Tijdelijke wet verkiezingen covid-19

[Regeling vervalt per 01-07-2021.]
Geldend van 30-01-2021 t/m heden

Wet van 4 november 2020, houdende tijdelijke regels omtrent verkiezingen in verband met covid-19 (Tijdelijke wet verkiezingen covid-19)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op het voorkomen van besmettingen en verspreiding van het nieuwe coronavirus (SARS-CoV-2) wenselijk is in aanvulling op en in afwijking van de Kieswet tijdelijke regels vast te stellen op het terrein van verkiezingen om de volksgezondheid bij de organisatie en de uitvoering van verkiezingen te beschermen en een goed verloop van het verkiezingsproces te waarborgen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. (Begripsbepalingen)

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. coronavirus: het coronavirus SARS-CoV-2 dat de ziekte covid-19 kan veroorzaken;

  • b. gezondheidscheck: beantwoording van de in de ministeriële regeling opgenomen vragen door een kiezer, een stembureaulid, een waarnemer als bedoeld in artikel 13 of een ander persoon die het stembureau ten dienste wordt gesteld of bijstaat op de locatie waar en gedurende de periode dat het stembureau zitting houdt, om na te gaan:

    • i. of de genoemde personen of hun huisgenoot of huisgenoten gezondheidsklachten hebben die verband houden met het coronavirus;

    • ii. of bij de genoemde personen of bij hun huisgenoot of huisgenoten voorafgaand aan de dag van de stemming covid-19 is vastgesteld; en

    • iii. of de genoemde personen in quarantaine zijn.

  • c. hygiënemaatregelen: maatregelen betreffende de inrichting van een stemlokaal of aldaar te gebruiken voorwerpen of materialen, of het treffen van voorzieningen ten behoeve van de reinheid teneinde besmetting met of overdracht van het coronavirus zoveel mogelijk te voorkomen;

  • d. persoonlijke beschermingsmiddelen: uitrusting die bestemd is om te worden gedragen of vastgehouden teneinde de eigen of een andere persoon zoveel mogelijk te beschermen tegen overdracht van het coronavirus.

  • e. gebouw: een gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet.

  • f. stempluspas: een stempas waarmee ook per brief kan worden gestemd.

Paragraaf 1a. De Kiesraad

Artikel 1a. (Plaatsvervangende leden Kiesraad)

  • 2 Bij ontstentenis van een lid om een zitting bij te wonen waarin de Kiesraad optreedt als centraal stembureau, treedt een door de voorzitter van de Kiesraad aan te wijzen plaatsvervangend lid op.

  • 3 Het plaatsvervangend lidmaatschap van de Kiesraad vervalt van rechtswege op het moment dat deze wet vervalt.

Paragraaf 1b. Verlenging termijn voor vaststelling verkiezingsuitslag

Artikel 1b. (Zittingsduur leden vertegenwoordigende organen)

Voor de toepassing van hoofdstuk C van de Kieswet wordt in dat hoofdstuk steeds gelezen in plaats van:

  • a. de donderdag: de woensdag;

  • b. de eerstvolgende donderdag: de eerstvolgende woensdag;

  • c. 23 tot en met 29 maart: 28 maart tot en met 4 april;

  • d. 19 tot en met 25 mei: 24 tot en met 31mei.

Paragraaf 1c. Tijdelijke regels over stembureaus en hoofdstembureaus

Artikel 1c. (Aantal leden stembureau)

In afwijking van het bepaalde bij en krachtens artikel E 3, derde lid, van de Kieswet bestaat een stembureau uit ten minste vier leden waarvan er één voorzitter is.

Artikel 1d. (Aantal plaatsvervangende leden hoofdstembureau)

  • 1. Voor de toepassing van artikel E 5, derde lid, van de Kieswet wordt in plaats van «drie plaatsvervangende leden» gelezen: een voldoend aantal plaatsvervangende leden.

  • 2. Indien meer dan drie plaatsvervangende leden zijn benoemd, vervalt de benoeming van de boven dit aantal benoemde leden, in afwijking van artikel E 8, eerste volzin, van de Kieswet van rechtswege op het moment dat deze wet vervalt.

Paragraaf 2. Tijdelijke regels over de kandidaatstelling

Artikel 2. (Verlenging termijn afleggen ondersteuningsverklaring)

In afwijking van artikel H 4, derde lid, eerste volzin, van de Kieswet bedraagt de termijn voor de ondertekening van een verklaring van ondersteuning vier weken.

Artikel 2a. (Termijn verzuimherstel)

In afwijking van artikel I 2, tweede lid, van de Kieswet kan degene die de lijst heeft ingeleverd binnen een termijn van twee dagen na de zitting, bedoeld in artikel I 1, eerste lid, van de Kieswet het verzuim of de verzuimen, in de kennisgeving aangeduid, herstellen bij het centraal stembureau, tussen negen en zeventien uur.

Artikel 2b. (Tijdstip zitting kandidaatstelling)

Voor de toepassing van artikel I 4, eerste volzin, van de Kieswet wordt in plaats van «Op de laatste dag van de termijn, genoemd in artikel I 2, tweede lid,» gelezen «Op de derde dag na de zitting, bedoeld in artikel I 1, eerste lid, van de Kieswet» en in plaats van «die om zestien uur aanvangt» wordt gelezen: die om tien uur aanvangt.

Artikel 2c. (Gedragsregels zitting kandidaatstelling)

  • 2 Toepassing van artikel 9, derde lid, geschiedt met dien verstande dat de voorzitter de gezondheidscheck afneemt bij de andere leden van het centraal stembureau. De plaatsvervangend voorzitter neemt de gezondheidscheck af bij de voorzitter.

  • 3 Het centraal stembureau draagt er zorg voor dat in de ruimte waar de openbare zitting plaatsvindt alsook bij de ingang daarvan de aanwijzingen worden gegeven die nodig zijn om de naleving van artikel 58f, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid of het bepaalde bij of krachtens artikel 9 door de bij de openbare zitting aanwezige personen te verzekeren.

