Subsidieregeling coronabanen in de zorg

[Regeling vervalt per 31-12-2022.]
Geldend van 04-09-2021 t/m heden

Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 17 februari 2021, kenmerk 1825509-218232-MEVA, houdende regels voor het subsidiëren van tijdelijk ondersteunende werknemers om de continuïteit van zorg tijdens de COVID-19 uitbraak te kunnen waarborgen (Subsidieregeling coronabanen in de zorg)

De Minister voor Medische Zorg,

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

  • 1 De minister kan op aanvraag aan een zorgaanbieder een subsidie verstrekken voor het tewerkstellen en begeleiden van werknemers via coronabanen om de continuïteit van zorg tijdens de COVID-19 uitbraak te kunnen waarborgen.

  • 3 De coronabanen die in aanmerking komen voor subsidie zijn:

    • a. coronabaan – gastheer of gastvrouw;

    • b. coronabaan – zorg-assistent of zorgbuddy;

    • c. coronabaan – ADL-ondersteuner;

    • d. coronabaan – welzijn-assistent;

    • e. coronabaan – ondersteuner zorgmedewerker; of

    • f. coronabaan – ondersteuner veiligheid.

  • 4 Geen subsidie wordt verstrekt voor:

    • a. de kosten van het tewerkstellen van werknemers die met de prestatiebeschrijving ‘meerkosten’ worden vergoed op grond van:

      • de Beleidsregel continuïteitsbijdrage en meerkosten in verband met de uitbraak van het SARS-CoV-2 virus;

      • de Beleidsregel SARS-CoV-2 virus extra kosten Wlz 2021;

      • de Beleidsregel SARS-CoV-2 virus doorlopende kosten Wlz 2021; of

      • de meerkostenregeling corona voor Jeugdwet en Wmo 2015;

    • b. de kosten van het tewerkstellen van werknemers die op grond van de Subsidieregeling opschaling curatieve zorg COVID-19 worden vergoed;

    • c. de kosten van het tewerkstellen en begeleiden van werknemers die op grond van het Kwaliteitsbudget Verpleeghuiszorg en de Transitiemiddelen Verpleeghuiszorg worden vergoed;

    • d. andere kosten met betrekking tot het aannemen van werknemers die van overheidswege worden vergoed; en

    • e. dezelfde werknemer waarvoor in periode 1 subsidie is verleend en in periode 2 een verzoek tot herziening van de subsidieverlening ten behoeve van de verlenging van de activiteiten in periode 1 is aangevraagd en daardoor de totale maximale subsidiabele periode van zes maanden wordt overschreden.

Artikel 4. Subsidievoorwaarden

  • 1 Subsidie wordt enkel verstrekt aan zorgaanbieders die op 1 januari 2021 in het handelsregister stonden ingeschreven met een hoofd- of nevenactiviteit met een SBI-code die in de Bijlage is opgenomen.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, kan subsidie worden verstrekt aan een zorgaanbieder indien uit de aanduiding waarmee de zorgaanbieder op 1 januari 2021 is ingeschreven in het handelsregister, naar het oordeel van de minister blijkt dat de zorgaanbieder een hoofd- of nevenactiviteit uitvoert die in de Bijlage is opgenomen.

  • 3 De activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, zijn in totaal voor maximaal zes maanden subsidiabel in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021.

  • 4 Subsidie voor periode 1 wordt uitsluitend verstrekt indien:

    • a. de werknemer vanaf 1 januari 2021 wordt ingezet bij de zorgaanbieder;

    • b. het contract voor minimaal twee en maximaal zes maanden wordt aangegaan; en

    • c. in het contract wordt vastgelegd dat de arbeidsduur in ieder geval gemiddeld 20 uur per week bedraagt.

  • 5 Subsidie voor periode 2 wordt uitsluitend verstrekt indien:

    • a. de werknemer vanaf 1 juli 2021 maar voor 1 oktober 2021 wordt ingezet bij de zorgaanbieder;

    • b. het contract voor minimaal twee en maximaal zes maanden wordt aangegaan; en

    • c. in het contract wordt vastgelegd dat de arbeidsduur in ieder geval gemiddeld 20 uur per week bedraagt.

