Beleidsregels catastrofebijdrage coronapandemie 2020 en 2021

[Regeling vervalt per 01-01-2026.]
Geldend van 01-01-2020 t/m 19-01-2021

Beleidsregels van de Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland van 17 december 2020 (kenmerk 2020046606), voor de afhandeling van verzoeken van zorgverzekeraars om een extra bijdrage in verband met de coronapandemie 2020 en 2021

De Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland,

gelet op artikel 33, vijfde lid, in samenhang met artikel 32, vijfde lid, en artikel 34, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet;

Besluit:

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze aanhef. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 1

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

Deze beleidsregels verstaan, in aanvulling op de Zorgverzekeringswet, het Besluit zorgverzekering en de Regeling zorgverzekering, onder:

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 2

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 In overeenstemming met artikel 6.6.5, tweede lid, van de Regeling zorgverzekering bestaan de coronakosten uit:

    • a. reguliere directe kosten voor COVID-zorg voor COVID-patiënten, welke kosten bepaald zijn met de declaratiecodes en de rekenregels die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze beleidsregels;

    • b. de toeslagen op reguliere tarieven in verband met verhoogde kosten als gevolg van de coronapandemie, welke kosten berekend zijn met de declaratiecodes voor de toeslagen die zijn opgenomen in bijlage 2 bij deze beleidsregels;

    • c. de indirecte meerkosten op grond van de prestatie meerkosten indien aan de volgende twee vereisten is voldaan:

      • de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder hebben voor die kosten een schriftelijke afspraak gemaakt, de kosten hebben alleen betrekking op de basisverzekering en de zorgverzekeraar heeft de kosten werkelijk betaald overeenkomstig die schriftelijke afspraak; en

      • de hoogte van de indirecte meerkosten is plausibel.

  • 2a Aan de plausibiliteitstoets is voldaan als ZN voor een sector afspraken heeft gemaakt over de vergoeding van de indirecte meerkosten (zogenaamde landelijke afspraken) en de NZa deze afspraken plausibel heeft gevonden, waarbij de NZa rekening kan houden met alle bijzondere omstandigheden als gevolg van de coronapandemie.

  • 2b Aan de plausibiliteitstoets is voldaan als ZN voor een sector afspraken heeft gemaakt over (aanvullende) specifieke vergoedingen van de indirecte meerkosten (zogenaamde landelijke afspraken) die achteraf vastgesteld worden, waarbij:

    • de NZa het door ZN uitgewerkte uniforme proces voor toekenning van deze vergoedingen adequaat vindt, én

    • de zorgverzekeraar kan aantonen, dat het vooraf door de NZa adequaat bevonden proces, bij de toekenning van de vergoedingen ook daadwerkelijk is gevolgd.

    De NZa kan bij de beoordeling of het proces adequaat is, rekening houden met alle bijzondere omstandigheden als gevolg van de coronapandemie.

  • 2c Indien een zorgverzekeraar de landelijke afspraken niet heeft gevolgd dan is de vergoeding alleen plausibel als de zorgverzekeraar aan de NZa kan aantonen dat deze vergoeding gebaseerd is op de werkelijke kosten.

  • 3 De in het eerste lid, onder a en b genoemde kosten worden op de voor de risicoverevening gebruikelijke manier toegerekend aan het jaar 2020 of 2021.

  • 4 De in het eerste lid, onder c genoemde kosten worden op basis van de schriftelijke afspraak tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder toegerekend aan het jaar 2020 of 2021.

