Subsidieregeling proefprojecten ANWkb

[Regeling vervalt per 01-07-2022.]
Geldend van 18-08-2021 t/m heden

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 december 2020, nr. 2020-0000744465, houdende regels voor de subsidiëring van proefprojecten in het kader van de voorbereiding op de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Subsidieregeling proefprojecten ANWkb)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • ambassadeursgemeente: gemeente waarmee de minister heeft afgesproken dat daar proefprojecten worden uitgevoerd;

  • ambassadeursnetwerk: netwerk van partijen die proefprojecten uitvoeren, waartoe in ieder geval ambassadeursgemeenten, kwaliteitsborgers en aannemers behoren;

  • Kaderbesluit: Kaderbesluit BZK-subsidies;

  • kwaliteitsborger: kwaliteitsborger als bedoeld in artikel 7aa, onder d, van de Woningwet zoals deze komt te luiden na inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Stb. 2019, 382);

  • minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • proefproject: bouwproject dat door partijen binnen een ambassadeursnetwerk wordt uitgevoerd op de wijze beschreven bij of krachtens de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Stb. 2019, 382);

  • projectplan: rapport over een proefproject, opgesteld door de bij dat proefproject betrokken partijen, waarin staat wat er gebouwd zal worden, welke partijen hierbij betrokken zijn, en wat de planning is voor de bouw.

Artikel 2. Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel dat proefprojecten worden gedaan waardoor:

  • a. sprake is van leereffecten, bijstelling van voorwaarden en uiteindelijk het beeld dat er geen onoverkomelijke knelpunten meer zijn om de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking te laten treden; en

  • b. sprake is van een inslijtend patroon van samenwerking in het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen tussen de gemeente en de andere bij de proefprojecten betrokken partijen.

Artikel 3. Staatssteun

Een subsidie als bedoeld in deze paragraaf kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door de de-minimisverordening.

Hoofdstuk 2. De subsidieverlening

Artikel 4. Aanvraag van de subsidie

  • 1 De minister kan op aanvraag van een kwaliteitsborger subsidie verlenen voor de kosten die de kwaliteitsborger aan een proefproject besteedt, als bedoeld in artikel 7.

  • 2 Een aanvraag bevat:

    • a. het projectplan van het proefproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en

    • b. een verklaring waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager voor activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet meer steun ontvangt dan is toegestaan op basis van de de-minimisverordening.

Artikel 5. Aanvraagperiode en wijze van indienen

  • 1 Een aanvraag voor een subsidie kan worden ingediend met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 maart 2022.

  • 2 Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister in ieder geval beschikbaar is gesteld op de website van de stichting Instituut voor Bouwkwaliteit.

Artikel 6. Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt € 900.000.

  • 2 De minister verleent aan kwaliteitsborgers binnen ieder ambassadeursnetwerk op grond van deze regeling op volgorde van binnenkomst subsidie voor tien proefprojecten.

  • 3 In afwijking van het tweede lid kan de minister voor meer dan tien proefprojecten in een ambassadeursnetwerk subsidie verlenen, indien voor eerdere proefprojecten niet het maximumbedrag aan subsidie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, is verleend, of de verwachting is dat in andere ambassadeursnetwerken voor minder dan tien proefprojecten subsidie zal worden verleend.

Artikel 7. Hoogte van de subsidie en subsidiabele kosten

  • 1 De subsidie per proefproject bedraagt de totale kosten van de kwaliteitsborger tot een maximum van € 5.000.

  • 2 De totale kosten van de kwaliteitsborger bedragen het uurtarief vermenigvuldigd met de begrote uren die een kwaliteitsborger aan een proefproject besteedt en die hij niet op een andere wijze vergoed krijgt.

  • 3 Het uurtarief, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend op basis van de integrale kosten.

  • 4 De minister kan, in afwijking van het eerste lid, besluiten één subsidie vast te stellen op het resterende bedrag totdat het subsidieplafond wordt bereikt, bij het vaststellen van een subsidie op grond van artikel 6, derde lid.

Artikel 8. Subsidieverplichtingen

De subsidieontvanger is verplicht:

  • a. diens activiteiten zoals beschreven in het projectplan, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a, uit te voeren;

  • b. deel te nemen aan de periodieke rapportages die binnen het ambassadeursnetwerk worden gedaan; en

  • c. de in het kader van de subsidieverlening gevoerde administratie te bewaren tot tien belastingjaren na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 9. Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indiende kwaliteitsborger bij een ander proefproject niet heeft voldaan aan de subsidieverplichtingen uit artikel 8, behalve in het geval bedoeld in artikel 11.

Artikel 11. Intrekking van de subsidie

Wanneer redelijkerwijs niet van de subsidieontvanger gevergd kan worden dat deze voldoet aan diens verplichting in artikel 8, onderdeel a, kan de minister besluiten de verleende subsidie niet of ten dele in te trekken, indien deze al kosten heeft gemaakt voor het proefproject en de voortgang van dat proefproject significant heeft bijdragen aan de doelen, bedoeld in artikel 2.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 12. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie ervan in de Staatscourant en vervalt op 1 juli 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verleend.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.H. Ollongren

Terug naar begin van de pagina