uit hoofde daarvan opleiders erkent;

  • diploma of certificaat: een schriftelijk bewijs van afronding van een scholing of deel van een scholing, te bereiken door het afleggen van een test, proef of examen;

  • DUO: de Dienst Uitvoering Onderwijs;

  • einddatum van de scholing: de datum die in de beschikking tot subsidieverlening als datum van afronding van de scholing is vermeld;

  • EVC-aanbieder: aanbieder die volgens de principes en uitgangspunten van de Kwaliteitscode EVC een EVC-procedure uitvoert aan de hand van een voor EVC erkende onderwijs-, beroeps- of branchestandaard, en die voor de desbetreffende standaard is opgenomen in het register erkende EVC-aanbieders van het Nationaal Kenniscentrum EVC;

  • EVC-procedure: geheel van processtappen en instrumenten waarmee een EVC-aanbieder eerder of elders verworven competenties van een kandidaat beoordeelt ten opzichte van een voor EVC erkende onderwijs-, beroeps- of branchestandaard, en waarbij de uitkomsten worden vastgelegd in een ervaringscertificaat;

  • KvK-nummer: een door de Kamer van Koophandel toegekend uniek nummer over een onderneming of maatschappelijke activiteit in het handelsregister;

  • meerjarige scholing: een scholing die een nominale studieduur van meer dan 12 maanden heeft;

  • Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • NLQF: het Nederlands Kwalificatieraamwerk voor inschaling van kwalificaties betreffende opleiding en studie;

  • NRTO: de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding;

  • opleider: een aanbieder van een scholing waarvoor op grond van deze regeling subsidie kan worden verleend;

  • opleidingsjaar: een opleidingsjaar, dat deel uitmaakt van een meerjarige scholing, waarvoor les-, cursus-, college- of examengeld in rekening wordt gebracht;

  • Richtlijn 2004/38/EG: Richtlijn 2004/38/EG van het Europees parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PbEG 2004, L 229);

  • scholing:

    • a. opleiding of training, niet zijnde een bedrijfsspecifieke training, die is opgenomen in het scholingsregister en die:

      • 1°. wordt aangeboden door een opleidingsinstituut dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend onderwijs verzorgt en die leidt tot een diploma of certificaat, dan wel verband houdt met onderdelen van een door deze Minister vastgesteld kwalificatiedossier, vastgestelde kwalificatie of een door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie geaccrediteerde opleiding;

      • 2°. leidt tot een door het Nationaal Coördinatiepunt NLQF ingeschaalde kwalificatie, die is opgenomen in het NLQF-register;

      • 3°. wordt gegeven door een opleidingsinstituut, een trainingsbureau of examenaanbieder die in het bezit is van het NRTO-keurmerk;

      • 4°. leidt tot een EVC-procedure, die wordt uitgevoerd door een EVC-aanbieder;

      • 5°. wordt gegeven door een opleider, een opleidingsinstituut of een trainingsbureau dat in het bezit is van een Cedeo-erkenning of van een door CPION positief afgesloten toets; of

      • 6°. wordt gegeven door een opleider, een opleidingsinstituut of een trainingsbureau dat in het bezit is van een keurmerk of erkenning, anders dan bedoeld in de subonderdelen 1° tot en met 5°;

    • b. bedrijfsopleidingen, niet zijnde bedrijfsspecifieke opleidingen, waaronder begrepen cursussen of trainingen, gericht op het bijhouden of vergroten van vakkennis of het aanleren van extra vaardigheden voor het uitvoeren van een vak, die leiden tot een branchecertificaat uitgegeven door een door de branche erkende organisatie en die worden gegeven door opleiders, opleidingsinstituten of trainingsbureaus binnen in de bijlage bij deze regeling vermelde branches;

  • scholingsregister: het scholingsregister, genoemd in artikel 21, waarin alle scholing is opgenomen waarvoor op grond van deze regeling subsidie kan worden verleend;

  • STAP-aanmeldingsbewijs: een door de opleider opgesteld document, waarmee wordt gelijkgesteld een aanmelding voor een scholing in het van overheidswege bekostigd onderwijs, waarop is aangegeven welke scholing gaat worden gevolgd, de persoon die de scholing gaat volgen, diens geboortedatum en studentnummer of inschrijfnummer bij de scholing, de voorziene start- en einddatum van de scholing en in geval er sprake is van een meerjarige scholing de einddatum van het desbetreffende opleidingsjaar;

