Beleidsregels controle informatieverstrekkingen uit het kentekenregister

Geldend van 11-12-2020 t/m heden

Beleidsregels controle informatieverstrekkingen uit het kentekenregister

Algemeen deel

Hoofdstuk 1. – Toelichting op controle inzake informatieverstrekkingen uit het kentekenregister

1.1. Toelichting

Dit is het algemeen deel met betrekking tot controle en toezicht inzake informatieverstrekkingen uit het kentekenregister (hierna: het toezichtbeleid). Dit toezichtbeleid is onderdeel van het verstrekkingenbeleid van de RDW.

Het kentekenregister kent gevoelige en niet-gevoelige gegevens. Niet-gevoelige gegevens zijn voor een ieder te raadplegen, onder andere op www.rdw.nl en via open data. Gevoelige gegevens zijn geclassificeerd in persoonsgegevens, fraudegevoelige gegevens en concurrentiegevoelige gegevens, zoals vastgelegd in de Beleidsregel gevoelige gegevens kentekenregister. Gevoelige gegevens worden slechts aan bepaalde ontvangers voor een bepaalde doelbinding verstrekt. Deze ontvangers dienen zorgvuldig met gevoelige gegevens om te gaan. De RDW houdt hier toezicht op. Hoe en waarom de RDW toezicht houdt op de informatieverstrekking, is vastgelegd in dit document.

1.2. Indeling

Het algemeen deel van het toezichtbeleid bevat algemene informatie voor iedere ontvanger. De bijlagen bevatten specifieke informatie voor bepaalde categorieën ontvangers. Voor een ontvanger geldt dus zowel het algemene deel als de bijlage die voor hem van toepassing is.

1.4. Categorieën ontvangers

De RDW onderscheidt de volgende categorieën ontvangers van gevoelige gegevens uit het kentekenregister:

  • Overheidsorganen

    • bestuursorganen; aangewezen overheidsorganen; buitenlandse autoriteiten1 (binnen en buiten EU);

  • Beroepsbeoefenaren

    • Categoraal aangewezen

    • Individueel aangewezen;

  • Informatieproviders;

  • Overige Belanghebbenden bij gevoelige gegevens (niet zijnde persoonsgegevens).

Hoofdstuk 2. – Positie van de RDW

2.1. Basis van controle op gebruik van gegevens

De RDW voert controles uit op het gebruik van gegevens uit het kentekenregister op basis van artikel 45a van de Wegenverkeerswet 1994, het Kentekenreglement en de Regeling Gegevensverstrekking Kentekenregister 2008.

De RDW heeft op basis van artikel 45a van de Wegenverkeerswet 1994 ambtenaren, die werkzaam zijn bij de divisie Registratie & Informatie en die zijn belast met het opstellen en uitvoeren van het verstrekkingenbeleid, aangewezen als toezichthouder gebruik gegevens kentekenregister.

2.2. Wijze van toezicht houden

De RDW houdt toezicht door middel van administratieve controles. De vorm van het toezicht hangt af van de categorie ontvanger. Per categorie ontvanger staat in de bijlage op welke wijze de RDW toezicht houdt.

2.3. Soorten controles

De RDW kent de volgende vormen van controle:

  • Basistoets;

  • Controle doelbinding vooraf;

  • Deelwaarneming;

  • Accountantsverklaring;

  • Meldingen

2.3.1. Basistoets

Bij een basistoets toetst de RDW vooraf de identiteit van de ontvanger. Indien de basistoets positief beantwoord is dan is verstrekking mogelijk.

2.3.2. Controle doelbinding vooraf

De RDW kan vooraf aan de ontvanger verzoeken de doelbinding te verklaren alvorens tot verstrekking wordt overgegaan.

2.3.3. Deelwaarneming

Bij een deelwaarneming vraagt de RDW de ontvanger aan te tonen voor welke doelbinding de gevoelige gegevens zijn bevraagd. De rechtmatigheid van bevragingen wordt vervolgens door de RDW getoetst. Er wordt gecontroleerd of deze gegevens voor de juiste doelbinding zijn bevraagd.

2.3.4. Accountantsverklaring

Een ontvanger kan jaarlijks verzocht worden een accountantsverklaring aan te leveren bij de RDW. Middels deze accountantsverklaring wordt zowel de identiteit van de ontvangers getoetst, als de rechtmatigheid van de opgevraagde gegevens.

2.3.5. Meldingen

De RDW kan ook meldingen of klachten ontvangen van burgers die aanleiding geven tot nader onderzoek bij een ontvanger. Op basis van de melding en de soort ontvanger zal de RDW bepalen welke vorm van onderzoek wordt uitgevoerd.

Hoofdstuk 3. – Positie van de ontvanger

De in hoofdstuk 1, paragraaf 1.4 beschreven categorieën van ontvangers hebben de mogelijkheid om gevoelige gegevens uit het kentekenregister te ontvangen op basis van het verstrekkingenbeleid. Per ontvanger kan verschillen welke gegevens en voor welke doelbinding de betreffende ontvanger gegevens mag ontvangen. Dit brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. De RDW vertrouwt er op dat op juiste wijze gebruik wordt gemaakt van de gevoelige gegevens en dat de verplichtingen uit de regelgeving worden nageleefd. De RDW houdt toezicht op de correcte naleving van de verplichtingen en voorschriften die uit de wet- en regelgeving voortvloeien. De hierna genoemde verplichtingen voor ontvangers zijn rand voorwaardelijk voor het uitvoeren van controles door de RDW.

3.1. Algemene verplichtingen voor ontvangers van gevoelige gegevens

Het ontvangen van gevoelige gegevens uit het kentekenregister brengt verplichtingen met zich mee. In dit hoofdstuk staat aan welke algemene verplichtingen ontvangers moeten voldoen. In de bijlagen staat welke verplichtingen gelden per categorie van ontvangers.

3.1.1. Meewerken aan het toezicht inzake informatieverstrekkingen

Iedere ontvanger en diens medewerkers moeten alle medewerking verlenen aan de uitoefening van het toezicht inzake informatieverstrekkingen uit het kentekenregister door de RDW. Het niet meewerken aan toezicht, of het niet voldoen aan de gestelde vereisten, leidt tot een sanctie. Iedere vorm van agressie, discriminatie, intimidatie of dreiging daarmee, ongeacht in welke vorm deze wordt geuit tegen een RDW-medewerker geldt als een overtreding op grond waarvan de verstrekking van gegevens uit het kentekenregister stopgezet kan worden. Ook kan dit aanleiding zijn om aangifte te doen.

Indien de ontvanger niet tijdig reageert op een informatieverzoek of anderszins onvoldoende meewerkt aan het houden van toezicht zoals in deze beleidsregels is omschreven, kan de RDW besluiten om de gegevensverstrekking op te schorten totdat er sprake is van voldoende medewerking.

3.1.2. Documentatie

Iedere ontvanger dient te beschikken over documentatie waarmee de ontvanger kan aantonen dat deze gerechtigd was gevoelige gegevens uit het kentekenregister te bevragen.

3.1.3. Instrueren van personeel

Voor het rechtmatig gebruik om gevoelige gegevens op te vragen uit het kentekenregister, is het van groot belang dat een ontvanger zijn personeel voldoende instrueert. De gevolgen van het niet (voldoende) instrueren van personeel komen voor rekening en risico van de ontvanger. Deze gevolgen kunnen leiden tot een sanctie. De verantwoordelijkheid voor bevragingen die worden uitgevoerd door personeel ligt bij de ontvanger.

3.1.4. Financiële verplichtingen

Voor de ontvangst van gevoelige gegevens wordt een tarief geheven. Dit tarief is afhankelijk van welke gegevens bevraagd worden, de categorie ontvanger en de wijze van levering. Het vastgestelde tarief in De Regeling tarieven Dienst Wegverkeer wordt – na goedkeuring door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat – jaarlijks gepubliceerd in de Staatscourant. Indien een ontvanger niet aan zijn financiële verplichtingen voldoet, kan de RDW de gegevensverstrekking opschorten tot alle openstaande financiële verplichtingen zijn voldaan.

