Tijdelijke subsidieregeling continuïteit bruine vloot

[Regeling vervallen per 31-12-2021.]
Geldend van 29-06-2021 t/m 30-12-2021

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 25 juni 2021, nr. WJZ/ 21066535, tot vaststelling van een tijdelijke subsidieregeling ter tegemoetkoming van bruine vlootondernemingen, getroffen door de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19, in de vaste lasten en variabele lasten (Tijdelijke subsidieregeling continuïteit bruine vloot)

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën;

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. (begripsbepalingen)

[Vervallen per 31-12-2021]

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • algemene de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352);

    • algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);

    • Belastingdienst: Belastingdienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003;

    • bruine vlootonderneming: onderneming die voldoet aan artikel 2, tweede lid, onderdelen c, d, en e;

    • handelsregister: handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

    • minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;

    • MKB-onderneming: in Nederland gevestigde onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, die een kleine onderneming of middelgrote onderneming is in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

    • omzet: opbrengst uit levering van goederen en diensten uit de onderneming, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen;

    • omzet in de referentieperiode: omzet als bedoeld in artikel 3, tweede onderscheidenlijk derde lid;

    • omzet in de subsidieperiode: omzet als bedoeld in artikel 3, vierde lid;

    • omzetverlies: omzetverlies als bedoeld in 3, eerste lid;

    • verklaring de-minimissteun: verklaring van de bruine vlootonderneming waarin deze bevestigt dat de subsidie niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening;

  • 2 In de artikelen, 2, tweede lid, onderdeel b, en 4, eerste lid, staat:

    • A voor de omzet in de referentieperiode, uitgedrukt in Euro’s;

    • B voor het omzetverlies, uitgedrukt in procenten;

    • C voor het vaste lastenpercentage, vastgesteld op 43% + variabele lastenpercentage, vastgesteld op 30%.

Artikel 2. (verstrekking subsidie)

[Vervallen per 31-12-2021]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag eenmalig een subsidie aan een bruine vlootonderneming om bij te dragen aan de financiering van de vaste lasten en de variabele lasten in het tweede, derde en vierde kalenderkwartaal van 2020.

  • 2 De subsidie wordt enkel verstrekt, indien:

    • a. het omzetverlies van de bruine vlootonderneming ten minste 30% bedraagt;

    • b. de uitkomst van de vermenigvuldiging van A en C ten aanzien van de bruine vlootonderneming ten minste € 1.000 bedraagt;

    • c. de onderneming op 15 maart 2020 is ingeschreven in het handelsregister onder de code 5010, 5030 of 9103 van de Standaard Bedrijfsindeling;

    • d. de onderneming of de natuurlijke persoon die de onderneming drijft eigenaar is van een historische zeilschip, waarvan de kiel is gelegd in 1971 of eerder en welk schip wordt geëxploiteerd ten behoeve van passagiersvaart;

    • e. de onderneming een MKB-onderneming is.

  • 4 In afwijking van het tweede lid, onderdeel c, wordt subsidie verstrekt aan een bruine vlootonderneming indien ten genoegen van de minister blijkt dat de onderneming op 15 maart 2020 feitelijk een activiteit uitvoerde die onder de code 5010, 5030 of 9103 van de Standaard Bedrijfsindeling valt.

Artikel 3. (bepaling omzetverlies)

[Vervallen per 31-12-2021]

  • 1 Het omzetverlies wordt berekend door het verschil tussen de omzet in de referentieperiode en de omzet in de subsidieperiode te bepalen en deze te delen door de omzet in de referentieperiode. De uitkomst van deze berekening wordt uitgedrukt in procenten.

  • 2 De omzet in de referentieperiode is de omzet in het tweede, derde en vierde kalenderkwartaal van 2019.

  • 3 In afwijking van het tweede lid is de omzet in de referentieperiode voor:

    • a. een bruine vlootonderneming die na 31 maart 2019 en uiterlijk op 31 mei 2019 voor de eerste maal is ingeschreven in het handelsregister: de omzet in de negen kalendermaanden volgend op de maand van de inschrijving in het handelsregister;

    • b. een bruine vlootonderneming die na 31 mei 2019 en uiterlijk op 31 januari 2020 voor de eerste maal is ingeschreven in het handelsregister: de omzet in de kalendermaanden volgend op de maand na de inschrijving in het handelsregister tot 1 maart 2020 gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met negen.