  • subsidieaanvrager: de persoon die een aanvraag voor subsidieverlening op grond van deze regeling heeft ingediend;

  • subsidieontvanger: de subsidieaanvrager aan wie krachtens deze regeling subsidie is verleend;

  • toetsingskader: het toetsingskader STAP, bedoeld in artikel 22, derde lid;

  • UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • vervolgaanvraag: een subsidieaanvraag voor een volgend opleidingsjaar als bedoeld in artikel 6, tweede lid;

  • volksverzekeringen: de verzekeringen op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet langdurige zorg.

Artikel 3. Doel van de subsidie

Het doel van deze regeling is om personen, die een band hebben met de Nederlandse arbeidsmarkt, met financiële ondersteuning in staat te stellen om scholing te volgen, gericht op versterking van hun arbeidsmarktpositie.

Artikel 4. Subsidiabele kosten en catalogusprijs

  • 1 Subsidiabele kosten zijn:

    • a. les-, cursus-, college- of examengeld, alsmede kosten van door de opleider verplicht gestelde leermiddelen of beschermingsmiddelen voor zover deze middelen direct noodzakelijk zijn voor het volgen en afronden van de scholing, mits de kosten van deze middelen in rekening worden gebracht door de opleider;

    • b. [Red: dit onderdeel is nog niet in werking getreden.]

  • 2 Een opleider vermeldt in het scholingsregister de catalogusprijs van de scholing, alsmede het deel van die catalogusprijs dat wordt gevormd door de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5. Aanvraaggerechtigde en subsidievoorwaarden scholing

  • 1 De Minister kan subsidie verstrekken aan een persoon die een band heeft met de Nederlandse arbeidsmarkt ten behoeve van een door hem te volgen scholing die in het scholingsregister is vermeld.

  • 2 Er is sprake van een band met de Nederlandse arbeidsmarkt indien de subsidieaanvrager:

    • a. ten tijde van de aanvraag achttien jaar of ouder is en de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt;

    • b. ten tijde van de aanvraag een burger van de Unie is of een familielid is als bedoeld in Richtlijn 2004/38/EG of burger van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; en

    • c. in de periode van twee jaar en drie maanden tot drie maanden voor de kalendermaand van zijn aanvraag gedurende ten minste zes maanden verzekerd is geweest voor de volksverzekeringen.

  • 3 De Minister verstrekt uitsluitend subsidie voor een scholing die start:

    • a. vanaf vier weken na de dag van de subsidieaanvraag en binnen drie maanden na de sluiting van het aanvraagtijdvak waarin de subsidieaanvraag is ingediend; of

    • b. op een later gelegen dag die redelijkerwijs nodig is, indien het voor de opleider niet mogelijk is de scholing binnen het in onderdeel a genoemde tijdvak te starten.

  • 5 De Minister verstrekt geen subsidie voor een scholing, voor zover de subsidieaanvrager voor de subsidiabele kosten van de scholing reeds subsidie op grond van een andere regeling strekkend tot subsidiëring van een opleiding of scholing ontvangt of zal ontvangen.

  • 6 De Minister verstrekt uitsluitend subsidie voor zover de subsidieaanvrager voor de subsidiabele kosten van de scholing geen bijdrage van een derde, anders dan bedoeld in het vijfde lid, heeft ontvangen of zal ontvangen.

Artikel 8. Aanvraag

  • 1 De subsidieaanvrager kan een subsidieaanvraag indienen vanaf 1 maart 2022 door middel van een door de Minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier.

  • 2 De subsidieaanvraag wordt voor aanvang van de scholing ingediend.

