Regeling veterinaire maatregelen specifieke dierziekten of zoönosen

Geraadpleegd op 26-06-2022.
Geldend van 12-10-2021 t/m 25-10-2021

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 12 april 2021, nr. WJZ/21076966 , houdende regels ter voorkoming van specifieke besmettelijke dierziekten of zoönosen (Regeling veterinaire maatregelen specifieke dierziekten of zoönosen)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, handelende in overeenstemming met de de Minister voor Medische Zorg, Welzijn en Sport;

Gelet op artikel 5.1, eerste lid, in samenhang met artikel 5.4 en 5.10, en op artikel 5.7 van de Wet dieren;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • verordening (EU) nr. 2016/429: verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (PbEU 2016, L 84);

    • wet: Wet dieren.

  • 2 De begripsbepalingen van artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/429 zijn van toepassing.

Hoofdstuk 2. Preventieve maatregelen afrikaanse varkenspest

Artikel 2.1. Grondslag

Dit hoofdstuk berust op verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (PbEU 2016, L 84) en op de artikelen 5.1, eerste lid, in samenhang met artikel 5.4, eerste lid, in samenhang met het vierde lid, onderdeel d, en op artikel 5.7 van de Wet dieren.

Artikel 2.2. Afwijking verbod drijfmethode bij doden wilde zwijnen

  • 2 Het eerste lid is alleen van toepassing in het grondgebied van de provincies:

    • a. Gelderland, met uitzondering van het gebied, aangeduid op kaart 1 in bijlage 1;

    • b. Limburg, met uitzondering van de gebieden, aangeduid op kaart 2 in bijlage 1;

    • c. Noord-Brabant; en

    • d. Overijssel.

Hoofdstuk 3. Preventieve maatregelen aviaire influenza

§ 3.1. Algemeen

Artikel 3.1. Grondslag

Dit hoofdstuk berust op:

Artikel 3.2. Begripsbepalingen

  • 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    • commercieel gehouden vogels: pluimvee of in gevangenschap levende vogels die worden gekweekt of gehouden met de bedoeling geld te verdienen;

    • hygiëneprotocol: set praktische hygiëneregels ter bevordering van de bioveiligheid in een specifieke situatie, zoals bekendgemaakt op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

    • loopvogels: Struthioniformes (struisvogels), Rheiformes (nandoes), Casuariiformes (kasuarissen en emoes) en Apterygiformes (kiwi's);

    • risicovogels: hoenderachtigen, watervogels of loopvogels, in gevangenschap gefokt of gehouden;

    • vervoer: vervoer over de openbare weg, met of zonder vervoermiddel;

    • vogelverblijfplaats: kooi, volière, terrein of gebouw met uitzondering van woonruimte, waar risicovogels aanwezig zijn of gewoonlijk worden gehouden en aanverwante ruimtes waar materiaal ten behoeve van risicovogels is opgeslagen of gewoonlijk wordt opgeslagen;

    • watervogels: zwanen, ganzen, eenden, duikers, aalscholvers, reigers, ooievaars, ibissen, flamingo’s, futen, kraanvogels, rallen, steltlopers, meeuwen en sterns.

  • 2 Onder vervoer wordt mede verstaan: aanvoer en afvoer.

Artikel 3.3

De artikelen 3.6, 3.7, 3.8, 3.10 en 3.11 zijn niet van toepassing op slachthuizen, vervoermiddelen, quarantainevoorzieningen, quarantainestations, grenscontroleposten en laboratoria die met officiële toestemming aviaire influenzavirussen bewaren.

§ 3.3. Maatregelen strooisel eenden

Artikel 3.7. Aanbrengen strooisel eenden

  • 1 Het is verboden strooisel in vogelverblijfplaatsen aan te brengen op een inrichting met commercieel gehouden eenden.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien het aanbrengen van strooisel overeenkomstig een hygiëneprotocol plaatsvindt.

§ 3.4. Maatregelen bezoek

Artikel 3.10. Bezoekverbod commerciële inrichting

  • 1 Het is bezoekers verboden een inrichting te betreden waar vogels commercieel worden gehouden.

  • 2 In afwijking van het eerste lid is het betreden van een inrichting als bedoeld in het eerste lid toegestaan, indien:

    • a. het bezoek plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol; en

    • b. de bezoeker het bezoek registreert.

  • 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op het vervoermiddel van de bezoeker.

  • 4 Een exploitant van commercieel gehouden vogels brengt duidelijk zichtbare afscheidingen aan langs de grenzen van de inrichting.

Artikel 3.11. Registratieplicht

Een exploitant van vogels houdt een register bij van bezoeken aan een vogelverblijfplaats, niet deugdelijk fysiek van die verblijfplaats afgescheiden woonruimte of ander deel van een inrichting, waarin ten minste zijn opgenomen:

  • a. de naam, het adres de en woonplaats van de bezoeker;

  • b. wanneer de bezoeker een vervoermiddel heeft gebruikt, de soort en het kenteken van het vervoermiddel;

  • c. de reden van het bezoek; en

  • d. de datum en het tijdstip van aankomst en vertrek van de bezoeker.