3.2. Uitbesteding werkzaamheden aan derden

Een ontvanger kan werkzaamheden waarbij gevoelige gegevens uit het kentekenregister betrokken zijn uitbesteden aan derden. Bij uitbesteding van werkzaamheden aan derden blijft de ontvanger onverkort verantwoordelijk voor het gebruik van de gevoelige gegevens. In de gepubliceerde verstrekkingsvoorwaarden inzake het kentekenregister kan nagelezen worden welke specifieke voorwaarden gelden voor het laten uitvoeren van werkzaamheden door derden.

Hoofdstuk 4. – Overtredingen en sancties

4.1. Vaststellen van een overtreding

Een overtreding kan onder andere worden vastgesteld door een administratieve controle of naar aanleiding van een klacht.

4.2. Zienswijze

Als de RDW een overtreding geconstateerd, dan wordt de ontvanger in beginsel in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te uiten. De RDW neemt de zienswijze mee in de afweging van het al dan niet opleggen van een sanctie en de zwaarte van de sanctie.

4.3. Ingangsdatum

Een waarschuwing en verscherpt toezicht treedt direct in werking. Een besluit met als sanctie de stopzetting van verdere gegevensverstrekking, voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd treedt in beginsel één week na dagtekening van het besluit in werking. Deze termijn is gesteld om de ontvanger in staat te stellen gemaakte afspraken na te komen en zich voor te kunnen bereiden op stopzetting van verdere gegevensverstrekking uit het kentekenregister.

4.4. Soorten acties n.a.v. een overtreding

De RDW kent de volgende acties:

  • Schriftelijke waarschuwing;

  • Verscherpt toezicht;

  • Stopzetting van gegevensverstrekking voor bepaalde tijd;

  • Stopzetting van gegevensverstrekking voor onbepaalde tijd.

4.4.1. Schriftelijke waarschuwing

De waarschuwing wordt schriftelijk bekend gemaakt. Dit kan per e-mail (als de ontvanger hier conform de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna: AWB) toestemming voor heeft gegeven) of per post.

Een schriftelijke waarschuwing kan tevens in combinatie met verscherpt toezicht bekend worden gemaakt. In het stroomschema, dat in iedere bijlage is opgenomen, is te herleiden wanneer een waarschuwing met verscherpt toezicht wordt opgelegd.

4.4.2. Verscherpt toezicht

De RDW kan verscherpt toezicht opleggen. Dit is een maatregel waardoor de frequentie van de controles hoger wordt. Indien er bij een vervolgcontrole blijkt dat er sprake is van een correcte deelwaarneming eindigt het verscherpte toezicht.

4.4.3. Stopzetting van gegevensverstrekking voor bepaalde tijd

Tijdelijke stopzetting van gegevensverstrekking houdt in dat gedurende een aan de ontvanger gemelde periode geen gegevens bij de RDW kunnen worden opgevraagd. Een tijdelijke stopzetting van gegevensverstrekking kan voor een periode tot en met 3 maanden worden opgelegd. Dit is afhankelijk van de historie van overtredingen van de betreffende ontvanger en de ernst van de overtreding.

4.4.4. Stopzetting van gegevensverstrekking voor onbepaalde tijd

Stopzetting van gegevensverstrekking voor onbepaalde tijd houdt in dat de ontvanger niet langer gegevens van de RDW kan ontvangen.

4.5. Fraude en bejegening

Indien de RDW constateert dat een ontvanger fraudeert bij het aantonen van de rechtmatigheid van de bevragingen, dan kan de RDW besluiten om de gegevensverstrekking definitief per direct stop te zetten. Onder fraude wordt in ieder geval verstaan het namaken of antedateren van kopieën uit de administratie. Ook bij onheuse bejegening van personeel van de RDW dat betrokken is bij de uitvoering van de deelwaarneming en bij onvoldoende medewerking aan de deelwaarneming, kan de RDW besluiten om de gegevensverstrekking per direct definitief stop te zetten.

4.6. Misbruik van geraadpleegde gegevens

Indien de RDW (bijvoorbeeld naar aanleiding van een klacht of incident) misbruik van de gevoelige gegevens uit het kentekenregister constateert dan kan de RDW besluiten om de gegevensverstrekking definitief per direct stop te zetten. Onder misbruik van gevoelige gegevens wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gevoelige gegevens uit het kentekenregister in strijd met de doelbinding en voor een commercieel belang of persoonlijk gewin.

Hoofdstuk 5. – Bezwaar en beroep

5.1. Bezwaar

Op grond van de AWB kan tegen een sanctiebesluit bezwaar worden ingediend bij de RDW. Onderaan het besluit staat een clausule waarin beschreven staat hoe de ontvanger in bezwaar kan gaan. Dit dient binnen zes weken na de dag van verzending van het sanctiebesluit gedaan te worden bij de directie van de RDW, Postbus 777, 2700 AT Zoetermeer of digitaal via www.rdw.nl. In het bezwaarschrift moet worden aangegeven waarom de ontvanger het niet eens is met het besluit. Het bezwaar dient te voldoen aan alle wettelijke vereisten die aan een bezwaar worden gesteld.

Op basis van jurisprudentie kan tegen een schriftelijke waarschuwing geen bezwaar worden gemaakt

5.1.1. Hoorzitting

De RDW geeft na ontvangst van een bezwaarschrift in de regel de gelegenheid om het bezwaarschrift mondeling toe te lichten. Deze hoorzitting is in beginsel telefonisch, tenzij anders is aangegeven. Vertegenwoordiging door een raadsman, advocaat of een andere gemachtigde is te allen tijde toegestaan.

Als een ontvanger iemand machtigt die geen advocaat is om namens hem het woord te voeren en zelf niet naar de hoorzitting komt, dan dient vooraf een schriftelijke verklaring te worden overgelegd waarin staat dat deze persoon gemachtigd is om de ontvanger te vertegenwoordigen.

5.1.2. Opschorten

Als er bezwaar is aangetekend tegen een besluit met als sanctie een tijdelijke of definitieve stopzetting van gegevensverstrekking, wordt – indien het bezwaar aan alle wettelijke vereisten voldoet – de inwerkingtreding van het besluit opgeschort totdat het bezwaarschrift is afgehandeld. De beslissing op bezwaar treedt in beginsel in werking twee weken na dagtekening van het besluit. De RDW behoudt zich het recht voor om wanneer bezwaar is aangetekend geen opschortende werking te verlenen. In dat geval wordt de ontvanger hierover geïnformeerd.

5.2. Beroep

Als de RDW een beslissing op bezwaar heeft genomen, dan kan de ontvanger ongeacht het besluit op het bezwaar, in beroep gaan bij de rechtbank. Onderaan de beslissing op bezwaar staat een clausule waarin beschreven staat hoe de ontvanger in beroep kan gaan. Door het beroep wordt de werking van de beslissing op bezwaar niet opgeschort.

5.3. Voorlopige voorziening

Als de RDW tijdens een bezwaar- of beroepsprocedure geen opschortende werking van de sanctie heeft verleend, dan kan de ontvanger hierom verzoeken door middel van een verzoek om een voorlopige voorziening bij de rechtbank. Hiervoor is vereist dat de zaak een spoedeisend karakter heeft. Voor de aanvraag van een voorlopige voorziening kan de ontvanger contact opnemen met de griffier van de rechtbank (zie www.rechtspraak.nl voor contactgegevens).

De Directie van de Dienst Wegverkeer,

Algemeen Directeur

A. van Ravestein

Bijlage A. Overheidsorganen – bestuursorganen

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 – Algemeen

6

1.1

Wettelijke basis

6

1.2

Titel

6

Hoofdstuk 2 – Wijze van toezichthouden

6

2.1

Basistoets

6

2.2

Meldingen misbruik gegeven

6

Hoofdstuk 1. – Algemeen

1.1. Wettelijke basis

Overheidsorganen mogen op grond van artikel 42 lid 4 sub c Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WvW) jo. art. 43 lid 1 WvW alle gegevens uit het kentekenregister ontvangen die zij nodig hebben voor een goede uitoefening van hun publieke taak.

In artikel 41a WvW staat beschreven welke instanties moeten worden gezien als overheidsorganen. Deze bijlage richt zich op overheidsorganen die als bestuursorgaan worden aangemerkt conform artikel 1:1 eerste lid onderdeel a van de Algemene wet bestuursrecht. Dit zijn de naar publiek recht ingestelde rechtspersonen of organen daarvan. Dit zijn bijvoorbeeld organen van Ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen. Ook het CBR, de Sociale Verzekeringsbank en de Belastingdienst zijn bestuursorganen. Tot slot zijn er ook zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) zoals de Nederlandse Organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO), het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen en de gerechtsdeurwaarders.