  • 3 In de subsidieaanvraag wordt opgenomen:

    • a. het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer van de subsidieaanvrager;

    • b. de scholing waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • c. de startdatum van de scholing en de verwachte datum van afronding van de scholing, zoals vastgesteld door de opleider;

    • d. [Red: dit onderdeel is nog niet in werking getreden;]

    • e. als bijlage bij de subsidieaanvraag het STAP-aanmeldingsbewijs voor de scholing;

    • f. [Red: dit onderdeel is nog niet in werking getreden;]

    • g. de hoogst afgeronde opleiding van de subsidieaanvrager;

    • h. de arbeidsmarktpositie van de subsidieaanvrager ten tijde van zijn aanvraag;

    • i. indien de subsidieaanvrager ten tijde van zijn aanvraag werkzaam is, de aard van de werkzaamheden die hij verricht; en

    • j. het beoogde arbeidsmarktdoel dat de subsidieaanvrager heeft met het volgen van de scholing.

  • 4 Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal gaan aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.

  • 5 [Red: Dit lid is nog niet in werking getreden.]

  • 6 Indien indiening van een subsidieaanvraag door middel van een door de Minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier als bedoeld in het eerste lid voor een persoon die een aanvraag wil doen, niet mogelijk is, voorziet de Minister op daartoe strekkend verzoek van die persoon in een zodanige faciliteit dat deze persoon een aanvraag als bedoeld in dit artikel kan doen.

Artikel 9. Subsidieplafond en aanvraagtijdvakken

  • 1 De Minister stelt voor elk kalenderjaar een subsidieplafond vast voor subsidies op grond van deze regeling en verdeelt het beschikbare bedrag over zes aanvraagtijdvakken van telkens twee maanden.

  • 2 De maximumgrens van het beschikbare bedrag in een aanvraagtijdvak als bedoeld in het eerste lid wordt bereikt op het moment dat het totaal aan verleende subsidiebedragen als bedoeld in artikel 10, derde lid, in het desbetreffende aanvraagtijdvak gelijk is aan of hoger wordt dan het in het desbetreffende aanvraagtijdvak beschikbare subsidiebedrag.

  • 3 Indien een deel van het bedrag dat beschikbaar is in een aanvraagtijdvak op de laatste dag van dat aanvraagtijdvak om 23.59 uur niet is uitgeput, worden de resterende middelen toegevoegd aan de middelen van het volgende aanvraagtijdvak van hetzelfde kalenderjaar.

  • 4 Het beschikbare subsidiebedrag en de verdeling over de aanvraagtijdvakken voor de jaren na 2022 wordt jaarlijks voor 1 januari in de Staatscourant bekend gemaakt.

Artikel 9a. Subsidieplafond en aanvraagtijdvakken 2022

  • 1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, zijn er voor het jaar 2022 vijf aanvraagtijdvakken van twee maanden beschikbaar, waarbij het eerste aanvraagtijdvak vanaf 1 maart 2022 van start gaat.

  • 2 Voor subsidies op grond van deze regeling is voor het jaar 2022 € 160 miljoen beschikbaar, dat over de aanvraagtijdvakken, bedoeld in het eerste lid, wordt verdeeld.

  • 3 De Minister kan in de twee tijdvakken volgend op het eerste aanvraagtijdvak, genoemd in het eerste lid, de faciliteit voor personen als bedoeld in artikel 8, zesde lid, verlenen waarbij, als de subsidieaanvragen met behulp van die faciliteit daartoe aanleiding geven, het voor het desbetreffende tijdvak beschikbare bedrag uitsluitend ten behoeve van die personen kan worden overschreden, onverminderd het tweede lid.

Artikel 11. Beschikking tot subsidieverlening en beslistermijn

  • 1 De subsidie wordt op aanvraag bij beschikking verleend.

  • 2 De Minister besluit binnen vier weken na ontvangst daarvan op de aanvraag tot subsidieverlening.

  • 3 De beschikking tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval de scholing waarvoor subsidie wordt verleend, de opleider, het subsidiebedrag, de startdatum van de scholing, de datum waarop de scholing zal worden afgerond, de wijze waarop kan worden aangetoond dat de scholing is afgerond en de wijze van bevoorschotting en betaling.

  • 4 De Minister verstrekt de opleider een bericht over de beschikking tot subsidieverlening.