  • 5 Het Zorginstituut zal tweemaal bezien of bijlage 1 en 2 met extra codes en rekenregels uitgebreid moet worden. Van een wijziging van de tabel wordt melding gemaakt in de Staatscourant. De gewijzigde tabel wordt gepubliceerd op de website van het Zorginstituut.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 3

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

In overeenstemming met artikel 6.6.5, derde lid, van de Regeling zorgverzekering komen de volgende kosten niet in aanmerking voor een catastrofebijdrage:

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 4

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

Het Zorginstituut kent een zorgverzekeraar op zijn verzoek een voorlopige catastrofebijdrage toe in verband met de verwachte catastrofeschadelast.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 5

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

De wijze van berekenen van de hoogte van de voorlopige catastrofebijdrage is bepaald in artikel 6.6.2 van de Regeling zorgverzekering.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 6

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 Een verzoek wordt bij het Zorginstituut ingediend met gebruikmaking van het daartoe vastgestelde formulier, zoals bekend gemaakt op de website van het Zorginstituut www.zorginstituutnederland.nl.

  • 2 Het verzoek wordt uiterlijk op 31 december 2021 ingediend.

  • 3 Indien het verzoek wordt ingediend na 31 december 2021 kent het Zorginstituut een lagere catastrofebijdrage toe, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de zorgverzekeraar in verzuim is geweest.

  • 4 De korting op de catastrofebijdrage bedraagt:

    • 10% indien het verzoek wordt ingediend op of na 1 januari 2022 maar voor 1 april 2022;

    • 25% indien het verzoek wordt ingediend op of na 1 april 2022 maar voor 1 juli 2022;

    • 50% indien het verzoek wordt ingediend op of na 1 juli 2022 maar voor 1 oktober 2022;

    • 75% indien het verzoek wordt ingediend op of na 1 oktober 2022 maar voor 1 januari 2023.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 7

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 Het verzoek bevat een schatting van de verwachte catastrofeschadelast van de zorgverzekeraar in verband met de coronapandemie.

  • 2 Bij het verzoek wordt een onderscheid gemaakt tussen:

    • a. reguliere directe kosten voor COVID-zorg voor COVID-patiënten;

    • b. toeslagen op reguliere tarieven in verband met verhoogde kosten als gevolg van de coronapandemie;

    • c. indirecte meerkosten op grond van de prestatie meerkosten.

  • 3 Bij het verzoek wordt tevens een onderscheid gemaakt tussen kosten voor het jaar 2020 en 2021.

  • 4 Het verzoek bevat een betaalschema dat is afgestemd op de verwachte betalingen van de zorgverzekeraar aan de zorgaanbieders.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 8

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 Het Zorginstituut beslist binnen acht weken nadat het volledig ingevulde formulier is ontvangen op het verzoek om een voorlopige catastrofebijdrage.

  • 2 Indien het Zorginstituut niet binnen acht weken op het verzoek kan beslissen, deelt het Zorginstituut dit binnen die termijn mee aan de zorgverzekeraar, onder vermelding van de termijn waarbinnen wel op het verzoek wordt beslist.

  • 3 In spoedeisende gevallen kent het Zorginstituut op verzoek van een zorgverzekeraar een voorschot toe.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 9

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

Bij het besluit tot toekenning van een voorlopige catastrofebijdrage neemt het Zorginstituut een betaalschema op, rekening houdend met het betaalschema van de zorgverzekeraar.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 10

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 2 Het Zorginstituut specificeert deze gegevens nader in het Handboek informatie Zorgverzekeringswet.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 11

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 Het Zorginstituut stelt de catastrofebijdrage definitief vast aan de hand van de werkelijke catastrofeschadelast.

  • 2 Het Zorginstituut houdt bij de vaststelling van de werkelijke catastrofeschadelast rekening met het deel van de reguliere directe kosten dat voor rekening van de verzekerden komt op grond van het verplicht eigen risico van verzekerden. Indien dit deel niet rechtstreeks uit de administratie van de zorgverzekeraar is te bepalen accepteert het Zorginstituut daarbij een bepaling van het verplicht eigen risico voor COVID-zorg zoals gespecificeerd in het derde lid.