1.2. Titel

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Overheidsorganen: Bestuursorganen van het Toezichtbeleid inzake informatieverstrekkingen uit het kentekenregister.

Hoofdstuk 2. – Wijze van toezichthouden

Het kentekenregister is een basisregister (art. 42 lid 1 WvW), waarvoor de RDW is aangewezen als beheerder en verwerkingsverantwoordelijke (art. 42 lid 2 WvW). Het kentekenregister maakt deel uit van het Nederlandse stelsel van basisregistraties. Dit stelsel is ingesteld omdat het voor de overheid cruciaal is om te kunnen beschikken over adequate gegevens bij het uitoefenen van haar taken.2 De gedachte hierachter is dat wanneer informatie bij de overheid bekend is in een basisregistratie, deze informatie niet nogmaals bij de betrokkene zelf hoeft te worden opgehaald. Zo hoeven burgers hun informatie maar een keer in te dienen. Dat bespaart tijd en vermindert het risico op fouten. Overheidsinstanties zijn verplicht om de zogenaamde ‘authentieke gegevens’ uit de basisregistratie te gebruiken.3 De RDW is dus ook verplicht om gegevens uit het kentekenregister te leveren aan overheidsinstanties.

De RDW mag geen actief toezicht houden op bestuursorganen. Het is aan het overheidsorgaan zelf om met de gegevens op een juiste wijze om te gaan en toezicht in te richten.4 De RDW kan echter wel een controle doen op de identiteit van het bestuursorgaan.

2.1. Basistoets

Voor wat betreft het toezicht op het gebruik van de verstrekte gegevens geldt voor bestuursorganen dat de RDW in het kader van de verstrekking van de gegevens alleen een zogenaamde basistoets uitvoert (de vraag of de aanvrager bestuursorgaan is dus een controle op identiteit). Daarna kan periodiek worden bezien of het overheidsorgaan nog steeds voldoet aan de basistoets5.

2.2. Meldingen misbruik gegevens

Meldingen over vermeend misbruik van de gegevens door een overheidsorgaan worden door de RDW aan het betreffende overheidsorgaan doorgegeven.

Bestuursorganen zijn er zelf verantwoordelijk voor dat de verstrekte gegevens alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt (publieke taakuitoefening).

Op het gebruik van de gevoelige gegevens afkomstig uit het kentekenregister voor publieke taken zijn de Awb6 en de beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing. Daarnaast is op persoonsgegevens de AVG7 van toepassing. Het is aan het overheidsorgaan om op een juiste wijze met de gegevens om te gaan.

Hierbij speelt met name het beginsel van proportionaliteit een rol.

Bijlage B. Overheidsorganen – aangewezen overheidsorgenen

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 – Algemeen

8

1.1

Wettelijke basis

8

1.2

Titel

8

Hoofdstuk 2 – Wijze van toezichthouden

8

2.1

Toezicht

8

 

2.1.1

Uitvoeringsinstanties

8

 

2.1.2

Curatoren en bewindvoerders

8

 

2.1.3

Auto Recycling Nederland BV

9

 

2.1.4

Stichting Waarborgfonds Motorverkeer en Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars

9

Hoofdstuk 3 – Onjuist gebruik

9

3.1

Misbruik van geraadpleegde gegevens

9

Hoofdstuk 1. – Algemeen

1.1. Wettelijke basis

In artikel 41a WvW staat beschreven welke instanties moeten worden gezien als overheidsorganen. In de eerste plaats zijn dit de overheidsorganen op basis van artikel 1:1 eerste lid onderdeel a van de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast worden op basis van artikel 41a lid 2 WvW jo artikel 1 van de regeling gegevensverstrekking kentekenregister 2008 bij besluit van de Minister de volgende personen of instanties aangewezen als overheidsorgaan8 met de volgende doelbinding:

Op alle overheidspartijen zijn de verstrekkingsvoorwaarden9 van toepassing.

1.2. Titel

Deze bijlage is getiteld: Bijlage B: Overheidsorganen – Aangewezen overheidsorganen van het Toezichtbeleid inzake informatieverstrekkingen uit het kentekenregister.

Hoofdstuk 2. – Wijze van toezichthouden

2.1. Toezicht

In dit hoofdstuk wordt per categorie ontvanger aangegeven op welke wijze het toezicht op de informatieverstrekking uit het kentekenregister plaatsvindt.

2.1.1. Uitvoeringsinstanties

Voor wat betreft het toezicht op het gebruik van de verstrekte gegevens geldt voor uitvoeringsinstanties dat de RDW in het kader van de verstrekking van de gegevens een zogenaamde basistoets uitvoert (de vraag of de aanvrager een uitvoeringsinstantie is dus een controle op identiteit). Daarna kan periodiek worden bezien of de uitvoeringsinstantie nog steeds voldoet aan de basistoets.

Daarnaast ontvangt de RDW rapportages over bevragingen van het Bureau Keteninformatisering Werk & Inkomen (hierna: BKWI). Indien uit een rapportage blijkt dat er afwijkingen worden geconstateerd in de bevragingen dan kan de RDW contact opnemen met BKWI voor nadere gegevens. Ook kan de RDW contact opnemen met de desbetreffende uitvoeringsinstantie om deze afwijkingen kenbaar te maken en daarmee onder de aandacht te brengen.

2.1.2. Curatoren en bewindvoerders

Bij bevragingen door curatoren of bewindvoerders vindt altijd vooraf een controle plaats. De RDW controleert bij ieder schriftelijk verzoek om gevoelige gegevens of het verzoek door de bewindvoerder/curator is ingediend en of zij in het gerechtelijk vonnis of beschikking zijn benoemd. Daarnaast dient de beschikking/vonnis getekend te zijn. Alleen als aan alle voorwaarden wordt voldaan worden de gegevens verstrekt. Het toezicht vindt hiermee vooraf plaats.

2.1.3. Auto Recycling Nederland BV

De RDW kan Auto Recycling Nederland BV verzoeken een accountantsverklaring aan te leveren bij de RDW. De RDW geeft dit indien gewenst ruim van te voren aan.

2.1.4. Stichting Waarborgfonds Motorverkeer en Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars

De RDW voert één keer in de twee jaar een controle uit op Stichting Waarborgfonds Motorverkeer en Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars. Bij deze controle wordt nagegaan of de gevoelige gegevens voor de juiste doelbinding zijn bevraagd. Deze controle op de rechtmatigheid van bevragingen duidt de RDW aan als ‘deelwaarnemingen’.

2.1.4.1. Uitvoering deelwaarneming

De RDW stuurt een brief aan Stichting Waarborgfonds Motorverkeer en Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars. De brief bevat vijf kentekens waarbij gevoelige gegevens zijn bevraagd. De kentekens zijn bevraagd in de periode voorafgaand aan de uitvoering van de deelwaarneming. Kentekens worden zowel willekeurig als risico gestuurd geselecteerd.

Indien er één of meer, maar minder dan vijf kentekens zijn bevraagd, dan bevat de brief al deze kentekens. Indien er geen kentekens zijn bevraagd dan ontvangt Stichting Waarborgfonds Motorverkeer en Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars hierover geen bericht.

Stichting Waarborgfonds Motorverkeer en Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars dienen binnen vier weken na het verzenden van de brief van de RDW, voor ieder opgegeven kenteken, aannemelijk te maken dat de bevraging is geschied ten behoeve van de doelbinding.

Dit kunnen Stichting Waarborgfonds Motorverkeer en Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars doen door middel van het toezenden van kopieën uit de administratie.

Indien Stichting Waarborgfonds Motorverkeer en Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars niet tijdig reageren op het verzoek, dan stuurt de RDW een herinnering. Stichting Waarborgfonds Motorverkeer en Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars dienen dan binnen veertien dagen alsnog te reageren. Verzuimt Stichting Waarborgfonds Motorverkeer en Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars opnieuw te reageren, dan zal de RDW de gegevensverstrekking tijdelijk opschorten tot een reactie ontvangen is.