Artikel 12. Weigeringsgronden

  • 1 Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35, eerste lid, en tweede lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht wordt de subsidie geweigerd, indien:

    • a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen;

    • b. de aangevulde subsidieaanvraag niet binnen de gestelde termijn is ontvangen;

    • c. de subsidieaanvrager op grond van deze regeling in het desbetreffende kalenderjaar al een beschikking tot subsidieverlening heeft ontvangen waarin de aangevraagde subsidie is toegekend;

    • d. de volledige subsidieaanvraag na aanvang van de scholing is ingediend;

    • e. de scholing niet is vermeld in het scholingsregister; of

    • f. indien de subsidieaanvrager op het moment van zijn aanvraag op grond van artikel 19, tweede lid, is uitgesloten van het recht op subsidie.

Artikel 13. Bevoorschotting en betaling

  • 1 De Minister verleent bij de beschikking tot subsidieverlening ambtshalve een voorschot van 100%.

  • 2 De Minister betaalt het voorschot aan de opleider nadat de opleider de informatie, bedoeld in artikel 16, tweede lid, aan hem heeft verstrekt.

  • 3 Onverminderd artikel 4:56 van de Algemene wet bestuursrecht, schort de Minister de betaling, bedoeld in het tweede lid op, indien:

    • a. sprake is van een ernstig vermoeden dat door de subsidieontvanger niet wordt voldaan aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de subsidie; of

    • b. indien een melding van de subsidieontvanger of de opleider daartoe aanleiding geeft.

Artikel 14. Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1 De subsidieontvanger neemt deel aan de scholing waarvoor subsidie is verleend en rondt deze af.

  • 2 De scholing is afgerond indien de subsidieontvanger de scholing heeft voltooid met:

    • a. een diploma of certificaat;

    • b. een aanwezigheids- of deelnemingspercentage van ten minste 80%;

    • c. ten minste 80% van het vereist aantal studiepunten in geval van een meerjarige opleiding; of

    • d. de intekening of deelname aan tentamens of examens of, anders dan een vrijstelling, een of meer beoordelingen in een vak op basis van een overzicht van behaalde resultaten in geval van bekostigd onderwijs.

  • 3 De subsidieontvanger toont op verzoek van de Minister op de in de verleningsbeschikking aangegeven wijze aan dat de scholing waarvoor de subsidie is verleend, is afgerond en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

  • 4 De subsidieontvanger verleent desgevraagd alle medewerking aan door of namens de Minister uit te voeren steekproefsgewijze onderzoeken naar de rechtmatigheid van de subsidieverstrekking.

Artikel 15. Meldingsplicht subsidieontvanger

  • 1 De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan de Minister indien:

    • a. aannemelijk is geworden dat de scholing waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zal worden afgerond;

    • b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de overige subsidieverplichtingen zal worden voldaan; of

    • c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.

  • 2 De melding wordt voorzien van een toelichting waarbij de relevante stukken worden overgelegd.

  • 3 Op grond van een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid en de daarbij gegeven toelichting, kan de Minister besluiten de einddatum van de scholing op een latere datum vast te stellen.

Artikel 16. Verplichtingen opleider

  • 1 Nadat de opleider een STAP-aanmeldingsbewijs heeft verstrekt en de subsidie is verleend aan de subsidieaanvrager, zijn in verband met de betaling van het voorschot de navolgende verplichtingen van toepassing op de opleider.

  • 2 De opleider verstrekt aan de Minister vanaf drie weken voor de startdatum van de scholing, maar uiterlijk binnen dertien weken na afronding van de scholing, een elektronische factuur volgens een door UWV verstrekt format, waarbij tevens het registratienummer van de beschikking tot subsidieverlening vermeld wordt.

  • 3 Indien de subsidieontvanger, nadat betaling van het voorschot aan de opleider heeft plaatsgevonden, doch voor de startdatum van de scholing, de aanmelding bij de opleider tijdig heeft geannuleerd:

    • a. meldt de opleider het niet starten van deze scholing onverwijld aan de Minister; en

    • b. betaalt de opleider het voorschot onverwijld terug aan de Minister.

  • 4 Indien de gesubsidieerde scholing niet kan starten of niet kan worden afgerond vanwege een omstandigheid die op grond van de algemene voorwaarden van de opleider in de risicosfeer van de opleider ligt:

    • a. meldt de opleider onverwijld aan de Minister dat de scholing niet kan starten of niet kan worden afgerond onder vermelding van de reden daarvan; en

    • b. betaalt de opleider het voorschot onverwijld terug aan de Minister.