Artikel 2d. (Op afstand bijwonen en volgen zitting kandidaatstelling)

  • 1 In aanvulling op artikel I 4 van de Kieswet wordt onder openbaar tevens verstaan dat de zitting in een digitale omgeving door de leden en geïnteresseerden kan worden bijgewoond. Daarnaast dienen geïnteresseerden de zitting op afstand te kunnen volgen door middel van een live-verbinding.

  • 2 Een zitting bedoeld in het eerste lid vindt slechts doorgang voor zover:

    • a. ieder lid afzonderlijk digitaal toegang heeft tot de zitting;

    • b. de leden zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn op een zodanige wijze dat hun identiteit kan worden vastgesteld;

    • c. de andere deelnemers zichtbaar en hoorbaar kunnen zijn voor zover de voorzitter hen het woord verleent; en

    • d. de voorzitter in staat is de orde te handhaven.

Artikel 2e. (Ondertekening proces-verbaal kandidaatstelling)

  • 2 Een lid van het centraal stembureau dat de openbare zitting in een digitale omgeving op afstand bijwoont, maakt daarin door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar of de voorzitter het proces-verbaal namens hem mag ondertekenen.

Artikel 2f. (Openbaarmaking proces-verbaal)

In afwijking van artikel I 18, eerste lid, van de Kieswet maakt het centraal stembureau het proces-verbaal met weglating van de ondertekening onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

Paragraaf 3. Tijdelijke regels over de stemming

Artikel 2g. (Stembureaus t.b.v. vervroegd stemmen)

  • 1 Burgemeester en wethouders wijzen stembureaus aan die, in afwijking van artikel J 1, eerste lid, van de Kieswet, al op de eerste of de tweede dag voorafgaand aan de dag van de stemming zitting houden. Op deze dagen vangt de stemming aan om zeven uur dertig en duurt tot eenentwintig uur.

  • 2 Het aantal aan te wijzen stembureaus, bedoeld in het eerste lid, bedraagt op beide dagen ten minste:

    • a. in een gemeente met minder dan 10.000 kiesgerechtigden: 1;

    • b. in een gemeente met 10.000 tot 30.000 kiesgerechtigden: 2;

    • c. in een gemeente met 30.000 tot 60.000 kiesgerechtigden: 4;

    • d. in een gemeente met 60.000 tot 100.000 kiesgerechtigden: 8;

    • e. in een gemeente met 100.000 tot 350.000 kiesgerechtigden: 10;

    • f. in een gemeente met 350.000 of meer kiesgerechtigden: 20.

  • 3 Bij het aanwijzen van stemlokalen voor de stembureaus, bedoeld in het eerste lid, dragen burgemeester en wethouders er zorg voor dat deze op ten minste zoveel verschillende adressen gelegen zijn als het aantal, genoemd in het tweede lid.

  • 4 De stemopneming van de stembureaus, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de dag van de stemming en vangt aan op een door burgemeester en wethouders vast te stellen en bekend te maken tijdstip en plaats.

  • 5 De burgemeester brengt de aanwijzingen, de dagen en de zittingstijden waarop de stemming plaatsvindt alsmede de plaatsen, dagen en het tijdstip waarop de stemopneming aanvangt ten minste veertien dagen voor de dag van de stemming ter openbare kennis.

Artikel 3. (Aanwijzing bijzondere stembureaus met beperkte toegang)

  • 1 Burgemeester en wethouders kunnen in hun gemeente bijzondere stembureaus aanwijzen als bedoeld in artikel J 1, derde lid, van de Kieswet en daarvan de toegang beperken tot kiezers die wonen of verblijven op de locaties waar deze stembureaus zitting houden.

Artikel 3a. (Aanwijzing bijzondere stembureaus t.b.v. vervroegd stemmen)

  • 1 Burgemeester en wethouders kunnen in hun gemeente bijzondere stembureaus aanwijzen als bedoeld in artikel J 1, derde lid, van de Kieswet dan wel artikel 3 die, in afwijking van artikel J 1, eerste lid, van de Kieswet, al op de eerste of de tweede dag voorafgaand aan de dag van de stemming zitting houden.

Artikel 4. (Aanwijzing mobiele stembureaus met beperkte toegang)

  • 1 Burgemeester en wethouders kunnen in hun gemeente mobiele stembureaus aanwijzen als bedoeld in artikel J 4a van de Kieswet en daarvan de toegang beperken tot kiezers die wonen of verblijven op de locaties waar deze stembureaus zitting houden.

Artikel 4a. (Aanwijzing mobiele stembureaus t.b.v. vervroegd stemmen)

Artikel 5. (Verplaatsing aangewezen locatie stembureau)

  • 1 Indien de omstandigheden in verband met het coronavirus daartoe nopen, kunnen burgemeester en wethouders tot een dag voor de dag van de stemming een andere dan een eerder aangewezen locatie aanwijzen voor de zitting van een stembureau, alsook een stembureau aanwijzen in de zin van de artikelen 3 en 4.

  • 2 De aanwijzingen worden onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar gemaakt. Van een aangewezen locatie die gelet op de in het eerste lid genoemde omstandigheden niet meer beschikbaar is, wordt bij de ingang van die locatie een kennisgeving aan de kiezers bevestigd.

Artikel 6. (Afwijking van aanwijzing geschikt stemlokaal)

Burgemeester en wethouders kunnen voor een stembureau, niet zijnde een stembureau als bedoeld in de artikelen 3 of 4 dan wel de artikelen J 1, derde lid, of J 4a, eerste lid, van de Kieswet, ook een stemlokaal aanwijzen dat uitsluitend geschikt is voor het houden van een zitting voor zover het de stemming betreft. In dat geval wijzen zij daarnaast de locatie aan waar de stemopneming plaatsvindt. Beide locaties maken deel uit van de kennisgeving, bedoeld in artikel J 4, eerste lid, derde volzin, van de Kieswet.

Artikel 7. (Afwijking van stemmen in willekeurig stemlokaal)

In afwijking van de artikelen J 5, eerste lid, en K 1, eerste lid, van de Kieswet kan de kiezer niet deelnemen aan de stemming in een stembureau als bedoeld in de artikelen 3 en 4, tenzij hij toegang heeft tot de locatie waar het stembureau zitting houdt.

