Beleidsregels Toepassing Wet Bibob door De Nederlandsche Bank

Geraadpleegd op 18-08-2022.
Geldend van 08-04-2021 t/m heden

Beleidsregels Toepassing Wet Bibob door De Nederlandsche Bank

Paragraaf 1. Inleidende bepalingen

DNB is bij algemene maatregel van bestuur aangewezen als rechtspersoon met een overheidstaak als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 2 van de Wet Bibob en is daarmee bevoegd tot het doen van een Bibob onderzoek. De Wet Bibob stelt DNB in staat zich – voor zover mogelijk – te beschermen tegen het risico dat criminele activiteiten worden gefaciliteerd bij het gunnen van opdrachten en het aangaan van vastgoedtransacties. Bij toepassing van de Wet Bibob wordt de integriteit van de contractspartij en de bij de transactie betrokken (rechts)personen beoordeeld.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze Beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a) Aanbesteding: een selectieprocedure waarbij marktpartijen kunnen meedingen naar een opdracht van DNB;

  • b) Bibob advies: het advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet Bibob;

  • c) Beleidsregels: de onderhavige beleidsregels;

  • d) Bibob beslissing: beslissing van DNB op basis van het Bibob-onderzoek;

  • e) Betrokkene: de gegadigde, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een opdracht is of zal worden gegund, met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan of een onderaannemer;

  • f) Bibob onderzoek; een Eigen onderzoek verricht door DNB op grond van de Wet Bibob al dan niet gevolgd door een onderzoek door het Bureau Bibob;

  • g) Bibob vragenformulier: het formulier als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder c, van de Regeling Bibob-formulieren;

  • h) Bureau Bibob: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

  • i) DNB: De Nederlandsche Bank;

  • j) Eigen onderzoek: een onderzoek verricht door DNB zelf, waarbij de daartoe beschikbare onderzoeksmiddelen zoals genoemd in artikel 3 van de Beleidsregels kunnen worden ingezet;

  • k) Ernstige mate van gevaar: ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid e.v. van de Wet Bibob;

  • l) De Indicatorenlijst Openbare Inrichtingen; de Indicatorenlijst Openbare Inrichtingen van Bureau Bibob zoals gepubliceerd op de website van Dienst Justis;

  • m) Gegadigde: degene die zich heeft gemeld voor een aanbestedingsprocedure teneinde een aanbieding te doen, of heeft ingeschreven op een aanbestedingsprocedure dan wel in onderhandeling is getreden met een rechtspersoon met een overheidstaak;

  • n) Mindere mate van gevaar: mindere mate van gevaar als bedoeld in artikel 3, zevende lid van de Wet Bibob;

  • o) Onderaannemer: een derde aan wie een deel van de opdracht van DNB in onderaanneming is of zal worden gegeven;

  • p) Opdracht: een overheidsopdracht zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 2 van de Wet Bibob, waaronder overeenkomsten inzake werken, leveringen, huur, lease en diensten in de meest ruime zin;

  • q) Uitsluitingsgrond: de uitsluitingsgrond zoals bedoeld in artikel 57 van richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van de Richtlijn 2004/18/EG (PbEU 2014, L 94);

  • r) Vastgoedtransactie: een transactie zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 2 van de Wet Bibob;

  • s) Wet Bibob: de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

Artikel 2. Toepassingsbereik binnen DNB

  • 1. DNB kan overgaan tot een Bibob onderzoek in de navolgende gevallen:

    • a) bij een beslissing over het aangaan van een vastgoedtransactie waarbij zodanige bedrijfsbelangen spelen voor DNB, dat deze een Bibob onderzoek rechtvaardigen;

    • b) bij een beslissing inzake de gunning van een opdracht die een waarde heeft uitgaande boven het drempelbedrag zoals telkens vastgesteld in Richtlijn 2014/24/EU (op het moment van vaststellen van deze beleidsregels: € 221.000) en er zodanige bedrijfsbelangen zijn voor DNB bij het aangaan of verstrekken van een dergelijke opdracht dat deze een Bibob onderzoek rechtvaardigen;

    • c) wanneer DNB voornemens is om zich op een overeengekomen opschortende of ontbindende voorwaarde te beroepen; of

    • d) bij acceptatie van een onderaannemer, indien hierbij zodanige bedrijfsbelangen zijn voor DNB, dat deze een Bibob onderzoek rechtvaardigen.

  • 2. Indien DNB de bevoegdheid heeft om een Bibob onderzoek te verrichten, zal zij dat zoveel mogelijk voorafgaand aan het onderzoek aan de betrokkene aangeven in de aanbesteding dan wel in de (intentie)overeenkomst.

Paragraaf 2. Eigen onderzoek

Indien DNB besluit tot een Bibob onderzoek, zal zij eerst een Eigen onderzoek uitvoeren. Dit Eigen onderzoek zal worden ingeleid met een vragenlijst, waarna DNB naar eigen inzicht de in deze Beleidsregels genoemde onderzoeksmiddelen kan inzetten. De betrokkene is uit hoofde van de Wet Bibob verplicht om aan DNB de gegevens en documenten te verschaffen om haar in staat te stellen een Eigen onderzoek te verrichten.

Artikel 3. Eigen onderzoek

  • 1. Bij het Eigen onderzoek kan DNB de navolgende informatie opvragen, waarbij zij telkens aan de hand van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zal beoordelen welke middelen daarvoor passend zijn:

  • 2. Het niet (volledig) beantwoorden van de Bibob-vragenlijst en/of het niet (volledig) overleggen van de op het formulier gevraagde documenten, kan ertoe leiden dat onderhandelingen om te komen tot een overeenkomst/gunning van een opdracht worden afgebroken of een reeds gesloten overeenkomst of gegunde opdracht wordt opgeschort of ontbonden.