  • 3 Een zorgverzekeraar kan het verplicht eigen risico voor COVID-zorg per verzekerde bepalen door eerst op het jaarlijks verplichte eigen risico van maximaal € 385 het verplichte eigen risico op basis van de kosten van de reguliere zorg van die verzekerde in mindering te brengen. Bij de kosten van de reguliere zorg blijven de kosten van de prestaties waarvoor geen verplicht eigen risico geldt buiten beschouwing. Als het maximum dan nog niet is bereikt, is het restant het verplicht eigen risico op de kosten voor COVID-zorg.

  • 5 Bij de vaststelling van de werkelijke catastrofeschadelast wordt gecontroleerd of er een assurance-rapport is van de accountant van de zorgverzekeraar over deze kosten conform het accountantsprotocol van de NZa daarover.

  • 6 Het Zorginstituut verwerkt bij de definitieve vaststelling de correcties van de NZa op de opgaven van zorgverzekeraars over de gerealiseerde coronakosten.

  • 7 Indien de NZa een deel van de in artikel 2, eerste lid, onder c bedoelde kosten niet geaccordeerd heeft, laat het Zorginstituut die kosten bij de definitieve vaststelling buiten beschouwing.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 12

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 Het Zorginstituut stelt uiterlijk op 1 april 2025 de catastrofebijdrage definitief vast aan de hand van de werkelijke catastrofeschadelast.

  • 2 Het Zorginstituut specificeert daarbij welk deel van de catastrofebijdrage is bestemd voor 2020 en 2021 aan de hand van de werkelijke catastrofeschadelast voor die jaren.

  • 4 De op grond van artikel 4 toegekende voorlopige catastrofebijdrage wordt verrekend met de definitieve catastrofebijdrage.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 13

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 Indien het verzoek, bedoeld in artikel 6 van deze beleidsregels, is ingediend op of na 1 januari 2022 stelt het Zorginstituut de definitieve catastrofebijdrage lager vast, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de zorgverzekeraar in verzuim is geweest.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 14

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 De zorgverzekeraar en het Zorginstituut zijn over en weer rente verschuldigd over het verschil tussen de toegekende voorlopige catastrofebijdrage en de definitieve catastrofebijdrage aan de hand van het betaalschema dat in de toekenningsbeschikking is opgenomen.

  • 2 De periode waarover rente berekend wordt, vangt aan op 1 januari 2022 en eindigt op de datum dat het Zorginstituut de catastrofebijdrage definitief vaststelt.

  • 3 Voor het rentepercentage gaat het Zorginstituut uit van het gemiddelde van de maandrentes van het Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) voor driemaands termijngelden zonder onderpand. Voor de laatste kalendermaand vóór de vaststelling gaat het Zorginstituut uit van de rente over de voorafgaande kalendermaand.

  • 4 Indien de situatie zich voordoet dat het in deze paragraaf bedoelde Euribortarief niet meer kan worden toegepast, zal een zoveel als mogelijk overeenkomstig tarief worden gehanteerd.

  • 5 De rente betreft een samengestelde rente en wordt op maandbasis berekend.

    Bij de berekening wordt een maand op 30 en een jaar op 360 dagen gesteld.

  • 6 De rente wordt bij de definitieve vaststelling van de catastrofebijdrage berekend en verrekend met de definitieve catastrofebijdrage.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 15

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 januari 2020. De beleidsregels vervallen met ingang van 1 januari 2026.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Artikel 16

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels catastrofebijdrage coronapandemie 2020 en 2021.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Voorzitter Raad van Bestuur

S. Wijma

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit regeling-sluiting. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Bijlage 1. overzicht van reguliere declaratiecodes en rekenregels

Terugwerkende kracht

Voor deze bijlage is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

kostenrubriek

code

declaratiecode

type declaratiecode

voorwaarden

periode

rekenregel

01 HUISARTSENZORG en MDZ

           

Bijzondere betalingen

503

         

Avond-, nacht- en weekenddiensten

504

12300, 12301, 12302

verrichtingcode

bij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 of corona cohortverpleging A0012

periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis

selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet en binnen de gespecificeerde ‘periode’ valt

