Inschrijvingsvoorwaarden mediators 2021

Geldend van 16-12-2020 t/m heden

(Besluit van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand van 28 oktober 2020 krachtens artikel 33b van de Wet op de Rechtsbijstand, goedgekeurd bij besluit van het Ministerie van Justitie en Veiligheid van 20 november 2020)

Inleiding

Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) is dat mediators die mediation in de zin van de wet willen verrichten zich daartoe inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand (verder: de Raad). De gerechten en het Juridisch Loket verwijzen alleen door naar mediators die staan ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand en die aan de gestelde eisen in de inschrijvingsvoorwaarden voldoen. Indien een mediator niet ingeschreven staat, kan hij geen toevoegingen voor de rechtzoekende aanvragen.

De Raad kan op grond van de artikelen 33 a en volgende van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op:

  • a. de vakbekwaamheidseisen die aan de mediator worden gesteld;

  • b. de mate van gebondenheid aan door de beroepsgroep algemeen aanvaarde normen betreffende de beroepsethiek en beroepsuitoefening;

  • c. de wijze waarop schendingen van de algemene norm betreffende de beroepsethiek en beroepsuitoefening worden afgehandeld;

  • d. de medewerking door de mediator aan onderzoek naar de werking van mediation en aan evaluatie;

  • e. de verslaglegging door de mediator van de door hem verrichte werkzaamheden;

  • f. de beroepsaansprakelijkheidsverzekering;

  • g. de organisatie van het kantoor waar de mediator werkzaam is.

In het onderstaande zijn deze inschrijvingsvoorwaarden uitgewerkt. Deze inschrijvingsvoorwaarden zijn algemeen verbindende voorschriften, die regels bevatten waarnaar mediators die zich bij de Raad inschrijven zich behoren te richten.

De Raad en het MfN-register hebben in 2018 een informatieprotocol afgesloten waarin afspraken zijn gemaakt omtrent het uitwisselen van informatie die van belang kan zijn voor de inschrijving bij de Raad dan wel de registratie bij het MfN-register en die als doel heeft de kwaliteit van mediators binnen het stelsel te borgen. Deze afspraken worden jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast. Door zich bij de Raad in te schrijven stemt de mediator met deze afgesproken informatie uitwisseling in en geeft hij daarvoor toestemming aan de Raad.

De Raad heeft voorts een privacyverklaring opgesteld waarin is aangegeven op welke wijze zij persoonsgegevens verwerkt.1

Inschrijvingsvoorwaarden

Artikel 1. Registratie/ vakbekwaamheidseisen (artikel 33c sub a Wrb)

  • a. De deelnemende mediator dient MfN2-registermediator te zijn. Deze MfN- registermediator heeft een door het MfN-register afgenomen peer review met goed gevolg ondergaan én in de drie jaar voor de datum van inschrijving bij de Raad voor Rechtsbijstand negen mediations op basis van de mediationovereenkomst voor de MfN-registermediator verricht.3

    De mediator is zich er van bewust dat het behoud van de status MfN-registermediator een absolute voorwaarde is om ingeschreven te kunnen blijven als mediator. De mediator verklaart zich per direct uit te laten schrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand vanaf het moment dat de inschrijving bij het MfN-register eindigt. Het MfN-register geeft dit eveneens, ter controle, aan de Raad voor Rechtsbijstand door.

  • b. De mediator neemt deel aan kwaliteitsbevorderende bijeenkomsten die door de verwijzingsvoorziening(en)4 en/ of de Raad voor Rechtsbijstand zullen worden georganiseerd.

  • c. De mediator dient bereid te zijn de door het MfN-register en de Raad voor Rechtsbijstand overeengekomen kwaliteitssystemen na te leven.