Artikel 4. Beslissing DNB na Eigen onderzoek

  • 1. Op basis van de uitkomst van het Eigen onderzoek zal DNB één van de volgende beslissingen nemen:

    • a) de onderhandeling/opdracht/ vastgoedtransactie wordt voortgezet;

    • b) Bureau Bibob wordt om nader advies gevraagd; of

    • c) de onderhandeling om te komen tot een overeenkomst wordt afgebroken, de opdracht wordt niet gegund of een reeds gesloten overeenkomst wordt ontbonden.

  • 2. De uitkomst van een Eigen onderzoek kan voor DNB tevens aanleiding zijn om in de overeenkomst nadere, al dan niet ontbindende, voorwaarden op te nemen.

  • 3. De betrokkene wordt schriftelijk geïnformeerd over de beslissing van DNB zoals bedoeld in het eerste en tweede lid.

  • 4. Indien DNB voornemens is om een beslissing te nemen zoals bedoeld in het eerste lid sub c of het tweede lid, informeert DNB betrokkene over de gronden voor dit voornemen en stelt zij betrokkene in de gelegenheid om zijn zienswijze op dit voornemen te geven. DNB legt betrokkene(n) de voorgenomen beslissing voor en gunt betrokkene een termijn (in beginsel 14 dagen) om hierop te reageren.

Paragraaf 3. Advies Bureau Bibob

Het Eigen onderzoek kan aanleiding geven een advies te vragen bij Bureau Bibob. De betrokkene wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. DNB zal vervolgens naar aanleiding van het advies zelfstandig een Bibob besluit nemen.

Artikel 5. Adviesverzoek Bureau Bibob

  • 1. Indien er op basis van het Eigen onderzoek nog onduidelijkheden zijn, op basis van de Indicatorenlijst Openbare Inrichtingen blijkt dat er een mogelijk integriteitsrisico is ten aanzien van betrokkene (en/of een onderaannemer) en/of indien naast betrokkene nog nadere (rechts)personen dienen te worden onderzocht, vraagt DNB aan Bureau Bibob om een advies.

  • 2. Het Bureau Bibob onderzoekt de mate van gevaar en/of de aanwezigheid van een Uitsluitingsgrond.

  • 3. Het niet (volledig) beantwoorden van de vragen van Bureau Bibob en/of het niet (volledig) overleggen van de opgevraagde documenten, kan ertoe leiden dat onderhandelingen om te komen tot een overeenkomst/gunning van een opdracht worden afgebroken of een reeds gesloten overeenkomst of gegunde opdracht wordt opgeschort of ontbonden.

Artikel 6. Beslissing DNB na advies Bureau Bibob

  • 1. Op basis van het advies van het Bureau Bibob wordt door DNB een zelfstandige afweging gemaakt in hoeverre de mate van het geconstateerde gevaar dan wel de aanwezigheid van een Uitsluitingsgrond, DNB uit integriteitsoogpunt verhindert een overeenkomst aan te gaan danwel te continueren en/of een opdracht te gunnen, of een onderaannemer toe te staan. In verband met de contractsvrijheid bij Vastgoedtransacties, kan DNB ook zonder een uit het advies van Bureau Bibob voortvloeiende mate van gevaar besluiten om de onderhandelingen af te breken of nadere voorwaarden te stellen, indien er alsnog sprake is van een integriteitsrisico.

  • 2. Indien DNB voornemens is om een voor de betrokkene negatieve beslissing te nemen, stelt zij de betrokkene in de gelegenheid om zijn/haar zienswijze te geven, alvorens een definitieve beslissing te nemen. DNB zal betrokkene het Bibob advies met bijlagen (voor zover is toegestaan) en de voorgenomen beslissing voorleggen en een termijn gunnen waar binnen betrokkene kan reageren. Uitgangspunt hierbij is een termijn van 14 dagen.

  • 3. In het geval betrokkene het advies van Bureau Bibob gemotiveerd betwist, kan DNB om een aanvullend advies van Bureau Bibob verzoeken.

  • 4. Nadat de betrokkene in staat is gesteld zijn zienswijze te geven en/of een aanvullend advies is ontvangen van Bureau Bibob, neemt DNB een definitieve beslissing.

  • 5. Indien uit het (aanvullende) advies blijkt dat sprake is van een Uitsluitingsgrond en/of een zekere mate van gevaar, kunnen aan een Opdracht of overeenkomst voorschriften verbonden worden indien en voor zover daardoor het betreffende gevaar wordt weggenomen of in voldoende mate wordt beperkt of de betreffende Uitsluitingsgrond wordt opgeheven.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 8. Geheimhouding

  • 1. Op grond van artikel 28 Wet Bibob is een ieder die krachtens de Wet Bibob informatie krijgt met betrekking tot een derde verplicht tot geheimhouding van deze informatie, zoals nader omschreven in artikel 28 Wet Bibob.

  • 2. De informatie die door betrokkene aan DNB wordt verstrekt in het kader van een Eigen onderzoek, kanl door DNB aan het Bureau Bibob worden verstrekt in het kader van een Bibob advies.

Artikel 9. Bewaartermijn

  • 1. De gegevens die worden verzameld in een Bibob-onderzoek worden door DNB bewaard gedurende de termijn zoals genoemd in de Wet Bibob (artikel 19 Wet Bibob).

  • 2. De resultaten uit het Eigen onderzoek en/of uit een advies van Bureau Bibob, kunnen gedurende de bewaartermijn zoals genoemd in lid 1 worden gebruikt in verband met andere beslissingen vallend onder de werkingssfeer van deze Beleidsregels.

Amsterdam, 29 maart 2021

De Nederlandsche Bank N.V.

N.C. Stolk-Luyten

Directeur

Naar boven