§ 3.5. Maatregelen vervoer

§ 3.6. Maatregelen meldingsplicht

Artikel 3.15. Meldingsplicht verschijnselen aviaire influenza eendenhouderijen

Een exploitant van een inrichting waar eenden worden gehouden meldt vanaf de zevende dag na de dag van opzet, onverwijld aan de minister elke verhoogde sterfte bij zijn eenden, in de volgende gevallen:

  • a. 0,15% of meer uitval per dag gedurende twee opeenvolgende dagen; of

  • b. 0,5% of meer uitval op een dag en gelijktijdig een voeropname daling van 5%.

Artikel 3.16. Meldingsplicht verschijnselen aviaire influenza leghennen, vermeerderingsdieren of vleeskuikens

Een exploitant van een inrichting waar leghennen, vermeerderingsdieren of vleeskuikens worden gehouden, meldt, wanneer die dieren ouder zijn dan 10 dagen, onverwijld aan de minister elke verhoogde sterfte van zijn leghennen, vermeerderingsdieren of vleeskuikens, indien het aantal dieren van de onderscheiden categorieën dat sterft gedurende twee achtereenvolgende dagen groter is dan drie maal het gemiddelde sterftecijfer van het desbetreffende koppel in de week voorafgaand aan de sterfte.

Hoofdstuk 4. Preventieve maatregelen Sars-CoV-2 nertsen

Hoofdstuk 5. Verplaatsingen van salamanders

Artikel 5.1. Grondslag

Dit hoofdstuk berust op:

Artikel 5.2. Begripsbepalingen

  • 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder uitvoeringsbesluit nr. (EU) 2021/361: uitvoeringsbesluit (EU) 2021/361 van de Commissie van 22 februari 2021 tot vaststelling van noodmaatregelen voor verplaatsingen tussen lidstaten en de binnenkomst in de Unie van zendingen salamanders in verband met infectie met Batrachochytrium salamandrivorans (PbEU L 69).

  • 2 De begripsbepalingen van artikel 2 van uitvoeringsbesluit nr. (EU) 2021/361 zijn van toepassing op dit hoofdstuk.

Artikel 5.3. Verboden op binnen en buiten Nederland brengen vanuit en naar een lidstaat

  • 1 Het is verboden een zending salamanders vanuit een lidstaat binnen Nederland te brengen.

  • 2 Het is verboden een zending salamanders buiten Nederland te brengen naar een lidstaat.

  • 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien is voldaan aan artikel 3, onderdelen a, b, c en d, van uitvoeringsbesluit nr. (EU) 2021/361.

  • 4 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het niet-commerciële verkeer van als gezelschapsdier gehouden salamanders.

Artikel 5.4. Verplichtingen exploitant

De exploitant die voor een zending salamanders verantwoordelijk is, voldoet aan de in artikel 5 van uitvoeringsbesluit nr. (EU) 2021/361 gestelde voorschriften over een schriftelijke verklaring en aan artikel 6, onderdeel a, van uitvoeringsbesluit nr. (EU) 2021/361.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 12 april 2021

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.J. Schouten

Bijlage 2. als bedoeld in artikel 3.4, derde lid

Gebieden waar de ophok- en afschermplicht niet geldt

Compartiment 4

  • 1. Vanaf Knooppunt Heerenveen de A7 volgend in noordoostelijke richting tot aan de kruising van de A7 met de A28, Knooppunt Julianaplein.

  • 2. De A28 volgend in zuidelijke richting, overgaand in de N48 tot aan de rivier de Vecht.

  • 3. De rivier de Vecht volgend in westelijke richting tot aan de Afslag 21 Ommen van de A28.

  • 4. Vanaf Afslag 21 Ommen de A28 volgend in noordelijke richting, overgaand in de A32 het Knooppunt Heerenveen van de A7.

Compartiment 5

  • 1. Vanaf Knooppunt Julianaplein de N28/N7 volgend in oostelijke richting tot aan de kruising van de N28/N7 met de A7, Knooppunt Europaplein.

  • 2. De A7 volgend in oostelijke richting tot aan de landgrens met Duitsland (Bij afslag 49 Nieuwerschans).

  • 3. De landgrens van Duitsland volgend in zuidelijke richting tot aan de rivier de Vecht.

  • 4. De rivier de Vecht volgend in westelijke richting tot aan de N48.

  • 5. De N48 volgend in noordelijke richting overgaand in de A28 tot aan het Knooppunt Julianaplein de N28/N7.

Compartiment 8

  • 1. Vanaf de kruising van de rivier IJssel en het Zwolle-IJssel Kanaal, het Zwolle-IJssel Kanaal volgend in noordelijke richting tot aan de rivier het Zwarte Water.