Indien in deze deelwaarneming alle gevraagde kentekens voor de juiste doelbinding zijn bevraagd, dan vindt de volgende deelwaarneming na verloop van twee jaar weer plaats

Hoofdstuk 3. – Onjuist gebruik

3.1. Misbruik van geraadpleegde gegevens

Wanneer herhaaldelijk uit het toezicht naar voren komt dat het aangewezen overheidsorgaan zich niet aan de beschreven doelbinding houdt zal de RDW in overleg treden met de directie van de betreffende organisatie en zal er contact worden gezocht met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Bijlage C. Categoraal aangewezen beroepsbeoefarenen

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 – Algemeen

10

1.1

Wettelijke basis

10

 

1.1.1

Verzekeringsmaatschappijen en gevolmachtigden

10

 

1.1.2

Advocatuur

10

 

1.1.3

Gerechtsdeurwaarders

10

 

1.1.4

Producenten of importeurs

11

1.2

Titel

11

Hoofdstuk 2 – Wijze van toezichthouden

11

2.1

Basistoets

11

2.2

Deelwaarnemingen verzekeraars

12

 

2.2.1

Uitvoering deelwaarneming

12

 

2.2.2

Beoordeling deelwaarneming (toetsen rechtmatigheid bevraging)

12

2.3

Toetsen rechtmatigheid bevraging advocatuur

12

2.4

Toetsen rechtmatigheid bevraging gerechtsdeurwaarder

13

2.5

Toetsen rechtmatigheid bevraging producenten en importeurs

13

Hoofdstuk 3 – Overtreding en sancties

13

3.1

Onvoldoende aantonen rechtmatigheid bevraging

13

3.2

Fraude en bejegening

13

3.3

Misbruik van geraadpleegde gegens

13

Hoofdstuk 1. – Algemeen

1.1. Wettelijke basis

Beroepsbeoefenaren zijn in artikel 2 lid 1 van de Regeling gegevensverstrekking kentekenregister 2008 (hierna: Rgk 2008) aangewezen als beroepsbeoefenaar als bedoeld in artikel 12 van het Kentekenreglement (hierna: KR).

1.1.1. Verzekeringsmaatschappijen en gevolmachtigden

Verzekeringsmaatschappijen en door hen aangewezen gevolmachtigden (tezamen: verzekeraars) zijn in artikel 2 lid 1 sub a van de Regeling gegevensverstrekking kentekenregister 2008 (hierna: Rgk 2008) aangewezen als beroepsbeoefenaar als bedoeld in artikel 12 van het Kentekenreglement (hierna: KR). De verzekeringsmaatschappijen dienen een vergunning conform artikel 2:27 van de Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft) te hebben. Gevolmachtigden dienen een vergunning als bedoeld in artikel 2:92 Wft te hebben.

1.1.1.1. Doelbinding: schadeafwikkeling

Verzekeraars mogen op grond van artikel 2 lid 2 sub a Rgk 2008 gevoelige gegevens uit het kentekenregister ontvangen, die zij nodig hebben voor de doelbinding schadeafwikkeling. Hiermee wordt schadeafwikkeling inzake verzekeringen op grond van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (hierna: WAM) bedoeld.

1.1.1.2. Doelbinding: totstandkoming en instandhouding WAM-verzekeringen

Voor de doelbinding totstandkoming en instandhouding van WAM-verzekeringen op grond van artikel 2 lid 3 Rgk 2008 mag een verzekeraar de volgende gevoelige gegevens ontvangen:

Kenteken in combinatie met één van de onderstaande gevoelige gegevens:

  • laatst geregistreerde tellerstand;

  • voertuigstatus;

  • begindatum voertuigstatus;

  • einddatum voertuigstatus.

1.1.2. Advocatuur

Advocaten zijn in artikel 2 lid 1 sub b Regeling gegevensverstrekking kentekenregister 2008 (hierna: Rgk 2008) aangewezen als beroepsbeoefenaar als bedoeld in artikel 12 Kentekenreglement (hierna: KR). Deze advocaten dienen ingeschreven te zijn bij de Nederlandse Orde van Advocaten. Advocaten mogen op grond van artikel 2 lid 2 sub b Rgk 2008 gevoelige gegevens uit het kentekenregister ontvangen ten behoeve van eigendomsgeschillen omtrent motorrijtuigen of aanhangwagens alsmede gerechtelijke procedures en de voorbereiding daarvan. Onder gerechtelijke procedures en de voorbereiding daarvan vallen alle mogelijke gerechtelijke procedures in Nederland. Deze hoeven derhalve geen betrekking te hebben op een eigendomsgeschil omtrent een motorrijtuig of een aanhangwagen.

1.1.3. Gerechtsdeurwaarders

Gerechtsdeurwaarders zijn, wanneer zij taken uitvoeren waarvoor zij bevoegdheid ontlenen aan de Gerechtsdeurwaarderswet, overheidsorgaan. Een gerechtsdeurwaarder wordt benoemd bij koninklijk besluit en is ingeschreven in het gerechtsdeurwaardersregister. Gerechtsdeurwaarders zijn in artikel 2 lid 1 sub c Regeling gegevensverstrekking kentekenregister 2008 (hierna: Rgk 2008) tevens aangewezen als beroepsbeoefenaar als bedoeld in artikel 12 Kentekenreglement (hierna: KR). Dit deel gaat over de gerechtsdeurwaarder als beroepsbeoefenaar.

Gerechtsdeurwaarders mogen op grond van artikel 2 lid 2 sub c Rgk 2008 gevoelige gegevens uit het kentekenregister ontvangen. Zij mogen alle gevoelige gegevens ontvangen ten behoeve van de voorbereiding van dagvaardingen in civielrechtelijke procedures waarbij motorrijtuigen zijn betrokken en waarin sprake is van wegrijden zonder te betalen na het tanken van motorbrandstof, zulks overeenkomstig een door of namens de tankstationbranche vast te stellen en door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat goed te keuren protocol.

1.1.4. Producenten of importeurs

Op grond van artikel 9 lid 1 sub a Kentekenreglement jo. artikel 2 lid 1 sub d Regeling gegevensverstrekking kentekenregister (hierna: Rgk 2008) zijn producenten en importeurs van motorrijtuigen of aanhangwagens aangewezen als beroepsbeoefenaars die gevoelige gegevens uit het kentekenregister mogen ontvangen. Zij mogen gegevens ontvangen voor de volgende doelbindingen:

1.1.4.1. Terugroepacties

De producent of importeur meldt een defect of gebrek aan een voertuig aan de RDW. De RDW beoordeelt of er een terugroepactie opgestart dient te worden. Op het moment dat in het kader van de terugroepactie NAW-gegevens nodig zijn van de geregistreerde eigenaar of houder van het voertuig, levert de importeur of producent een bestand aan met VIN-nummers van alle betrokkenen voertuigen die onder de terugroepactie vallen. De RDW levert vervolgens de NAW-gegevens die zijn gekoppeld aan de in Nederland geregistreerde voertuigen. De importeur of producent kan vervolgens de terugroepactie uitvoeren. De brief die hiervoor gestuurd wordt, is vooraf goedgekeurd door de RDW.

De importeur of producent mag de NAW-gegevens uitsluitend gebruiken voor de terugroepactie. De geregistreerde eigenaar of houder wordt op deze wijze geïnformeerd over het gevaar dat de aanleiding vormt voor de terugroepactie. Ieder ander gebruik van de NAW-gegevens, commercieel gebruik of anderszins, is niet toegestaan. Zodra de NAW-gegevens niet meer benodigd zijn voor de uitvoering van de terugroepactie, dienen deze vernietigd te worden. Het is enkel toegestaan om de verzonden correspondentie te bewaren gedurende de levensduur van het voertuig zolang de kentekenhouder geen gehoor heeft gegeven aan de terugroepactie, mits is gewaarborgd dat het aantal personen dat toegang heeft tot deze gegevens tot een minimum beperkt is.

1.1.4.2. BPM

De producent en importeur mag uit het kentekenregister de gevoelige gegevens ontvangen die hij nodig heeft voor de uitvoering van zijn taken op grond van de Wet BPM. De producent of importeur zal bij de aanvraag in voldoende mate aannemelijk moeten maken welke gegevens hij nodig heeft voor deze doelbinding.