  • 6 De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien het aantal personen dat coronabanen als bedoeld in artikel 3, derde lid, verricht en waarvoor de zorgaanbieder subsidie aanvraagt, het aantal werkzame personen bij de zorgaanbieder met meer dan 100% doet toenemen.

  • 7 In afwijking van het zesde lid kan een zorgaanbieder met maximaal 2 werkzame personen subsidie voor in totaal 3 coronabanen als bedoeld in artikel 3, derde lid, aanvragen.

Artikel 5. Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt:

    • a. voor periode 1 € 38.000.000; en

    • b. voor periode 2 € 56.258.000.

  • 2 De minister verdeelt het uit hoofde van de subsidieplafonds beschikbare bedragen:

    • a. in geval het subsidieplafond niet wordt uitgeput, conform de volledige subsidieaanvragen; of

    • b. in geval het subsidieplafond wel wordt uitgeput, evenredig over de ingediende volledige aanvragen.

  • 3 Een subsidieaanvraag is volledig indien het aanvraagformulier is ingevuld, is ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de aanvrager en de gevraagde documenten, bedoeld in artikel 6, vierde lid, zijn overgelegd.

Artikel 6. Aanvraag tot subsidieverlening

  • 1 De subsidieaanvraag ten behoeve van de activiteiten in periode 1 kan worden ingediend in de periode van 1 maart 2021, 09:00 uur tot en met 31 maart 2021, 17:00 uur.

  • 2 De subsidieaanvraag ten behoeve van de activiteiten in periode 2 en het verzoek tot herziening van de subsidieverlening ten behoeve van de verlenging van de activiteiten in periode 1 kunnen worden ingediend in de periode van 14 juni 2021, 09:00 uur tot en met 25 juni 2021, 17:00 uur.

  • 3 Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 4 Een aanvraag of een verzoek als bedoeld in het tweede lid gaat in ieder geval vergezeld van:

    • a. een opgave van:

      • het aantal werknemers per coronabaan, inclusief de kosten, bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid;

      • het gemiddeld aantal werkuren per werknemer per week overeenkomstig het contract;

      • het aantal werknemers dat een beroepsopleiding in de derde leerweg volgt als bedoeld in artikel 3, tweede lid; en

      • de periode waarin de werknemer wordt ingezet bij de zorgaanbieder;

    • b. een verklaring waarin de zorgaanbieder verklaart dat:

      • deze met de werknemer een contract aangaat voor minimaal twee en maximaal zes maanden;

      • deze de werknemer in periode 1 inzet op of na 1 januari 2021;

      • deze de werknemer in periode 2 inzet op of na 1 juli 2021 maar uiterlijk 1 oktober 2021;

      • de coronabanen niet reeds via andere bronnen als bedoeld in artikel 3, vierde lid, gefinancierd worden;

      • deze niet subsidie aanvraagt voor dezelfde werknemer in zowel periode 1 als periode 2 indien daarmee de totale maximale subsidiabele periode van zes maanden wordt overschreden; en

      • deze een zorgaanbieder is als bedoeld in artikel 1;

    • c. een opgave van het nummer waarmee de zorgaanbieder geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel waarmee tevens de AGB-code en WTZi-toelating wordt gecontroleerd;

    • d. een opgave van het SBI-nummer waarmee de zorgaanbieder geregistreerd is in het handelsregister;

    • e. een opgave van het aantal werkzame personen bij de zorgaanbieder op 1 januari 2021;

    • f. een volmacht ingeval door een ander dan een tekenbevoegde persoon subsidie wordt aangevraagd; en

    • g. een bankafschrift op naam van de aanvrager, dat niet ouder is dan drie maanden.

  • 5 De zorgaanbieder die een aanvraag of verzoek als bedoeld in het tweede lid indient, en niet beschikt over een AGB-code of WTZi-toelating als bedoeld in artikel 1, doet de aanvraag vergezeld gaan van een van de volgende documenten:

    • a. een betalingsbewijs of contract met financier; of

    • b. een schriftelijke verklaring van een derde waaruit blijkt dat de aanvrager een zorgaanbieder is.