  • 5 Na de einddatum van de scholing verstrekt de opleider binnen dertien weken aan de Minister een bewijs van deelname waaruit blijkt of de subsidieontvanger de scholing heeft afgerond.

  • 6 De opleider vermeldt op het bewijs van deelname de persoon die de scholing heeft gevolgd, diens studentnummer of inschrijfnummer bij de scholing, het aanwezigheids- of deelnemingspercentage, of de scholing is afgerond met een diploma of certificaat, dan wel met de intekening, de deelname of de beoordelingen, bedoeld in artikel 14, tweede lid.

  • 7 Na de verstrekking van het STAP-aanmeldingsbewijs kan de opleider voor de startdatum van de scholing aan de Minister aanmeldingsinformatie verstrekken aan de hand van het door het UWV verstrekt format ‘Vooraanmelding’.

  • 8 De meldingen en de verstrekkingen, bedoeld in het tweede tot en met zevende lid, worden langs elektronische weg gedaan.

Artikel 18. Terugvordering

  • 1 De verstrekte subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van de subsidieontvanger indien deze ten onrechte of voor een te hoog bedrag is verstrekt of indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 14 of 15 is voldaan.

  • 2 Het aan de opleider betaalde voorschot kan geheel of gedeeltelijk van de opleider worden teruggevorderd, indien niet voldaan is aan een van de verplichtingen, genoemd in artikel 16, derde tot en met zevende lid.

Artikel 19. Verwijdering uit scholingsregister en uitsluiting van de regeling

  • 1 Indien een opleider naar het oordeel van de Minister misbruik of verwijtbaar oneigenlijk gebruik maakt van deze regeling, beslist de Minister over verwijdering van deze opleider uit het scholingsregister voor ten hoogste de resterende periode tot de vervaldatum van deze regeling.

  • 2 Onverminderd artikel 18, eerste lid, kan de subsidieaanvrager voor een door de Minister te bepalen periode van ten hoogste twee jaren worden uitgesloten van het recht op subsidie op grond van deze regeling indien de subsidieaanvrager niet heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 14 of 15 en daarbij sprake is geweest van verwijtbare nalatigheid.

Artikel 20. Mandaat, volmacht en machtiging UWV

  • 1 De Minister verleent aan de Raad van Bestuur van het UWV mandaat, volmacht en machtiging om, in het kader van de uitvoering van deze regeling:

    • a. besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen te verrichten die een privaatrechtelijke rechtshandeling noch een besluit zijn;

    • b. te beslissen op bezwaarschriften, met dien verstande dat de persoon die betrokken is bij het besluitvormingsproces ten aanzien van het bezwaarschrift niet ook betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste aanleg; en

    • c. in rechte op te treden en tegen rechterlijke uitspraken hoger beroep of cassatie in te stellen, dan wel af te zien van hoger beroep of cassatie.

  • 2 Het UWV is in het kader van de uitvoering van deze regeling bevoegd tot het verlenen van ondermandaat of het doorverlenen van zijn andere vertegenwoordigingsbevoegdheden aan bij het UWV werkzame functionarissen.

  • 4 Onverminderd het eerste tot en met derde lid wijst de voorzitter van de Raad van Bestuur van het UWV onder hem ressorterende functionarissen, werkzaam bij het UWV, aan als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 14, 15 en 16, vijfde lid. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de uitvoering van artikel 19, eerste lid, en op het beheer van het scholingsregister, bedoeld in artikel 21.

Artikel 21. Beheer scholingsregister en velden in het scholingsregister

  • 1 Er is een scholingsregister, dat de velden bevat die een opleider invult voor opname van een door hem aangeboden scholing in het scholingsregister.

  • 2 DUO beheert het scholingsregister namens de Minister in het kader van de uitvoering van deze regeling.