Inschrijftarieven

505

         

Consulttarieven

506

12001, 12002, 12003, 12010, 12011, 13034

verrichtingcode

bij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 of corona cohortverpleging A0012

periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis

selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet en binnen de gespecificeerde ‘periode’ valt

12111, 12112, 12113, 12117, 12118

verrichtingcode

bij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 of corona cohortverpleging A0012 de verrichtingcode mag niet worden ingebracht als deze in de drie maanden voorafgaand aan de COVID-periode bij dezelfde patiënt is gedeclareerd

periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis

selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet en binnen de gespecificeerde ‘periode’ valt

Overige tarieven

507

12401

verrichtingcode

bij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 of corona cohortverpleging A0012

periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis

selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet en binnen de gespecificeerde ‘periode’ valt

Multidisciplinaire zorg

510

         

Resultaatbeloning en zorgvernieuwing huisartsen

515

31280, 31281, 31282

verrichtingcode

bij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 of corona cohortverpleging A0012 de verrichtingcode mag niet worden ingebracht als deze in de drie maanden voorafgaand aan de COVID-periode bij dezelfde patiënt is gedeclareerd

periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis

selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet en binnen de gespecificeerde ‘periode’ valt

Resultaatbeloning en zorgvernieuwing MDZ

516

         
             

06 MEDISCH SPECIALISTISCHE ZORG

           

Kosten specialisten mondziekten en kaakchirurgie

545

         

Overige kosten ziekenhuiszorg en curatieve zorg

610

         

Overige zorgproducten

611

         

Kosten addons – Dure geneesmiddelen

612.1

         

Kosten add-ons – IC

612.2

190129, 190130, 190131, 190132, 190133, 190156, 190157, 190158

verrichtingcode

bij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2

periode van opname tot en met ontslag uit ziekenhuis

selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet en binnen de gespecificeerde ‘periode’ valt

Integrale kosten van DBC-zorgproduct gereguleerde segment

613.1

14E006, 14E074, 14E083, 14E084, 14E094, 14E248, 14E256

declaratiecode

bij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2

periode van opname tot en met ontslag uit ziekenhuis

selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet en binnen de gespecificeerde ‘periode’ valt

14D729, 14D730, 14D731, 14D761, 14D762, 14D763, 14D764, 14D765, 14D766, 14D767, 14D768, 14D769, 14D770, 14D771, 14D772, 14D773, 14D774, 14D803, 14D838, 14E489, 14E490

declaratiecode

bij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2

periode tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis

selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet en binnen de gespecificeerde ‘periode’ valt

Integrale kosten DBC-zorgproduct vrije segment

615.1

15E758, 15E759, 15E760, 15E762, 15E867, 15E868, 15E869

declaratiecode

bij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2

periode van opname tot en met ontslag uit ziekenhuis alleen bij declaratiecodes 15E758, 15E759, 15E760 voor het leveren van COVID-zorg in (long)revalidatiecentra geldt als aanvullende periode: tot en met 7 dagen na ontslag uit het ziekenhuis

selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet en binnen de gespecificeerde ‘periode’ valt

Integrale kosten extramuraal werkende specialisten

619

         
             

07 PARAMEDISCHE ZORG

           

Kosten fysiotherapie

620

9363

DCSPH-code

geen aanvullende voorwaarden

 

‘declaratiecode’ opnemen

Kosten oefentherapie Mensendieck/Cesar

621

9363

DCSPH-code

geen aanvullende voorwaarden

 

‘declaratiecode’ opnemen

Kosten logopedie

623

9500

ICIDH-code

geen aanvullende voorwaarden

 