  • 2. De rivier het Zwarte Water volgend in noordelijke richting tot aan de rivier OverijsselseVecht.

  • 3. De rivier de Overijsselse Vecht volgend in oostelijke richting overgaand in de Vecht tot aan de Landgrens van Nederland met Duitsland.

  • 4. De Landgrens van Nederland met Duitsland volgend in zuidelijke richting tot aan de A1(De Lutte)

  • 5. De A1 volgend in oostelijke richting tot aan de Kruising A1 met de rivier de IJssel bij Deventer (vlakbij de afslag 23 Deventer)

  • 6. De rivier de IJssel volgend in noordelijke richting tot aan de kruising de rivier de IJssel en het Zwolle-IJssel Kanaal.

Compartiment 11

  • 1. Vanaf de Kruising van de A1 met de rivier de IJssel (Deventer), de A1 volgend in oostelijke richting overgaand in de A35/A1 (Knooppunt Azelo) overgaand in de A1 (Knooppunt Buren) tot aan de grens met Duitsland ter hoogte van de plaats De Lutte.

  • 2. De Landgrens van Nederland met Duitsland volgend in zuidelijke richting overgaand in westelijke richting tot aan de rivier de Rijn (ter hoogte van de plaats Spijk).

  • 3. De rivier de Rijn volgend in westelijke richting, overgaand in het Bijlands Kanaal, overgaand in het Pannerdens Kanaal overgaand in de rivier de Nederrijn, overgaand in de rivier de IJssel tot aan de kruising van de rivier de IJssel met de A1 (Deventer)

Compartiment 17

  • 1. Vanaf de kruising van de Sluisweg (Waalwijk) en de rivier de Bergsche Maas, de rivier de Bergsche Maas volgend in oostelijke richting overgaand in de Maas tot aan de A2 (ter hoogte van Knooppunt Empel).

  • 2. De A2 volgend in zuidelijke richting tot aan de rivier de Zuid-Willemsvaart (Afslag 21 Veghel van de A2).

  • 3. De rivier de Zuid-Willemsvaart volgend in oostzuidelijke richting tot aan de A67 (Afslag 35 Someren van de A67).

  • 4. De A67 volgend in westelijke richting tot aan de Landgrens van Nederland met België.

  • 5. De Landgrens van Nederland met België volgend in westelijke richting tot aan de Poppelseweg (N283).

  • 6. De Poppelseweg (N283) volgend in noordelijke richting overgaand in de Turnhoutsebaan (N283) overgaand in de Blaakweg (N283) overgaand in de Ringbaan West (Tilburg) overgaand in de Midden Brabantweg, overgaand in de A261, overgaand in de Midden Brabantweg (N261) overgaand in de Biesbosweg (Waalwijk) tot aan de Sluisweg.

  • 7. De Sluisweg volgend in noordelijke richting tot aan de brug over de rivier de Bergsche Maas.

Compartiment 18

  • 1. Vanaf de kruising van de A2 met de rivier de Maas ter hoogte van Den Bosch, de rivier de Maas volgend oostelijke richting tot aan de Mookerplas.

  • 2. De Mookerplas volgend in oostelijke richting tot aan de Witteweg.

  • 3. De Witteweg volgend in noordoostelijke richting tot aan de N271.

  • 4. De N271 volgend in zuidoostelijke richting tot aan Zwarteweg (N843).

  • 5. De Zwarteweg (N843) volgend in noordelijke richting tot aan de Landgrens van Nederland met Duitsland.

  • 6. De Landgrens van Nederland met Duitsland volgend in zuidelijke richting tot aan de A67 (ter hoogte van de plaats Herungerberg).

  • 7. De A67 volgend in westelijke richting tot aan de kruising van de A67 met de rivier de Zuid-Willemsvaart (Afslag 35 Someren van de A67).

  • 8. De rivier de Zuid-Willemsvaart volgend in westnoordelijke richting tot aan de A2 (Afslag 21 Veghel van de A2)

  • 9. De A2 volgend in noordelijke richting tot aan de kruising van de A2 met de rivier de Maas.

Compartiment 20

  • 1. Vanaf de kruising van de Landgrens van Nederland met België en de rivier de Maas, de rivier de Maas volgend in noordoostelijke richting tot de kruising van de rivier de Maas met de N280, Knooppunt Haelen.

  • 2. De N280 volgend in oostelijke richting tot aan de Sint Wirosingel (Roermond).

  • 3. De Sint Wirosingel (Roermond) volgend in zuidelijke richting tot aan de N68.

  • 4. De N68 volgend oostelijke richting tot aan de landgrens Nederland en Duitsland (Bij de plaats Asenray).

  • 5. De Landgrens van Nederland met Duitsland volgend in zuidelijke richting tot de Landgrens van Nederland met België bij de plaats Vaals, Drielandenpunt.

  • 6. Vanaf het drielandenpunt bij Vaals de Landgrens van Nederland met België volgend in westelijke richting tot aan de rivier de Maas.

Naar boven