Subsidieregeling opschaling curatieve zorg COVID-19

[Regeling vervalt per 31-12-2022.]
Geraadpleegd op 26-11-2022.
Geldend van 31-10-2020 t/m 08-10-2021

Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 23 oktober 2020, kenmerk 1768679-212956-CZ, houdende regels voor verstrekking van een tijdelijke subsidie ten behoeve van de opschaling van de curatieve zorg voor COVID-19 patiënten (Subsidieregeling opschaling curatieve zorg COVID-19)

De Minister voor Medische Zorg,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • accountant: accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • bouwkundige aanpassingen: het plaatsen, aanbrengen of veranderen van een bouwwerk, ten behoeve van opschalingsfase 1, opschalingsfase 2 of opschalingsfase 3 waarbij geen wijzigingen aan het fysieke bouwvolume, aan zijgevels, achtergevels en daken worden toegepast;

  • bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect steun vindt in de grond, bedoeld om ter plaatste te functioneren;

  • comité bouwkundige aanpassingen: extern comité van onafhankelijke deskundigen dat de minister adviseert over de noodzakelijkheid van bouwkundige aanpassingen, waarvan de werkwijze is opgenomen in bijlage III;

  • COVID-19 crisisvoorraad geneesmiddelen: voorraad van geneesmiddelen per ziekenhuis die het LCG als noodzakelijk beschouwt bij de behandeling van COVID-19 patiënten;

  • COVID-19 patiënt: een persoon bij wie de infectieziekte SARS-CoV-2 is vastgesteld of een persoon bij wie de verdenking bestaat van een besmetting met de infectieziekte SARS-CoV-2;

  • gerealiseerd flexibel IC-bed: IC-bed geschikt voor IC-zorg en aanwezig in de instelling, inclusief beschikbaarheid van bijbehorende voorzieningen om IC-zorg te kunnen verlenen en een plan waar dit bed geplaatst kan worden bij een piekbelasting;

  • gerealiseerd vast IC-bed: IC-bed dat fysiek aanwezig is in de instelling, inclusief bijbehorende voorzieningen en 5 fte personeel, dat direct voor zorg inzetbaar is;

  • IC: Intensive Care;

  • IC-bed: een bed met bijbehorende voorzieningen en personeel op een intensieve zorgafdeling van een instelling, zijnde een:

    • regulier IC-bed in opschalingsfase 1;

    • vast IC-bed in opschalingsfase 2; of

    • flexibel IC-bed in opschalingsfase 3;

  • instelling: een in bijlage I opgenomen zorginstelling;

  • klinisch bed: een bed met bijbehorende voorzieningen en personeel op een klinische afdeling van een instelling, zijnde een

    • vast klinisch bed in opschalingsfase 2; of

    • flexibel klinisch bed in opschalingsfase 3;

  • koud bed: een beschikbaar IC-bed of klinisch bed dat wordt vrijgehouden voor een COVID-19 patiënt;

  • LCG: Landelijk Coördinatiecentrum Geneesmiddelen;

  • LCPS: Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding;

  • LNAZ: Landelijk Netwerk Acute Zorg;

  • materiële kosten: kosten voor materiaal behorende bij een IC-bed of een klinisch bed, waaronder kosten voor bloed, kunst- en hulpmiddelen, implantaten en geneesmiddelen, niet zijnde geneesmiddelen die behoren tot de COVID-19 crisisvoorraad geneesmiddelen;

  • medische inventaris: patiëntgericht meubilair en patiëntgerichte apparatuur;

  • minister: Minister voor Medische Zorg;

  • opleidingsactiviteiten: activiteiten ten behoeve van opleiden, leren en ontwikkelen die noodzakelijk zijn voor het realiseren van opschalingsfase 1, opschalingsfase 2 en opschalingsfase 3;

  • opschalingsfase 1: de opschaling tot een totaal van 1.150 structurele IC-bedden ten behoeve van zowel non-COVID-19 patiënten als COVID-19 patiënten;

  • opschalingsfase 2: de opschaling met 200 vaste koude IC-bedden en 400 vaste klinische bedden ten behoeve van uitsluitend COVID-19-patiënten, waarmee het totaal aantal IC-bedden in Nederland op 1.350 komt;

  • opschalingsfase 3: de opschaling met 350 flexibele koude IC-bedden en 700 flexibele klinische bedden ten behoeve van uitsluitend COVID-19 patiënten, waarmee het totaal aantal IC-bedden in Nederland op 1.700 komt;

  • ROAZ: Regionaal Overleg Acute Zorgketen;

  • warm bed: een IC-bed of klinisch bed dat wordt bezet door een patiënt.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

De minister kan aan een instelling op aanvraag een subsidie verstrekken voor:

