Beleidsregel tegemoetkoming amateursportorganisaties en verhuurders sportaccommodaties COVID-19

[Regeling vervalt per 31-12-2022.]
Geldend van 07-07-2021 t/m heden

Beleidsregel van de Minister voor Medische Zorg van 26 januari 2021,kenmerk 1812008-217025-S, tot tegemoetkoming in de schade geleden door amateursportorganisaties en tot tegemoetkoming in gederfde huurinkomsten van verhuurders van sportaccommodaties in verband met COVID-19 (Beleidsregel tegemoetkoming amateursportorganisaties en verhuurders sportaccommodaties COVID-19)

De Minister voor Medische Zorg,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepaling

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • amateursport: activiteiten op het gebied van sport die niet worden uitgeoefend in loondienst of als bezoldigde dienst, ongeacht of er een formele arbeidsovereenkomst is opgesteld tussen de sportbeoefenaar en de sportorganisatie;

  • amateursportorganisatie: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk die als doelstelling heeft amateursport voor lokale gebruikers aan te bieden;

  • bondsafdrachten: 25% van de afdrachten die de aanvrager in het betreffende boekjaar verschuldigd is aan een sportbond aangesloten bij NOC*NSF;

  • doorlopende lasten: de lasten voor gas, water, licht, belastingen en heffingen, hypotheek of andere kosten gerelateerd aan leningen, verzekeringen en onderhoud aan onroerend goed die direct betrekking hebben op het gebruik van de sportaccommodatie in beheer of eigendom van de amateursportorganisatie, niet zijnde huurverplichtingen;

  • gebruiksgebonden huur: de huur van een sportaccommodatie die verschuldigd is per uur of dagdeel dat de accommodatie wordt gebruikt;

  • huurinkomsten: inkomsten uit de verhuur van sportaccommodaties aan amateursportorganisaties, exclusief btw;

  • kantineresultaat: het totaal aan inkomsten uit verkoop minus de inkoopkosten van de sportkantine in eigendom of beheer van de aanvrager in het laatst afgesloten boekjaar, gedeeld door vier;

  • minister: Minister voor Medische Zorg;

  • niet-gebruiksgebonden huur: de huur van een sportaccommodatie die periodiek verschuldigd is, ongeacht de mate waarin de sportaccommodatie daadwerkelijk gebruikt wordt;

  • NOW: Derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid;

  • omzetverlies: verschil tussen het totaal van inkomsten uit de sportkantine, sponsoring, fondsenwervende activiteiten, entreegelden, overheidsbijdragen, begrote contributie en verhuur van de accommodatie van de amateursportorganisatie in de periode waarvoor een tegemoetkoming wordt aangevraagd en het totaal van deze inkomsten in dezelfde periode in het jaar 2019;

  • particuliere verhuurder: verhuurder, niet zijnde een gemeente of sportbedrijf, die een sportaccommodatie ter beschikking stelt aan een amateursportorganisatie en hiervoor een huursom ontvangt;

  • personeelskosten: de loonkosten voor personeel in dienst van de amateursportorganisatie en de inhuur van personeel;

  • Q1 2021: de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021;

  • Q2 2021: de periode van 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021;

  • Q4 2020: de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020;

  • SBI-code: code van de Standaard Bedrijfsindeling zoals gehanteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek waarmee de economische hoofd- of nevenactiviteiten van een bedrijf wordt weergegeven in het handelsregister;

  • sportaccommodatie: voorziening, bestemd en in gebruik voor activiteiten op het gebied van amateursport;

  • sportbedrijf: een aan een gemeente verbonden lichaam, zoals beschreven in de Beleidsregels inhoudende de beoordeling van aanvragen van gemeenten voor de Regeling specifieke uitkering stimulering sport;

  • Tozo: Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers;

  • TVL: Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19.

Hoofdstuk 2. Tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19: Q4 2020

Artikel 2.1. Verstrekking tegemoetkoming

  • 1 De minister kan op aanvraag een tegemoetkoming verstrekken aan een amateursportorganisatie die in Q4 2020 ten minste 10% omzetverlies heeft geleden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.

  • 2 Een amateursportorganisatie komt in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 2 indien de amateursportorganisatie:

    • a. een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;

    • b. geen winstoogmerk heeft; en

    • c. in het handelsregister staat ingeschreven met een SBI-code uit bijlage I.

  • 3 Een amateursportorganisatie komt slechts eenmaal in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 2.

  • 4 De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, indien de aanvrager voor de financiële schade, bedoeld in artikel 2.2, reeds een subsidie ontvangt op grond van de TVL, tenzij de tegemoetkoming uitsluitend betrekking heeft op personeelskosten die niet reeds geheel of gedeeltelijk op grond van de NOW of de Tozo zijn gecompenseerd.

Artikel 2.2. Financiële schade

  • 1 Voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, komt de financiële schade in aanmerking die de aanvrager als het gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19 in Q4 2020 heeft geleden.