Artikel 2. Organisatie kantoor/ praktijk en verhouding met de Raad (33c sub g Wrb)

  • a. De mediator dient een regeling te hebben getroffen ten aanzien van de organisatie van zijn kantoor/ praktijk, waarin voldoende voorzien is in:

    • 1. de telefonische bereikbaarheid tijdens kantooruren waarvan enkele uren per dag direct en voor het overige via het gebruik van een telefoonbeantwoorder of voicemail, e-mail en een fax, die dagelijks respectievelijk worden afgeluisterd, geopend en/ of gelezen;

    • 2. dat verhindering wegens overmacht zo spoedig mogelijk telefonisch door de mediator wordt doorgeven aan de verwijzingsvoorziening, onmiddellijk gevolgd door schriftelijke bevestiging hiervan.

  • b. In het geval dat partijen of een van hen een aanvraag in het kader van de gesubsidieerde rechtsbijstand doen, werkt de mediator - behalve volgens deze inschrijvingsvoorwaarden - ook volgens de voorschriften van de Wet op de rechtsbijstand. Als voor een partij een toevoeging is verleend, mag de mediator aan deze partij naast de door de Raad opgelegde eigen bijdrage geen honorarium/uurtarief in rekening brengen.

  • c. De mediator richt zijn toevoegingsaanvragen en declaraties zorgvuldig en volledig in, met inachtneming van de regels die bij of krachtens de wet, of op basis van algemene voorschriften of specifieke aanwijzingen van de Raad zijn gesteld. Hij/zij neemt daarbij de algemene voorschriften en beleidsregels die met het oog op de wijze van indiening van toevoegingsaanvragen c.q. declaraties door de Raad zijn of worden uitgevaardigd, in acht. De mediator is open en duidelijk in de informatie die hij bij zijn aanvragen en declaraties verschaft. Hij vermeldt uit eigen beweging bijzonderheden die voor de rechtmatigheid van een toevoeging of vaststelling van een declaratie van belang zouden kunnen zijn.

  • d. De mediator stemt ermee in dat de Raad desverzocht gegevens en bescheiden uit het toevoeg- en vaststeldossier kan verstrekken aan de cliënt van de mediator.

  • e. De mediator bevordert dat voor een partij die daarvoor in aanmerking komt een toevoeging wordt verleend. Dit geldt ook voor de mediators die hebben aangegeven alleen mediations met betalende partijen te willen doen.

  • f. Indien in een specifiek geval een partij, die voor een toevoeging in aanmerking komt en daarop door de mediator is gewezen, bewust afziet van gesubsidieerde mediation, wordt dat schriftelijk vastgelegd. In dat geval kan een mediator zijn werkzaamheden niet op toevoegingsbasis declareren. Indien een toevoeging is verleend, wordt deze aan de Raad ter intrekking toegezonden.

  • g. Plaatsvervanging is in principe niet mogelijk. Incidenteel kan, in geval van zwaarwegende redenen voor verhindering, plaatsvervanging geschieden met een eveneens bij de Raad voor Rechtsbijstand ingeschreven mediator. In het geval van familiemediations dient de vervangende mediator ingeschreven te staan bij de Raad voor de specialisatie personen- en familierecht. Indien het om een verwijzing van de verwijzingsvoorzieningen gaat, dient dit tevens in overleg met de betreffende verwijzingsvoorziening te geschieden. Indien een andere mediator de toegevoegde mediator vervangt, blijft ook de toegevoegde mediator aanspreekbaar op de kwaliteit van de verrichte mediation.

  • h. De mediator laat medewerkers van het kantoor die geen MfN-registermediator zijn, in toegevoegde zaken geen andere dan ondersteunende werkzaamheden, zijnde geen mediation, verrichten.

  • i. De mediator geeft aan de Raad voor Rechtsbijstand het uurtarief op dat hij of zij hanteert voor partijen die niet voor een toevoeging in aanmerking komen. De mediator kan aan partijen die niet voor een toevoeging in aanmerking komen, geen hoger uurtarief in rekening brengen dan hij aan de Raad heeft opgegeven. Het aan de Raad opgegeven uurtarief wordt opgenomen in de onder 5.2 bedoelde openbare lijst van mediators (Mediatorsearch). De mediator kan een instaptarief hanteren.5

