Subsidieregeling virtuele internationale samenwerkingsprojecten hoger onderwijs

[Regeling vervalt per 01-09-2026.]
Geraadpleegd op 27-06-2022.
Geldend van 20-11-2021 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 juni 2021, nr. HO&S/27206364, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor virtuele internationale samenwerkingsprojecten in het hoger onderwijs (Subsidieregeling virtuele internationale samenwerkingsprojecten hoger onderwijs)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bekostigde instelling voor hoger onderwijs: Nederlandse bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

  • instellingsbestuur: instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1 onderdeel j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • leeruitkomsten: datgene wat de student verwacht wordt te weten, begrijpen en in staat is om te demonstreren na afronding van het leerproces;

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • MOOC: massive open online course, open online te volgen cursus waarbij de deelnemers niet aan een specifiek onderwijsprogramma of specifieke instelling voor hoger onderwijs verbonden zijn;

  • onderwijskundige: bij een onderwijsinstelling werkzame persoon die betrokken is bij het ontwikkelen van, het verder ontwikkelen van, en het adviseren over onderwijs;

  • virtueel internationaal samenwerkingsproject: onderwijsproject van een Nederlandse bekostigde instelling voor hoger onderwijs en een buitenlandse instelling voor hoger onderwijs waarbij door een student aan een bekostigde instelling voor hoger onderwijs en een student aan een buitenlandse instelling voor hoger onderwijs op afstand wordt samengewerkt op een thema, en waarbij co-creatie tussen de Nederlandse en buitenlandse studenten noodzakelijk is voor het tot stand komen van het eindproduct.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister kan aan een instellingsbestuur subsidie verstrekken voor het ontwerpen, ontwikkelen en implementeren van een virtueel internationaal samenwerkingsproject, of voor het herzien van een bestaand virtueel internationaal samenwerkingsproject voor een bepaalde opleiding en een bepaalde vestiging van een instelling.

  • 2 Het instellingsbestuur voorziet daartoe in ieder geval in het vrijroosteren van:

    • a. docenten en onderwijskundigen voor het in onderlinge samenwerking ontwikkelen of herzien van het virtueel internationaal samenwerkingsproject en de in dat kader benodigde afstemming met een instelling voor hoger onderwijs in het buitenland; en

    • b. docenten voor de coördinatie van het virtueel internationaal samenwerkingsproject aan de bekostigde instelling voor hoger onderwijs.

  • 3 Het instellingsbestuur kan daarnaast voorzien in het vrijroosteren van personen met een aanvullende expertise.

Artikel 5. Subsidieaanvraag

  • 1 Een subsidieaanvraag kan worden ingediend:

    • a. van 1 september 2021 tot en met 30 september 2021;

    • b. van 1 februari 2022 tot en met 28 februari 2022;

    • c. van 1 september 2022 tot en met 30 september 2022;

    • d. van 1 februari 2023 tot en met 28 februari 2023;

    • e. van 1 september 2023 tot en met 30 september 2023;

    • f. van 1 februari 2024 tot en met 29 februari 2024;

    • g. van 30 augustus 2024 tot en met 30 september 2024.

  • 2 Elke aanvraagperiode opent op de eerste dag van de aanvraagperiode om 12:00 uur CET.

  • 3 Aanvragen die na de einddatum van het desbetreffende de aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.

  • 4 Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat is te vinden op de website https://www.dus-i.nl/subsidies/virtuele-internationale-samenwerkingsprojecten.

  • 5 Als tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, geldt het tijdstip waarop de aanvraag het systeem voor gegevensverwerking van de minister heeft bereikt.