  • 2 De financiële schade die de aanvrager in Q4 2020 heeft geleden, wordt vastgesteld op grond van:

    • a. de doorlopende lasten gerelateerd aan de sportaccommodatie in eigendom of beheer van de aanvrager;

    • b. de personeelskosten die niet reeds geheel of gedeeltelijk op grond van de NOW of de Tozo zijn gecompenseerd;

    • c. de bondsafdrachten van de aanvrager; en

    • d. het kantineresultaat van de aanvrager.

Artikel 2.3. Hoogte van de tegemoetkoming

De tegemoetkoming is afhankelijk van de financiële schade, bedoeld in artikel 2.2, van de aanvrager en bedraagt:

Financiële schade in Q4 2020

Tegemoetkoming (forfaitair)

€ 1.500 t/m € 5.000

€ 1.500

€ 5.001 t/m € 8.500

€ 3.000

€ 8.501 t/m € 12.000

€ 4.500

€ 12.001 t/m € 15.500

€ 6.000

€ 15.501 t/m € 19.000

€ 7.500

€ 19.001 t/m € 23.000

€ 9.000

€ 23.001 t/m € 27.500

€ 10.500

€ 27.501 en hoger

€ 12.500

Artikel 2.4. Het beschikbare bedrag en wijze van verdeling

  • 1 Het totaal beschikbare bedrag voor het verstrekken van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, bedraagt € 29.000.000.

  • 2 Indien het totaal aangevraagde bedrag het totaal beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, overschrijdt, wordt het totaal beschikbare bedrag naar rato verdeeld over de aanvragen die in de aanvraagperiode zijn ontvangen.

Artikel 2.5. De aanvraag

  • 1 Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2 De aanvraag voor een tegemoetkoming kan worden ingediend in de periode van 19 februari 2021 tot en met 5 april 2021.

Artikel 2.6. Verlening en uitbetaling

  • 1 De minister beslist binnen dertien weken na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, op een aanvraag voor een tegemoetkoming.

  • 2 De verlening van een tegemoetkoming kan in ieder geval worden geweigerd indien:

    • a. de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; of

    • b. een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet op behoorlijke wijze zal kunnen aantonen dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 2 van deze beleidsregel.

  • 3 De minister verleent bij het besluit, bedoeld in het eerste lid, een voorschot van 100% dat in één keer wordt uitbetaald.

Artikel 2.7. Vaststelling tegemoetkoming

  • 1 De minister kan een steekproef uitvoeren voor de vaststelling van de tegemoetkoming.

  • 2 Op verzoek van de minister toont de ontvanger van een tegemoetkoming na de verlening aan dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 2 van deze beleidsregel door het overleggen van:

    • a. een overzicht van de omzet van de amateursportorganisatie waaruit blijkt dat deze ten opzichte van de periode van 1 oktober 2019 tot en met 31 december 2019 een omzetverlies van ten minste 10% heeft geleden in Q4 2020;

    • b. de facturen of contracten op naam van de amateursportorganisatie voor haar doorlopende lasten of personeelskosten;

    • c. de factuur op naam van de amateursportorganisatie of een mededeling van de sportbond aan de amateursportorganisatie waarin de hoogte van de bondsafdracht is genoemd;

    • d. indien een factuur of contract, bedoeld in onderdeel b, of een factuur of mededeling, bedoeld in onderdeel c, meer dan € 1.000 bedraagt, een betalingsbewijs, waaruit blijkt dat de amateursportorganisatie de doorlopende lasten, personeelskosten of bondsafdracht heeft betaald;

    • e. de jaarrekening van het laatst afgesloten boekjaar;

    • f. een overzicht van de loonkosten; en

    • g. een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming of subsidie op grond van de TVL, de NOW en de Tozo.

  • 3 Indien de tegemoetkoming niet binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming uiterlijk na 1 augustus 2022 ambtshalve vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

  • 4 Indien de tegemoetkoming binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming binnen dertien weken na ontvangst van de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met g, vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

Artikel 2.8. Terugvordering

  • 1 De minister kan de verlening of vaststelling van de tegemoetkoming intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen indien:

    • a. de ontvanger van de tegemoetkoming onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere verleningsbeschikking zou hebben geleid; of

    • b. de verlening of vaststelling van de tegemoetkoming anderszins onjuist was en de aanvrager dit wist, dan wel behoorde te weten.

  • 2 De minister kan onverschuldigd betaalde bedragen aan tegemoetkoming terugvorderen.

Hoofdstuk 3. Tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties COVID-19: Q4 2020

Artikel 3.1. Verstrekking tegemoetkoming

  • 1 De minister kan op aanvraag een tegemoetkoming verstrekken aan een gemeente, sportbedrijf of particuliere verhuurder voor de in Q4 2020 gederfde huurinkomsten als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.