  • j. Het is de ingeschreven mediator niet geoorloofd om een beloning of provisie toe te kennen of te ontvangen voor het aanbrengen van opdrachten.6

  • k. In wederzijds belang behoren (medewerkers van) de Raad en mediators te streven naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen. Een mediator die zich bij herhaling schuldig maakt aan onbehoorlijk of onheus optreden, zowel jegens medewerkers van de Raad als in bredere zin door zich in strijd met de algemeen geldende normen van fatsoen en redelijkheid in de beroepsuitoefening te gedragen, kan - nadat hij op dit gedrag is aangesproken door een leidinggevende van de Raad en een formele waarschuwing heeft gekregen - van deelname aan het stelsel voor de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand worden uitgesloten.

  • l. Een mediator kan in geval van frauduleuze of onrechtmatige gedragingen of gedragingen in strijd met geldende wet- en regelgeving ten aanzien van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand en overige door de Raad getroffen voorzieningen en subsidieregelingen met onmiddellijke ingang van deelname aan het stelsel voor de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand worden uitgesloten.

  • m. De mediator stemt ermee in dat zijn praktijkgegevens, waaronder zijn affiniteiten en uurtarief, worden gepubliceerd op een openbare lijst van mediators (Vind een mediator) en worden gedeeld met de verwijzingsvoorziening bij de rechtspraak en met het Juridisch Loket.7

  • n. De mediator is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid waar het gaat om bescherming van persoonsgegevens en draagt zorg voor zorgvuldige en vertrouwelijke behandeling ervan met in achtneming van de toepasselijke wet- en regelgeving.

  • o. De mediator wiens registratie in het kwaliteitsregister van de MfN op grond van een onherroepelijke uitspraak van de Stichting Tuchtrechtspraak mediators onvoorwaardelijk geschorst of doorgehaald is, stelt het centraal kantoor van de Raad zelf onmiddellijk schriftelijk op de hoogte en draagt zorg voor overdracht van zijn toevoegingszaken. Hij meldt daarbij aan de Raad welke mediator in zaken waarin nog geen toevoeging verleend is in zijn plaats moet worden toegevoegd.

Artikel 3. Verslaglegging van de door de mediator verrichte werkzaamheden (artikel 33c sub e Wrb)

De mediator voert in zaken waarin hij is toegevoegd een deugdelijke en transparante tijdregistratie. Daarin wordt de aan mediation bestede tijd op juiste en verantwoorde wijze bijgehouden op datum en naar verrichting. Indien gebruik wordt gemaakt van vaste tijdseenheden, mogen deze niet groter zijn dan zes minuten. In een urenspecificatie moet minimaal onderscheid gemaakt worden tussen overige werkzaamheden en contacturen zoals nader omschreven in artikel 6 van deze voorwaarden en moet een korte aanduiding worden gegeven met wie is gesproken of gecorrespondeerd. De mediator draagt er zorg voor dat het aantal uren aan overige werkzaamheden niet hoger is dan het aantal contacturen.

Artikel 4. Beroepsaansprakelijkheidsverzekering (Artikel 33c sub f Wrb)

De mediator heeft een deugdelijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering ten bedrage van € 450.000,- per gebeurtenis. Bij inschrijving verklaart de mediator aldus verzekerd te zijn, dan wel bereid te zijn dadelijk na toelating een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten voor minimaal € 450.000 per gebeurtenis.

Artikel 5. Verwijzingsvoorzieningen van de rechtspraak en Juridisch Loket (artikel 33c sub d, e en g Wrb)

  • a. De mediator conformeert zich aan de werkwijze horend bij de verwijzingsvoorzieningen.

  • b. De mediator maakt gebruik van de mediationovereenkomst zoals opgesteld door de verwijzingsvoorzieningen.

  • c. De mediator draagt zorg voor het compleet en tijdig verstrekken van de gegevens ten behoeve van de monitoring die door de verwijzingsvoorziening worden gevraagd.