  • 4 De omzet in de subsidieperiode is de omzet in het tweede, derde en vierde kalenderkwartaal van 2020.

  • 5 Als de omzet van de bruine vlootonderneming wordt beschouwd het bedrag ten aanzien waarvan de bruine vlootonderneming aangifte doet voor de omzetbelasting, overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968. Tevens wordt als omzet beschouwd omzet die niet in een aangifte omzetbelasting gerapporteerd wordt, maar op eenvoudige en duidelijke wijze blijkt uit de financiële administratie of uit een ander bewijsstuk van de bruine vlootonderneming.

  • 6 Tot de omzet in de subsidieperiode worden voor de toepassing van deze regeling niet gerekend subsidies, tegemoetkomingen of steun in een andere vorm die de bruine vlootonderneming heeft verkregen van een bestuursorgaan in verband met, of mede in verband met, de gevolgen van de bestrijding van de verspreiding van COVID-19.

Artikel 4. (hoogte subsidie)

[Vervallen per 31-12-2021]

  • 1 De subsidie bedraagt ten hoogste € 124.999 en wordt berekend op de volgende wijze:

    A x B x C x 0,50.

  • 2 De subsidie bedraagt € 1.000, indien:

    • a. de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, minder is dan € 1.000;

    • b. het een bruine vlootonderneming betreft die voor de eerste maal is ingeschreven in het handelsregister na 31 januari 2020.

Artikel 5. (afwijzingsgronden)

[Vervallen per 31-12-2021]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag:

  • a. indien de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels;

  • b. indien de bruine vlootonderneming al in moeilijkheden verkeerde, in de zin van artikel 2, onderdeel 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, op 31 december 2019;

  • c. voor zover blijkens de verklaring de-minimissteun, als gevolg van de verlening van de subsidie het de-minimis plafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de de-minimisverordening, overschreden zou worden;

  • d. indien de subsidie niet verstrekt kan worden op grond van de algemene de-minimisverordening.

Artikel 6. (informatieverplichtingen bij aanvraag)

[Vervallen per 31-12-2021]

  • 1 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

  • 2 Een aanvraag omvat in ieder geval:

    • a. gegevens over de bruine vlootonderneming, waaronder het nummer waarmee de bruine vlootonderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer dat op naam van de bruine vlootonderneming staat of, in geval de bruine vlootonderneming een eenmanszaak betreft en deze geen zakelijke rekening heeft, het rekeningnummer van de eigenaar van de eenmanszaak;

    • b. een kopie van een zeebrief als bedoeld in de Zeebrievenwet of een kopie van een geldig certificaat van onderzoek als bedoeld in de Binnenvaartwet, waaruit de eigendom en de datum van de kiellegging van het historisch zeilschip blijken;

    • c. gegevens over de contactpersoon bij de bruine vlootonderneming, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;

    • d. een opgave van de omzet van de bruine vlootonderneming in de referentieperiode, blijkend uit:

      • 1°. indien de bruine vlootonderneming omzetbelasting afdraagt over de omzet in de referentieperiode en daarvan aangifte doet per maand of kalenderkwartaal: kopieën van de aangiftes voor die maanden of kwartalen, indien die aangiftes enkel betrekking hebben op de bruine vlootonderneming en die voldoen aan het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968;

      • 2°. indien de bruine vlootonderneming niet beschikt over de kopieën, bedoeld onder 1°: een afschrift uit de boekhouding van de bruine vlootonderneming, een kopie van de baten lasten rekening of een andere document waaruit het bedrag duidelijk blijkt waarover zij in de referentieperiode omzetbelasting heeft betaald;

      • 3°. indien de bruine vlootonderneming omzetbelasting afdraagt over de omzet in de referentieperiode en daarvan aangifte doet per kalenderjaar: een kopie van de aangifte voor dat kalenderjaar, indien de aangifte enkel betrekking heeft op de bruine vlootonderneming en voldoet aan het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968, en een kopie van een bewijsstuk waaruit het bedrag duidelijk blijkt waarover zij in de referentieperiode omzetbelasting heeft betaald;