  • 2 Een gemeente, sportbedrijf of particuliere verhuurder komt slechts in aanmerking voor een tegemoetkoming indien de huurinkomsten als bedoeld in artikel 3.2, onder a en b, daadwerkelijk zijn kwijtgescholden aan een amateursportorganisatie.

  • 3 Een gemeente, sportbedrijf of particuliere verhuurder komt slechts eenmaal in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 3.

  • 4 De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid indien de aanvrager voor de in Q4 2020 gederfde huurinkomsten reeds een subsidie ontvangt op grond van de TVL.

Artikel 3.2. Gederfde huurinkomsten

De hoogte van de tegemoetkoming voor een gemeente, sportbedrijf of particuliere verhuurder is afhankelijk van de omvang van de gederfde huurinkomsten en bedraagt:

  • a. de totaal kwijtgescholden huurinkomsten voor gebruiksgebonden huur in Q4 2020; en

  • b. de totaal kwijtgescholden huurinkomsten voor niet-gebruiksgebonden huur, tot een maximum van 45% van de door de amateursportorganisatie verschuldigde huursom in Q4 2020.

Artikel 3.3. Het beschikbare bedrag en wijze van verdeling

  • 1 Het totaal beschikbare bedrag voor het verstrekken van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, bedraagt € 30.000.000.

  • 2 Indien het totaal aangevraagde bedrag het totaal beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, overschrijdt, wordt het totaal beschikbare bedrag naar rato verdeeld over de aanvragen die in de aanvraagperiode zijn ontvangen.

Artikel 3.4. De aanvraag

  • 1 Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2 De aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.1 kan worden ingediend in de periode van 9 maart 2021 tot en met 3 mei 2021.

  • 3 De aanvraag van een particuliere verhuurder gaat vergezeld van een overzicht van de door de aanvrager kwijtgescholden gebruiksgebonden en niet-gebruiksgebonden huur per amateursportorganisatie.

Artikel 3.5. Verlening en uitbetaling

  • 1 De minister beslist binnen dertien weken na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, op een aanvraag voor een tegemoetkoming.

  • 2 De verlening van een tegemoetkoming kan in ieder geval worden geweigerd indien:

    • a. de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; of

    • b. een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet op behoorlijke wijze zal kunnen aantonen dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 3 van deze beleidsregel.

  • 3 De minister verleent bij het besluit, bedoeld in het eerste lid, een voorschot van 100% dat in één keer wordt uitbetaald.

Artikel 3.6. Vaststelling tegemoetkoming tot € 100.000

  • 1 Indien de tegemoetkoming minder dan €100.000 bedraagt, kan de minister een steekproef uitvoeren voor de vaststelling van de tegemoetkoming.

  • 2 Op verzoek van de minister toont de ontvanger na de verlening aan dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 3 van deze beleidsregel door het overleggen van in ieder geval:

    • a. een overzicht van de kwijtgescholden huur per amateursportorganisatie in Q4 2020;

    • b. een mededeling van de gemeente, het sportbedrijf of de particuliere verhuurder aan de amateursportorganisaties dat de huur gedurende Q4 2020 is kwijtgescholden.

  • 3 Indien de tegemoetkoming niet binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming uiterlijk na 12 november 2022 ambtshalve vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

  • 4 Indien de tegemoetkoming binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming binnen dertien weken na ontvangst van de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onder a en b, vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

Artikel 3.7. Vaststelling tegemoetkoming vanaf € 100.000

  • 1 Indien de tegemoetkoming meer dan € 100.000 bedraagt, dient de ontvanger, om aan te tonen dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 3 van deze beleidsregel, in de periode van 6 september 2021 tot en met 24 oktober 2021 een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2 Voor de aanvraag tot vaststelling van de tegemoetkoming wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3 De aanvraag tot vaststelling gaat in ieder geval vergezeld van:

    • a. een overzicht van de kwijtgescholden huur per amateursportorganisatie in Q4 2020;

    • b. een mededeling van de gemeente, het sportbedrijf of de particuliere verhuurder aan de amateursportorganisaties dat de huur gedurende Q4 2020 is kwijtgescholden.

  • 4 De minister besluit binnen dertien weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 3.8. Terugvordering

  • 1 De minister kan de verlening of vaststelling van de tegemoetkoming intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen indien:

    • a. de ontvanger van de tegemoetkoming onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere verleningsbeschikking zou hebben geleid; of

    • b. de verlening of vaststelling van de tegemoetkoming anderszins onjuist was en de aanvrager dit wist, dan wel behoorde te weten.

  • 2 De minister kan onverschuldigd betaalde bedragen aan tegemoetkoming terugvorderen.

Hoofdstuk 4. Tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19: Q1 2021

Artikel 4.1. Verstrekking tegemoetkoming

  • 1 De minister kan op aanvraag een tegemoetkoming verstrekken aan een amateursportorganisatie die in Q1 2021 ten minste 10% omzetverlies heeft geleden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.