  • a. bouwkundige aanpassingen ten behoeve van opschalingsfase 1 tot en met opschalingsfase 3;

  • b. medische inventaris ten behoeve van opschalingsfase 1 tot en met opschalingsfase 3;

  • c. de aanleg van de COVID-19 crisisvoorraad geneesmiddelen ten behoeve van opschalingsfase 2 en opschalingsfase 3;

  • d. opleidingsactiviteiten ten behoeve van opschalingsfase 1;

  • e. activiteiten in de vorm van de uitbreiding en het beschikbaar houden van koude IC-bedden en klinische bedden ten behoeve van opschalingsfase 2;

  • f. activiteiten in de vorm van de uitbreiding en het beschikbaar houden van koude IC-bedden en klinische bedden ten behoeve van opschalingsfase 3; en

  • g. activiteiten ten behoeve van een warm bed in opschalingsfase 3.

Artikel 4. Intrekking en wijziging lopende subsidieverlening

  • 1 De minister beziet gedurende de subsidieperiode hoe de uitbraak van COVID-19 zich ontwikkelt en in hoeverre het uitvoeren van de diverse activiteiten, bedoeld in artikel 3, noodzakelijk blijft om die uitbraak onder controle te krijgen en te houden.

  • 2 Indien gedurende de subsidieperiode op basis van advies van het Outbreak Management Team blijkt dat de uitbraak van COVID-19 zich zodanig ontwikkelt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, bedoeld in artikel 3, onder e en f, niet meer geheel noodzakelijk zijn, treedt de minister daarover onverwijld in overleg met de instellingen die subsidie ontvangen.

  • 3 Indien de omstandigheid, bedoeld in het tweede lid, zich voordoet, kan de minister de subsidieverlening ten nadele van de subsidie-ontvangende instelling wijzigen of de subsidie lager vaststellen.

Artikel 5. Subsidievoorwaarden

  • 1 Subsidie voor de aanleg van de COVID-19 crisisvoorraad geneesmiddelen, bedoeld in artikel 3, onder c, wordt uitsluitend verstrekt indien:

    • a. de instelling voor het indienen van de aanvraag door het LCG is geadviseerd over de inhoud en omvang van de COVID-19 crisisvoorraad geneesmiddelen; en

    • b. de inkoop volgens de daarvoor vastgestelde procesmatige en inhoudelijke kaders van het LCG geschiedt, overeenkomstig bijlage II.

  • 2 Subsidie voor bouwkundige aanpassingen als bedoeld in artikel 3, onder a, wordt uitsluitend verstrekt indien:

    • a. de aanpassingen plaatsvinden binnen de bestaande bouwkundige grenzen van de instelling; en

    • b. als de aanvraag voor opschalingsfase 1 en 2 meer dan € 75.000 per IC-bed bedraagt of voor opschalingsfase 3 meer dan € 25.000 per IC-bed, het comité bouwkundige aanpassingen daarover positief advies uitbrengt.

  • 4 Subsidie voor opschalingsfase 2 wordt uitsluitend verstrekt indien de instelling het aantal op te schalen koude IC-bedden overeenkomstig bijlage I en klinische bedden fysiek aanwezig heeft en voor deze bedden personeel beschikbaar heeft.

  • 5 Subsidie voor opschalingsfase 3 wordt uitsluitend verstrekt indien de instelling het aantal op te schalen koude IC-bedden overeenkomstig bijlage I en klinische bedden binnen 48 uur beschikbaar kan maken voor patiëntenzorg.

Artikel 6. Niet-subsidiabele kosten

Niet-subsidiabele kosten zijn:

  • a. de zorgkosten voor de behandeling van COVID-19-patiënten en niet-COVID-19 patiënten;

  • b. bestuurs- en secretariaatskosten en andere materiële kosten;

  • c. de kosten voor aanschaf en onderhoud van beademingsapparatuur en patiëntmonitorsystemen, bijbehorende accessoires en disposables;

  • d. de kosten voor persoonlijke beschermingsmiddelen;

  • e. kosten voor vervoer van COVID-19 patiënten en voor de coördinatie van COVID-19 patiëntenstromen; en

  • f. personeelskosten in opschalingsfase 2 en opschalingsfase 3 die reeds uit andere bronnen gefinancierd worden.