      • 4°. indien de bruine vlootonderneming over de gehele omzet in de referentieperiode, of een deel daarvan, geen omzetbelasting afdraagt: een kopie van een bewijsstuk waaruit de omzet in de referentieperiode duidelijk blijkt en een kopie van de jaarrekening of het jaarverslag van het kalenderjaar 2019 of een ander bewijsstuk waaruit de omzet in het kalenderjaar 2019 blijkt;

    • e. een opgave van de omzet van de bruine vlootonderneming in de subsidieperiode, blijkend uit:

      • 1°. indien de bruine vlootonderneming omzetbelasting afdraagt over de omzet in de subsidieperiode en daarvan aangifte doet per maand of kalenderkwartaal: kopieën van de aangiftes voor die maanden of kwartalen, indien die aangiftes enkel betrekking hebben op de bruine vlootonderneming en voldoen aan het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968;

      • 2°. indien de bruine vlootonderneming niet beschikt over kopieën bedoeld onder 1°: een afschrift uit de boekhouding van de bruine vloot-onderneming, een kopie van de baten lasten rekening of een ander bewijsstuk waaruit duidelijk het bedrag blijkt waarover zij in de subsidieperiode omzetbelasting heeft betaald;

      • 3°. indien de bruine vlootonderneming omzetbelasting afdraagt over de omzet in de subsidieperiode en daarvan aangifte doet per kalenderjaar of de bruine vlootonderneming over zijn gehele omzet, of een deel daarvan, geen omzetbelasting afdraagt: een kopie van een bewijsstuk waaruit de omzet in de subsidieperiode duidelijk blijkt;

    • f. een verklaring de-minimissteun;

    • g. een bewijsstuk waaruit blijkt dat de onderneming of de natuurlijke persoon die de onderneming drijft een historische zeilschip exploiteert ten behoeve van passagiersvaart.

Artikel 7. (aanvraagperiode)

[Vervallen per 31-12-2021]

  • 1 Een aanvraag kan worden ingediend in de periode 29 juni 2021 tot en met 24 augustus 2021.

  • 2 Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 12:00 uur op de in het eerste lid genoemde begindatum en zijn tijdig ingediend indien zij op de in het eerste lid genoemde einddatum vóór 17:00 zijn ontvangen.

Artikel 8. (beslistermijn)

[Vervallen per 31-12-2021]

De minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van een aanvraag. Indien niet binnen deze termijn kan worden beslist, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beslissing wel kan worden genomen.

Artikel 9. (verplichtingen subsidieontvanger)

[Vervallen per 31-12-2021]

  • 1 De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat de ontvanger voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen.

  • 2 De administratie, bedoeld in het eerste lid, wordt tot tien jaar na datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard.

  • 3 De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

Artikel 10. (vaststelling subsidie)

[Vervallen per 31-12-2021]

  • 1 De subsidie wordt vastgesteld zonder voorafgaande beschikking tot subsidieverlening.

  • 2 De subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze, bedoeld in artikel 4.

Artikel 11. (gegevensuitwisseling)

[Vervallen per 31-12-2021]

  • 1 De minister levert aan de Belastingdienst gegevens over de subsidieaanvragers met het oog op het verkrijgen van de voor de uitvoering van deze regeling noodzakelijke vaststellings- en controlegegevens met betrekking tot de omzet van de aanvrager.

  • 2 De Belastingdienst maakt de voor de uitvoering van deze regeling noodzakelijke vaststellings- en controlegegevens met betrekking tot de omzet van de aanvrager bekend aan de minister.

Artikel 12. (staatssteun)

[Vervallen per 31-12-2021]

De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de algemene de-minimisverordening.

Artikel 13. (overgangsrecht)

[Vervallen per 31-12-2021]

Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van een wijziging van deze regeling en op subsidies die voor dat tijdstip zijn verstrekt, blijft deze regeling van toepassing zoals deze luidde voor dat tijdstip.

Artikel 14. (inwerkingtreding)

[Vervallen per 31-12-2021]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2021.

Artikel 15. (citeertitel)

[Vervallen per 31-12-2021]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling continuïteit bruine vloot.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 25 juni 2021

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

M.C.G. Keijzer

Terug naar begin van de pagina