  • 3 Onder beheer van het scholingsregister door DUO wordt verstaan:

    • a. het technische beheer van het scholingsregister, waaronder mede zijn begrepen het aanbrengen van noodzakelijke wijzigingen daarin ter verbetering van de gegevenskwaliteit en het functioneren daarvan;

    • b. het verwerken van gegevens die noodzakelijk zijn ter vaststelling van de scholing die in aanmerking komt voor registratie in het scholingsregister;

    • c. het verwerken van gegevens die door of namens opleiders worden aangeleverd ten behoeve van registratie in het scholingsregister;

    • d. het in de gelegenheid stellen van opleiders die geregistreerd staan in het scholingsregister om hun gegevens in het scholingsregister te actualiseren;

    • e. uitvoering geven aan een besluit van de Minister als bedoeld in artikel 19, eerste lid; en

    • f. het ter beschikking stellen van het scholingsregister aan het UWV ten behoeve van de uitvoering van deze regeling.

  • 4 De velden, bedoeld in het eerste lid, zijn in elk geval:

    • a. KvK-nummer van de opleider;

    • b. naam van de opleiding;

    • c. startdatum van de scholing, voor zover er sprake is van een vast instroommoment;

    • d. einddatum van de scholing, voor zover er sprake is van een vast instroommoment; en

    • e. catalogusprijs, alsmede de subsidiabele kosten van de scholing, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

  • 5 DUO is bevoegd om ten behoeve van het beheer van het scholingsregister namens de Minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen te verrichten die een privaatrechtelijke rechtshandeling noch een besluit zijn.

Artikel 22. Controle scholingsactiviteiten opleiders

  • 1 Onder de naam Toetsingskamer STAP functioneert binnen het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een dienstonderdeel dat tot taak heeft de kwaliteit van het scholingsregister te bewaken en in dat verband de naleving van de regels die voor de opleiders gelden te beoordelen. De Minister bepaalt over welke kennisgebieden het dienstonderdeel in elk geval dient te beschikken.

  • 2 De Toetsingskamer STAP vervult in elk geval de volgende taken:

    • a. zij onderzoekt steekproefs- en vergelijkenderwijze de scholing die op grond van het scholingsregister wordt aangeboden met de daadwerkelijk gegeven scholing op inhoud, niveau, looptijd, frequentie en prijs;

    • b. zij beoordeelt steekproefs- en vergelijkenderwijze of de prijs waartegen een scholing wordt aangeboden marktconform is;

    • c. zij gaat steekproefs- en vergelijkenderwijze na in hoeverre bewijzen van deelname overeenkomstig de voorschriften, genoemd in artikel 14, tweede lid, zijn verstrekt;

    • d. zij geeft advies over de toelating van nieuwe keurmerken, aan de hand van het toetsingskader;

    • e. zij beoordeelt steekproefs- en vergelijkenderwijze of een scholing arbeidsmarktgericht is;

    • f. zij rapporteert de Minister over de uitkomsten van haar onderzoeken;

    • g. zij beheert een meldpunt voor eventueel misbruik en oneigenlijk gebruik van de regeling, beoordeelt deze signalen en adviseert hierover aan de Minister; en

    • h. zij informeert de Minister, als zij van oordeel is dat een opleider niet voldoet aan voor hem geldende artikelen in deze regeling, over toepassing van artikel 18, tweede lid, of 19, eerste lid.

  • 3 Voor haar taak, genoemd in het tweede lid, onderdeel d, stelt de Minister uiterlijk op 31 december 2022, een toetsingskader vast aan de hand waarvan de Toetsingskamer STAP bestaande en nieuwe scholingskeurmerken beoordeelt. Het toetsingskader wordt bekendgemaakt op de website www.stapvooropleiders.nl.

  • 4 De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, werken in hun taakuitoefening samen met de op grond van artikel 20, vierde lid, aangewezen ambtenaren.

Artikel 24. Hardheidsclausule

  • 1 De Minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 26. Financiering

  • 1 Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de lasten verbonden aan deze regeling.

  • 2 Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.

  • 3 In verband met het middelenbeheer wordt de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, beschouwd als middelen die deel uitmaken van het Algemeen Werkloosheidsfonds.

  • 4 Voor 1 oktober van elk jaar verstrekt het UWV aan de Minister in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde lasten met betrekking tot deze regeling.

  • 5 De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel b, van de Regeling Wfsv, een periodiek voorschot op de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, van de geraamde subsidielasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en op de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. De Minister kan, na overleg met het UWV, van de bedoelde voorschotbedragen afwijken.

  • 7 Op de in het zesde lid bedoelde subsidielasten komen in mindering de subsidiebedragen die op grond van artikel 18 zijn teruggevorderd en de bedragen die anderszins zijn terugbetaald.