Artikel 7. Hoogte van subsidieverlening

  • 1 Het bedrag van de subsidieverlening voor een instelling bestaat uit de som van:

    • a. de eenmalige kosten ten behoeve van bouwkundige aanpassingen in opschalingsfase 1 en opschalingsfase 2 vanaf 1 juli 2020 tot 1 maart 2021;

    • b. de eenmalige kosten ten behoeve van bouwkundige aanpassingen in opschalingsfase 3 vanaf 1 juli 2020 tot 1 maart 2021;

    • c. de eenmalige kosten ten behoeve van de medische inventaris in opschalingsfase 1 en opschalingsfase 2, tot een maximum van € 60.000 per IC-bed in die fases, overeenkomstig bijlage I;

    • d. de eenmalige kosten ten behoeve van de medische inventaris in opschalingsfase 3, tot een maximum van € 30.000 per IC-bed in die fase, overeenkomstig bijlage I;

    • e. de eenmalige kosten ten behoeve de COVID-19 crisisvoorraad geneesmiddelen, bestaande uit de som van:

      • de inkoopprijs van de geneesmiddelen, zijnde geregistreerde producten en eigen bereidingen;

      • 10% van de inkoopprijs, bedoeld onder 1°, voor de opslag- en beheerkosten; en

      • 50% van de apotheekinkoopprijs van uitgestelde eigen bereidingen;

    • f. een vergoeding per IC-bed voor opleidingsactiviteiten in opschalingsfase 1 van € 120.000 vanaf 1 juli 2020 tot en met 31 december 2022, tot het maximum aantal opgenomen IC-bedden per instelling in die fase, overeenkomstig bijlage I;

    • g. een vergoeding van € 1.332.883 per koud IC-bed in opschalingsfase 2, die loopt vanaf 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2022, tot het maximum aantal opgenomen IC-bedden per instelling in die fase, overeenkomstig bijlage I; en

    • h. een vergoeding van € 224.002 per koud IC-bed in opschalingsfase 3, die loopt vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022, tot het maximum aantal opgenomen IC-bedden per instelling in die fase, overeenkomstig bijlage I.

  • 2 Het bedrag van de subsidieverlening kan worden verhoogd voor elke dag dat een koud IC-bed gedurende opschalingsfase 3 wijzigt in een warm IC-bed. Het bedrag van de verhoging bestaat uit een bedrag van € 882 per warm IC-bed per dag, tot ten hoogste het in bijlage I bepaalde aantal IC-bedden in die fase, voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022.

Artikel 8. Aanvraag tot subsidieverlening

  • 1 Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2 De aanvraag wordt ingediend in de periode van 2 november 2020 tot en met 13 november 2020. Aanvragen die na die datum worden ontvangen, worden afgewezen.

  • 3 De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. inzake bouwkundige aanpassingen:

      • een plan voor de totale bouwkundige aanpassingen, indien de aanvraag voor opschalingsfase 1 en 2 minder dan € 75.000 per IC-bed bedraagt en voor opschalingsfase 3 minder dan € 25.000 per IC-bed, of

      • een plan voor de totale bouwkundige aanpassingen en de bijbehorende offertes, indien de aanvraag voor opschalingsfase 1 en 2 meer dan € 75.000 per IC-bed bedraagt en voor opschalingsfase 3 meer dan € 25.000 per IC-bed;

    • b. een lijst van de medische inventaris;

    • c. een overzicht van het aan te leggen volume van de COVID-19 crisisvoorraad geneesmiddelen en de bijbehorende kosten op geaggregeerd niveau;

    • d. een advies van het LCG ten aanzien van het volume van de COVID-19 crisisvoorraad geneesmiddelen; en

    • e. een opschalingsvoorstel, inclusief onderbouwing op welke wijze de Raad van Bestuur van de instelling zo doelmatig mogelijk vorm geeft aan opschalingsfase 2 en opschalingsfase 3.

Artikel 9. Bouwkundige aanpassingen

  • 1 Indien in een aanvraag de begrote kosten voor bouwkundige aanpassingen meer dan € 75.000 per IC-bed in opschalingsfase 1 en opschalingsfase 2 of meer dan € 25.000 per IC-bed in opschalingsfase 3 bedragen, wordt de aanvraag ter advies voorgelegd aan het comité bouwkundige aanpassingen.

  • 2 Indien de bij de aanvraag verstrekte gegevens of bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling stelt het comité bouwkundige aanpassingen de instelling in de gelegenheid de aanvraag binnen twee weken aan te vullen.

  • 3 Het comité bouwkundige aanpassingen kan volstaan met een beperkt onderzoek indien het comité van oordeel is dat:

    • a. de aanvraag kennelijk niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;

    • b. de aanvraag nagenoeg geheel overeenkomt met andere aanvragen waarover het comité bouwkundige aanpassingen reeds advies heeft uitgebracht;

    • c. de bouwkundige aanpassingen naar verwachting niet of niet geheel zullen plaatsvinden;

    • d. de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt.

Artikel 10. Besluit tot subsidieverlening

  • 1 De minister besluit binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening.