  • 6 In aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling bevat het activiteitenplan in ieder geval:

    • a. een prognose van het aantal studenten dat zal deelnemen aan het virtueel internationaal samenwerkingsproject;

    • b. een beschrijving van het beoogde thema waarop het virtueel internationaal samenwerkingsproject wordt vormgegeven;

    • c. de beoogde start- en einddatum van het virtueel internationaal samenwerkingsproject;

    • d. de opleiding waaraan het virtueel internationaal samenwerkingsproject zal worden verzorgd;

    • e. een duiding of het een nieuw virtueel internationaal samenwerkingsproject of een herziening van een bestaand virtueel internationaal samenwerkingsproject betreft;

    • f. in voorkomend geval, een vermelding van de aanvullende expertises die betrokken zullen worden.

  • 7 Het instellingsbestuur kan per aanvraagperiode meerdere aanvragen indienen voor verschillende virtuele internationale samenwerkingsprojecten.

  • 8 In aanvulling op het zevende lid kan het instellingsbestuur per aanvraagperiode meerdere aanvragen indienen voor hetzelfde virtuele internationale samenwerkingsproject indien er sprake is van een multidisciplinaire samenwerking binnen een instelling of het aanbieden van hetzelfde virtuele internationale samenwerkingsproject op verschillende hoofd- of nevenvestigingen van het instellingsbestuur.

Artikel 6. Subsidieplafond

  • 2 Indien het bedrag voor subsidieverstrekking voor de eerste periode van een kalenderjaar door subsidietoewijzingen niet wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het subsidieplafond voor de tweede aanvraagperiode van het desbetreffende kalenderjaar.

Artikel 7. Weigeringsgronden

De subsidieverstrekking wordt geweigerd, voor zover:

  • a. de activiteiten waarvoor aan de aanvrager reeds een andere subsidie of financiële bijdrage van de minister of één of meer andere bestuursorganen is verstrekt;

  • b. de aanvraag betrekking heeft op het ontwerpen en ontwikkelen van een MOOC;

  • c. de aanvraag betrekking heeft op het ontwerpen en ontwikkelen van virtuele uitwisseling, waarbij studenten online onderwijs volgen aan een buitenlandse hogeronderwijsinstelling;

  • d. de aanvrager voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd al in een eerdere aanvraagperiode subsidie ontvangen heeft in het kader van deze regeling.

Artikel 8. Wijze van verdeling beschikbare middelen

  • 1 De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen per aanvraagronde.

  • 2 De minister rangschikt bij overschrijding van het subsidieplafond de aanvragen op volgorde van binnenkomst, met dien verstande dat een eventuele tweede aanvraag van een instellingsbestuur in een bepaalde aanvraagperiode na de eerste van alle aanvragen van instellingsbesturen wordt gerangschikt, totdat het subsidieplafond bereikt is.

  • 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een tweede, derde of opeenvolgende aanvraag van een instellingsbestuur, totdat het subsidieplafond bereikt is.

Artikel 9. Subsidieverplichtingen

  • 1 Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

    • a. het virtuele internationale samenwerkingsproject start zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen zes maanden na het besluit tot subsidieverstrekking;

    • b. de activiteiten zijn uiterlijk binnen achttien maanden na het besluit tot subsidieverstrekking afgerond;

    • c. de subsidieontvanger verleent gedurende de looptijd van de activiteiten of tot één jaar na afloop daarvan op verzoek van de minister medewerking aan kennisdelingsactiviteiten rondom virtuele internationale samenwerkingsprojecten;

    • d. de subsidieontvanger verleent medewerking aan een onderzoek van de minister naar de leeruitkomsten van virtuele internationale samenwerkingsprojecten.

  • 2 De subsidieontvanger meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien:

    • a. aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht;

    • b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan; of

    • c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.

  • 3 De melding bedoeld in het tweede lid wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 10. Vaststelling en verantwoording subsidie

  • 1 De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na afloop van de desbetreffende aanvraagperiode.

  • 2 De minister betaalt het subsidiebedrag ineens.

  • 3 De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

  • 4 Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 5 De verantwoording van de subsidie geschiedt overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs in de jaarverslaggeving met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

I.K. van Engelshoven

Naar boven