1.2. Titel

Deze bijlage is getiteld: Bijlage C: Categoraal aangewezen beroepsbeoefenaren van het Toezichtbeleid inzake informatieverstrekkingen uit het kentekenregister.

Hoofdstuk 2. – Wijze van toezichthouden

2.1. Basistoets

De RDW controleert ieder jaar of de verzekeraar nog voldoet aan de voorwaarden om gevoelige gegevens uit het kentekenregister te mogen ontvangen. Hiervoor worden de registers van de Nederlandsche Bank (DNB), Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Kamer van Koophandel (KvK) geraadpleegd. Indien een verzekeraar niet langer voldoet aan de voorwaarden om gevoelige gegevens uit het kentekenregister te mogen ontvangen, dan krijgt deze één maand de tijd om aan de voorwaarden te voldoen. Wanneer de verzekeraar binnen deze periode niet aan de voorwaarden voldoet, dan kan de RDW de gegevensverstrekking stopzetten totdat de verzekeraar weer voldoet aan de gestelde voorwaarden.

Bij bevragingen door de advocatuur vindt altijd een basistoets op de identiteit van de advocaat plaats. De RDW controleert bij ieder schriftelijk verzoek om gevoelige gegevens of de advocaat staat ingeschreven bij de Nederlandse Orde van Advocaten alvorens er gegevens worden verstrekt.

Indien de advocaat gebruik maakt van de rekening-courant regeling, dan zal een wachtwoord vereist zijn voordat de gegevens verstrekt worden. Alvorens een rekening-courant met een wachtwoord verstrekt wordt, is de inschrijving van de advocaat bij de Nederlandse Orde van Advocaten door de RDW gecontroleerd. Deze controle wordt eens per jaar herhaald.

Alle gerechtsdeurwaarders ontvangen de gegevens van de RDW via de Stichting Netwerk Gerechtsdeurwaarders (SNG). De RDW is met SNG overeengekomen dat SNG jaarlijks een rechtmatigheidsaudit laat uitvoeren, waarin afdoende wordt aangetoond dat de bevragingen door gerechtsdeurwaarders (als beroepsbeoefenaar) zijn geschied voor de juiste doelbinding. Tevens is de RDW met SNG overeengekomen dat de RDW moet kunnen zien welk deurwaarderskantoor welke bevraging heeft gedaan. De rechtmatigheidsaudit zorgt er voor dat de RDW geen basistoets (toetsen of de ontvanger voldoet aan de voorwaarden om de gegevens te mogen ontvangen) hoeft te doen. Dit kan de RDW afleiden uit de rechtmatigheidsaudit die SNG aanlevert.

Bij bevragingen door producenten en importeurs controleert de RDW de identiteit van de aanvrager bij de aanmelding van een gebrek of defect.

2.2. Deelwaarnemingen verzekeraars

De RDW voert ieder jaar controles uit op verzekeraars en gevolmachtigden aan wie gevoelige gegevens uit het kentekenregister zijn verstrekt. Bij deze controle wordt nagegaan of de gevoelige gegevens voor de juiste doelbinding zijn bevraagd. Deze controle op de rechtmatigheid van bevragingen duidt de RDW aan als ‘deelwaarnemingen’. In beginsel controleert de RDW ieder jaar tenminste 25% van het totaal aantal verzekeraars die bij de RDW als WAM-verzekeraar geregistreerd staan. Iedere verzekeraar krijgt tenminste één keer in de vier jaar een deelwaarneming.

2.2.1. Uitvoering deelwaarneming

De wijze waarop verzekeraars voor de deelwaarneming worden geselecteerd is deels willekeurig en deels risico gestuurd. De risicogestuurde selectie is gebaseerd op factoren zoals resultaten uit het verleden en opvallende bevragingen.

De RDW stuurt een brief aan de verzekeraars die in de selectie van de deelwaarneming zijn gevallen. Deze brief bevat vijf kentekens waarvan de bijbehorende gevoelige gegevens zijn bevraagd. De kentekens zijn bevraagd in een willekeurig gekozen periode van twaalf maanden voorafgaand aan de uitvoering van de deelwaarneming. Kentekens worden zowel willekeurig als risicogestuurd geselecteerd. Indien er één of meer, maar minder dan vijf kentekens zijn bevraagd, dan bevat de brief al deze kentekens. Indien er geen kentekens zijn bevraagd door een verzekeraar die in de selectie van de deelwaarneming is gevallen, dan ontvangt de verzekeraar hierover geen bericht.

De verzekeraar dient binnen vier weken na het verzenden van de brief van de RDW, voor ieder opgegeven kenteken aannemelijk te maken dat de bevraging is geschied ten behoeve van de doelbinding. Dit kan de verzekeraar doen door middel van bijvoorbeeld het toezenden van kopieën van schadeafwikkelingsformulieren of andere stukken uit de administratie. De RDW controleert aan de hand van kentekens, data en de opgegeven toedracht van de schade of de bevraging is geschied ten behoeve van de doelbinding.

Indien een verzekeraar niet tijdig reageert op het verzoek, dan stuurt de RDW een herinnering. De verzekeraar zal dan binnen veertien dagen alsnog moeten reageren. Blijft een tijdige reactie opnieuw uit, dan zal de RDW een sanctie opleggen.

2.2.2. Beoordeling deelwaarneming (toetsen rechtmatigheid bevraging)

Indien een verzekeraar bij één of meer van de opgegeven kentekens niet aannemelijk kan maken dat de bevragingen zijn geschied ten behoeve van de juiste doelbinding, dan is sprake van een overtreding en zal een sanctie volgen. Indien wel in voldoende mate wordt aangetoond dat de bevragingen zijn geschied op rechtmatige wijze, dan ontvangt de verzekeraar hiervan een bevestiging van de RDW.

2.3. Toetsen rechtmatigheid bevraging advocatuur

De RDW kan een advocaat vragen om toelichting en onderbouwing van de rechtmatigheid van de bevraging (is de bevraging conform doelbinding). Het beroepsgeheim van de advocaat wordt hierbij gerespecteerd. De advocaat dient binnen vier werken te reageren op het verzoek.

Indien een advocaat niet tijdig reageert op het verzoek, dan stuurt de RDW een herinnering. De advocaat zal dan binnen veertien dagen alsnog moeten reageren. Blijft een tijdige reactie opnieuw uit dan zal de RDW het verzoek afwijzen.

2.4. Toetsen rechtmatigheid bevraging gerechtsdeurwaarder

De RDW toetst de rechtmatigheid van de bevragingen door gerechtsdeurwaarders aan de hand van de rechtmatigheidsaudit die SNG aanlevert.

De RDW kan een gerechtsdeurwaarder ook rechtstreeks vragen om toelichting en onderbouwing van de rechtmatigheid van de bevraging (is de bevraging conform doelbinding).

Indien een gerechtsdeurwaarder niet tijdig reageert op het verzoek, dan stuurt de RDW een herinnering. De gerechtsdeurwaarder zal dan binnen veertien dagen alsnog moeten reageren. Verzuimt de gerechtsdeurwaarder opnieuw te reageren, dan stuurt de RDW een tweede herinnering, waarbij de gerechtsdeurwaarder nog zeven dagen de tijd krijgt om alsnog te reageren. Blijft een tijdige reactie opnieuw uit, dan zal de RDW SNG verzoeken en indien nodig sommeren de gegevensverstrekking aan het betreffende gerechtsdeurwaarderskantoor op te schorten totdat de reactie ontvangen is.

2.5. Toetsen rechtmatigheid bevraging producenten en importeurs

Wanneer een fabrikant of importeur een aanvraag doet voor het ontvangen van NAW-gegevens wordt gecontroleerd of de betreffende voertuigen zijn aangemeld voor een terugroepactie op basis van het MGP-nummer. Vervolgens wordt gecontroleerd of er sprake is van een openstaande terugroepactie op het voertuig. Alleen van de voertuigen met een openstaande terugroepactie ontvangt de fabrikant of importeur de NAW-gegevens.

Wanneer de RDW twijfelt over het gebruik van de NAW-gegevens kan de RDW de fabrikant of importeur vragen om aan te tonen dat de NAW-gegevens enkel worden gebruikt voor een terugroepactie en niet voor andere doeleinden. De fabrikant of importeur kan dit aannemelijk maken door middel van een Assurance verklaring van een onafhankelijke auditor.