  • 6 Door het indienen van een aanvraag stemt de zorgaanbieder ermee in dat in ieder geval de volgende gegevens uit het subsidiedossier openbaar gemaakt kunnen worden:

    • a. de naam en de vestigingsplaats van de subsidieaanvrager;

    • b. het aantal werknemers dat coronabanen vervult;

    • c. het verstrekte voorschot; en

    • d. de verleende en vastgestelde subsidie.

Artikel 7. Hoogte van de subsidie

  • 1 Het subsidiebedrag per werknemer bestaat uit:

    • a. de voor hem verschuldigde loonkosten, tot een maximum van 120% van het wettelijk minimumloon;

    • b. verschuldigde onregelmatigheidstoeslag, verschuldigde eindejaarsuitkering, verschuldigd vakantiegeld, verschuldigde pensioenafdrachten en sociale zekerheidslasten, in verband met de kosten, bedoeld onder a; en

    • c. maximaal 20% van de kosten, bedoeld onder a, voor de begeleiding.

  • 3 Het maximum subsidiebedrag voor een voltijds coronabaan van zes maanden bedraagt € 25.440.

  • 4 Het maximum subsidiebedrag per zorgaanbieder bedraagt € 4.000.000.

Artikel 8. Wijze van subsidieverstrekking

De minister verstrekt:

  • a. indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, een subsidie die ambtshalve wordt vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd;

  • b. indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, doch minder dan € 125.000 een subsidie waarbij op basis van een verklaring inzake werkelijke kosten wordt aangetoond dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen; of

  • c. indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, een subsidie waarbij wordt aangetoond dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen en waarbij tevens rekening en verantwoording wordt afgelegd in de jaarrekening omtrent de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende kosten en baten.

Artikel 9. Besluit tot subsidieverlening

  • 1 De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, en het verzoek, bedoeld in artikel 6, tweede lid, tot subsidieverlening.

  • 2 Het besluit tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval:

    • a. het aantal werknemers en coronabanen waarvoor subsidie wordt verleend;

    • b. de hoogte van het subsidiebedrag;

    • c. de wijze van verantwoording;

    • d. de wijze waarop kan worden aangetoond dat de activiteiten verricht zijn; en

    • e. de termijn waarbinnen de vaststelling van de subsidie moet worden aangevraagd.

  • 3 De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot van 100% dat in een keer wordt uitbetaald.

Artikel 10. Subsidieverplichtingen

Onverminderd hoofdstuk 5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is de subsidieontvanger verplicht:

  • a. de voor de sector van de zorgaanbieder betreffende cao van toepassing te verklaren; en

  • b. de werknemer in te schalen overeenkomstig de betreffende cao, bedoeld onder a, en de salarisschaal behorende bij de betreffende coronabaan.

Artikel 11. Subsidievaststelling subsidies tot € 25.000

  • 1 De minister kan een steekproef uitvoeren voorafgaand aan de vaststelling van subsidies als bedoeld in artikel 8, onder a.

  • 2 Indien een subsidieontvanger binnen de steekproef, bedoeld in het eerste lid, valt, toont hij op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.

  • 3 De minister besluit uiterlijk 3 juni 2022 ambtshalve over de vaststelling van de subsidie.

  • 4 De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Artikel 12. Subsidievaststelling subsidies van € 25.000 tot € 125.000

  • 1 Bij subsidies als bedoeld in artikel 8, onder b, dient de zorgaanbieder uiterlijk 3 juni 2022 een aanvraag in voor de vaststelling van de subsidie.

  • 2 Voor een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3 De zorgaanbieder toont aan de hand van een verklaring inzake werkelijke kosten aan dat de activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.

  • 4 De minister kan een steekproef uitvoeren voorafgaand aan de controle van de verklaring inzake werkelijke kosten, bedoeld in het derde lid.

  • 5 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

  • 6 De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Artikel 13. Subsidievaststelling subsidies vanaf € 125.000

  • 1 Bij subsidies als bedoeld in artikel 8, onder c, dient de zorgaanbieder uiterlijk 3 juni 2022 een aanvraag in voor de vaststelling van de subsidie.

  • 2 Voor een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3 De zorgaanbieder legt rekening en verantwoording af aan de hand van een bijlage bij de jaarrekening die vergezeld gaat van een verklaring van een accountant, overeenkomstig een door de minister vastgesteld en bekendgemaakt accountantsprotocol.