  • d. De mediator is bereid mediationbijeenkomsten te houden in mediationkamers die door de verwijzingsvoorziening bij de Rechtspraak zijn ingericht. Voor de gevallen waarin de verwijzingsvoorziening geen ruimte ter beschikking heeft, dient de mediator adequate ruimte ter beschikking te hebben om mediationbijeenkomsten te houden. De mediator brengt hiervoor geen kosten aan partijen in rekening.

  • e. De mediator neemt deel aan een schriftelijke of mondelinge evaluatie van zijn/haar werkzaamheden voor de verwijzingsvoorzieningen indien dit door de verwijzingsvoorziening geïnitieerd wordt.

  • f. De mediator verplicht zich steeds beschikbaar te zijn voor het doen van een verwezen mediation ( behoudens vakantie en tijdens ziekte ). Ook verplicht hij of zij zich telkens binnen twee weken na aanmelding en acceptatie van de mediation een eerste mediationbijeenkomst te houden en vervolgafspraken zodanig te maken dat de mediation binnen drie maanden na de eerste bijeenkomst afgerond is.

  • g. De mediator is bereid om op te treden in teammediation waar dat door de verwijzers noodzakelijk wordt geacht. Tevens is hij/zij bereid om in die gevallen de mediation tijdig inhoudelijk en procedureel voor te bereiden.

Artikel 6. Vergoeding voor de niet toegevoegde partij

  • a. In zaken die zijn verwezen door een van de verwijzingsvoorzieningen binnen het rechtsbestel geldt, als geen enkele partij voor een toevoeging in aanmerking komt, de volgende regeling: de mediator verplicht zich om zijn uurtarief alleen in rekening te brengen voor:

    • de contacturen8 en

    • overige werkzaamheden9 tot een maximum dat niet hoger is dan het aantal contacturen.

    Na afloop van de mediation krijgen cliënten een urenverantwoording van de mediator, waarin hij of zij zijn tijdsbesteding gespecificeerd heeft vermeld op de wijze zoals is bepaald in artikel 3 van deze voorwaarden, alsmede een specificatie van de (eventuele) vooraf overeengekomen bijzondere kosten. Bijzondere kosten kunnen aan partijen alleen in rekening worden gebracht indien zij daarmee vooraf hebben ingestemd.

  • b. Als in een zaak met twee partijen een van de partijen voor een toevoeging in aanmerking komt dan is ten aanzien van de betalende partij zowel in het geval van een verwijzing vanuit een van de verwijzingsvoorzieningen als in het geval waarin de mediator partijen zonder zo’n verwijzing bijstaat lid a van dit artikel van toepassing. Voorts behoort de mediator het aantal uren dat in lid a wordt bedoeld door twee te delen. Aan de betalende partij mag niet meer dan de helft van het in lid a bedoelde aantal uren in rekening worden gebracht. Aan de toegevoegde partij worden geen uren in rekening gebracht indien voor deze partij een toevoegingsvergoeding kan worden verkregen.

Artikel 7. Klacht- en tuchtrecht (artikel 33c sub c Wrb)

De mediator committeert zich aan de klachtenregeling van het MfN-register en het Reglement Stichting Tuchtrechtspraak Mediators. Ook stemt hij/zij in met de plicht van het MfN-register om de uitkomst van klachten, waarbij een onherroepelijke maatregel van onvoorwaardelijke schorsing of schrapping is opgelegd, te melden aan de verwijzingsvoorziening van de Rechtspraak.

Artikel 8. Co-mediation (artikel 33c sub a Wrb)

De mediator is bereid tot het laten bijwonen van mediations door een (onervaren) co-mediator. De verwijzingsvoorzieningen bieden mediators die nog geen MfN-registermediator zijn, maar wel een erkende mediationopleiding hebben voltooid, de gelegenheid ervaring op te doen als co-mediator. Alle door de Raad ingeschreven mediators mogen zelf co-mediators meenemen die voldoen aan de hiervoor genoemde kwalificatie.