  • 2 De minister vermeldt in het besluit tot verlening van de subsidie:

    • a. voor welke periode subsidie wordt verleend;

    • b. de bouwkundige aanpassingen, het aantal IC-bedden, klinische bedden, de medische inventaris en de inhoud en omvang van de COVID-19 crisisvoorraad geneesmiddelen waarvoor de subsidie wordt verleend;

    • c. het advies van het comité bouwkundige aanpassingen voor bouwkundige aanpassingen boven het maximumbedrag per IC-bed, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a en onder b;

    • d. de hoogte van het subsidiebedrag;

    • e. de wijze waarop tussentijds inhoudelijk verslag wordt gedaan; en

    • f. de wijze waarop de verleende subsidie wordt verantwoord.

Artikel 11. Subsidieverplichtingen

  • 1 De instelling is verplicht:

    • a. het aantal IC-bedden beschikbaar te hebben dat overeenkomstig bijlage I voor die instelling is vastgesteld;

    • b. zich in te spannen om de zorg aan niet-COVID-19 patiënten in opschalingsfase 2 en opschalingsfase 3 maximaal op peil te houden;

    • c. een contactpersoon aan te wijzen binnen de instelling die mandaat heeft om in overleg te treden met de minister, zorgverzekeraars en het ROAZ;

    • d. dagelijks informatie aan het LCPS aan te leveren over het aantal reguliere patiënten en COVID-19 patiënten dat is opgenomen in de instelling;

    • e. zich in te spannen om eventuele herverdeling van het aantal op te schalen IC-bedden binnen de ROAZ-regio tot stand te brengen; en

    • f. een administratie te voeren die zodanig is ingericht dat daarin te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan.

  • 2 De instelling die subsidie ontvangt voor de aanleg van de COVID-19 crisisvoorraad geneesmiddelen is verplicht:

    • a. medewerking te verlenen aan alle monitoringsverzoeken van het LCG;

    • b. onmiddellijk gevolg te geven aan verzoeken van het LCG om een gedeelte van de COVID-19 crisisvoorraad geneesmiddelen over te dragen aan een andere instelling; en

    • c. zich in te spannen om de COVID-19 crisisvoorraad geneesmiddelen gedurende de subsidieperiode continu op peil te houden, overeenkomstig de afspraken met het LCG.

  • 3 De instelling die subsidie ontvangt doet inhoudelijk verslag van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten, bedoeld in artikel 3. Het besluit tot verlening van de subsidie vermeldt op welke tijdstippen verslag wordt gedaan en waaruit het verslag bestaat.

Artikel 12. Meldingsplicht

  • 1 De instelling die subsidie ontvangt meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien:

    • a. aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht,

    • b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan, of

    • c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.

  • 2 In aanvulling op het eerste lid, meldt de instelling die subsidie ontvangt onverwijld schriftelijk aan de minister indien sprake is van een voornemen tot herverdeling van het aantal op te schalen IC-bedden en klinische bedden waarmee het ROAZ heeft ingestemd, in afwijking van bijlage I. De minister beslist binnen 6 weken op de melding.

  • 3 In aanvulling op het eerste lid, maakt de instelling die subsidie ontvangt halfjaarlijks schriftelijk melding aan de minister van het aantal dagen dat koude IC-bedden in opschalingsfase 3 overeenkomstig bijlage I zijn gewijzigd in warme bedden.

  • 4 De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 13. Bevoorschotting en betaling

  • 1 De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, onder a tot en met c, een voorschot van 100% dat in een keer wordt betaald.

  • 2 Bij het besluit tot verlening van de subsidie voor opleidingsactiviteiten in opschalingsfase 1 als bedoeld in artikel 3, onder d, verleent en betaalt de minister de volgende voorschotten:

    • a. in 2020: € 30.000 per IC-bed;

    • b. in 2021: € 60.000 per IC-bed; en

    • c. in 2022: € 30.000 per IC-bed.

  • 3 Bij het besluit tot verlening van de subsidie voor opschalingsfase 2, bedoeld in artikel 3, onder e, verleent en betaalt de minister de volgende voorschotten:

    • a. in 2020: € 164.765 per IC-bed;

    • b. in 2021: € 599.059 per IC-bed; en

    • c. in 2022: € 569.059 per IC-bed.

  • 4 Bij het besluit tot verlening van de subsidie voor opschalingsfase 3, bedoeld in artikel 3, onder f, verleent en betaalt de minister de volgende voorschotten:

    • a. in 2021: € 127.001 per IC-bed; en

    • b. in 2022: € 97.001 per IC-bed.

Artikel 14. Aanvraag tot vaststelling

  • 1 Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend voor 1 juni 2023.