  • 4 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

  • 5 De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Artikel 14. Subsidievaststelling subsidies aan GGD

  • 2 De GGD vraagt uiterlijk op 15 juli 2022 de vaststelling van de subsidie aan door verantwoordingsinformatie aan de minister te verstrekken op de wijze bedoeld in het eerste lid.

  • 4 De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

  • 5 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 15. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 15a. Overgangsbepaling

De subsidieregeling, zoals deze luidde op 20 februari 2021, blijft van toepassing op subsidies die zijn verstrekt aan zorgaanbieders ten behoeve van activiteiten in periode 1.

Artikel 16. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2021. De regeling vervalt met ingang van 31 december 2022.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg,

T. van Ark

Bijlage lijst met SBI-codes

Op grond van artikel 4 wordt subsidie enkel verstrekt aan zorgaanbieders die op 1 januari 2021 in het handelsregister stonden ingeschreven, met een hoofd- of nevenactiviteit met de daarbij behorende SBI-code die voorkomt op onderstaande lijst.

Omschrijving activiteit

SBI-code

Ziekenhuizen en geestelijke gezondheids- en verslavingszorg met overnachting

86.10

Universitair medisch centra

86.10.1

Algemene ziekenhuizen

86.10.2

Categorale ziekenhuizen

86.10.3

Geestelijke gezondheids- en verslavingszorg met overnachting

86.10.4

Praktijken van huisartsen

86.21

Praktijken van medisch specialisten en medische dagbehandelcentra (geen tandheelkunde)

86.22

Praktijken van medisch specialisten en medische dagbehandelcentra (geen tandheelkunde en psychiatrie)

86.22.1

Praktijken van psychiaters en dagbehandelcentra voor geestelijke gezondheids- en verslavingszorg

86.22.2

Tandartspraktijken

86.23

Praktijken van tandartsen

86.23.1

Praktijken van tandheelkundig specialisten

86.23.2

Paramedische praktijken en overige gezondheidszorg zonder overnachting

869

Praktijken voor verloskundigen en paramedici

86.91

Praktijken van verloskundigen

86.91.1

Praktijken van fysiotherapeuten

86.91.2

Praktijken van psychotherapeuten, psychologen en pedagogen

86.91.3

Overige paramedische praktijken (geen fysiotherapie of psychologie) en alternatieve genezers

86.91.9

Gezondheidscentra

86.92.1

Arbobegeleiding en re-integratie

86.92.2

Preventieve gezondheidszorg (geen arbo begeleiding)

86.92.3

Medisch laboratoria, trombosediensten en overig behandeling ondersteunend onderzoek

86.92.4

Ambulancediensten en centrale posten

86.92.5

Samenwerkingsorganen op het gebied van gezondheidszorg en overige gezondheidszorgondersteunende diensten

86.92.9

Verpleeghuizen

87.10

Huizen en dagverblijven voor verstandelijke gehandicapten

87.20

Huizen en dagverblijven voor niet-verstandelijk gehandicapten en verzorgingshuizen

87.30

Huizen en dagverblijven voor niet-verstandelijk gehandicapten

87.30.1

Verzorgingshuizen

87.30.2

Jeugdzorg en maatschappelijke opvang met overnachting

87.90

Jeugdzorg met overnachting en dagverblijven voor jeugdzorg

87.90.1

Maatschappelijke opvang met overnachting

87.90.2

Maatschappelijke dienstverlening zonder overnachting gericht op ouderen en gehandicapten

88.10

Thuiszorg

88.10.1

Welzijnswerk voor ouderen

88.10.2

Ondersteuning en begeleiding van gehandicapten

88.10.3

Ambulante jeugdzorg, maatschappelijk werk en advies en lokaal welzijnswerk

88.99

Ambulante jeugdzorg

88.99.1

Maatschappelijk werk

88.99.2

Lokaal welzijnswerk

88.99.3

Overig maatschappelijk advies, gemeenschapshuizen en samenwerkingsorganen op het gebied van welzijn

88.99.9

Apotheken

47.73

Terug naar begin van de pagina