Hierbij dienen de volgende regels in acht te worden genomen:

  • de mediator staat ervoor in alleen co-mediators mee te nemen die een erkende mediationopleiding hebben voltooid;

  • co-mediators ontvangen geen vergoeding, noch van de verwijzingsvoorziening, noch van de partijen;

  • de mediator zal zich niet laten betalen door de co-mediator voor het laten bijwonen van de mediation;

  • de mediator blijft verantwoordelijk voor de gang van zaken tijdens de mediation;

  • de mediator draagt er zorg voor dat de mediationovereenkomst mede wordt ondertekend door de co-mediator;

  • de mediator tekent op de monitoringformulieren aan wie als co-mediator is opgetreden en welke opleiding deze heeft voltooid.

Artikel 9. Registratie van affiniteiten door de Raad voor Rechtsbijstand (artikel 33c sub a Wrb)

Bij zijn verzoek tot inschrijving bij de Raad voor Rechtsbijstand kan de mediator één of meer affiniteiten opgeven. De registratie van affiniteiten is een voorwaarde voor het in aanmerking komen voor verwijzingen van het Juridisch Loket en de rechtspraak op het terrein van de betreffende affiniteit. Een affiniteit wordt door de Raad alleen geregistreerd als per hoofdcategorie waarbinnen de affiniteit wordt opgegeven tenminste drie mediations10 zijn behandeld. Dit moet aan de hand van (geanonimiseerde) mediationovereenkomsten aangetoond worden. Dit geldt niet voor het registreren van affiniteiten op het terrein van het Personen- en Familierecht, daarop is artikel 13 van toepassing.

Artikel 10. Deskundigheidseisen voor het behandelen van zaken op het terrein van het personen - familierecht (artikel 33c sub a Wrb)

Om ingeschreven te kunnen worden voor dit vakgebied dient een mediator, naast de in artikel 1 omschreven eisen, te voldoen aan het volgende vereiste:

  • a. het voltooid hebben van een door het MfN-register geaccrediteerde specialisatieopleiding familiemediation;

Om vervolgens ingeschreven te blijven voor dit vakgebied dient een daarvoor toegelaten mediator te voldoen aan de volgende vereisten:

  • b. het behandelen van tenminste 7 mediations per jaar op het terrein van het personen en familierecht. De mediator kan desgewenst aantonen dat hij dit aantal mediations heeft gedaan door ook betalende mediations aan te geven en;

  • c. het behalen van 10 opleidingspunten per jaar op het terrein van het personen- en familierecht. Opleidingspunten voor intervisie kunnen hiervoor tot een maximum van 4 opleidingspunten worden opgegeven indien kan worden aangetoond dat de intervisie specifiek betrekking heeft op familiemediation.

De mediator die niet (langer) aan de in dit artikel gestelde deskundigheidseisen voldoet of wil voldoen, verzoekt uit eigen beweging de Raad om zijn inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht door te halen.

Indien de mediator eerder bij de Raad voor de specialisatie personen- en familierecht ingeschreven heeft gestaan, dan geldt bij herinschrijving de eis dat de mediator 10 opleidingspunten op het terrein van het personen- en familierecht, behaald in het jaar voorafgaand aan het verzoek tot herinschrijving, dient te overleggen.

De Raad toetst steekproefsgewijs of de ingeschreven mediator heeft voldaan aan de gestelde eisen voor het onderhouden van zijn deskundigheid. De Raad verstrekt nadere informatie omtrent deze toetsing via de e-nieuwsbrief. De Raad kan daarnaast ook op eigen initiatief (op basis van signalen of wanneer hij dat nodig acht) besluiten te toetsen of aan de eisen wordt voldaan.

In die gevallen waar de mediator minimaal één van de partijen op toevoegbasis bijstaat en een advocaat dient in te schakelen om de vaststellingsovereenkomst in een rechterlijke uitspraak op te laten nemen, draagt de mediator er zorg voor dat de ingeschakelde advocaat bij de Raad ingeschreven is voor de specialisatie Personen- en familierecht. Als de advocaat niet voor deze specialisatie is ingeschreven, dan heeft de mediator geen recht op de zogenaamde afhechtingstoeslag op grond van artikel 8 lid 4 van het Besluit Toevoeging Mediation.

