Besluit aanvullende tegemoetkoming werkelijke schade bij O/GS

Geldend van 04-12-2020 t/m heden

Besluit aanvullende tegemoetkoming werkelijke schade bij O/GS

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit regelt dat de Belastingdienst/Toeslagen een aanvullende tegemoetkoming voor werkelijk geleden schade kan toekennen aan een ouder die onterecht de kwalificatie opzet of grove schuld heeft gekregen bij het aanvragen van een persoonlijke betalingsregeling voor een kinderopvangtoeslagschuld. Deze aanvullende tegemoetkoming kan worden verleend als de schade van de ouder als gevolg van het niet-toekennen van een persoonlijke betalingsregeling voor de kinderopvangtoeslagschuld hoger is dan de wettelijke forfaitaire vergoeding van 30%. Deze tegemoetkoming komt boven op deze forfaitaire vergoeding.

1. Inleiding

In de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen is een tegemoetkomingsregeling opgenomen voor situaties waarin bij terugvordering van de kinderopvangtoeslag aan de ouder geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend vanwege een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld van die ouder of zijn partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering kinderopvangtoeslag (hierna: O/GS-tegemoetkomingsregeling).1 De O/GS-tegemoetkomingsregeling voorziet in een vergoeding van een wettelijk forfaitair percentage van 30% van het bedrag van de initiële terugvordering van de kinderopvangtoeslag (hierna: O/GS-tegemoetkoming). De O/GS-tegemoetkomingsregeling geldt alleen indien de ouder geen recht heeft op compensatie op grond van de compensatieregeling over hetzelfde berekeningsjaar.2

Het kan voorkomen dat de ouder als gevolg van het niet-toekennen van een persoonlijke betalingsregeling om de hiervoor genoemde reden meer schade heeft geleden dan waarvoor hij met het bedrag van de forfaitaire O/GS-tegemoetkoming wordt gecompenseerd. De Staatssecretaris van Financiën keurt goed dat de Belastingdienst/Toeslagen op grond van dit besluit vooruitlopend op een aanpassing van de huidige wettelijke regeling de hogere werkelijke schade kan vergoeden.

Voor de toepassing van de O/GS-tegemoetkomingsregeling en dit besluit wordt een afwijzing van een minnelijke schuldsanering vanwege een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld ten aanzien van het ontstaan van een terugvordering kinderopvangtoeslag gelijkgesteld aan het niet toekennen van een persoonlijke betalingsregeling voor die terugvordering vanwege een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld. De Staatssecretaris van Financiën keurt goed dat de Belastingdienst/Toeslagen op grond van dit besluit vooruitlopend op een aanpassing van de huidige wettelijke regeling deze gelijkstelling en daarmee een uitbreiding van de grondslag van de O/GS-tegemoetkomingsregeling toepast. Ten aanzien van een terugvordering kinderopvangtoeslag kan maar één keer de (forfaitaire) O/GS-tegemoetkoming worden toegekend.

2. Aanvullende tegemoetkoming voor werkelijke schade

Een ouder die in aanmerking komt voor een forfaitaire O/GS-tegemoetkoming, kan ook in aanmerking komen voor een aanvullende tegemoetkoming voor de hogere werkelijke schade. De ouder komt hiervoor in aanmerking als hij aannemelijk maakt dat zijn werkelijke schade als gevolg van het niet toekennen van een persoonlijke betalingsregeling hoger is dan het forfaitaire bedrag van de O/GS-tegemoetkoming. Voor zover de ouder uit anderen hoofde reeds een bedrag aan vergoeding of tegemoetkoming heeft ontvangen in verband met de werkelijke schade, wordt tot dat bedrag en het bedrag van de forfaitaire vergoeding van 30% geen aanvullende tegemoetkoming voor de werkelijke schade toegekend.

Het kan bij werkelijke schade bijvoorbeeld gaan om kosten die door de ouder zijn gemaakt in verband met de invordering van zijn kinderopvangtoeslagschuld als gevolg van het weigeren van de persoonlijke betalingsregeling op grond van een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld, die bij het toekennen van een persoonlijke betalingsregeling niet zouden zijn gemaakt.

Een ander voorbeeld is de situatie waarin als gevolg van het weigeren van de persoonlijke betalingsregeling op grond van een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld, de ouder in totaal een hoger bedrag aan kinderopvangtoeslag heeft terugbetaald, dan hij zou hebben betaald als hem wel een persoonlijke betalingsregeling zou zijn toegekend. Dit hogere bedrag behoort dan tot de werkelijke kosten, evenals de kosten voor de financiering van dit hogere bedrag, zoals betaalde rente.

Een derde voorbeeld is de situatie waarin een derde aan de ouder bedragen in rekening heeft gebracht voor (beroepsmatig) verleende bijstand in verband met de invordering van de betreffende kinderopvangtoeslagschuld waarvoor geen persoonlijke betalingsregeling op grond van een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld is toegekend. Het kan hierbij gaan om juridische proceshandelingen die hiermee nauw verband houden. Ook kan het gaan om - de betaalde bedragen - voor het daarbuiten door een bijstandsverlener begeleiden van de belanghebbende in zijn verzoek om de O/GS-tegemoetkoming of om een aanvullende tegemoetkoming voor werkelijke schade.

Voor vergoeding komen in aanmerking redelijke kosten. Dit houdt dat het in de gegeven omstandigheden redelijk moet zijn geweest om kosten te maken en dat de kosten naar hun omvang redelijk zijn.

In de situatie dat een ouder slechts voor een gedeelte van de terugvordering kinderopvangtoeslag een betalingsregeling heeft aangevraagd die ten onrechte niet is toegekend, mag er voor de bepaling van de werkelijke schade vanuit worden gegaan dat voor de gehele terugvordering een betalingsregeling ten onrechte is geweigerd. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als de terugvordering is verrekend met lopende voorschotten kinderopvangtoeslag voordat de ouder om een persoonlijke betalingsregeling heeft gevraagd.

3. Procedure

Een ouder kan tot en met 31 december 2023 een verzoek om een aanvullende tegemoetkoming voor werkelijke schade bij de Belastingdienst/Toeslagen indienen.

Hierbij zal de ouder aannemelijk moeten maken dat (en in welke mate) hij recht heeft op een aanvullende tegemoetkoming voor werkelijke schade. Dit houdt in dat de ouder informatie verschaft waaruit met toepassing van het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht aannemelijk wordt dat en in welke mate daadwerkelijk sprake is van aanvullende werkelijke schade3 en dat die schade het gevolg is van het niet toekennen van de persoonlijke betalingsregeling vanwege een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld van die ouder of zijn partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering kinderopvangtoeslag.

De Belastingdienst/Toeslagen legt het verzoek voor advies voor aan de Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade. De Belastingdienst/Toeslagen neemt vervolgens een besluit met betrekking tot de aanvullende tegemoetkoming waarbij het advies van de Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade leidend is. Dit besluit is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

De ouder kan bezwaar maken bij de Belastingdienst/Toeslagen tegen deze beschikking. Een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht brengt advies uit over dit bezwaar. In de regel volgt de Belastingdienst/Toeslagen dit advies bij het doen van uitspraak op bezwaar.

4. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 30 november 2020

De Staatssecretaris van Financiën,

namens deze,

J. de Blieck

hoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken

  1. Artikel 49c, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

    ^ [1]
  2. Artikel 49c, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

    ^ [2]
  3. Dat wil zeggen: van werkelijke schade die in totaal hoger is dan de al verstrekte forfaitaire O/GS-tegemoetkoming.

    ^ [3]
Terug naar begin van de pagina