Paragraaf 3a. Tijdelijke regels over de oproeping tot de stemming

Artikel 7a. (Ontvangst stempas)

  • 2 Daags na de dag van de kandidaatstelling zijn de gegevens beschikbaar voor het personaliseren van de stempassen ten behoeve van het bepaalde in artikel J 7 van de Kieswet.

Artikel 7b. (Ontvangst briefstembescheiden)

  • 1 In afwijking van artikel J 7, eerste volzin, van de Kieswet ontvangt elke kiezer die bevoegd is om aan de stemming deel te nemen en die op de dag van de stemming de leeftijd van zeventig jaar heeft bereikt van de burgemeester van de gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd:

    • a. een briefstembiljet;

    • b. een geadresseerde retourenveloppe;

    • c. een stempluspas;

    • d. een enveloppe voor het stembiljet; en

    • e. een handleiding voor de kiezer.

  • 2 De kiesgerechtigde ontvangt de stukken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b, d en e, zo spoedig mogelijk.

  • 3 Tenzij deze wet anders bepaalt wordt voor de toepassing van de bepalingen bij of krachtens de Kieswet onder stempas mede verstaan: stempluspas.

  • 4 Bij ministeriële regeling worden modellen vastgesteld voor de stukken, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 7c. (Vaststelling uittreksel register ongeldige stempassen)

Artikel 7d. (Verzoek vervangende briefstembescheiden)

In aanvulling op artikel J 8, eerste lid, van de Kieswet worden aan degene die tot deelneming aan de stemming bevoegd is en die op de dag van de stemming de leeftijd van zeventig jaar heeft bereikt tevens op zijn verzoek door de burgemeester de in artikel 7b, eerste lid, onderdelen a, b, d en e, genoemde stukken opnieuw uitgereikt of toegezonden.

Artikel 7e. (Termijn aanvraag vervangende stempas)

In afwijking van artikel J 8, derde lid, eerste en tweede volzin, van de Kieswet dient het verzoek uiterlijk op de vijfde dag voor de dag van de stemming om zeventien uur te zijn ontvangen.

Paragraaf 4. Tijdelijke regels over het stembureau tijdens de stemming

Artikel 8. (Samenstelling en taken stembureau)

  • 1 Gedurende de zitting zijn steeds ten minste de voorzitter en drie andere leden van het stembureau aanwezig.

  • 4 In afwijking van artikel J 17, eerste lid, van de Kieswet draagt de burgemeester er zorg voor dat het stembureau het uittreksel van ongeldige stempassen in tweevoud ontvangt. Beide uittreksels liggen op de tafel van het stembureau.

Paragraaf 5. Tijdelijke regels over de inrichting van het stemlokaal

Artikel 9. (Gedragsregels stemlokaal)

  • 1 De kiezer ontvangt uiterlijk op de vierde dag voor de dag van de stemming van de burgemeester informatie over de gezondheidscheck. Bij ministeriële regeling wordt hiervoor een model vastgesteld. Voorts krijgt de kiezer op de dag van de stemming bij de ingang van het stemlokaal informatie over de in het vierde lid bedoelde regels. Bij ministeriële regeling kan voor de te verstrekken informatie bij de ingang van het stemlokaal een model worden vastgesteld.

  • 3 Burgemeester en wethouders nemen voorafgaand aan de zitting van een stembureau een gezondheidscheck af bij de leden van het stembureau, de waarnemers, bedoeld in artikel 13, en andere personen die het stembureau ten dienste worden gesteld of bijstaan op de locatie waar en gedurende de periode dat het stembureau zitting houdt. Bij ministeriële regeling wordt hiervoor een model vastgesteld. Indien één van de voornoemde personen niet aan de gezondheidscheck voldoet, kan de betrokkene zijn functie niet vervullen. De gezondheidscheck kan gedurende de tijd dat een stembureau zitting houdt worden herhaald.

  • 4 In het stemlokaal nemen de aanwezige personen de bij ministeriële regeling vast te stellen maatregelen met betrekking tot de hygiëne en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen in het stemlokaal in acht.

  • 5 De in artikel J 28 van de Kieswet bedoelde kiezer die van het stembureau bijstand verlangt, kan door een stembureaulid gevraagd worden een gezondheidscheck over te leggen. Bij ministeriële regeling wordt hiervoor een model vastgesteld.

  • 6 Indien een lid van het stembureau van oordeel is dat de omstandigheden bij de ingang van of in het stemlokaal zodanig zijn dat de daar aanwezige personen artikel 58f, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid of het bepaalde bij of krachtens dit artikel niet in acht nemen of kunnen nemen, kan het stembureaulid de aanwijzingen geven die nodig zijn om de naleving daarvan te verzekeren. De aanwijzing dat een kiezer het stemlokaal niet mag betreden, of dat een kiezer het stemlokaal moet verlaten voordat hij zijn stem heeft uitgebracht, kan enkel worden gegeven door het stembureaulid bij de ingang van het stemlokaal respectievelijk de voorzitter van het stembureau.

  • 8 Onder stemlokaal wordt voor de toepassing van dit artikel tevens verstaan een plaats waar het stembureau de stemopneming verricht.

  • 9 In een gebouw waar een stemlokaal is aangewezen, gelden voor kiezers, stembureauleden en waarnemers als bedoeld in artikel 13 geen andere voorschriften teneinde besmetting met of overdracht van het coronavirus te voorkomen dan bij of krachtens de wet gestelde regels.

  • 10 Het tiende lid is niet van toepassing op een gebouw waarin een stembureau als bedoeld in de artikelen 3 en 4 zitting houdt.

Artikel 10. (Stembus)

  • 1 In afwijking van artikel J 18, eerste lid, van de Kieswet staat de stembus in het stemlokaal en is zichtbaar voor het stembureaulid dat erop toeziet dat de kiezer het stembiljet in de stembus steekt.