  • 3 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van:

    • a. een financieel verslag, waarbij inzicht wordt gegeven in de werkelijk gemaakte kosten van de activiteiten inhoudende:

      • de bouwkundige aanpassingen;

      • de medische inventaris; en

      • het geaggregeerd volume en de totaalkosten van de COVID-19 crisisvoorraad geneesmiddelen;

    • b. een activiteitenverslag, waarin de subsidieontvanger inzicht geeft in:

      • het aantal gerealiseerde vaste IC-bedden op 1 januari 2021 en 1 januari 2022, het aantal gerealiseerde flexibele bedden en het aantal gerealiseerde klinische bedden;

      • de manier waarop aan de voorwaarden en verplichtingen van deze regeling is voldaan;

      • de gegeven en gevolgde opleidingen;

      • het aantal opgeleide personen per opleiding per opschalingsfase; en

      • de manier waarop invulling is gegeven aan de beschikbaarheid van personeel.

  • 4 Het financieel verslag gaat vergezeld van een controleverklaring opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister vastgesteld model met inachtneming van een door de minister vastgesteld accountantsprotocol.

  • 5 Ten aanzien van de activiteit, bedoeld in het derde lid, onder b, sub 1°, wordt verantwoording afgelegd door het overleggen van een assurancerapport van een accountant.

Artikel 15. Vaststelling

  • 1 Indien de activiteiten, bedoeld in artikel 3, onder a tot en met c, geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

  • 2 De subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, onder d tot en met g, wordt vastgesteld op een bedrag per gerealiseerd vast IC-bed en gerealiseerd flexibel IC-bed, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de dagvergoeding, bedoeld in artikel 7, tweede lid, voor een warm IC-bed en waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

  • 3 De subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, onder d tot en met f, wordt vastgesteld tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

  • 4 De minister kan de subsidie, bedoeld in het tweede lid, lager vaststellen indien de instelling op 1 januari 2021 en op 1 januari 2022 minder dan 5 fte personeel per gerealiseerd vast IC-bed beschikbaar heeft. In dat geval wordt de subsidie per niet-gerealiseerde fte verminderd met een bedrag van € 89.242 per IC-bed per jaar.

  • 5 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 16. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg,

T. van Ark

Bijlage I. Opschalingslijst

ROAZ regio

Ziekenhuizen

Uitgangssituatie

Uitbreiding IC bedden van uitgangssituatie naar 1.150 (fase 1)

Uitbreiding IC bedden van 1.150 naar 1.350 (fase 2)

Uitbreiding IC bedden van 1.350 naar 1.700 (fase 3)

 

Totaal uitbreiding IC capaciteit opgave aan VWS

 

109

206

343

 

Totaal aantal bedden opgave aan VWS

1.032

1.141

1.347

1.690

AZEUR

Medisch Spectrum Twente

28

0

6

8

 

Streekziekenhuis Koningin Beatrix

4

0

2

2

 

ZGT Almelo

12

0

4

0

 

Totaal AZEUR

44

0

12

10

TZMN

Diakonessenhuis – Utrecht

13

1

2

0

 

Meander Medisch Centrum

12

2

2

4

 

St. Antonius Ziekenhuis – Nieuwegein

22

3

3

10

 

St. Antonius Ziekenhuis – Utrecht

3

0

0

0

 

UMC Utrecht

24

3

9

16

 

Totaal TZMN

74

9

16

30

NAZNW + SZN

Amsterdam UMC

43

5

9

16

 

Noordwest Ziekenhuisgroep

15

2

3

6

 

Rode Kruis Ziekenhuis

6

1

1

2

 

Spaarne Gasthuis

17

2

4

6

 

Zaans Medisch Centrum

6

1

1

2

 

Ziekenhuis Amstelland

4

0

0

0

 

BovenIJ Ziekenhuis

5

0

0

0

 

Dijklander Ziekenhuis

12

1

3

5

 

Flevoziekenhuis

8

1

2

3

 

Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis/NKI

6

0

0

0

 

OLVG

23

3

4

9

 

Tergooi

12

1

3

4

 

Totaal NAZNW+SZN

157

17

30

53

NAZZ

Deventer Ziekenhuis

13

2

1

2

 

Gelre Ziekenhuizen – Apeldoorn

13

0

1

0

 

Gelre Ziekenhuizen – Zutphen

2

2

2

2

 

Isala – Zwolle

34

2

6

12

 

Ropcke-Zweers

3

1

2

3

 

Ziekenhuis St. Jansdal

7

1

1

3

 

Totaal NAZZ

72

8

13

22

AZO

Canisius Wilhelmina Ziekenhuis

10

2

4

4

 

Radboudumc

36

3

8

15

 

Rijnstate

17

2

4

5

 

Ziekenhuis Rivierenland Tiel

7

1

0

0

 