Artikel 11. Deskundigheidseisen voor het behandelen van zaken betreffende internationale kinderontvoering (artikel 33c sub a Wrb)

Naast de voorwaarden uit de artikelen 1 tot en met 13 behoren mediators die zaken betreffende internationale kinderontvoering willen behandelen zich daarvoor apart in te inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Bij het verzoek moeten zij aantonen dat zij voldoen aan onderstaande criteria:

  • succesvol hebben deelgenomen aan een door de Raad voor Rechtsbijstand erkende opleiding voor cross border mediation;

  • kennis van het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 25 oktober 1980 (HKOV) en de Uitvoeringswet inzake internationale ontvoering van kinderen van 2 mei 1990;

  • ervaring als mediator in familierechtzaken, dat wil zeggen als mediator 10 familierechtzaken behandeld hebben;

  • op de hoogte blijven van de (rechts)ontwikkelingen op het gebied van internationale kinderontvoering door het bijwonen van relevante congressen, cursussen, lezingen etc. en het op de hoogte blijven van relevante jurisprudentie.

Artikel 12. Deskundigheidseisen voor bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken (artikel 33c sub a Wrb)

De vereisten voor het verstrekken van toevoegingen aan bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken zijn:

  • 1. het met succes hebben voltooid van een universitaire opleiding en;

  • 2. het gedurende een periode van drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot deelname ingeschreven staan bij de Raad als familiemediator en;

  • 3. het met goed gevolg hebben afgelegd van het door de Stichting Bijzondere Curator georganiseerd examen voor het kunnen behandelen van artikel 1:250 BW zaken. Voor het opgaan voor het examen geldt als aanbeveling dat de kandidaat een door de Raad erkende specialisatieopleiding bijzondere curator van tenminste 20 punten heeft voltooid.

Om ingeschreven te blijven staan onderhoudt de bijzondere curator zijn deskundigheid door het jaarlijks behalen van ten minste vier opleidingspunten op dit specifieke gebied en behoort deze tevens te voldoen aan de in de inschrijvingsvoorwaarden gestelde deskundigheidseisen voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht. Indien de bijzondere curator niet meer voldoet aan de gestelde eisen, kan de Raad de bijzondere curator voor de specialisatie uitschrijven. Voordat de Raad hiertoe beslist, zal betrokkene indien deze dat wenst worden gehoord.

Artikel 13. Maximum (artikel 33c sub b Wrb)

Om te voorkomen dat de kwaliteit van de door de mediator te verrichten werkzaamheden in het gedrang komt, door onder meer het te snel en te veel aanvragen van toevoegingen of door het onvoldoende tijd en aandacht besteden aan zaken, worden aan een mediator jaarlijks niet meer dan 250 toevoegingen afgegeven.

Het maximum van 250 toevoegingen per jaar sluit aan bij de door de beroepsgroep algemeen aanvaarde norm van het aantal van omstreeks 1200 declarabele uren per jaar dat maximaal verricht zou moeten kunnen worden zonder dat de kwaliteit van de werkzaamheden in het gedrang komt.

Indien een mediator het maximumaantal toevoegingen heeft bereikt, zullen in het betreffende kalenderjaar geen toevoegingen meer aan hem of haar worden afgegeven

De Raad verwacht in dat geval ook van de mediator dat deze gedurende het resterende kalenderjaar geen nieuwe toevoegingsaanvragen indient. In het geval dat gebleken is dat de Raad toch toevoegingen boven het maximum heeft verstrekt, dan stemt de mediator met intrekking van deze toevoegingen in.

De Raad informeert het MfN-register over het bereiken van de grens van het maximumaantal af te geven toevoegingen. De mediator stemt door zijn inschrijving bij de Raad, op voorhand met deze melding in.

De mediator kan in het volgend kalenderjaar opnieuw om inschrijving verzoeken. Als hij in het jaar daarop opnieuw toevoeging verzoekt in zaken waarin vorig jaar vanwege het bereiken van het maximum, aan hem toevoegingen zijn geweigerd,

zal - indien de toevoeging alsnog wordt verleend - de ingangsdatum in het jaar van de nieuwe aanvraag liggen.