Paragraaf 6. Tijdelijke regels over het uitbrengen van de stem

Artikel 10a. (Stembiljet)

  • 1 De stembiljetten zijn voorzien van de naam van het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing plaatsvindt en een aanduiding van de kieskring.

Artikel 11. (Tonen identiteitsbewijs door kiezer)

In afwijking van artikel J 25, eerste lid, van de Kieswet toont de kiezer aan het daartoe aangewezen lid van het stembureau het in artikel J 24, eerste lid, onder a, van de Kieswet genoemde identiteitsdocument en overhandigt aan het stembureaulid de stempas.

Paragraaf 6a. Tijdelijke regels over briefstemmen voor kiezers binnen Nederland

Artikel 11a. (Aanwijzen briefstembureau)

  • 2 Ten aanzien van deze stembureaus zijn de artikelen J 11 en J 16 van de Kieswet, voor zover laatstgenoemd artikel betrekking heeft op stemhokjes, niet van toepassing.

Artikel 11b. (Zittingstijden briefstembureau)

  • 2 Indien burgemeester en wethouders gebruik hebben gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, vangen deze stembureaus op de dag van stemming eerst met de handelingen, bedoeld in de artikelen 11g tot en met 11i aan, nadat het stembureau overeenkomstig artikel 23e de stemopneming heeft verricht ten aanzien van de stembiljetten die zich bij aanvang van de dag van de stemming in de stembus bevinden.

  • 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de zittingen, bedoeld in het eerste lid, en het bewaren van de stembescheiden.

Artikel 11c. (Briefstemmen)

  • 1 In aanvulling op hoofdstuk J van de Kieswet kan een kiesgerechtigde die de in artikel 7b, eerste lid, genoemde stukken heeft ontvangen ook aan de stemming deelnemen door op het briefstembiljet een stipje geplaatst vóór de kandidaat van zijn keuze in te kleuren.

  • 2 Daarna vouwt hij het briefstembiljet dicht op zodanige wijze dat de namen van de kandidaten niet zichtbaar zijn en doet hij het briefstembiljet in de enveloppe voor het stembiljet.

  • 3 De kiezer ondertekent de op de stempluspas gestelde verklaring dat hij het stembiljet persoonlijk heeft ingevuld.

  • 4 Vervolgens doet hij de stempluspas en de enveloppe met het stembiljet in de retourenveloppe, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, onderdeel b, dan wel een andere geadresseerde enveloppe en retourneert hij deze gesloten.

  • 5 De kiezer kan de retourenveloppe per post doen toekomen aan de burgemeester van de gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd, onverminderd het bepaalde in de artikelen 11d en 11e.

  • 6 De burgemeester draagt er zorg voor dat de retourenveloppen veilig worden opgeslagen alsook tijdig wordt overgedragen aan een briefstembureau.

  • 7 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het in ontvangst nemen, het transport, de opslag en de overdracht van de retourenveloppen.

Artikel 11d. (Afgiftepunten)

  • 1 Burgemeester en wethouders wijzen binnen de gemeente een of meer plaatsen aan waar retourenveloppen als bedoeld in artikel 11c, vijfde lid, in persoon kunnen worden afgegeven ten behoeve van het in die gemeente gevestigde briefstembureau.

  • 2 Een retourenveloppe kan vanaf de zevende dag voor de dag van de stemming in persoon worden afgegeven op een afgiftepunt als bedoeld in het eerste lid:

    • a. op een werkdag, niet zijnde de dag van de stemming, ten minste tussen negen en zeventien uur;

    • b. op een weekenddag, voor zover burgemeester en wethouders daartoe beslissen, gedurende een door hen aangewezen periode;

    • c. op de dag van de stemming gedurende de in artikel J 1, tweede lid, van de Kieswet genoemde periode.

  • 4 De burgemeester brengt de aanwijzing en vaststelling van de plaatsen, dagen en tijdstippen ten minste veertien dagen voor de dag van de stemming ter openbare kennis.

  • 5 Degene die ten behoeve van het briefstembureau de enveloppe in ontvangst neemt, houdt daarvan aantekening door daarop de ontvangstdatum en een handtekening te plaatsen.

Artikel 11e. (Afgifte retourenveloppe aan stembureau)

Indien een persoon de retourenveloppe, bedoeld in artikel 11c, vijfde lid, gedurende de stemming afgeeft aan een lid van het stembureau dat belast is met de in artikel J 25 van de Kieswet bedoelde taken, houdt dit lid daarvan aantekening bij door op de enveloppe de datum en een handtekening te plaatsen. Daarna wordt de enveloppe door het stembureau bewaard tot het einde van de stemming.

Artikel 11f. (Termijn voor briefstemmen)

  • 1 De stukken, bedoeld in artikel 11c, vierde lid, dienen uiterlijk op de dag van de stemming om eenentwintig uur in het bezit te zijn van de burgemeester dan wel een afgiftepunt als bedoeld in artikel 11d.

  • 2 De burgemeester draagt er zorg voor dat de tijdig binnengekomen retourenveloppen op de dag van de stemming onverwijld na eenentwintig uur ongeopend overhandigd worden aan de voorzitters van de briefstembureaus, bedoeld in artikel 11a.

  • 3 De retourenveloppen die te laat zijn binnengekomen worden door de burgemeester ongeopend in een of meer te verzegelen pakken gedaan.

  • 4 De burgemeester bewaart de pakken, bedoeld in het derde lid, drie maanden nadat over de toelating van de gekozenen is beslist. Daarna vernietigt hij deze pakken onmiddellijk. Van de vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.

Artikel 11g. (Toelating tot de stemming)

  • 1 Een lid van het briefstembureau opent de retourenveloppe en neemt de stempluspas en de enveloppe met het stembiljet eruit.

  • 2 Vervolgens wordt de echtheid van de stempluspas gecontroleerd.

  • 4 Indien het nummer van de stempluspas niet voorkomt in het uittreksel van ongeldige stempassen, wordt de enveloppe met het stembiljet ongeopend in de stembus gestoken. Indien het stembiljet zich niet in de daartoe bestemde enveloppe bevindt, wordt het, zonder het in te zien, dichtgevouwen in de stembus gestoken.