  • 2 Een amateursportorganisatie komt in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 indien de amateursportorganisatie:

    • a. een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;

    • b. geen winstoogmerk heeft; en

    • c. in het handelsregister staat ingeschreven met een SBI-code uit bijlage I.

  • 3 Een amateursportorganisatie komt slechts eenmaal in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4.

  • 4 De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, indien de aanvrager voor de financiële schade, bedoeld in artikel 4.2, reeds een subsidie ontvangt op grond van de TVL, tenzij de tegemoetkoming uitsluitend betrekking heeft op personeelskosten die niet reeds geheel of gedeeltelijk op grond van de NOW of de Tozo zijn gecompenseerd.

Artikel 4.2. Financiële schade

  • 1 Voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, komt de financiële schade in aanmerking die de aanvrager als het gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19 in Q1 2021 heeft geleden.

  • 2 De financiële schade die de aanvrager in Q1 2021 heeft geleden, wordt vastgesteld op grond van:

    • a. de doorlopende lasten gerelateerd aan de sportaccommodatie in eigendom of beheer van de aanvrager;

    • b. de personeelskosten die niet reeds geheel of gedeeltelijk op grond van de NOW of de Tozo zijn gecompenseerd;

    • c. de bondsafdrachten van de aanvrager; en

    • d. het kantineresultaat van de aanvrager.

Artikel 4.3. Hoogte van de tegemoetkoming

De tegemoetkoming is afhankelijk van de financiële schade, bedoeld in artikel 4.2, van de aanvrager en bedraagt:

Financiële schade in Q1 2021

Tegemoetkoming (forfaitair)

€ 1.000 t/m€ 3.000

€ 1.000

€ 3.001 t/m€ 5.000

€ 2.000

€ 5.001 t/m€ 8.500

€ 3.000

€ 8.501 t/m€ 12.000

€ 4.500

€ 12.001 t/m€ 15.500

€ 6.000

€ 15.501 t/m€ 19.000

€ 7.500

€ 19.001 t/m€ 23.000

€ 9.000

€ 23.001 t/m€ 27.000

€ 10.500

€ 27.001 t/m€ 32.000

€ 12.500

€ 32.001 t/m€ 37.000

€ 14.500

€ 37.001 t/m€ 42.000

€ 16.500

€ 42.001 t/m€ 48.000

€ 18.500

€ 48.001 t/m€ 54.000

€ 21.000

€ 54.001 en hoger

€ 24.000

Artikel 4.4. Het beschikbare bedrag en wijze van verdeling

  • 1 Het totaal beschikbare bedrag voor het verstrekken van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, bedraagt€ 40.000.000.

  • 2 Indien het totaal aangevraagde bedrag het totaal beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, overschrijdt, wordt het totaal beschikbare bedrag naar rato verdeeld over de aanvragen die in de aanvraagperiode zijn ontvangen.

Artikel 4.5. De aanvraag

  • 1 Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2 De aanvraag voor een tegemoetkoming kan worden ingediend in de periode van 17 mei 2021 tot en met 11 juli 2021.

Artikel 4.6. Verlening en uitbetaling

  • 1 De minister beslist binnen dertien weken na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 4.5, tweede lid, op een aanvraag voor een tegemoetkoming.

  • 2 De verlening van een tegemoetkoming kan in ieder geval worden geweigerd indien:

    • a. de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; of

    • b. een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet op behoorlijke wijze zal kunnen aantonen dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 4 van deze beleidsregel.

  • 3 De minister verleent bij het besluit, bedoeld in het eerste lid, een voorschot van 100% dat in één keer wordt uitbetaald.

Artikel 4.7. Vaststelling tegemoetkoming

  • 1 De minister kan een steekproef uitvoeren voor de vaststelling van de tegemoetkoming.

  • 2 Op verzoek van de minister toont de ontvanger van een tegemoetkoming na de verlening aan dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 4 van deze beleidsregel door het overleggen van:

    • a. een overzicht van de omzet van de amateursportorganisatie waaruit blijkt dat deze ten opzichte van de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 een omzetverlies van ten minste 10% heeft geleden in Q1 2021;

    • b. de facturen of contracten op naam van de amateursportorganisatie voor haar doorlopende lasten of personeelskosten;

    • c. de factuur op naam van de amateursportorganisatie of een schriftelijke mededeling van de sportbond aan de amateursportorganisatie waarin de hoogte van de bondsafdracht is genoemd;

    • d. indien een factuur of contract, bedoeld in onderdeel b, of een factuur of mededeling, bedoeld in onderdeel c, meer dan € 1.000 bedraagt, een betalingsbewijs, waaruit blijkt dat de amateursportorganisatie de doorlopende lasten, personeelskosten of bondsafdracht heeft betaald;

    • e. de jaarrekening van het laatst afgesloten boekjaar;

    • f. een overzicht van de loonkosten; en

    • g. een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming of subsidie op grond van de TVL, de NOW en de Tozo.