Slingeland Ziekenhuis

8

0

0

0

 

Ziekenhuis Gelderse Vallei

14

2

2

2

 

Totaal AZO

92

10

18

26

NAZL

Laurentius Ziekenhuis

8

1

0

4

 

UMC Maastricht

32

6

9

9

 

VieCuri – Venlo

16

3

3

8

 

Zuyderland MC – Heerlen

31

0

9

10

 

SJG Weert

6

0

1

1

 

Totaal NAZL

93

10

22

32

AZNN

Antonius Ziekenhuis Sneek – Emmeloord

6

1

0

3

 

Martini Ziekenhuis

12

1

4

3

 

Medisch Centrum Leeuwarden

18

2

3

10

 

Nij Smellinghe Ziekenhuis

6

1

3

2

 

Ommelander Ziekenhuis

6

0

0

0

 

Treant Zorggroep – Emmen

13

1

2

7

 

Tjongerschans – Heerenveen

6

1

1

2

 

UMC Groningen

35

4

4

10

 

Wilhelmina Ziekenhuis Assen

6

1

3

0

 

Totaal AZNN

108

12

20

37

NAZW

Alrijne Zorggroep, Leiderdorp

10

1

2

3

 

Groene Hart Ziekenhuis

10

1

1

4

 

Haaglanden MC

20

2

4

6

 

HagaZiekenhuis (Leyenburg)

16

2

4

6

 

LangeLand Ziekenhuis

2

0

2

4

 

LUMC, Leiden

29

3

6

6

 

Reinier de Graaf Gasthuis Delft

12

1

1

4

 

Totaal NAZW

99

10

20

33

TCZW

ADRZ Goes

12

0

1

1

 

Albert Schweitzer Ziekenhuis

16

0

2

4

 

Beatrix Ziekenhuis

6

0

0

2

 

Erasmus MC

45

11

16

32

 

Franciscus, locatie Gasthuis

15

5

0

2

 

IJsselland Ziekenhuis

8

0

1

1

 

Ikazia Ziekenhuis

12

0

1

1

 

Maasstad Ziekenhuis

15

0

4

6

 

Van Weel-Bethesda – Dirksland

6

0

1

1

 

ZorgSaam – Zeeuws Vlaanderen

9

0

1

1

 

Totaal TCZW

144

16

27

51

NAZB

Amphia Ziekenhuis – Breda

24

3

5

8

 

Bernhoven Ziekenhuis

8

1

1

0

 

Bravis ziekenhuis – Bergen op Zoom

15

2

3

5

 

Catharina Ziekenhuis

26

2

4

12

 

Elkerliek Ziekenhuis

8

1

3

0

 

ETZ, locatie Elisabeth

26

3

4

15

 

Jeroen Bosch Ziekenhuis

14

2

4

6

 

Maasziekenhuis Pantein

6

0

0

0

 

Maxima Medisch Centrum

11

2

3

3

 

St. Anna Ziekenhuis

11

1

1

0

 

Totaal NAZB

149

17

28

49

Bijlage II. Procesmatige en inhoudelijke kader LCG

Elk ziekenhuis kan in de subsidieaanvraag aangeven hoeveel COVID-19 Crisisvoorraad geneesmiddelen (hierna: CCV) het opbouwt en daarna aanhoudt. Over de grootte van die voorraad zijn vooraf aanwijzingen verstrekt door het LCG. Hieronder staan de procesmatige en inhoudelijke kaders met betrekking tot de CCV.

  • 1. De geneesmiddelen die onderdeel uitmaken van de CCV en welke volumes moeten worden aangehouden door de individuele ziekenhuizen.

    • a) De CCV die wordt aangelegd bestaat uit geneesmiddelen die staan op de A-lijst van het LCG, het betreft vooralsnog 14 geneesmiddelen.

    • b) De omvang van de CCV van A-lijst geneesmiddelen die moet worden aangehouden door de individuele ziekenhuizen, wordt als volgt berekend:

      • het benodigde volume geneesmiddelen voor vijf maanden bij normaal regulier gebruik (referentie jaar: 2019; derhalve 5/12e van het jaarverbruik in 2019); plus

      • het extra piekgebruik tijdens 3 maanden COVID behorende bij 650 extra ICU bedden. De bedden worden toegerekend aan de ziekenhuizen conform de verdeling van bijlage I. Het piekverbruik is vastgesteld als het verbruik behorende bij een ‘piekontwikkeling’ conform de gamma-verdeling van de eerste golf.

    • c) Het LCG geeft aanwijzingen aan het ziekenhuis ten aanzien van de omvang van het piekvolume door het aandeel van het ziekenhuis gerelateerd aan de totale CCV in Nederland vast te stellen. Het ziekenhuis stelt zelf op basis van de aanwijzingen van het LCG en haar eigen verbruiksgegevens het volume van de CCV voor het eigen ziekenhuis vast.