Artikel 11h. (Terzijdelegging retourenveloppen)

  • 1 Indien de retourenveloppe niet alle stembescheiden bevat, de stempluspas niet echt is of het nummer van de stempluspas voorkomt in het uittreksel van ongeldige stempassen, doet het lid van het briefstembureau de aangetroffen bescheiden, zonder het stembiljet in te zien of zonder de enveloppe met het stembiljet te openen, wederom in de retourenveloppe en legt hij deze, na haar te hebben verzegeld, terzijde.

  • 2 Indien in een retourenveloppe stembescheiden van meer personen zijn gevoegd, waarvan er een of meer niet aan de bij of krachtens de Kieswet dan wel deze wet gestelde eisen voldoen, of waarvan het aantal stembescheiden niet overeenkomt met het aantal stembiljetten, onderscheidenlijk enveloppen met stembiljet, legt het lid van het briefstembureau de aangetroffen bescheiden, zonder het stembiljet in te zien of zonder de enveloppe met het stembiljet te openen, wederom in de retourenveloppe en legt hij deze, na haar te hebben verzegeld, eveneens terzijde.

Artikel 11i. (Aantal toegelaten briefstemmers binnen nederland)

Het briefstembureau stelt het aantal geldige stempluspassen vast behorend bij de enveloppen met een stembiljet, dan wel stembiljetten, die het in de stembus heeft gedeponeerd. Dit is het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten.

Paragraaf 7. Tijdelijke regels over de orde in het stemlokaal

Artikel 12. (Aanwezigheid kiezers in stembureaus met beperkte toegang)

Gedurende de tijd dat een stembureau als bedoeld in de artikelen 3 en 4 zitting houdt, zijn in afwijking van artikel J 35, eerste lid, van de Kieswet de kiezers die toegang hebben tot de locatie waar het stembureau zitting houdt bevoegd in het stemlokaal te vertoeven voor zover de huisregels van de locatie waar het stembureau zitting houdt zich daar niet tegen verzetten, voor zover de orde daardoor niet wordt verstoord en voor zover de voortgang van de zitting niet wordt belemmerd.

Paragraaf 8. Tijdelijke regels over waarnemers

Artikel 13. (Waarneming bij stembureaus met beperkte toegang)

  • 1 Indien burgemeester en wethouders een of meer stembureaus hebben aangewezen als bedoeld in artikel 3 of 4, benoemen zij tijdig voor elke verkiezing een of meer personen die als waarnemer getuige zijn van het verloop van de zitting bij deze stembureaus. Een waarnemer krijgt geen instructies betreffende de wijze waarop hij inhoud dient te geven aan zijn functie. Artikel E 4, tweede en derde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.

  • 2 Onverminderd artikel E 4, tweede lid, van de Kieswet kan niet als waarnemer worden benoemd, degene:

    • a. die kandidaat is voor de verkiezing in de betreffende kieskring;

    • b. die tot lid of plaatsvervangend lid van een stembureau is benoemd voor de desbetreffende verkiezing;

    • c. die lid is van het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden.

  • 3 Een waarnemer is bevoegd in het stemlokaal te vertoeven gedurende de tijd dat het stembureau in een stemlokaal zitting houdt.

  • 5 Een waarnemer brengt uiterlijk op de dag na de dag van de stemming om twaalf uur verslag uit aan de burgemeester van zijn bevindingen betreffende het verloop van de stemming. Bij ministeriële regeling wordt voor het verslag een model vastgesteld.

  • 7 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent waarneming bij een stembureau als bedoeld in de artikelen 3 en 4.

Paragraaf 9. Tijdelijke regels over het stemmen met een kiezerspas

Artikel 13a. (Termijn indienen verzoek kiezerspas)

In afwijking van artikel K 3, tweede lid, eerste en tweede volzin, van de Kieswet dient het verzoek uiterlijk op de vijfde dag voor de dag van de stemming om zeventien uur te zijn ontvangen.

Artikel 13b. (Aanvulling verzoek ex art. K 3 Kieswet)

Artikel 14. (Tonen identiteitsbewijs door kiezer)

In afwijking van artikel K 11, eerste lid, van de Kieswet toont de kiezer aan het daartoe aangewezen lid van het stembureau het in artikel J 24, eerste lid, onder a, van de Kieswet genoemde identiteitsdocument en overhandigt aan het stembureaulid de kiezerspas.

Paragraaf 10. Tijdelijke regels over het stemmen bij volmacht

Artikel 15. (Uitbreiding maximumaantal volmachten)

In afwijking van artikel L 4 van de Kieswet mag een kiezer per verkiezing als gemachtigde niet meer dan drie aanwijzingen aannemen.

Artikel 16. (Aanvullende regels stemmen bij volmacht)

  • 4 In afwijking van artikel L 8, derde lid, van de Kieswet gebruikt de gemachtigde voor de verklaring die langs elektronische weg wordt verzonden het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld. De gemachtigde zendt de verklaring aan de kiezer, die deze verklaring gelijktijdig met zijn verzoekschrift indient.

  • 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het langs elektronische weg indienen van een aanvraag.

Artikel 16a. (Aanvulling verzoek ex. art. l 9 Kieswet)

Artikel 17. (Tonen identiteitsbewijs door kiezer)

In afwijking van artikel L 17, tweede lid, van de Kieswet toont de gemachtigde tevens een kopie van een identiteitsdocument als bedoeld in artikel J 24, eerste lid, onder a, van de Kieswet van de volmachtgever, indien het een volmachtbewijs betreft als bedoeld in hoofdstuk L, paragraaf 3, van de Kieswet.

Paragraaf 10a. Tijdelijke regels over het stemmen per brief door kiezers buiten Nederland

Artikel 17a. (Uitbreiding identiteitsdocumenten t.b.v. briefstemmen)

  • 1 In aanvulling op de identiteitsdocumenten die op grond van artikel M 7, vierde lid, van de Kieswet bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, mag ook een kopie van de navolgende identiteitsdocumenten worden bijgevoegd:

    • a. noodpaspoort; of

    • b. laissez-passer voor zover daaruit het bezit van de Nederlandse nationaliteit blijkt.