  • 3 Indien de tegemoetkoming niet binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming uiterlijk 25 juli 2022 ambtshalve vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

  • 4 Indien de tegemoetkoming binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming binnen dertien weken na ontvangst van de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met g, vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

Artikel 4.8. Intrekking, wijziging en terugvordering

  • 1 De minister kan de verlening of vaststelling van de tegemoetkoming intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen indien:

    • a. de ontvanger van de tegemoetkoming onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere verleningsbeschikking zou hebben geleid; of

    • b. de verlening of vaststelling van de tegemoetkoming anderszins onjuist was en de aanvrager dit wist, dan wel behoorde te weten.

  • 2 De minister kan onverschuldigd betaalde bedragen aan tegemoetkoming terugvorderen.

Hoofdstuk 5. Tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties COVID-19: Q1 2021

Artikel 5.1. Verstrekking tegemoetkoming

  • 1 De minister kan op aanvraag een tegemoetkoming verstrekken aan een gemeente, sportbedrijf of particuliere verhuurder voor de in Q1 2021 gederfde huurinkomsten als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.

  • 2 Een gemeente, sportbedrijf of particuliere verhuurder komt slechts in aanmerking voor een tegemoetkoming indien de huurinkomsten als bedoeld in artikel 5.2, onder a en b, daadwerkelijk zijn kwijtgescholden aan een amateursportorganisatie.

  • 3 Een gemeente, sportbedrijf of particuliere verhuurder komt slechts eenmaal in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 5.

  • 4 Indien een gemeente de huurinkomsten van een sportbedrijf of een particuliere verhuurder meeneemt in haar aanvraag, komt dit sportbedrijf of deze particuliere verhuurder voor diezelfde huurinkomsten niet in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van dit hoofdstuk.

  • 5 De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid indien de aanvrager voor de in Q1 2021 gederfde huurinkomsten reeds een subsidie ontvangt op grond van de TVL.

Artikel 5.2. Gederfde huurinkomsten

De hoogte van de tegemoetkoming voor een gemeente, sportbedrijf of particuliere verhuurder is afhankelijk van de omvang van de gederfde huurinkomsten en bedraagt:

  • a. de totaal kwijtgescholden huurinkomsten voor gebruiksgebonden huur in Q1 2021; en

  • b. de totaal kwijtgescholden huurinkomsten voor niet-gebruiksgebonden huur, tot een maximum van 75% van de door de amateursportorganisatie verschuldigde huursom in Q1 2021.

Artikel 5.3. Het beschikbare bedrag en wijze van verdeling

  • 1 Het totaal beschikbare bedrag voor het verstrekken van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, bedraagt € 50.000.000.

  • 2 Indien het totaal aangevraagde bedrag het totaal beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, overschrijdt, wordt het totaal beschikbare bedrag naar rato verdeeld over de aanvragen die in de aanvraagperiode zijn ontvangen.

Artikel 5.4. De aanvraag

  • 1 Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2 De aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5.1 kan worden ingediend in de periode van 17 mei 2021 tot en met 11 juli 2021.

  • 3 De aanvraag van een particuliere verhuurder gaat vergezeld van een overzicht van de door de aanvrager kwijtgescholden gebruiksgebonden en niet-gebruiksgebonden huur per amateursportorganisatie.

Artikel 5.5. Verlening en uitbetaling

  • 1 De minister beslist binnen dertien weken na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, op een aanvraag voor een tegemoetkoming.

  • 2 De verlening van een tegemoetkoming kan in ieder geval worden geweigerd indien:

    • a. de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; of

    • b. een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet op behoorlijke wijze zal kunnen aantonen dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 5 van deze beleidsregel.

  • 3 De minister verleent bij het besluit, bedoeld in het eerste lid, een voorschot van 100% dat in één keer wordt uitbetaald.

Artikel 5.6. Vaststelling tegemoetkoming tot € 100.000

  • 1 Indien de tegemoetkoming minder dan € 100.000 bedraagt, kan de minister een steekproef uitvoeren voor de vaststelling van de tegemoetkoming.

  • 2 Op verzoek van de minister toont de ontvanger na de verlening aan dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 5 van deze beleidsregel door het overleggen van in ieder geval:

    • a. een overzicht van de kwijtgescholden huur per amateursportorganisatie in Q1 2021;

    • b. een schriftelijke mededeling van de gemeente, het sportbedrijf of de particuliere verhuurder aan de amateursportorganisaties dat de huur gedurende Q1 2021 is kwijtgescholden.

