Besluit doorberekening kosten College van Toezicht

Geraadpleegd op 22-02-2024.
Geldend van 01-04-2021 t/m 30-06-2022

Besluit van 23 maart 2021, houdende regels met betrekking tot de bepaling van de bijdrage van elk van de collectieve beheersorganisaties en onafhankelijke beheersorganisaties aan de kosten van het College van Toezicht, bedoeld in de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (Besluit doorberekening kosten College van Toezicht)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 28 januari 2021, nr. 3194183, directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 12, derde lid, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 17 februari 2021, No. W16.21.0021/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 18 maart 2021, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 3238480;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 2. Partiële doorberekening geraamde kosten College van Toezicht

  • 1 Ter bepaling van de kosten die jaarlijks in rekening worden gebracht aan de collectieve beheersorganisaties en onafhankelijke beheersorganisaties op grond van artikel 12, tweede lid, van de wet, wordt uitgegaan van de voor het daaropvolgende jaar geraamde kosten van het College van Toezicht.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister in bijzondere omstandigheden de voor een bepaald jaar geraamde kosten in datzelfde jaar in rekening brengen.

Artikel 3. Bijdrage collectieve en onafhankelijke beheersorganisaties

  • 1 De hoogte van de jaarlijkse bijdrage van een onafhankelijke beheersorganisatie bedraagt 1% van de op grond van artikel 2 in rekening te brengen kosten.

  • 2 De op grond van artikel 2 in rekening te brengen kosten komen, onder aftrek van de bijdragen van de onafhankelijke beheersorganisaties als bedoeld in het eerste lid, voor rekening van de collectieve beheersorganisaties gezamenlijk, naar rato van het door hen geïnde bedrag aan vergoedingen.

  • 3 In aanvulling op het tweede lid wordt de hoogte van de jaarlijkse bijdrage van een collectieve beheersorganisatie bepaald door de volgende regels:

    • a. De jaarlijkse bijdrage van een collectieve beheersorganisatie bedraagt ten minste 1% en ten hoogste 33% van de op grond van artikel 2 in rekening te brengen kosten;

    • b. Toepassing van het onder a bepaalde brengt mee dat de op grond van het tweede lid bepaalde bijdragen van de overige collectieve beheersorganisaties worden gecorrigeerd naar rato van het door hen geïnde bedrag aan vergoedingen.

Artikel 4. Te gebruiken gegevens collectieve beheersorganisaties

  • 1 Onze Minister baseert het aan een collectieve beheersorganisatie in rekening te brengen bedrag op de bij Onze Minister laatst bekende gegevens met betrekking tot het geïnde bedrag aan vergoedingen van de desbetreffende collectieve beheersorganisatie zoals die door het College van Toezicht zijn verstrekt. Deze gegevens gaan niet verder terug dan twee jaar voor het jaar waarin de bijdrage van de collectieve beheersorganisatie wordt bepaald.

  • 2 Indien Onze Minister niet beschikt over de in het eerste lid bedoelde gegevens wordt het aan de collectieve beheersorganisatie in rekening te brengen bedrag bepaald op 1% van de op grond van artikel 2 in rekening te brengen kosten.

Artikel 5. Fusie en zuivere splitsing

  • 1 Indien Onze Minister de bijdrage die een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie is verschuldigd, niet langer bij hem in rekening kan brengen als gevolg van een fusie van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, brengt Onze Minister het bedrag in rekening bij de rechtspersoon die bij die fusie het vermogen van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie heeft verkregen.

  • 2 Indien Onze Minister de bijdrage die een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie is verschuldigd, niet langer bij hem in rekening kan brengen als gevolg van een zuivere splitsing van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie als bedoeld in artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, brengt Onze Minister het bedrag in rekening bij de rechtspersonen die bij die zuivere splitsing het vermogen van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie hebben verkregen.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad.

Artikel 7. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit doorberekening kosten College van Toezicht.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 23 maart 2021

Willem-Alexander

De Minister voor Rechtsbescherming,

S. Dekker

Uitgegeven de eenendertigste maart 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Naar boven