  • 8 Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in het vijfde lid, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het daarop volgende kalenderjaar.

Artikel 27. Evaluatie

  • 1 De Minister zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze regeling aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling.

  • 3 De Minister en het UWV maken afspraken over het verstrekken van de benodigde gegevens.

Artikel 28. Meewerken aan onderzoek

De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling en de ontwikkeling van het beleid van de Minister.

Artikel 28a. Invoeringsbepaling

  • 1 Geen subsidie wordt verleend voor het volgen van scholing die niet in het scholingsregister is opgenomen.

  • 2 Op de website www.stapvooropleiders.nl wordt bekendgemaakt welke scholingskeurmerken zijn opgenomen in het scholingsregister.

  • 3 Als het toetsingskader tot stand is gebracht en bekendgemaakt, dienen de houders van de scholingskeurmerken, bedoeld in het tweede lid, die voor die bekendmaking in het scholingsregister zijn opgenomen, te kunnen aantonen dat zij voldoen aan het toetsingskader.

Artikel 29. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027.

  • 3 In afwijking van het tweede lid blijft deze regeling, zoals die luidde op 31 december 2026, van toepassing op de afwikkeling van de subsidieaanvragen op grond van deze regeling.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 8 juli 2021

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

W. Koolmees

Bijlage behorend bij artikel 1 van de Subsidieregeling STAP-budget

Sector/branche

Naam van de erkennende organisatie

Banden en wielen

Vereniging VACO

Kappers

ANKO

Netwerkbedrijven (beheerder energienetwerken)

O&O fonds NWb

Energieproductiebedrijven

O&O fonds PLb

Afvalinzameling, -verwerking en beheer openbare ruimte

O&O fonds GEO (Grondstoffen, energie en omgeving)

Kabel- en telecombedrijven

O&O fonds ktb

Drinkwaterbedrijven

O&O fonds Wb

Horeca

S.V.H. (Stichting Vakbekwaamheid Horeca)

Interieur/meubel

Koninklijke CBM

Voetzorg

ProVoet

Data centers

Dutch Data Center Association

Grafische media

A&O Fonds Grafimediabranche

Mode, interieur taptijt

Vakraad MITT

Transport/logistiek

Sectorinstituut Transport en Logistiek

Professional Organizers

Nederlandse Beroepsvereniging van Professional Organizers (NBPO)

Koude- en klimaattechniek

NVKL

Slagers

Koninklijke Nederlandse Slagers

Zorg

College Zorg Opleidingen

Zorg

Stichting Arbeidsmarkt- en Opleidingsbeleid Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (A+O VVT)

Onderhoud

Koninklijke OnderhoudNL

Jeugdzorg/soc werk en kinderopvang

FCB, het Arbeidsmarktfonds Fonds Collectieve Belangen

Rolluiken/zonwering

Romazo Professionals en ES-SO

Ambachtelijke en industriële bakkerijen

Stichting Bakkracht

Bouw

Bouwend Nederland

Levensmiddelen

Stichting Ontwikkelingsfonds Levensmiddelenindustrie (SOL)

Metaal

Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Metaalbewerkingsbedrijf (OOM)

Groothandel Groenten en Fruit

Handel Groeit

Metaal

Fedecom (onderdeel metaalunie)

Agrarische en groene sector

Stichting Colland Arbeidsmarkt

Afbouw en onderhoud

LOF

Meubel- en interieurbouwbranche

ECM

Post & Koeriers

Post & Koeriers

Carrosseriebranche

OOC

Bouwmaterialenbranche

Koninklijke Hibin

Uitzendbranche

Doorzaam

Kartonnage en Flexibele verpakkingen

Stichting Fonds Collectieve Belangen Kartonnage- en Flexibele Verpakkingen

Levensmiddelenindustrie

SOL

Installatietechniek

Techniek Nederland

Glastuinbouw

Kasgroeit

Groen, Grond & Infrastructuur

Vereniging CUMELA Nederland

Kunsteducatie

Stichting Overleg Arbeidsvoorwaarden Kunsteducatie

Isolatie

VIB-Nederlandse Vereniging van Ondernemers in het Thermisch Isolatiebedrijf

Naar boven