  • 3 Indien de tegemoetkoming niet binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming uiterlijk 12 december 2022 ambtshalve vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

  • 4 Indien de tegemoetkoming binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming binnen dertien weken na ontvangst van de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onder a en b, vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

Artikel 5.7. Vaststelling tegemoetkoming vanaf € 100.000

  • 1 Indien de tegemoetkoming meer dan € 100.000 bedraagt, dient de ontvanger, om aan te tonen dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 5 van deze beleidsregel, in de periode van 15 november 2021 tot en met 19 december 2021 een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2 Voor de aanvraag tot vaststelling van de tegemoetkoming wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3 De aanvraag tot vaststelling gaat in ieder geval vergezeld van:

    • a. een overzicht van de kwijtgescholden huur per amateursportorganisatie in Q1 2021;

    • b. een mededeling van de gemeente, het sportbedrijf of de particuliere verhuurder aan de amateursportorganisaties dat de huur gedurende Q1 2021 is kwijtgescholden.

  • 4 De minister besluit binnen dertien weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 5.8. Intrekking, wijziging en terugvordering

  • 1 De minister kan de verlening of vaststelling van de tegemoetkoming intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen indien:

    • a. de ontvanger van de tegemoetkoming onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere verleningsbeschikking zou hebben geleid; of

    • b. de verlening of vaststelling van de tegemoetkoming anderszins onjuist was en de aanvrager dit wist, dan wel behoorde te weten.

  • 2 De minister kan onverschuldigd betaalde bedragen aan tegemoetkoming terugvorderen.

Hoofdstuk 6. Tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19: Q2 2021

Artikel 6.1. Verstrekking tegemoetkoming

  • 1 De minister kan op aanvraag een tegemoetkoming verstrekken aan een amateursportorganisatie die in Q2 2021 ten minste 10% omzetverlies heeft geleden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.

  • 2 Een amateursportorganisatie komt in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 6 indien de amateursportorganisatie:

    • a. een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;

    • b. geen winstoogmerk heeft; en

    • c. in het handelsregister staat ingeschreven met een SBI-code uit bijlage I.

  • 3 Een amateursportorganisatie komt slechts eenmaal in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 6.

  • 4 De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, indien de aanvrager voor de financiële schade, bedoeld in artikel 6.2, reeds een subsidie ontvangt op grond van de TVL, tenzij de tegemoetkoming uitsluitend betrekking heeft op personeelskosten die niet reeds geheel of gedeeltelijk op grond van de NOW of de Tozo zijn gecompenseerd.

Artikel 6.2. Financiële schade

  • 1 Voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, komt de financiële schade in aanmerking die de aanvrager als het gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19 in Q2 2021 heeft geleden.

  • 2 De financiële schade die de aanvrager in Q2 2021 heeft geleden, wordt vastgesteld op grond van:

    • a. de doorlopende lasten gerelateerd aan de sportaccommodatie in eigendom of beheer van de aanvrager;

    • b. de personeelskosten die niet reeds geheel of gedeeltelijk op grond van de NOW of de Tozo zijn gecompenseerd;

    • c. de bondsafdrachten van de aanvrager; en

    • d. het kantineresultaat van de aanvrager.

Artikel 6.3. Hoogte van de tegemoetkoming

De tegemoetkoming is afhankelijk van de financiële schade, bedoeld in artikel 6.2, van de aanvrager en bedraagt:

Financiële schade in Q2 2021

Tegemoetkoming (forfaitair)

€ 1.000 t/m € 3.000

€ 1.000

€ 3.001 t/m € 5.000

€ 2.000

€ 5.001 t/m € 8.500

€ 3.000

€ 8.501 t/m € 12.000

€ 4.500

€ 12.001 t/m € 15.500

€ 6.000

€ 15.501 t/m € 19.000

€ 7.500

€ 19.001 t/m € 23.000

€ 9.000

23.001 t/m € 27.000

€ 10.500

€ 27.001 t/m € 32.000

€ 12.500

€ 32.001 t/m € 37.000

€ 14.500

€ 37.001 t/m € 42.000

€ 16.500

€ 42.001 t/m € 48.000

€ 18.500

€ 48.001 t/m € 54.000

€ 21.000

€ 54.001 en hoger

€ 24.000

Artikel 6.4. Het beschikbare bedrag en wijze van verdeling

  • 1 Het totaal beschikbare bedrag voor het verstrekken van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, bedraagt € 30.000.000.

  • 2 Indien het totaal aangevraagde bedrag het totaal beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, overschrijdt, wordt het totaal beschikbare bedrag naar rato verdeeld over de aanvragen die in de aanvraagperiode zijn ontvangen.

Artikel 6.5. De aanvraag

  • 1 Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2 De aanvraag voor een tegemoetkoming kan worden ingediend in de periode van 26 juli 2021 tot en met 19 september 2021.

Artikel 6.6. Verlening en uitbetaling

  • 1 De minister beslist binnen dertien weken na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 6.5, tweede lid, op een aanvraag voor een tegemoetkoming.