Hoofdstuk 3. – Overtreding en sancties

Indien een overtreding wordt vastgesteld zal een sanctie volgen. De RDW kent verschillende soorten sancties. Hiervoor verwijst de RDW naar hoofdstuk 4.5 van het algemeen deel.

3.1. Verzekeraars en gevolmachtigden

Indien een verzekeraar bij één of meer van de opgegeven kentekens niet aannemelijk kan maken dat de bevragingen zijn geschied ten behoeve van de juiste doelbinding, dan wordt een overtreding vastgesteld (in alle andere gevallen is de rechtmatigheid van de bevraging aangetoond).

Is dit de eerste overtreding binnen vijf jaar dan zal de verzekeraar een waarschuwing ontvangen en onder verscherpt toezicht worden geplaatst, hetgeen betekent dat het volgende kwartaal nogmaals een deelwaarneming wordt uitgevoerd.

Wanneer de verzekeraar binnen vijf jaar na de eerste overtreding een tweede overtreding begaat, dan zal de gegevensverstrekking tijdelijk, voor de duur van één week, worden stopgezet. Daarnaast zal de verzekeraar nogmaals onder verscherpt toezicht worden gesteld, hetgeen betekent dat het volgende kwartaal opnieuw een deelwaarneming wordt uitgevoerd.

Wanneer de verzekeraar de volgende deelwaarneming weer een overtreding, of een derde overtreding binnen vijf jaar na de eerste overtreding begaat, dan zal de gegevensverstrekking tijdelijk, voor de duur van één maand, worden stopgezet. Daarnaast zal de verzekeraar nogmaals onder verscherpt toezicht worden gesteld, hetgeen betekent dat het volgende kwartaal opnieuw een deelwaarneming wordt uitgevoerd.

Wanneer de verzekeraar binnen vijf jaar na de eerste overtreding een vierde overtreding begaat, dan zal de gegevensverstrekking definitief worden stopgezet.

3.2. Advocatuur

Wanneer de advocaat desgevraagd niet aannemelijk kan maken dat een bevraging rechtmatig heeft plaatsgevonden en is dit de eerste overtreding, dan ontvangt de advocaat een waarschuwing. Van een overtreding kan melding worden gemaakt bij de Nederlandse Orde van Advocaten.

Wanneer de advocaat binnen 5 jaar na de eerste overtreding nogmaals een overtreding begaat, dan zal er een waarschuwing gegeven worden aan het advocatenkantoor van de betreffende advocaat.

Wanneer de advocaat binnen 5 jaar na de eerste overtreding een derde overtreding begaat, dan zal de gegevensverstrekking tijdelijk, voor de duur van één maand, worden stopgezet aan het gehele advocatenkantoor.

Wanneer de advocaat binnen 5 jaar na de eerste overtreding een vierde overtreding begaat, dan zal de gegevensverstrekking voor onbepaalde tijd worden stopgezet voor het gehele advocatenkantoor.

3.3. Gerechtsdeurwaarders

Wanneer er sprake is van het onvoldoende aantonen van de rechtmatigheid van de bevraging geeft de RDW het betreffende kantoor een waarschuwing. De overtreding kan worden gemeld bij SNG en de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders.

Wanneer er sprake is van het onvoldoende aantonen van de rechtmatigheid voor de tweede keer binnen 5 jaar kan de RDW SNG verzoeken de aansluiting van het betreffende kantoor voor een maand op te schorten.

Wanneer er sprake is van het onvoldoende aantonen van de rechtmatigheid voor de derde keer binnen 5 jaar kan de RDW SNG verzoeken de aansluiting van het betreffende kantoor voor onbepaalde tijd te beëindigen.

3.4. Producenten en importeurs

Wanneer uit de Assurance verklaring blijkt dat de NAW-gegevens voor andere doeleinden worden gebruikt dan de terugroepactie ontvangt de fabrikant of importeur een waarschuwing en wordt na een halfjaar een nieuwe Assurance verklaring opgevraagd. Wanneer blijkt dat er herhaaldelijk gegevens worden gebruikt voor andere doeleinden kan de RDW de gegevensverstrekking stopzetten. Dit betekent dat de RDW de brieven voor de terugroepacties zal versturen voor rekening van de producent of importeur.

3.5. Fraude en bejegening

Indien de RDW constateert dat een beroepsbeoefenaar fraudeert bij het aantonen van de rechtmatigheid van de bevragingen, dan kan de RDW besluiten om de gegevensverstrekking definitief per direct stop te zetten. Onder fraude wordt in ieder geval verstaan het namaken of antedateren van kopieën uit de administratie. Ook bij onheuse bejegening van personeel van de RDW dat betrokken is bij de uitvoering van het toezicht en bij onvoldoende medewerking aan het toezicht, kan de RDW besluiten om de gegevensverstrekking per direct definitief stop te zetten.

3.6. Misbruik van geraadpleegde gegevens

Indien de RDW (bijvoorbeeld naar aanleiding van een klacht of incident) misbruik van de gevoelige gegevens uit het kentekenregister constateert dan kan de RDW besluiten om de gegevensverstrekking definitief per direct stop te zetten. Onder misbruik van gevoelige gegevens wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gevoelige gegevens uit het kentekenregister in strijd met de doelbinding, voor een commercieel belang of persoonlijk gewin.

Bijlage D. Individueel aangewezen beroepsbeoenarenen

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 – Algemeen

15

1.1

Wettelijke basis

15

1.2

Titel

15

Hoofdstuk 2 – Wijze van toezichthouden

15

2.1

Deelwaarnemingen

15

 

2.1.1

Uitvoering deelwaarneming

15

Hoofdstuk 3 – Overtredingen en sancties

16

3.1

Onvoldoende aantonen rechtmatigheid bevraging

16

3.2

Fraude en bejegening

16

3.3

Misbruik van geraadpleegde gegevens

16

Hoofdstuk 1. – Algemeen

1.1. Wettelijke basis

Een individueel aangewezen beroepsbeoefenaar wordt op basis van artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van het Kentekenreglement aangewezen. Dit betekent dat de individueel aangewezen beroepsbeoefenaar gevoelige gegevens uit het kentekenregister mag ontvangen. De doelbinding voor het ontvangen van deze gegevens is gespecificeerd in de aanwijzing.

Aangewezen zijn de volgende organisaties:

  • Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB voor de behartiging van de belangen van motorrijtuighouders in verband met schade aan het motorrijtuig in het buitenland en de eventuele repatriëring daarvan;

  • CED schadeonderzoek

    • Met betrekking tot gegevens omtrent aangifte van diefstal of verduistering van een motorrijtuig: ten behoeve van behartiging van belangen van aangesloten verzekeringsmaatschappijen en gevolmachtigden in verband met schade bij diefstal of verduistering van bij deze maatschappijen verzekerde motorrijtuigen. De gegevens mogen nadrukkelijk niet gebruikt worden voor het terugvinden of terugbezorgen van verduisterde voertuigen;

    • Met betrekking tot overige gevoelige gegevens uit het kentekenregister, niet zijnde gegevens omtrent aangifte van diefstal of verduistering van een motorrijtuig: ten behoeve van behartiging van belangen van aangesloten verzekeringsmaatschappijen en gevolmachtigden in verband met schade van bij deze maatschappijen verzekerde motorrijtuigen.

    • Stichting TX-Keur ten behoeve van het afhandelen van de door de Stichting TX-Keur van taxigebruikers ontvangen klachten ten aanzien van het taxivervoer.

1.2. Titel

Deze bijlage is getiteld: Bijlage D: Individueel aangewezen beroepsbeoefenaren van het Toezichtbeleid inzake informatieverstrekkingen uit het kentekenregister.

Hoofdstuk 2. – Wijze van toezichthouden

2.1. Deelwaarnemingen

De RDW voert één keer in de twee jaar een controle uit op de aangewezen beroepsbeoefenaar. Bij deze controle wordt nagegaan of de gevoelige gegevens voor de juiste doelbinding zijn bevraagd. Deze controle op de rechtmatigheid van bevragingen duidt de RDW aan als ‘deelwaarnemingen’.