‘declaratiecode’ opnemen

Kosten ergotherapie

624

5020, 5021, 5022, 5023, 5024, 5025, 5026, 5027, 5028, 5029, 5030, 5031, 5032, 5033, 5034, 5035, 5036, 5037, 5038, 5039, 5040, 5041, 5042, 5043, 5044, 5045, 5046, 5047 65079, 65080, 65081, 65082, 65083, 65084, 65085, 65086, 65087, 65088, 65089, 65090, 65091, 65092, 65101, 65102, 65103, 65104, 65105, 65106, 65107, 65108, 65109, 65110, 65111, 65112, 65113, 65114

verrichtingcode

geen aanvullende voorwaarden

 

‘declaratiecode’ opnemen

Kosten dieetadvisering

625

6107, 6108, 6109, 6110, 6111, 6112, 6113, 6114, 6115, 6116, 6117, 6118, 6119, 6120, 6121, 6122, 6123, 6124, 6125, 6126, 6127, 6128 65093, 65094, 65095, 65096, 65097, 65098, 65099, 65100, 65115, 65116, 65117, 65118, 65119, 65120, 65121, 65122

verrichtingcode

geen aanvullende voorwaarden

 

‘declaratiecode’ opnemen

Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI)

626

         
             

08 HULPMIDDELENZORG

           

Hulpmiddelenzorg

640

2021, 2956, 24000, 031812, 031813, 04023700, 04023705, 15327612, 16231422

verrichtingcode

bij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 of corona cohortverpleging A0012

periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis

selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet en binnen de gespecificeerde ‘periode’ valt

             

11 GRZ, ELV EN GZSP

           

Geriatrische Revalidatiezorg (GRZ)

670

14E390, 14E394, 14E397, 14E479, 14E480, 14E481, 14E482, 14E483, 14E484, 14E485, 14E486, 14E487, 14E488, 14E520, 14E521, 14E525, 14E526, 14E527

Declaratiecode

bij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2

periode tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis

selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet en binnen de gespecificeerde ‘periode’ valt

Eerstelijnsverblijf (ELV)

671

A0012

verrichtingcode

geen aanvullende voorwaarden

 

’declaratiecode’ opnemen

Geneeskundige Zorg Specifieke Patiëntgroepen (GZSP)

672

         

Kostenrubriek: rubrieken zoals beschreven in kostenverzamelstaat en handboek

Code: code bijbehorend bij kostenrubriek

Declaratiecode: op te nemen codes

Type declaratiecode: geeft aan om welk type code het gaat (bijv.: DCSPH code / verrichtingcode / ICIDHcode)

Voorwaarden: voorwaarden die zijn gesteld bij de inbreng van de declaratiecode

Periode: periode waarbinnen declaratiecode mag worden toegepast

Rekenregel: toepassen van declaratiecode in combinatie met eventuele voorwaarde en/of periode

Voor gehele bijlage 1 geldt dat alleen basisverzekering zorg mag worden opgenomen

Gebruikte afkortingen:

ICD-10 = Internationale statistische classificatie van ziekten en met gezondheid verbandhoudende problemen – Tiende Revisie

U07.1 = COVID-19, virus geïdentificeerd

U07.2 = COVID-19, virus niet geïdentificeerd

Leesvoorbeeld

Een patiënt is in het ziekenhuis opgenomen geweest van 21 december tot en met 4 januari met hoofddiagnose ICD-10 U07.2.

Deze patiënt krijgt op 8 januari een POH-GGZ consult van langer dan 20 minuten bij de huisarts.

Dit is de eerste keer dat de patiënt een POH-GGZ consult ontvangt.

