Subsidieregeling coronabanen in het hoger onderwijs

[Regeling vervalt per 01-01-2023.]
Geraadpleegd op 04-12-2022.
Geldend van 24-02-2021 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 december 2020, 26379912, houdende regels voor subsidieverstrekking ten behoeve van tijdelijk ondersteunend personeel om de onderwijscontinuïteit in het hoger onderwijs tijdens de COVID-19-crisis te kunnen waarborgen (Subsidieregeling coronabanen in het hoger onderwijs)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister kan subsidie verstrekken aan een instelling voor een tegemoetkoming in de kosten van het inzetten van tijdelijk ondersteunend personeel om de continuïteit van het onderwijs tijdens de COVID-19-crisis te kunnen waarborgen.

  • 2 Subsidiabel zijn de kosten verbonden aan voor het invullen van ondersteunende functies, waaronder in ieder geval:

    • a. surveillanten en begeleiders, bijvoorbeeld voor toetsing van studenten;

    • b. helpdesk- en servicemedewerkers;

    • c. student-assistenten voor begeleiding bij practica;

    • d. ICT-ondersteuning bij online onderwijs, ondersteuning bij handhaving van de maatregelen ten behoeve van de bestrijding van COVID-19 op de campus, bij het anders inrichten van ruimten waaronder practicaruimten op de campus of bij communicatie- en roosterwerkzaamheden en bij andere werkzaamheden waarbij door de coronacrisis extra inspanningen nodig zijn; of

    • e. overige functies ter ondersteuning van het onderwijs en onderzoek.

  • 3 Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:

    • a. de verbetering van primaire arbeidsvoorwaarden van bestaand personeel;

    • b. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage; of

    • c. activiteiten waarvoor ook uit andere hoofde aanspraak op subsidie bestaat.

Artikel 5. Subsidieaanvraag

  • 1 Een aanvraag kan worden ingediend van 1 februari 2021 tot en met 28 februari 2021.

  • 2 Aanvragen ingediend na 28 februari 2021 worden afgewezen.

  • 3 In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling bevat de aanvraag:

    • a. een beschrijving van de noodzaak voor extra tijdelijke personele inzet en een beschrijving van de daarmee verbonden werkzaamheden;

    • b. de hoogte van de aangevraagde middelen en een geschatte verdeling van de aangevraagde middelen in percentages naar de ondersteunende functies als genoemd in artikel 3, tweede lid, waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en

    • c. de contactgegevens van de persoon die gedurende de looptijd van de subsidie fungeert als aanspreekpunt.

  • 4 De aanvraag geschiedt met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier dat daartoe via de website van DUS-I beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 6. Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in het kalenderjaar 2021 in totaal een bedrag beschikbaar van € 19,4 miljoen.

Artikel 7. Wijze van verdeling beschikbare middelen

Het maximale subsidiebedrag dat per instelling kan worden verstrekt is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 8. Subsidieverplichtingen

  • 1 De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor zij wordt verstrekt met dien verstande dat:

    • a. voor subsidies tot € 125.000 het niet aangewende deel van de subsidie kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt; en

    • b. voor subsidies van € 125.000 of meer de subsidie uitsluitend wordt besteed aan de activiteiten waarvoor zij worden verstrekt.

  • 2 De activiteiten kunnen worden verricht van 1 januari tot en met 30 juni 2021 en zijn van toepassing op functies die per 1 januari 2021 open zijn gesteld.

Artikel 9. Verantwoording

  • 1 De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving over het jaar 2021 overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving met dien verstande dat:

    • a. bij subsidie tot € 125.000 de verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving en in model G, onderdeel 1; de subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan; en

    • b. bij subsidie van € 125.000 of meer de verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving en in model G, onderdeel 2; de vaststelling vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over het verslag jaar 2021.

  • 2 De instelling toont op verzoek van de Minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

Artikel 10. Vaststelling, betaling en besteding subsidie

  • 1 De subsidie wordt uiterlijk op 31 december 2022 vastgesteld.

  • 2 De minister betaalt het subsidiebedrag ineens uit als voorschot.

  • 4 De subsidie kan worden besteed van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021.

Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2020, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2021.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2023.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling coronabanen in het hoger onderwijs.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

I.K. van Engelshoven

Bijlage 1. behorende bij artikel 7 van de Subsidieregeling coronabanen in het hoger onderwijs

Naam instelling

Maximum bedrag per instelling

Protestantse Theologische Universiteit

€ 16.598

Universiteit Leiden

€ 702.536

Rijksuniversiteit Groningen

€ 762.711

Universiteit Utrecht

€ 947.117

Erasmus Universiteit Rotterdam

€ 566.646

Technische Universiteit Delft

€ 826.113

Technische Universiteit Eindhoven

€ 440.095

Universiteit Twente

€ 413.595

Wageningen University

€ 422.223

Universiteit Maastricht

€ 487.311

Universiteit van Amsterdam

€ 847.982

Vrije Universiteit Amsterdam

€ 655.187

Radboud Universiteit Nijmegen

€ 596.759

Tilburg University

€ 261.085

Theologische Universiteit Apeldoorn

€ 16.167

Open Universiteit

€ 88.876

Universiteit voor Humanistiek

€ 16.167

Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerk (Vrijg) in Nederland

€ 16.167

Katholieke PABO Zwolle

€ 21.145

Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

€ 156.879

Christelijke Hogeschool Windesheim

€ 548.225

Gerrit Rietveld Academie

€ 44.241

Hotelschool The Hague

€ 69.295

Design Academy Eindhoven

€ 27.725

Avans Hogeschool

€ 772.229

Pedagogische Hogeschool De Kempel

€ 22.309

Iselinge Hogeschool

€ 16.167

Marnix Academie

€ 38.475

Codarts, Hogeschool voor de Kunsten

€ 78.215

Driestar educatief

€ 33.825

HAS Hogeschool

€ 116.579

HZ University of Applied Sciences

€ 131.483

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

€ 206.516

Hogeschool Leiden

€ 263.527

Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar

€ 27.949

Breda University of Applied Sciences

€ 165.384

Stichting Hogeschool Viaa

€ 40.795

Hogeschool Rotterdam

€ 862.222

Saxion Hogeschool

€ 606.485

Hogeschool der Kunsten Den Haag

€ 106.453

Christelijke Hogeschool Ede

€ 103.117

Hanzehogeschool Groningen

€ 708.178

Hogeschool Utrecht

€ 765.845

Zuyd Hogeschool

€ 413.121

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

€ 808.912

ArtEZ

€ 171.720

Hogeschool INHOLLAND

€ 614.098

De Haagse Hogeschool

€ 548.294

Hogeschool van Amsterdam

€ 1.001.714

Fontys Hogescholen

€ 1.054.406

Hogeschool Van Hall Larenstein

€ 131.789

Aeres Hogeschool

€ 105.306

Hogeschool Thomas More

€ 16.167

NHL Stenden Hogeschool

€ 517.875

Totaal

€ 19.400.000

Naar boven