    • d) Het LCG valideert het door het ziekenhuis aangegeven volume CCV. Indien gewenst wordt in overleg het volume bijgesteld.

    • e) Het ziekenhuis bepaalt, nadat het volume is vastgesteld, welke formuleringen gewenst zijn.

  • 2. De inkoop en eigen bereidingen van geneesmiddelen.

    De CCV kan bestaan uit geregistreerde producten en eigen bereidingen. De eigen bereidingen moeten voldoen aan de geldende wet- en regelgeving.

    Met betrekking tot geregistreerde geneesmiddelen:

    • a. Het ziekenhuis koopt de geregistreerde geneesmiddelen in via een inkoopgroep.

    • b. Het ziekenhuis gebruikt een door LCG aangewezen IT-platform voor de inkoop van de geneesmiddelen.

    • c. De ziekenhuizen dragen er zorg voor dat de geneesmiddelen vanaf december 2020 beschikbaar zijn in Nederland. In december 2020 dient een derde van de CCV beschikbaar te zijn, in januari 2021 twee derde en in februari 2021 de volledige CCV.

    Met betrekking tot eigen bereidingen:

    • a. Indien er grondstoffen onderdeel worden van de CCV moet deze grondstof binnen 1 maand kunnen worden verwerkt tot het eindproduct.

    • b. Voor de te bereiden geneesmiddelen dient een marktconforme prijs te worden bepaald.

    • c. Het ziekenhuis geeft bij het LCG aan:

      • welke producten zij bij welke bereidingsapotheek wenst af te nemen;

      • welk deel hiervan uit grondstoffen kan bestaan; en

      • wat het Z-Index nummer is.

    • d. Het LCG telt de vraag op en stemt met de bereidende apotheken af:

      • of de volumina per bereidingsapotheek realiseerbaar zijn; en

      • hoe een eventueel back-up scenario er uit ziet om bij het uitvallen van een bereidingsfaciliteit tijdens crisis wel de volumina te kunnen borgen.

    • e. Indien gereed product uit eigen bereiding onderdeel vormt van de CCV voor een ziekenhuis dan draagt het ziekenhuis er zorg voor dat de eigen bereidingen per 1 december 2020 beschikbaar zijn.

  • 3. Eenmalige rapportage bij het aanleggen van de CCV.

    • a. Het ziekenhuis geeft het LCG eenmalige de volgende informatie:

      • het volume dat wordt ingekocht als geregistreerde geneesmiddelen;

      • het volume dat wordt aangehouden als eigen bereidingen, inclusief Z-Index nummer; en

      • het volume dat (van deze eigen bereidingen) wordt aangehouden als grondstof (inclusief emballage), inclusief bereidende apotheek.

  • 4. Doorlopende monitoring van de CCV door het LCG.

    • a. Het ziekenhuis gebruikt ZAGIS (of een ander IT-platform dat door het LCG wordt aangewezen) om informatie te delen met het LCG.

    • b. Het ziekenhuis rapporteert de actuele stand van de CCV aan het LCG, conform de door het LCG aangegeven frequentie en specificatie.

    • c. In het geval de CCV wordt aangesproken, kan de data aanlevering worden geïntensiveerd (conform kleurcodering).

  • 5. Het beheer van de CCV door de ziekenhuizen.

    • a. Het ziekenhuis draagt er zorg voor dat de geneesmiddelen van de CCV worden opgeslagen conform geldende wetgeving. Opslag kan plaatsvinden bij de leverancier, een groothandel of in een apotheek.

    • b. De geneesmiddelen dienen te zijn opgeslagen op Nederlands grondgebied

    • c. De geneesmiddelen dienen binnen 24 uur in het ziekenhuis beschikbaar te zijn.

    • d. De opbouw van de CCV geschiedt in fasen: in december 2020 moet een derde gereed zijn, in januari 2021 twee derde en in februari 2021 dient de gehele CCV gereed te zijn. Het op peil houden geldt voor de resterende subsidieperiode.

    • e. Het ziekenhuis draagt voor eigen rekening zorg dat het voorraadvolume te allen tijde boven de afgestemde CCV-volume blijft tenzij leveranciers niet meer kunnen leveren.

    • f. Indien het ziekenhuis niet in staat is om het volume te handhaven, bijvoorbeeld door leveringsproblemen, dient het hierover binnen 48 uur te rapporteren aan het LCG.

    • g. Bij herstellen van leveringsmogelijkheden wordt de CCV weer aangevuld tot de vastgestelde volumina.

