Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie

[Regeling vervalt per 01-05-2026.]
Geldend van 12-11-2020 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 november 2020, nr. MBO/25458774, houdende de verstrekking van een specifieke uitkering voor extra financiële middelen voor de RMC-functie (Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Artikel 3. Hoogte specifieke uitkering

  • 1 Voor de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, is een bedrag van ten hoogste € 8.000.000,– beschikbaar.

  • 2 Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt over de RMC-contactgemeenten verdeeld conform de bijlage bij deze regeling.

Artikel 4. Betaling specifieke uitkering

De specifieke uitkering wordt behoudens de eventueel uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen betaald in twee gelijke delen. Het eerste deel wordt betaald op uiterlijk 31 december 2020 en het tweede deel op uiterlijk 28 februari 2021.

Artikel 5. Besteding van de specifieke uitkering

  • 1 De specifieke uitkering dient op uiterlijk 31 december 2024 te zijn besteed.

  • 2 Onze minister vordert bedragen die blijkens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 6 eerste lid, alsdan niet zijn besteed aan het doel waarvoor zij waren bestemd, terug.

Artikel 6. Financiële en beleidsmatige verantwoording

  • 1 Voor de jaren 2020 tot en met 2024 verantwoordt het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente zich over de besteding van de specifieke uitkering conform artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

  • 2 Voor de studiejaren 2020–2021 tot en met 2023–2024 beantwoordt het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente naast de vragen als bedoeld in bijlage 5 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2024, onder ‘Toelichting op de cijfers’, de volgende aanvullende vragen in de effectrapportage voor dat studiejaar:

    • a. Is dit studiejaar gebruik gemaakt van de extra financiële middelen uit de specifieke uitkering op grond van de Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie?; en

    • b. Zo ja, welke extra activiteiten heeft de regio hiervan ondernomen en welke resultaten zijn hiermee bereikt?

  • 3 Voor studiejaar 2024–2025 beantwoordt het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente de vragen als bedoeld in het tweede lid, onder a en b, en dient deze beantwoording uiterlijk op 1 april 2026 in bij Onze Minister.

Artikel 7. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 mei 2026.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

I.K. van Engelshoven

Bijlage bij de Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie

RMC-regio

Naam regio

RMC-contactgemeente

Bedrag per regio

1

Oost-Groningen

Veendam

65.264,75

2

Noord-Groningen-Eemsmond

Delfzijl

42.931,36

3

Centraal en Westelijk Groningen

Groningen

147.175,59

4

Friesland Noord

Leeuwarden

109.377,45

5

Zuid-West Friesland

Sneek

58.480,9

6

De Friese Wouden

Smallingerland

107.431,42

7

Noord- en Midden Drenthe

Assen

69.152,51

8

Zuid-Oost Drenthe

Emmen

81.055,00

9

Zuid-West Drenthe

Hoogeveen

55.449,04

10

IJssel-Vecht

Zwolle

180.512,50

11

Stedendriehoek

Apeldoorn

186.849,57

12

Twente

Enschede

280.712,23

13

Achterhoek

Doetinchem

137.456,62

14

Arnhem

Arnhem

180.123,08

15

Rivierenland

Tiel

118.869,87

16

Eem en Vallei

Amersfoort

261.793,45

17

Noordwest-Veluwe

Harderwijk

86.124,38

18

Flevoland

Almere

197.430,05

19

Utrecht

Utrecht

385.007,34

20

Gooi en Vechtstreek

Hilversum

106.503,32

21

Agglomeratie Amsterdam

Amsterdam

790.430,48

22

West-Friesland

Hoorn

93.538,48

23

Kop van Noord-Holland

Den Helder

70.759,71

24

Noord-Kennemerland

Alkmaar

116.966,58

25

Zuid-Kennemerland en IJmond

Haarlem

167.849,26

26

Zuid-Holland-Noord

Leiden

172.729,93

27

Zuid-Holland-Oost

Gouda

164.685,47

28

Haaglanden

Den Haag

579.379,23

29

Rijnmond

Rotterdam

754.966,35

30

Zuid-Holland-Zuid

Dordrecht

210.429,85

31

Oosterschelde regio

Goes

73.423,07

32

Walcheren

Middelburg

53.240,40

33

Zeeuwsch-Vlaanderen

Terneuzen

48.993,68

34

West-Brabant

Breda

332.600,25

35

Midden-Brabant

Tilburg

194.079,71

36

Noord-Oost-Brabant

Den Bosch

300.144,83

37

Zuidoost-Brabant

Eindhoven

355.957,51

38

Gewest Limburg-Noord

Venlo

245.765,54

39

Gewest Zuid-Limburg

Heerlen

288.428,32

40

Rijk van Nijmegen

Nijmegen

127.930,95

Terug naar begin van de pagina