2.1.1. Uitvoering deelwaarneming

De RDW stuurt een brief aan de aangewezen beroepsbeoefenaar. De brief bevat vijf kentekens waarbij gevoelige gegevens zijn bevraagd. De kentekens zijn bevraagd in een willekeurig gekozen periode voorafgaand aan de uitvoering van de deelwaarneming. Kentekens worden zowel willekeurig als risicogestuurd geselecteerd.

Indien er één of meer, maar minder dan vijf kentekens zijn bevraagd, dan bevat de brief al deze kentekens. Indien er geen kentekens zijn bevraagd, dan ontvangt de aangewezen beroepsbeoefenaar hierover geen bericht.

De aangewezen beroepsbeoefenaar dient binnen vier weken na het verzenden van de brief van de RDW, voor ieder opgegeven kenteken, aannemelijk te maken dat de bevraging is geschied ten behoeve van de doelbinding.

Dit kan de aangewezen beroepsbeoefenaar doen door middel van het toezenden van kopieën uit de administratie.

Indien de aangewezen beroepsbeoefenaar niet tijdig reageert op het verzoek, dan stuurt de RDW een herinnering. De aangewezen beroepsbeoefenaar zal dan binnen veertien dagen alsnog moeten reageren. Verzuimt de aangewezen beroepsbeoefenaar opnieuw te reageren, dan zal de RDW de gegevensverstrekking tijdelijk opschorten tot een reactie ontvangen is.

Indien in deze deelwaarneming alle gevraagde kentekens voor de juiste doelbinding zijn bevraagd, dan vindt de volgende deelwaarneming na verloop van twee jaar weer plaats.

Hoofdstuk 3. – Overtredingen en sancties

Indien een overtreding wordt vastgesteld volgt een sanctie. De RDW kent verschillende soorten sancties. Hiervoor verwijst de RDW naar hoofdstuk 4.5 van het algemeen deel.

3.1. Onvoldoende aantonen rechtmatigheid bevraging

Indien de aangewezen beroepsbeoefenaar bij één of meer van de opgegeven kentekens niet aannemelijk kan maken dat de bevragingen zijn geschied ten behoeve van de juiste doelbinding, dan wordt een overtreding vastgesteld (in alle andere gevallen is de rechtmatigheid van de bevragingen aangetoond).

Is dit de eerste, tweede of derde overtreding binnen 5 jaar dan zal de aangewezen beroepsbeoefenaar een waarschuwing ontvangen en onder verscherpt toezicht worden geplaatst, hetgeen betekent dat het volgende kwartaal nogmaals een deelwaarneming wordt uitgevoerd.

Wanneer de aangewezen beroepsbeoefenaar binnen 5 jaar na de eerste overtreding een vierde overtreding begaat dan zal een gesprek met de directie van de aangewezen beroepsbeoefenaar worden aangegaan en zal contact worden gezocht met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over de intrekking van de aanwijzing.

Bijlage E. Informatieproviders

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 – Algemeen

17

1.1

Algemeen

17

1.2

Wettelijke basis Informatieprovider

17

1.3

Wettelijke basis communicatieproviders

18

1.4

Titel

18

Hoofdstuk 2 – Wijze van toezichthouden

18

Hoofdstuk 3 – Overtredingen en sancties

18

3.1

Sancties informatieprovider

18

3.2

Sancties communicatieprovider

18

3.3

Fraude en bejegening

18

3.4

Misbruik van geraadpleegdeegevens

18

Hoofdstuk 1. – Algemeen

1.1. Algemeen

Informatieproviders worden aangewezen door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Voor providers gelden de eisen en voorwaarden. De eisen en voorwaarden zijn op te vragen bij de RDW en maken integraal onderdeel uit van dit beleid.

Een informatieprovider verzamelt en verwerkt bedrijfsmatig gegevens afkomstig uit diverse bronnen waaronder het kentekenregister. Een informatieprovider bewerkt de gegevens zodanig dat ze in een informatiebehoefte uit de markt kunnen voorzien. Bij ministeriële regeling vastgestelde gevoelige gegevens mogen hierbij worden gebruikt. Hierbij geldt als voorwaarde voor de verstrekking van gevoelige gegevens of de combinatie van verstrekte gegevens dat deze niet herleidbaar mogen zijn tot een individuele natuurlijke persoon of een rechtspersoon. Onder gegevensverstrekking ten behoeve van een voertuiginformatiesysteem voor de voertuigbranche wordt verstaan het gebruik van gegevens uit het kentekenregister om informatiesystemen voor de voertuigbranche te voeden, waarmee de aan het betreffende voertuig of voertuigtype gerelateerde informatie op eenvoudige wijze kan worden geproduceerd.

1.2. Wettelijke basis Informatieprovider

Op grond van art. 9 jo art. 14 Kentekenreglement (hierna: KR) en art. 3 jo Bijlage II en III van de Regeling gegevensverstrekking kentekenregister 2008 (hierna: Rgk 2008) mogen aan partijen die door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat als informatieprovider zijn aangewezen, ten behoeve van de hieronder vermelde doelbinding de hieronder opgesomde gevoelige gegevens worden verstrekt.

  • Voor de doelbinding: ten behoeve van statistische doeleinden:

    • kenteken in combinatie met één van de onderstaande gevoelige gegevens:

    • voertuigidentificatienummer;

    • meldcode;

    • duplicaatcode van het kentekenbewijs;

    • laatst geregistreerde tellerstand;

    • voertuigstatus;

    • begindatum voertuigstatus;

    • einddatum voertuigstatus;

    • numerieke deel van de postcode (4 posities);

    • Kamer van Koophandelnummer van rechtspersonen;

    • Kamer van Koophandelnummer van erkende bedrijven;

    • geslachtsaanduiding natuurlijke persoon (M/V); en

    • geboortejaar natuurlijk persoon.

  • Voor de doelbindingen:

    • ten behoeve van de in de aanwijzingsbeschikking van de informatieprovider opgenomen voertuiginformatiesystemen ten behoeve van de voertuigbranche; en

    • informatiesystemen voor de totstandkoming en instandhouding van de verzekeringen ten aanzien van motorrijtuigen en aanhangwagens voor de verzekeraars of de door hen aangewezen gevolmachtigden:

Kenteken in combinatie met één van de onderstaande gevoelige gegevens:

  • voertuigidentificatienummer;

  • meldcode;

  • duplicaatcode van het kentekenbewijs;

  • laatst geregistreerde tellerstand;

  • voertuigstatus;

  • begindatum voertuigstatus;

  • einddatum voertuigstatus; en

  • Kamer van Koophandelnummer van erkende bedrijven.

1.3. Titel

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Informatieproviders van het Toezichtbeleid inzake informatieverstrekkingen uit het kentekenregister.

Hoofdstuk 2. – Wijze van toezichthouden

Iedere informatieprovider dient één keer per jaar, voor 1 april van ieder jaar, een accountantsverklaring aan te leveren bij de RDW. De eisen voor deze accountantsverklaringverklaring staan in de Eisen en Voorwaarden.

Middels deze accountantsverklaring wordt zowel de identiteit van de providers getoetst, als de rechtmatigheid van de opgevraagde gegevens.

Hoofdstuk 3. – Overtredingen en sancties

Indien de providers niet voor de in de Eisen en Voorwaarden gestelde datum een goedkeurende accountantsverklaring hebben aangeleverd, krijgen zij een herinnering. De provider heeft dan gedurende één maand de tijd om alsnog de goedkeurende accountantsverklaring aan te leveren. Indien binnen deze maand geen goedkeurende accountantsverklaring wordt aangeleverd, dan ontvangt de provider een waarschuwing en krijgt nogmaals veertien dagen de tijd een goedkeurende accountantsverklaring aan te leveren. Indien na verloop van veertien dagen geen goedkeurende accountantsverklaring is aangeleverd, kan de RDW besluiten de gegevensverstrekking aan de provider op te schorten totdat een goedkeurende accountantsverklaring is aangeleverd.