Bijlage III. Comité bouwkundige aanpassingen

Algemeen

Er is een comité bouwkundige aanpassingen dat de minister voor Medische Zorg (hierna: de minister) adviseert over de noodzakelijkheid van de opgevoerde bouwkundige aanpassingen door de zorginstelling die is opgenomen in Bijlage I bij de Subsidieregeling opschaling curatieve zorg COVID-19 (hierna: de Subsidieregeling). Een instelling komt in aanmerking voor subsidie voor bouwkundige aanpassingen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, van de Subsidieregeling, indien die plaatsvinden binnen bestaande bouwkundige grenzen van de instelling en de aanpassingen geschieden overeenkomstig de daarvoor vastgestelde inhoudelijke en kwantitatieve kaders van het comité. Deze bijlage beschrijft de samenstelling van het comité en de adviesprocedure.

Het comité

In het kader van artikel 5, tweede lid, onder b, van de Subsidieregeling, maakt de minister gebruik van tijdelijke inhuur van externe deskundigen die gezamenlijk in een comité bouwkundige aanpassingen de minister adviseren over het onderdeel bouwkundige aanpassingen in subsidieaanvragen. De deskundigen hebben van de minister de opdracht gekregen om de minister gezamenlijk in de vorm van een comité te adviseren over de noodzakelijkheid van de opgevoerde bouwkundige aanpassingen. De leden werken onafhankelijk van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: het ministerie). Het comité maakt derhalve geen deel uit van het ministerie. De leden van het comité zijn overigens ook niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de minister. De leden zijn ook niet direct dan wel indirect verbonden aan de instellingen die een aanvraag tot verlening indienen op grond van de Subsidieregeling, waardoor belangenverstrengeling wordt voorkomen. De leden van het comité beschikken over deskundigheid op het gebied van bouwkundige aanpassingen door een zorginstelling. Het comité adviseert uitsluitend op aanvraag van de minister. Indien nodig kan de minister de opdracht voor advisering door de externe deskundigen verlengen.

Adviesprocedure

Het comité adviseert de minister bij aanvragen voor bouwkundige aanpassingen in de opschalingsfase 1, opschalingsfase 2 en opschalingsfase 3, indien de aanvraag de grensbedragen van € 75.000 (opschalingsfase 1 en opschalingsfase 2) en € 25.000 (opschalingsfase 3) per IC-bed overstijgen.

Het comité adviseert de minister uiterlijk binnen 6 weken nadat zij de aanvraag van de minister heeft ontvangen. De minister besluit uiterlijk binnen 22 weken op de aanvraag van de instelling ten aanzien van de bouwkundige aanpassingen. De instelling ontvangt hiertoe een herziene verleningsbeschikking, waarin de minister zijn besluit kenbaar maakt ten aanzien van de aanvraag voor bouwkundige aanpassingen. Het advies van het comité wordt als bijlage bij de herziene beschikking gevoegd.

Informatieverstrekking

Ten behoeve van het opstellen van het advies verstrekt de minister minimaal de volgende gegevens, die bij de subsidieaanvraag zijn gevoegd, aan het comité:

  • aantal IC-bedden en bijbehorende klinische bedden overeenkomstig bijlage I;

  • offertes;

  • bouwplan.

Het comité kan, indien een zorgvuldige advisering daartoe noopt, de instelling die het betreft, om nadere informatie vragen. De instelling wordt in een dergelijk geval in de gelegenheid gesteld zijn aanvraag binnen twee weken aan te vullen. Het advies wordt – samen met de aanvraag – door de minister beoordeeld.

Het comité verstrekt aan de minister desgevraagd de gewenste inlichtingen.

Inhoudelijke en kwantitatieve kaders van het comité

De inhoudelijke en kwantitatieve kaders waar het comité bij de beoordeling van de bouwkundige aanpassingen op toetst zullen uiterlijk binnen twee weken na publicatie van de Subsidieregeling door het comité worden vastgesteld. Bekendmaking van deze kaders zal zo spoedig mogelijk na de vaststelling ervan plaatsvinden.

Gelet op artikel 9, derde lid, van de Subsidieregeling kan het comité kan in ieder geval volstaan met een beperkt onderzoek wanneer:

  • a. zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in de Subsidieregeling;

  • b. het comité van oordeel is dat de aanvraag nagenoeg geheel overeenkomt met andere aanvragen waarover het comité advies heeft uitgebracht;

  • c. de bouwkundige activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;

  • d. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou leiden.

Ambtelijke ondersteuning

Er wordt vanuit het ministerie een secretaris beschikbaar gesteld. Het ministerie draagt er zorg voor dat de secretaris haar werkzaamheden functioneel onafhankelijk kan verrichten.

Archiefbescheiden

Het comité draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden, of zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het ministerie van VWS.

Naar boven