De Raad kan een mediator die het maximum binnen een half jaar heeft bereikt - na hem voorafgaand te hebben gehoord - definitief van de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand uitsluiten

Artikel 14. Informatieplicht en verplichting tot medewerking in het geval van een door de Raad geëntameerd ambtshalve onderzoek naar de kwaliteit van de mediation (artikel 33c sub c, d en e Wrb)

  • a. De mediator dient desgevraagd aan de Raad en aan door de Raad ingestelde commissies, tenzij dit in strijd is met de geheimhoudingplicht in de gedragsregels voor de MfN registermediator, informatie te verstrekken en verantwoording af te leggen over de afhandeling van zaken. Deze informatieplicht kan ook worden aangewend met betrekking tot de evaluatie van door de Raad gevoerd beleid. Desgevraagd dient de mediator verslaglegging te doen over de wijze waarop aan de inschrijvingsvoorwaarden is voldaan.

  • b. Indien de mediator niet meewerkt aan een door de Raad geëntameerd ambtshalve onderzoek naar de kwaliteit van de door hem verrichte mediation dan kan zijn algemene inschrijving of inschrijving voor het rechtsgebied in kwestie worden doorgehaald.

Artikel 15. Wijziging van gegevens en beëindiging deelname

Het doorgeven van wijzigingen van gegevens en beëindiging van deelname dient schriftelijk te geschieden bij de Raad voor Rechtsbijstand.

Artikel 16. Doorhaling Inschrijving (Artikel 33d en Artikel 17 Wrb)

  • 1 De inschrijving van de mediator kan door de Raad worden doorgehaald:

    • a. op eigen verzoek;

    • b. wanneer hij de hoedanigheid van MfN-registermediator verliest;

    • c. gedurende de tijd dat hij op grond van een tuchtrechtelijke beslissing of anderszins onherroepelijk is geschorst in de uitoefening van zijn beroep;

    • d. indien de mediator niet voldaan heeft dan wel niet langer voldoet aan de voor de inschrijving gestelde voorwaarden;

    • e. indien naar het oordeel van de Raad genoegzaam is gebleken dat de rechtsbijstandverlening door de mediator niet voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van doelmatigheid of zorgvuldigheid;

    • f. indien naar het oordeel van de Raad genoegzaam is gebleken dat de mediator herhaaldelijk onjuiste informatie heeft verstrekt ten behoeve van het vaststellen van de vergoeding;

    • g. indien de mediator niet voldoet aan de eisen gesteld aan de wijze van indiening van een aanvraag om een toevoeging;

    • h. indien de mediator niet voldoet aan de eisen gesteld aan de inrichting en de wijze van indiening van een aanvraag om vaststelling van de vergoeding.

  • 3 Doorhaling van de inschrijving voor een specifiek rechtsgebied kan plaatsvinden indien de mediator niet langer voldoet aan de bij deze regeling gestelde (deskundigheids)vereisten. Deze doorhaling geldt voor een periode van minimaal één jaar. Voor herinschrijving gelden de voor het specifieke rechtsgebied gestelde voorwaarden.

  • 4 De Raad kan herinschrijving weigeren indien de inschrijving van een mediator is doorgehaald in de gevallen beschreven in het eerste lid onder e, f, g en h.

Artikel 17. Algemene bepaling

De mediator onthoudt zich van gedragingen die met de doelstelling van deze voorwaarden in strijd komen. Zo is het niet toegestaan om toevoegingen aan te vragen ten behoeve van een andere mediator of rechtsbijstandverlener, bijvoorbeeld voor een niet ingeschreven mediator of voor een mediator die niet aan specifieke deskundigheidseisen voldoet of het maximum aantal toevoegingen heeft bereikt. Het is evenmin toegestaan de gevolgen van algehele uitschrijving of uitschrijving van een specifiek rechtsgebied te ontgaan door andere mediators toevoegingen te laten aanvragen