Artikel 17b. (Sluitingstermijn briefstemmen)

  • 1 In afwijking van artikel M 8, eerste lid, van de Kieswet moet de retourenveloppe, indien deze per post worden geretourneerd, uiterlijk op de vijfde dag na de dag van de stemming om twaalf uur in het bezit zijn van de burgemeester van ’s-Gravenhage.

  • 2 In aanvulling op artikel M 8, tweede lid, van de Kieswet draagt de burgemeester van ’s-Gravenhage er tevens zorg voor dat de binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, ontvangen retourenveloppen, die zijn gefrankeerd, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk op de vijfde dag na de dag van de stemming om zestien uur ongeopend overhandigd worden aan de voorzitter van een briefstembureau.

Artikel 17c. (Briefstembureaus vestigen buiten ’s-Gravenhage)

Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage kunnen onverminderd het bepaalde in artikel M 9, eerste lid, van de Kieswet en in afwijking van artikel J 4, eerste en tweede lid, van de Kieswet een briefstembureau aanwijzen dat zitting houdt in een andere gemeente.

Paragraaf 10b. Tijdelijke regels voor na afloop van de stemming

Artikel 17d. (Overdracht bewaarde retourenveloppen)

  • 1 Onmiddellijk nadat de stemming is geëindigd, doet het stembureau de retourenveloppen die op grond van artikel 11e zijn bewaard in een pak.

  • 2 Dit pak wordt verzegeld en voorzien van de naam van de gemeente, het nummer van het stembureau en het opschrift «Retourenveloppen t.b.v. het briefstembureau».

  • 3 De burgemeester draagt er zorg voor dat het pak veilig wordt getransporteerd, opgeslagen alsook tijdig wordt overgedragen aan een briefstembureau.

  • 4 Totdat het stembureau het pak overdraagt ten behoeve van het vervoer naar een briefstembureau, draagt het stembureau er zorg voor dat de zegels op het pak niet worden verbroken.

  • 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het in ontvangst nemen, het transport, de opslag en de overdracht van het pak.

Paragraaf 11. Tijdelijke regels over de stemopneming door het stembureau

Artikel 17e. (Schorsing stemopneming ter voorkoming van onjuistheden)

  • 1 Indien aan de voorzitter van het stembureau blijkt dat een behoorlijke afronding van de stemopneming niet langer van de leden van het stembureau gevergd kan worden, kan hij, na overleg en in overeenstemming met de burgemeester, besluiten de stemopneming te schorsen.

  • 2 De voorzitter maakt het besluit tot schorsing bekend bij de ingang van het stemlokaal, de plaats, bedoeld in artikel 6, dan wel de plaats, bedoeld in artikel J 1, vierde lid, van de Kieswet. Van de schorsing van de zitting van het stembureau doet de burgemeester op algemeen toegankelijke wijze mededeling.

  • 3 De burgemeester bepaalt wanneer en waar de zitting wordt hervat en maakt dit op algemeen toegankelijke wijze bekend.

  • 4 De voorzitter van het stembureau schorst de stemopneming niet eerder, dan nadat voor iedere lijst het gezamenlijke aantal op de kandidaten uitgebrachte stemmen is vastgesteld.

Artikel 17f. (Uitvoeren van een schorsing)

  • 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het in ontvangst nemen, het transport, de opslag en de overdracht van de stembus, de enveloppe en de pakken.

Artikel 17g. (Openbaarmaking digitaal bestand burgemeester)

  • 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de elektronische openbaarmaking van het proces-verbaal en de digitale bestanden.

Artikel 18. (Procedure voor de stemopneming in bijzondere situaties)

De artikelen 19 tot en met 23 zijn van toepassing op:

Artikel 19. (Na afloop van de stemming)

Na afloop van de stemming verzegelt het stembureau de stembus. Op de stembus wordt de naam van de gemeente en het nummer van het stembureau vermeld.

Artikel 20. (Start opmaken proces-verbaal)

  • 1 Het stembureau begint met het opmaken van het proces-verbaal van de stemming. Alle tot dat moment ingebrachte bezwaren worden in het proces-verbaal vermeld. Voorts worden in het proces-verbaal vermeld de aantallen bedoeld in artikel J 25, negende lid, alsook de artikelen K 11, tweede lid, en L 17, derde lid, in samenhang met artikel J 25, negende lid, van de Kieswet.

  • 3 De aanwezige leden van het stembureau ondertekenen een van het proces-verbaal deel uitmakende verklaring van authenticiteit. Daarna sluit de voorzitter tijdelijk de zitting.

Artikel 21. (Verzegeling en overdracht verkiezingsbescheiden)

  • 1 Het stembureau bewaart de sleutel van de verzegelde stembus alsook het proces-verbaal in een enveloppe, die het eveneens verzegelt. Op deze enveloppe wordt de naam van de gemeente en het nummer van het stembureau vermeld.

  • 2 Het stembureau draagt de stembus zo spoedig mogelijk over aan de burgemeester ten behoeve van het vervoer naar een locatie voor het vervolg van de stemopneming. Tot aan die overdracht draagt het stembureau er zorg voor dat de zegels op de stembus niet worden verbroken.

  • 3 Na de overdracht van de stembus aan de burgemeester begeven de leden van het stembureau zich onder medebrenging van de verzegelde enveloppe en de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet, onverwijld naar de locatie waar het vervolg van de stemopneming wordt verricht.

  • 4 In afwijking van het derde lid geeft een stembureau als bedoeld in artikel 18, aanhef, onderdeel b of c, waarbij de stemming voor het in artikel J 1, tweede lid, van de Kieswet genoemde tijdstip is geëindigd, dan wel een stembureau als bedoeld in artikel 18, aanhef, onderdeel d, de verzegelde enveloppe en de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet, zo spoedig mogelijk bij de burgemeester in bewaring. Tot aan die inbewaringgeving draagt het stembureau er zorg voor dat de zegels op de stembus en de enveloppe niet worden verbroken.