Indien sprake is van een accountantsverklaring met beperkingen, dan zal de RDW de provider verzoeken aan te tonen welke maatregelen de provider zal nemen om voortaan in overeenstemming met de eisen en voorwaarden te handelen. De RDW bericht dit schriftelijk aan de betreffende provider en stelt een termijn van in beginsel vier weken waarbinnen de provider dient te reageren. Van deze termijn kan door de RDW worden afgeweken. Indien na het verlopen van deze termijn niet afdoende is aangetoond welke maatregelen de provider heeft getroffen om voortaan in overeenstemming met de eisen en voorwaarden te handelen, ontvangt de provider een waarschuwing en krijgt nogmaals veertien dagen de tijd om een goedkeurende verklaring aan te leveren. Indien na verloop van veertien dagen geen afdoende reactie is ontvangen, kan de RDW besluiten de gegevensverstrekking op te schorten totdat een afdoende reactie is aangeleverd.

3.1. Sancties informatieprovider

Indien een informatieprovider blijvend niet voldoet aan de Eisen en Voorwaarden voor informatieproviders, dan zoekt de RDW contact met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over het intrekken van de aanwijzing.

3.2. Fraude en bejegening

Indien de RDW constateert dat providers frauderen bij het aantonen van de rechtmatigheid van de bevragingen, dan kan de RDW besluiten om de gegevensverstrekking per direct stop te zetten. Ook zal de RDW contact zoeken met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over de intrekking van de aanwijzing.

Onder fraude wordt in ieder geval verstaan het namaken of antedateren van kopieën uit de administratie. Ook bij onheuse bejegening van personeel van de RDW dat betrokken is bij de uitvoering van het toezicht kan de RDW eveneens besluiten om de gegevensverstrekking per direct stop te zetten en contact met het voornoemde Ministerie te zoeken om de aanwijzing in te trekken.

3.4. Misbruik van geraadpleegde gegevens

Indien de RDW (bijvoorbeeld naar aanleiding van een klacht of incident) misbruik van de gevoelige gegevens uit het kentekenregister constateert, dan kan de RDW besluiten om de gegevensverstrekking per direct stop te zetten en contact met het Ministerie te zoeken om de aanwijzing in te trekken. Onder misbruik van gevoelige gegevens wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gevoelige gegevens uit het kentekenregister in strijd met de doelbinding voor een commercieel belang of persoonlijk gewin.

Bijlage F. Belanghebbenden

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 – Algemeen

19

1.1

Wettelijke basis

19

1.2

Titel

19

Hoofdstuk 2- Wijze van toezicht houden

19

2.1

Controle vooraf

19

2.2

Deelwaarnemingen

19

 

2.2.1

Uitvoering deelwaarneming

19

 

2.2.2

Beoordeling deelwaarneming (toetsen rechtmatigheid bevraging) 2

19

Hoofdstuk 3 – Overtredingen en sancties

20

3.1

Onvoldoende aantonen rechtmatigheid bevraging

20

3.2

Fraude en bejegening

20

3.3

Misbruik van geraadpleegde gegevens

20

Hoofdstuk 1. – Algemeen

1.1. Wettelijke basis

De RDW kan op grond van artikel 9 lid 1 sub c Kentekenreglement (hierna: KR) partijen als belanghebbende aanwijzen voor het ontvangen van gevoelige gegevens uit het kentekenregister. Wanneer er persoonsgegevens worden verstrekt aan belanghebbenden, moet de betrokkene volgens artikel 11 KR daarvoor toestemming geven. De RDW heeft Moditech Rescue Solutions BV (hierna: Moditech) aangewezen als belanghebbende bij het fraudegevoelige gegeven, het voertuigidentificatienummer (hierna: VIN).

Moditech mag het VIN ontvangen voor de doelbinding: hulpverlening aan veiligheidsregio’s, bedrijfsbrandweerkorpsen en bergingsbedrijven.

1.2. titel

Deze bijlage is getiteld: Bijlage F: Belanghebbenden van het Toezichtbeleid inzake informatieverstrekkingen uit het kentekenregister.

Hoofdstuk 2. – Wijze van toezicht houden

2.1. Controle vooraf

Alvorens Moditech het VIN van de RDW mag ontvangen, dient zij haar relatie met afnemers van de veiligheidsregio’s, bedrijfsbrandweerkorpsen en bergingsbedrijven aan te tonen door het overleggen van bewijsstukken, zoals een overeenkomst. Deze controle vindt eenmalig vooraf plaats.

2.2. Deelwaarnemingen

De RDW voert ieder jaar een deelwaarneming uit op vijf bevragingen die Moditech in het kentekenregister ten aanzien van het VIN-nummer heeft gedaan. Bij deze controle wordt nagegaan of Moditech het kentekenregister voor de juiste doelbinding heeft bevraagd.

2.2.1. uitvoering deelwaarneming

De RDW stuurt een brief naar Moditech waarin vijf VIN’s zijn genoemd die in het kentekenregister door Moditech zijn bevraagd. De VIN’s zijn bevraagd in een willekeurig gekozen periode voorafgaand aan de uitvoering van de deelwaarneming.

Indien er één of meer, maar minder dan vijf VIN’s zijn bevraagd, dan bevat de brief al deze VIN’s. Indien er geen kentekens zijn bevraagd dan ontvangt Moditech hierover geen bericht.

Moditech dient binnen vier weken na het verzenden van de brief voor ieder opgegeven VIN aannemelijk te maken dat de bevraging is geschiedt ten behoeve van de doelbinding. Dit kan Moditech doen door bewijsstukken aan te leveren dat er ten aanzien van het betreffende VIN een melding of oproep is gedaan door een veiligheidsregio, bedrijfsbrandweerkorps of bergingsbedrijf. De RDW controleert aan de hand van het VIN, data en de opgegeven administratie of de bevraging is geschied ten behoeve van de juiste doelbinding.

Indien Moditech niet tijdig reageert op het verzoek, dan stuurt de RDW een herinnering. Moditech zal dan binnen veertien dagen alsnog moeten reageren. Verzuimt Moditech opnieuw te reageren, dan zal de RDW dit beoordelen als een overtreding.

Hoofdstuk 3. – Overtredingen en sancties

Indien een overtreding wordt vastgesteld, zal een sanctie volgen. De RDW kent verschillende soorten sancties. Hiervoor verwijst de RDW naar hoofdstuk 4.5 van het algemeen deel.

3.1. Onvoldoende aantonen rechtmatigheid bevraging

Indien Moditech bij één of meer van de opgegeven VIN’s niet aannemelijk kan maken dat de bevragingen zijn geschied ten behoeve van de juiste doelbinding, dan wordt een overtreding vastgesteld (in alle andere gevallen is de rechtmatigheid van de bevraging aangetoond).

Is dit de eerste overtreding binnen vijf jaar, dan zal Moditech een waarschuwing ontvangen en onder verscherpt toezicht worden geplaatst. Dit betekent dat het volgende kwartaal nogmaals een deelwaarneming wordt uitgevoerd.

Wanneer Moditech een tweede overtreding binnen vijf jaar na de eerste overtreding begaat, dan zal de verstrekking van het VIN tijdelijk, voor de duur van één maand, worden stopgezet. Daarnaast zal Moditech nogmaals onder verscherpt toezicht worden geplaatst. Dit betekent dat het volgende kwartaal nogmaals een deelwaarneming wordt uitgevoerd.

Wanneer Moditech de volgende deelwaarneming weer een overtreding, of een derde overtreding binnen vijf jaar na de eerste overtreding begaat, dan zal de verstrekking van het VIN voor onbepaalde tijd worden beëindigd.

  1. Blijft in het toezichtbeleid verder buiten beschouwing

    ^ [1]
  2. Zie ook Kamerstukken II 2002/03, 26 387, nr. 18.

    ^ [2]
  3. Zie ook https://www.digitaleoverheid.nl/overzicht-van-alle-onderwerpen/gegevens/naar-een-gegevenslandschap/themas/twaalf-eisen- stelsel-van-basisregistraties/

    ^ [3]
  4. Kamerstukken II 2007/31 219, nr. 3, memorie van Toelichting, p. 14, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31219-3.pdf.

    ^ [4]
  5. Kamerstukken II 2007/31 219, nr. 3, memorie van Toelichting, p. 14, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31219-3.pdf.

    ^ [5]
  6. Algemene wet bestuursrecht

    ^ [6]
  7. Algemene Verordening Gegevensbescherming

    ^ [7]
  8. Conform artikel 1 van de Regeling gegevensverstrekking kentekenregister 2008

    ^ [8]
  9. https://wetten.overheid.nl/BWBR0036654/2015-06-02

    ^ [9]
Terug naar begin van de pagina