Bij declaratiegegevens van deze patiënt behoren de volgende details:

Verrichtingcode: 12111

Hoofddiagnose: ICD-10 U07.2

Periode opname t/m ontslag: 21 december t/m 4 januari

COVID-periode: 14 december t/m 11 januari

Is de verrichtingcode in de afgelopen drie maanden voorafgaand aan de COVID-periode bij dezelfde patiënt is gedeclareerd?: nee

Verrichtingcode 12111 betreft COVID-zorg en moet worden geselecteerd, aangezien de patiënt als hoofddiagnose ICD-10 U07.2 had, het consult heeft plaatsgevonden binnen de gestelde COVID-periode, de verrichtingcode in de bijlage 1 is opgenomen én in de afgelopen drie maanden voorafgaand aan de COVID-periode niet eerder is gedeclareerd.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze bijlage. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Bijlage 2. overzicht van declaratiecodes in verband met toeslagen in verband met verhoogde kosten als gevolg van de coronapandemie

Terugwerkende kracht

Voor deze bijlage is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
Werkelijk in rekening gebrachte individuele toeslagen ter dekking van meerkosten vanwege COVID

kostenrubriek

code

declaratiecode (= verrichtingcode)

type declaratie

TB Nza

voorwaarden

periode

rekenregel

01 HUISARTSENZORG en MDZ

             
 

801

11701

Moduletarief Incidentele compensatie meerkosten en omzetderving Coronacrisis

TB/REG-20622-04

eenmalig tarief per ingeschreven verzekerde, waarvan een fractie van 0,225 ten laste van de CR komt

1-4-2020 t/m 30-06-2020

selecteren als ‘declaratiecode’ binnen de gespecificeerde ‘periode’ van TB NZa valt, vermenigvuldigd met 0,225.

 

801

31180

Meerkosten coronalocatie overdag

TB/REG-20622-04

eenmalig tarief per ingeschreven verzekerde

 

’declaratiecode’ opnemen

               

04 MONDZORG

             
 

804

C88

Toeslag extra kosten SARS-CoV-2

TB/REG-20600-03

uitsluitend declaraties ten laste van de basisverzekering

1-8-2020 t/m 31-10-2020

selecteren als ‘declaratiecode’ binnen de ‘periode’ van TB NZa valt.

 

804

F902A

Toeslag extra kosten SARS-CoV-2, voor patiënten, niet vallend onder F902B en/of F902C

TB/REG-20601-02

uitsluitend declaraties ten laste van de basisverzekering

1-8-2020 t/m 31-10-2020

selecteren als ‘declaratiecode’ binnen de ‘periode’ van TB NZa valt.

 

804

F902B

Toeslag extra kosten SARS-CoV-2, voor patiënten met een in ernst met schisis vergelijkbare afwijking(en)

TB/REG-20601-02

uitsluitend declaraties ten laste van de basisverzekering

1-8-2020 t/m 31-10-2020

selecteren als ‘declaratiecode’ binnen de ‘periode’ van TB NZa valt.

 

804

F902C

Toeslag extra kosten SARS-CoV-2, voor patiënten met een cheilo-/gnatho-/palatoschisis

TB/REG-20601-02

uitsluitend declaraties ten laste van de basisverzekering

1-8-2020 t/m 31-10-2020

selecteren als ‘declaratiecode’ binnen de ‘periode’ van TB NZa valt.

Kostenrubriek: rubrieken zoals beschreven in kostenverzamelstaat en handboek van Zorginstituut Nederland

Code: code voor meerkosten Corona behorend bij kostenrubriek

Declaratiecode: op te nemen verrichtingcodes

Type declaratie: toelichting op declaratiecode

Voorwaarden: voorwaarden die zijn gesteld bij de inbreng van de declaratiecode

TB Nza: Prestatie- en tariefbeschikking van de NZa

Periode: periode waarbinnen declaratiecode mag worden toegepast

Rekenregel: toepassen van declaratiecode in combinatie met eventuele voorwaarde en/of periode

Voor gehele bijlage geldt dat alleen basisverzekering zorg mag worden opgenomen

Gebruikte afkortingen:

CR = Catastroferegeling

NZa = Nederlandse Zorgautoriteit

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2021, 1603, datum inwerkingtreding 20-01-2021, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze bijlage. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Terug naar begin van de pagina