  • 2 De verlening van een tegemoetkoming kan in ieder geval worden geweigerd indien:

    • a. de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; of

    • b. een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet op behoorlijke wijze zal kunnen aantonen dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 6 van deze beleidsregel.

  • 3 De minister verleent bij het besluit, bedoeld in het eerste lid, een voorschot van 100% dat in één keer wordt uitbetaald.

Artikel 6.7. Vaststelling tegemoetkoming

  • 1 De minister kan een steekproef uitvoeren voor de vaststelling van de tegemoetkoming.

  • 2 Op verzoek van de minister toont de ontvanger van een tegemoetkoming na de verlening aan dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 6 van deze beleidsregel door het overleggen van:

    • a. een overzicht van de omzet van de amateursportorganisatie waaruit blijkt dat deze ten opzichte van de periode van 1 april 2019 tot en met 30 juni 2019 een omzetverlies van ten minste 10% heeft geleden in Q2 2021;

    • b. de facturen of contracten op naam van de amateursportorganisatie voor haar doorlopende lasten of personeelskosten;

    • c. de factuur op naam van de amateursportorganisatie of een schriftelijke mededeling van de sportbond aan de amateursportorganisatie waarin de hoogte van de bondsafdracht is genoemd;

    • d. indien een factuur of contract, bedoeld in onderdeel b, of een factuur of mededeling, bedoeld in onderdeel c, meer dan € 1.000 bedraagt, een betalingsbewijs, waaruit blijkt dat de amateursportorganisatie de doorlopende lasten, personeelskosten of bondsafdracht heeft betaald;

    • e. de jaarrekening van het laatst afgesloten boekjaar;

    • f. een overzicht van de loonkosten; en

    • g. een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming of subsidie op grond van de TVL, de NOW en de Tozo.

  • 3 Indien de tegemoetkoming niet binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming uiterlijk 25 november 2022 ambtshalve vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

  • 4 Indien de tegemoetkoming binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming binnen dertien weken na ontvangst van de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met g, vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

Artikel 6.8. Intrekking, wijziging en terugvordering

  • 1 De minister kan de verlening of vaststelling van de tegemoetkoming intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen indien:

    • a. de ontvanger van de tegemoetkoming onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere verleningsbeschikking zou hebben geleid; of

    • b. de verlening of vaststelling van de tegemoetkoming anderszins onjuist was en de aanvrager dit wist, dan wel behoorde te weten.

  • 2 De minister kan onverschuldigd betaalde bedragen aan tegemoetkoming terugvorderen.

Hoofdstuk 7. Tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties COVID-19: Q2 2021

Artikel 7.1. Verstrekking tegemoetkoming

  • 1 De minister kan op aanvraag een tegemoetkoming verstrekken aan een gemeente, sportbedrijf of particuliere verhuurder voor de in Q2 2021 gederfde huurinkomsten als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.

  • 2 Een gemeente, sportbedrijf of particuliere verhuurder komt slechts in aanmerking voor een tegemoetkoming indien de huurinkomsten als bedoeld in artikel 7.2, onder a en b, daadwerkelijk zijn kwijtgescholden aan een amateursportorganisatie.

  • 3 Een gemeente, sportbedrijf of particuliere verhuurder komt slechts eenmaal in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 7.

  • 4 Indien een gemeente de huurinkomsten van een sportbedrijf of een particuliere verhuurder meeneemt in haar aanvraag, komt dit sportbedrijf of deze particuliere verhuurder voor diezelfde huurinkomsten niet in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van dit hoofdstuk.

  • 5 De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid indien de aanvrager voor de in Q2 2021 gederfde huurinkomsten reeds een subsidie ontvangt op grond van de TVL.

Artikel 7.2. Gederfde huurinkomsten

De hoogte van de tegemoetkoming voor een gemeente, sportbedrijf of particuliere verhuurder is afhankelijk van de omvang van de gederfde huurinkomsten en bedraagt:

  • a. de totaal kwijtgescholden huurinkomsten voor gebruiksgebonden huur in Q2 2021; en

  • b. de totaal kwijtgescholden huurinkomsten voor niet-gebruiksgebonden huur, tot een maximum van 45% van de door de amateursportorganisatie verschuldigde huursom in Q2 2021.

Artikel 7.3. Het beschikbare bedrag en wijze van verdeling

  • 1 Het totaal beschikbare bedrag voor het verstrekken van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, bedraagt € 30.000.000.

  • 2 Indien het totaal aangevraagde bedrag het totaal beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, overschrijdt, wordt het totaal beschikbare bedrag naar rato verdeeld over de aanvragen die in de aanvraagperiode zijn ontvangen.

Artikel 7.4. De aanvraag

  • 1 Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2 De aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 7.1 kan worden ingediend in de periode van 26 juli 2021 tot en met 19 september 2021.