Artikel 22. (Stemopneming)

  • 1 De burgemeester draagt er zorg voor dat de bescheiden, bedoeld in artikel 21, tweede respectievelijk vierde lid, tijdig worden vervoerd naar de plaats waar de stemopneming zal plaatsvinden en dat de daarop aangebrachte zegels niet worden verbroken totdat het stembureau zijn zitting heeft hervat.

  • 2 Het stembureau hervat zijn zitting op de dag van de stemming onverwijld na eenentwintig uur.

  • 3 In afwijking van het tweede lid vangt een stembureau als bedoeld in artikel 18, aanhef, onderdeel d, de stemopneming op de dag van de stemming aan om zeven uur dertig of op een later, door burgemeester en wethouders vast te stellen, tijdstip op die dag. Aan het bepaalde in artikel N 9, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet wordt niet eerder toepassing gegeven dan na eenentwintig uur. Voorts is tot die tijd eenieder die ambtshalve kennis kan nemen van de vastgestelde aantallen stemmen, zolang verplicht tot geheimhouding daarvan.

  • 4 Op de locatie van de stemopneming opent het stembureau de verzegelde enveloppe met het proces-verbaal en de verzegelde stembus. Vervolgens zet het stembureau zijn werkzaamheden voort overeenkomstig het bepaalde in de artikelen N 5 tot en met N 10 van de Kieswet.

  • 5 Indien het stembureau een verschil vaststelt tussen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten en het aantal stemmen dat is geteld, is het stembureau bevoegd de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet, te openen en de in artikel N 1 van de Kieswet bedoelde aantallen opnieuw vast te stellen.

Artikel 23. (Grondslag nadere regels vervoer stembescheiden)

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het in ontvangst nemen, het transport, de opslag en de overdracht van de stembus, de enveloppe en de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet.

Paragraaf 11a. Tijdelijke regels over de stemopneming door briefstembureaus

Artikel 23a. (Stemopneming t.a.v. kiezers buiten Nederland)

Hoofdstuk N, paragraaf 2, van de Kieswet is uitsluitend van toepassing op een briefstembureau voor zover het de stemopneming betreft van stembiljetten die op grond van artikel M 10, derde lid, van de Kieswet in de stembus zijn gedeponeerd.

Artikel 23b. (Aantal toegelaten briefstemmers buiten Nederland)

In afwijking van artikel N 15 van de Kieswet stelt het briefstembureau het aantal geldige briefstembewijzen vast behorend bij de enveloppen met een stembiljet, dan wel stembiljetten, die het in de stembus heeft gedeponeerd. Dit is het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten.

Artikel 23c. (Stemopneming t.a.v. kiezers binnen nederland)

De artikelen 23d en 23e zijn uitsluitend van toepassing op een briefstembureau voor zover het de stemopneming betreft van stembiljetten die op grond van artikel 11g, vierde lid, in de stembus zijn gedeponeerd.

Artikel 23d. (Stemopneming)

  • 2 Alvorens over te gaan tot de handelingen, bedoeld in artikel N 5, opent een lid van het briefstembureau de enveloppen die zich in de stembus bevinden. Indien in een enveloppe zich geen of meer dan één stembiljet bevindt, wordt hiervan een aantekening gemaakt. Indien zich meer dan één stembiljet in één enveloppe bevindt, doet hij deze biljetten wederom in de enveloppe en legt deze, na haar te hebben verzegeld, terzijde.

  • 3 Artikel N 7 van de Kieswet is van toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van het eerste lid, in plaats van «rood heeft gemaakt» wordt gelezen: heeft ingekleurd, en dat voor de toepassing van het derde lid, in plaats van «rood maken» wordt gelezen: inkleuren.

Artikel 23e. (Consequenties van een vooropening)

  • 1 Indien gebruik is gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in 11b, eerste lid, vangt het briefstembureau in afwijking van artikel N 1 van de Kieswet op de dag van stemming om zeven uur dertig of op een later, door burgemeester en wethouders vast te stellen, tijdstip op die dag, de stemopneming aan ten aanzien van de stembiljetten die zich op dat moment in de stembus bevinden.

  • 2 Ten behoeve van de handelingen, bedoeld in de artikelen 11g tot en met 11i, ten aanzien van de nog niet geopende retourenveloppen wordt de stemopneming volgens bij ministeriële regeling te stellen regels geschorst. Zodra deze handelingen ten aanzien van alle tijdig binnengekomen retourenveloppen zijn beëindigd, wordt de stemopneming bij ministeriële regeling te stellen regels hervat.

  • 3 Aan het bepaalde in artikel N 9, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet wordt niet eerder toepassing gegeven dan na eenentwintig uur. Voorts is eenieder die ambtshalve kennis kan nemen van de vastgestelde aantallen stemmen, zolang verplicht tot geheimhouding daarvan.

Paragraaf 11b. Tijdelijke regels ten aanzien van de zitting van het hoofdstembureau

Artikel 23f. (Zittingsdag hoofdstembureau)

  • 2 In afwijking van het eerste lid houdt het hoofdstembureau gevestigd in kieskring 12 op de zesde dag na de dag van de stemming om vijftien uur een openbare zitting.

Artikel 23g. (Gedragsregels zitting hoofdstembureau)

  • 2 Toepassing van artikel 9, derde lid, geschiedt met dien verstande dat burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het hoofdstembureau is gevestigd de gezondheidscheck afnemen bij de leden van het hoofdstembureau.

  • 3 Het centraal stembureau draagt er zorg voor dat in de ruimte waar de openbare zitting plaatsvindt alsook bij de ingang daarvan de aanwijzingen worden gegeven die nodig zijn om de naleving van artikel 58f, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid of het bepaalde bij of krachtens artikel 9 door de bij de openbare zitting aanwezige personen te verzekeren.

Artikel 23h. (Op afstand bijwonen zitting hoofdstembureau)

  • 1 In aanvulling op artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet wordt onder openbaar tevens verstaan dat de zitting in een digitale omgeving door de leden en geïnteresseerden kan worden bijgewoond. Daarnaast dienen geïnteresseerden de zitting ook op afstand te kunnen volgen door middel van een live-verbinding.