I.D. Nijboer

Bestuurder Raad voor Rechtsbijstand

  1. http://www.rvr.org/Informatie-over-de-raad/organisatie/privacy/privacy-raad-voor-rechtsbijstand.html

    ^ [1]
  2. MfN is de afkorting van: Mediatorsfederatie Nederland. MfN-registermediators staan ingeschreven in het MfN-register. Het MfN-register wordt gehouden door de MfN en wordt beheerd en onderhouden door de onafhankelijke Stichting Kwaliteit Mediators. MfN-registermediators werken volgens reglementen en modellen die het MfN-register heeft opgesteld. Andere beroepsorganisaties die een kwaliteitsregister van mediators onderhouden kunnen een verzoek bij de Raad indienen om toelating.

    ^ [2]
  3. Met betrekking tot de bedoelde negen mediations gelden de volgende eisen:

    • - het moet gaan om mediations conform de condities van de MfN-registermediator (Gedragsregels voor de MfN-registermediator en MfN-Mediationreglement), aangevangen met een schriftelijke mediationovereenkomst. Bemiddelingen, in welke vorm dan ook, tellen niet mee voor een inschrijving bij de Raad;

    • - van de negen mediations moeten er minimaal drie met een vaststellingsovereenkomst zijn afgesloten;

    • - co-mediations in een gelijkwaardige positie tellen mee tot een maximum van drie van de negen; van de overige zes dienen ten minste twee mediations met een vaststellingsovereenkomst te zijn afgesloten.

    ^ [3]
  4. Met verwijzingsvoorzieningen wordt in deze inschrijvingsvoorwaarden gedoeld op het Juridisch Loket en de verwijzingsvoorzieningen van de gerechten.

    ^ [4]
  5. De mediationovereenkomst zoals opgesteld door de verwijzingsvoorzieningen bevat voorschriften ten aanzien van honorarium en kosten.

    ^ [5]
  6. Van provisie is in ieder geval geen sprake bij vaste abonnementsgelden op koppelsites of het daarop adverteren, mits dat gebeurt met inachtneming van een redelijk advertentietarief zodat niet wordt betaald per verwijzing. Als het abonnements- of advertentietarief (mede) hoger is dan een redelijk tarief en/of (mede) afhankelijk is van het aantal verwijzingen en/of als bij de beëindiging van een via een dergelijke site aangebracht dossier een afdracht plaatsvindt, is in beginsel sprake van een laakbare vorm van provisie.

    ^ [6]
  7. https://www.rechtsbijstand.nl/over-mediation-en-rechtsbijstand/vind-een-mediator-of-advocaat/mediator

    ^ [7]
  8. Contacturen zijn de uren waarbij de mediator daadwerkelijk met partijen rond de tafel zit tijdens gezamenlijke en/of afzonderlijke gesprekken, dan wel bij online mediation daadwerkelijk ten behoeve van partijen online activiteiten heeft verricht. Contacturen zijn ook uren waarin de mediator om de tafel zit met anderen (zoals advocaten, deskundigen, de sociale dienst, de Raad voor de Kinderbescherming) in aanwezigheid dan wel in uitdrukkelijke opdracht van partijen.

    ^ [8]
  9. Overige werkzaamheden zijn: het op verzoek van partijen lezen van stukken, het opstellen van de (concept)vaststellingsovereenkomst en verslaglegging, waarbij voor verslaglegging in principe maximaal een uur per bijeenkomst mag worden gerekend. De mediator stemt deze werkzaamheden vooraf af met cliënten.

    ^ [9]
  10. Het moet gaan om mediations in overeenstemming met de MfN-reglementen, aangevangen met een schriftelijke mediationovereenkomst. Andere vormen van bemiddeling, zoals buurtbemiddelingen tellen niet mee. Co-mediations kunnen meetellen als sprake is van een gelijkwaardige positie tussen de mediators.

    ^ [10]
  11. Dit maatregelbeleid is gepubliceerd op www.rvr.org.

    ^ [11]
Terug naar begin van de pagina