  • 3 De aanvraag van een particuliere verhuurder gaat vergezeld van een overzicht van de door de aanvrager kwijtgescholden gebruiksgebonden en niet-gebruiksgebonden huur per amateursportorganisatie.

Artikel 7.5. Verlening en uitbetaling

  • 1 De minister beslist binnen dertien weken na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 7.4, tweede lid, op een aanvraag voor een tegemoetkoming.

  • 2 De verlening van een tegemoetkoming kan in ieder geval worden geweigerd indien:

    • a. de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; of

    • b. een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet op behoorlijke wijze zal kunnen aantonen dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 7 van deze beleidsregel.

  • 3 De minister verleent bij het besluit, bedoeld in het eerste lid, een voorschot van 100% dat in één keer wordt uitbetaald.

Artikel 7.6. Vaststelling tegemoetkoming tot € 100.000

  • 1 Indien de tegemoetkoming minder dan €100.000 bedraagt, kan de minister een steekproef uitvoeren voor de vaststelling van de tegemoetkoming.

  • 2

    • a. een overzicht van de kwijtgescholden huur per amateursportorganisatie in Q2 2021;

    • b. een schriftelijke mededeling van de gemeente, het sportbedrijf of de particuliere verhuurder aan de amateursportorganisaties dat de huur gedurende Q2 2021 is kwijtgescholden.

  • 3 Indien de tegemoetkoming niet binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming uiterlijk 31 december 2022 ambtshalve vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

  • 4 Indien de tegemoetkoming binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming binnen dertien weken na ontvangst van de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onder a en b, vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

Artikel 7.7. Vaststelling tegemoetkoming vanaf € 100.000

  • 1 Indien de tegemoetkoming meer dan € 100.000 bedraagt, dient de ontvanger, om aan te tonen dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 7 van deze beleidsregel, in de periode van 3 januari 2022 tot en met 30 januari 2022 een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2 Voor de aanvraag tot vaststelling van de tegemoetkoming wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3 De aanvraag tot vaststelling gaat in ieder geval vergezeld van:

    • a. een overzicht van de kwijtgescholden huur per amateursportorganisatie in Q2 2021;

    • b. een mededeling van de gemeente, het sportbedrijf of de particuliere verhuurder aan de amateursportorganisaties dat de huur gedurende Q2 2021 is kwijtgescholden.

  • 4 De minister besluit binnen dertien weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 7.8. Intrekking, wijziging en terugvordering

  • 1 De minister kan de verlening of vaststelling van de tegemoetkoming intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen indien:

    • a. de ontvanger van de tegemoetkoming onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere verleningsbeschikking zou hebben geleid; of

    • b. de verlening of vaststelling van de tegemoetkoming anderszins onjuist was en de aanvrager dit wist, dan wel behoorde te weten.

  • 2 De minister kan onverschuldigd betaalde bedragen aan tegemoetkoming terugvorderen.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 8.1. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 19 februari 2021 en vervalt met ingang van 31 december 2022.

Artikel 8.2. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel tegemoetkoming amateursportorganisaties en verhuurders sportaccommodaties COVID-19.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg,

T. van Ark

Bijlage behorende bij artikel 1.1. van de Beleidsregel tegemoetkoming amateursportorganisaties en verhuurders sportaccommodaties COVID-19: activiteiten met de daarbij behorende code van de standaard bedrijfsindeling (SBI-code)

SBI-code

Omschrijving activiteit

85.51

Sport- en recreatieonderwijs

85.51.9

Overig sport- en recreatieonderwijs

93.11

Sportaccommodaties

93.11.1

Zwembaden

93.11.2

Sporthallen, sportzalen en gymzalen

93.11.3

Sportvelden

93.11.9

Overige sportaccommodaties

93.12

Buitensport

93.12.1

Veldvoetbal

93.12.2

Veldsport in teamverband (geen voetbal)

93.12.3

Atletiek

93.12.4

Tennis

93.12.5

Paardensport en maneges

93.12.6

Wielersport

93.12.7

Auto- en motorsport

93.12.8

Wintersport

93.12.9

Overige buitensport

93.14

Binnensport

93.14.1

Individuele zaalsport

93.14.2

Zaalsport in teamverband

93.14.3

Kracht- en vechtsport

93.14.4

Bowlen, kegelen, biljarten e.d.

93.14.5

Denksport

93.14.9

Overige binnensport en omnisport

93.15

Watersport

93.15.1

Zwem- en onderwatersport

93.15.2

Roei-, kano-, zeil- en surfsport e.d.

93.19

Overige sportactiviteiten

93.19.2

Hengelsport

93.19.6

Overkoepelende organen en samenwerkings- en adviesorganen op het gebied van sport

93.19.9

Overige sportactiviteiten (rest)

Terug naar begin van de pagina