Instellingsbesluit Taskforce Onze hulpverleners veilig

[Regeling vervalt per 24-06-2026.]
Geraadpleegd op 28-05-2022.
Geldend van 24-06-2021 t/m heden

Besluit van de Minister van Justitie en Veiligheid van 7 juni 2021, tot instelling van de Taskforce Onze hulpverleners veilig (Instellingsbesluit Taskforce Onze hulpverleners veilig)

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Gelet op de toezegging in het Algemeen Overleg Politie d.d. 5 september 2019;

Gelet op de brief aan de Tweede Kamer van 31 maart 2021 (Tweede Kamer 28 684, nr. 657);

Besluit:

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1 Er is een Taskforce.

  • 2 De Taskforce heeft tot taak:

    • a. het signaleren van knelpunten bij de integrale aanpak van agressie en geweld tegen hulpverleners en anderen met een publieke taak

    • b. het formuleren van (innovatieve) maatregelen om de gesignaleerde knelpunten op te lossen, bij voorkeur evidence based, waaronder het benutten van communicatie middels publiekscampagnes en andere doelgroepgerichte communicatie-instrumenten, aandacht vanuit de werkgevers, aandacht voor potentiële daders, aandacht voor opvolging zoals nazorg en vervolging e.d.;

    • c. het periodiek monitoren van de aanpak van de onder a bedoelde knelpunten en waar nodig wegnemen van obstakels in de uitvoering en formuleren van aanvullende maatregelen;

    • d. het onderhouden van contacten met relevante partijen, over onderwerpen die de Taskforce raken;

    • e. het informeren van de Minister over de voortgang van de werkzaamheden van de Taskforce, jaarlijks vóór 1 november;

    • f. het formuleren van een voorstel voor de borging van de aanpak van onder a bedoelde knelpunten nadat de Taskforce zijn werkzaamheden heeft voltooid.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming, ontslag en ondersteuning

  • 1 De voorzitter en de andere leden van de Taskforce worden door de Minister benoemd.

  • 2 De voorzitter en overige leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de Minister.

  • 3 De benoeming geschiedt voor onbepaalde tijd.

  • 4 Bij tussentijds vertrek van een lid kan de Minister een ander lid benoemen.

  • 5 Deskundigen kunnen op uitnodiging van de voorzitter vergaderingen bijwonen.

Artikel 4. Leden

De Taskforce bestaat uit de volgende leden:

  • a. mevrouw M. van Bijsterveldt-Vliegenthart, burgemeester van Delft, tevens voorzitter van de Taskforce;

  • b. de heer F. Paauw, chef van de eenheid Amsterdam, namens de politie;

  • c. mevrouw E. Lieben, commandant brandweer Veiligheidsregio Haaglanden, namens de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s;

  • d. de heer P. Verhoeve, burgemeester van Gouda, namens de VNG voor de bijzonder opsporingsambtenaren domein I;

  • e. mevrouw L. Wösten, plaatsvervangend hoofdofficier bij het Parket Rotterdam, namens het Openbaar Ministerie;

  • f. de heer O. Adang, hoogleraar veiligheid en collectief gedrag en lector aan de Politieacademie;

  • g. de heer J.W. Schaper, plaatsvervangend directeur-generaal Politie en Veiligheidsregio’s bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid;

  • h. mevrouw J. Sint, Hoofd Afdeling High Impact Crimes bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Artikel 7. Werkwijze

  • 1 De Taskforce stelt zijn eigen werkwijze vast.

  • 2 Voor zover dat voor de verwezenlijking van zijn taak noodzakelijk is, kan de Taskforce werkgroepen instellen, waarin ook personen van buiten de Taskforce zitting hebben.

Artikel 9. Archiefbescheiden

1. De archiefbescheiden van de Taskforce worden na zijn opheffing of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder als nodig, overgebracht naar het archief van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Het archief wordt samengesteld conform de verplichtingen op grond van de Archiefwet.

Artikel 10. Kosten van de commissie

  • 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor secretariële ondersteuning;

    • b. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen;

    • c. reis- en verblijfkosten, overeenkomstig het Reisbesluit binnenland;

    • d. de kosten voor publicatie van rapportages.

  • 2 De leden ontvangen geen vergoeding.

Artikel 11. Inwerkingtreding

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 13 oktober 2020.

  • 2 Dit besluit vervalt vijf jaar na inwerkingtreding.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden verzonden aan de betrokkenen.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Naar boven