  • 2 Een zitting, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts doorgang voor zover:

    • a. ieder lid afzonderlijk digitaal toegang heeft tot de zitting;

    • b. de leden zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn op een zodanige wijze dat hun identiteit kan worden vastgesteld;

    • c. de andere deelnemers zichtbaar en hoorbaar kunnen zijn voor zover de voorzitter hen het woord verleent; en

    • d. de voorzitter in staat is de orde te handhaven.

  • 4 De voorzitter van het hoofdstembureau doet tijdig op een algemeen toegankelijke wijze mededeling van de plaats, de dag en het uur van de zitting alsook van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het eerste en derde lid.

Artikel 23i. (Ondertekening proces-verbaal hoofdstembureau)

  • 2 Een lid van het hoofdstembureau dat de openbare zitting op afstand in een digitale omgeving bijwoont, maakt daarin door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar of de voorzitter het proces-verbaal namens hem mag ondertekenen.

Artikel 23j. (Openbaarmaking digitaal bestand hoofdstembureau)

  • 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de elektronische openbaarmaking van het proces-verbaal en de digitale bestanden.

Paragraaf 11c. Tijdelijke regels ten aanzien van de zitting van het centraal stembureau

Artikel 23k. (Aanvang werkzaamheden centraal stembureau)

Voor de toepassing van artikel P 1 van de Kieswet wordt voor «alle hoofdstembureaus zijn ontvangen» gelezen: de hoofdstembureaus zijn ontvangen.

Artikel 23l. (Gedragsregels zitting uitslagvaststelling)

  • 2 Toepassing van artikel 9, derde lid, geschiedt met dien verstande dat de voorzitter de gezondheidscheck afneemt bij de andere leden van het centraal stembureau. De plaatsvervangend voorzitter neemt de gezondheidscheck af bij de voorzitter.

  • 3 Het centraal stembureau draagt er zorg voor dat in de ruimte waar de openbare zitting plaatsvindt alsook bij de ingang daarvan de aanwijzingen worden gegeven die nodig zijn om de naleving van artikel 58f, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid of het bepaalde bij of krachtens artikel 9 door de bij de openbare zitting aanwezige personen te verzekeren.

Artikel 23m. (Op afstand bijwonen zitting uitslagvaststelling)

  • 1 In aanvulling op artikel P 20, tweede lid, van de Kieswet wordt onder openbaar tevens verstaan dat de zitting in een digitale omgeving door de leden en geïnteresseerden kan worden bijgewoond. Daarnaast dienen geïnteresseerden de zitting op afstand te kunnen volgen door middel van een live-verbinding.

  • 2 Een zitting, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts doorgang voor zover:

    • a. ieder lid afzonderlijk digitaal toegang heeft tot de zitting;

    • b. de leden zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn op een zodanige wijze dat hun identiteit kan worden vastgesteld;

    • c. de andere deelnemers zichtbaar en hoorbaar kunnen zijn voor zover de voorzitter hen het woord verleent; en

    • d. de voorzitter in staat is de orde te handhaven.

Artikel 23n. (Ondertekening proces-verbaal uitslagvaststelling)

  • 2 Een lid van het centraal stembureau dat de openbare zitting op afstand in een digitale omgeving bijwoont, maakt daarin door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar of de voorzitter het proces-verbaal namens hem mag ondertekenen.

Artikel 23o. (Openbaarmaking digitaal bestand centraal stembureau)

  • 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de elektronische openbaarmaking van het proces-verbaal en de digitale bestanden.

Paragraaf 12. Tijdelijke regels over de toepassing in Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Artikel 24. (Toepassing in Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

Paragraaf 13. Tijdelijke regels over experimenten in het verkiezingsproces

Artikel 25. (Experimenten in het verkiezingsproces)

Onverminderd het bepaalde in artikel 3, eerste lid, van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming vinden experimenten op basis van die wet tevens zoveel mogelijk plaats overeenkomstig hetgeen bij en krachtens deze wet is bepaald.

Artikel 25a. (Status van vervangend briefstembewijzen)

In artikel 23b wordt onder geldige briefstembewijzen mede begrepen: geldige vervangend briefstembewijzen.

Artikel 26a. (Briefstembureaus en centrale stemopneming)

Artikel 27. (Krappe locatie stembureau en centrale stemopneming)

Als burgemeester en wethouders voor een stembureau een locatie als bedoeld in artikel 6 hebben aangewezen, dan zet het stembureau, in afwijking van artikel 22, vierde lid, tweede volzin, zijn werkzaamheden voort overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 22 tot en met 24 van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming.

Artikel 28. (Zitting gemeentelijk stembureau)

  • 1 Het bepaalde bij of krachtens artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op de locatie waar het gemeentelijk stembureau de stemopneming verricht en de zitting tot vaststelling van de uitslag houdt.

Artikel 28a. (Openbaarmaking digitaal bestand gemeentelijk stembureau)

  • 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de elektronische openbaarmaking van het proces-verbaal en de digitale bestanden.

Paragraaf 14. Slotbepalingen

Artikel 29. (Wijzigingen i.v.m. de Tijdelijke wet maatregelen covid-19)

[Red: Wijzigt de Tijdelijke wet maatregelen covid-19]

Artikel 30. (Inwerkingtreding en verval)

  • 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

  • 2 Deze wet vervalt met ingang van 1 juli 2021. Het tijdstip waarop deze wet vervalt kan bij koninklijk besluit worden bepaald op een ander tijdstip, met dien verstande dat dit tijdstip steeds ten hoogste zes maanden na het tijdstip ligt waarop de wet zou vervallen.

  • 3 Bij koninklijk besluit kan worden bepaald dat deze wet vervalt op een eerder tijdstip dan 1 juli 2021 dan wel een tijdstip dat ligt voor het tijdstip waarop de wet na 1 juli 2021 zou vervallen.

  • 4 De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 4 november 2020

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.H. Ollongren

Uitgegeven de zesde november 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Terug naar begin van de pagina