Wet erkenning Nederlandse Gebarentaal

Geraadpleegd op 25-05-2022.
Geldend van 01-07-2021 t/m heden

Wet van 16 maart 2021, houdende erkenning van de Nederlandse Gebarentaal (Wet erkenning Nederlandse Gebarentaal)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Nederlandse Gebarentaal te erkennen en het gebruik daarvan te bevorderen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze wet wordt verstaan onder:

  • a. Nederlandse Gebarentaal: de visueel-manuele taal die gebruikt wordt door gebarentaligen in Nederland;

  • b. gebarentaligen: personen die de Nederlandse Gebarentaal machtig zijn;

  • c. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Hoofdstuk 2. Nadere bepalingen over het gebruik van de Nederlandse gebarentaal in het bestuurlijk verkeer en rechtsverkeer

Artikel 5. Eed, belofte of bevestiging

  • 1 De gebarentalige die ter uitvoering van een wettelijk voorschrift mondeling een eed, belofte of bevestiging moet afleggen, is bevoegd zich, in plaats van met de wettelijk voorgeschreven woorden, met de daarmee in de Nederlandse Gebarentaal overeenkomende gebaren uit te drukken.

  • 2 Bij ministeriële regeling kunnen de met de wettelijk voorgeschreven woorden van een eed, belofte of bevestiging corresponderende gebaren in de Nederlandse Gebarentaal worden vastgesteld.

Artikel 6

Een gebarentalige die ter terechtzitting ambtswege het woord voert dan wel verplicht is zich aan een verhoor te onderwerpen of bevoegd is het woord te voeren, is bevoegd zich te bedienen van de Nederlandse Gebarentaal.

Artikel 7

  • 1 Indien een verdachte, partij, getuige of belanghebbende zich ter terechtzitting op de voet van artikel 6 wil bedienen van de Nederlandse Gebarentaal, bepaalt de rechter die de leiding van de zitting heeft ambtshalve of op verzoek zonodig dat bijstand wordt verleend door een tolk. Artikel 276 van het Wetboek van Strafvordering is van toepassing indien het onderzoek ter terechtzitting plaatsvindt in het kader van een strafzaak.

  • 2 De vergoeding aan de tolk die ingevolge het eerste lid is opgetreden, komt ten laste van het Rijk.

  • 3 In afwijking van het tweede lid kan de rechter bepalen dat in een civiele zaak de vergoeding aan de tolk ten laste komt van degene op wiens verzoek bijstand door een tolk wordt verleend, indien achteraf blijkt dat de kosten voor bijstand door een tolk, nodeloos zijn aangewend.

Hoofdstuk 3. Adviescollege Nederlandse Gebarentaal

Artikel 9. Samenstelling

  • 1 Het Adviescollege bestaat uit vijf leden, onder wie een voorzitter en een vicevoorzitter.

  • 2 De voorzitter, vicevoorzitter en overige leden van het Adviescollege worden, op voordracht van het Nederlands Gebarencentrum, door Onze Minister benoemd, geschorst en ontslagen.

Artikel 10. Taken en bevoegdheden

  • 1 Het Adviescollege heeft tot taak Onze Minister te adviseren over het bevorderen van het gebruik van de Nederlandse Gebarentaal in de samenleving.

  • 2 Het Adviescollege doet dit in ieder geval door te adviseren over de uitvoering van het beleid als bedoeld in het artikel 3, alsmede over de behoeften en ontwikkelingen met betrekking tot de Nederlandse Gebarentaal in relatie tot deze wet.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 16 maart 2021

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.H. Ollongren

Uitgegeven de tweede april 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Naar boven