Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020

[Regeling vervallen per 01-01-2021.]
Geraadpleegd op 25-06-2024.
Geldend van 22-10-2020 t/m 31-12-2020

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 20 oktober 2020, nr. IENW/BSK-2020/201912, houdende regels voor een specifieke uitkering met betrekking tot de beschikbaarheidsvergoeding voor regionale OV-concessies in verband met schade ten gevolge van de maatregelen ter voorkoming van verdere verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt (Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020)

Artikel 1. Begripsbepalingen

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);

  • beschikbaarheidsvergoeding: vergoeding aan de concessiehouder in het regionaal openbaar vervoer in verband met de uitvoering van het openbaar vervoer in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020 en tussen concessieverlener en concessiehouder overeengekomen maatregelen in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020 ter voorkoming van verdere verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt;

  • concessie: regionale vervoersconcessie, genoemd in bijlage 1;

  • concessiehouder: vergunninghoudende vervoerder aan wie een concessie is verleend, genoemd in bijlage 1;

  • concessieverlener: tot verlening van een concessie bevoegd gezag, bedoeld in artikel 20, tweede, derde en vierde lid van de Wet personenvervoer 2000, en genoemd in bijlage 1;

  • dienstregeling: voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt verricht, zo nodig onder de vermelding of de halteplaatsen of de tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • ontvanger: concessieverlener;

  • regionaal openbaar vervoer: voor een ieder openstaand regionaal personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;

  • regionaal openbaar vervoersbedrijf: vervoerder die regionaal openbaar vervoer verricht, niet in de hoedanigheid van bestuurder van een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;

  • volwaardige dienstregeling: dienstregeling waarbij met een optimale inzet van personeel en materieel wordt gestreefd naar een maximale capaciteit.

Artikel 3. Doel specifieke uitkering

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

De Minister verleent op aanvraag een eenmalige specifieke uitkering per concessie aan de ontvanger, om hem in staat te stellen een beschikbaarheidsvergoeding te verstrekken.

Artikel 4. Hoogte van de specifieke uitkering

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

  • 1 De specifieke uitkering bedraagt 93% van de kosten die in aanmerking komen voor de beschikbaarheidsvergoeding, bedoeld in bijlage 2, verminderd met 100% van de gerealiseerde opbrengsten in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020, bedoeld in bijlage 3.

  • 2 De specifieke uitkering kan op aanvraag van de concessieverlener worden verhoogd indien bij de concessie waarvoor een aanvraag wordt ingediend in 2019 een winstmarge van 2% of minder is gerealiseerd.

  • 3 De verhoging bedraagt twee procentpunt.

  • 4 Met betrekking tot de tussen concessieverlener en concessiehouder overeengekomen maatregelen ter voorkoming van verdere verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt, bedoeld in bijlage 2 wordt een bedrag verstrekt van maximaal 110% van de geschatte kosten.

  • 5 Bij onvoorziene omstandigheden kan dit bedrag, bedoeld in het vierde lid, op aanvraag worden verhoogd.

  • 6 Van de kosten en opbrengsten, bedoeld in het eerste lid, worden buiten aanmerking gelaten:

    • a. kosten die geen betrekking hebben op het regionaal openbaar vervoer als overeengekomen in de vervoersconcessie;

    • b. kosten en opbrengsten van activiteiten als overeengekomen in de vervoersconcessie waarbij sprake is van 100% bekostiging door de concessieverlener; en

    • c. kosten die afwijken of nieuw zijn ten opzichte van 2019, tenzij deze aantoonbaar en gemotiveerd noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de vervoersconcessie en, hoewel niet vermeld in de vervoersconcessie, zijn overeengekomen met de concessieverlener.

Artikel 5. Aanvraag

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

  • 1 Een aanvraag van een specifieke uitkering wordt elektronisch, per concessie en uiterlijk op 1 december 2020 ingediend.

  • 2 In de aanvraag wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M in ieder geval vermeld:

    • a. de periode waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • b. de geschatte reizigersinkomsten en andere ontvangsten van de concessiehouder in de uitvoering van het openbaar vervoer in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020;

    • c. de geschatte kosten van de concessiehouder voor de uitvoering van het regionaal openbaar vervoer in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020;

    • d. de geschatte kosten van tussen concessieverlener en concessiehouder overeengekomen maatregelen in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020 ter voorkoming van verdere verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt;

    • e. de door de concessiehouder genoten of verwachte subsidie, tegemoetkoming of andere baten van zowel overheden als overige partijen waardoor de financiële gevolgen van de daling van de inkomsten dan wel de kosten zijn of worden beperkt; en

    • f. of een verhoging van de specifieke uitkering als bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt aangevraagd.

  • 3 De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een verklaring van de ontvanger dat de concessiehouder een aanvraag heeft ingediend voor de beschikbaarheidsvergoeding en een kopie van de door die concessiehouder ingediende aanvraag; en

    • b. een verklaring van de ontvanger dat hij aan de subsidie of aan te passen concessie ten minste de voorwaarden zal verbinden, bedoeld in artikel 6, tweede lid.

  • 4 Indien wordt verzocht om een verhoging van de specifieke uitkering als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, dient de ontvanger een aanvullende aanvraag in.

  • 5 De ontvanger wordt in de gelegenheid gesteld de uitkeringsaanvraag binnen twee weken aan te vullen met de op grond van dit artikel te verstrekken gegevens.

Artikel 6. Voorwaarden

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

  • 1 De ontvanger besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan het doel, bedoeld in artikel 3.

  • 2 De ontvanger verstrekt een subsidie aan de concessiehouder of past de vervoersconcessie aan, onder in ieder geval de volgende voorwaarden:

    • a. de concessiehouder voert in de periode van 1 juni 2020 tot en met 31 december 2020 een volwaardige dienstregeling uit met inachtneming van de kabinetsrichtlijnen voor het openbaar vervoer;

    • b. vermelding van het maximale bedrag dat kan worden besteed aan de tussen concessieverlener en concessiehouder overeengekomen maatregelen in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020 ter voorkoming van verdere verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt, alsmede een onderbouwing daarvan;

    • c. de concessieverlener vermeldt bij aanvraag de genoten of verwachte subsidie, tegemoetkoming of andere baten, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder e;

    • d. de concessiehouder overlegt ten behoeve van de verantwoording een definitieve opgave van de inkomsten, andere ontvangsten en kosten die in aanmerking komen voor de beschikbaarheidsvergoeding, en indien een verhoging van de specifieke uitkering wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 4, tweede lid, een verklaring dat in 2019 een winstmarge is gerealiseerd van 2% of minder, met een accountantsverklaring en een rapport van bevindingen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

    • e. het bepaalde in het derde tot en met het negende lid.

  • 3 De beschikbaarheidsvergoeding wordt niet aangewend voor:

    • a. de verstrekking van bonussen of een ontslagvergoeding aan de bestuurders of het hoger management van de concessiehouder over 2019 of eerdere jaren;

    • b. een winstuitkering aan de bestuurders van de concessiehouder over 2019 of eerdere jaren; en

    • c. een uitkering van dividend aan de aandeelhouders in het openbaar vervoersbedrijf van de concessiehouder of de groep waar het vervoersbedrijf deel van uitmaakt als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek over 2019 of eerdere jaren.

  • 4 Er wordt geen beschikbaarheidsvergoeding verstrekt indien over 2020:

    • a. bonussen of een ontslagvergoeding worden verstrekt aan bestuurders of het hoger management van de concessiehouder;

    • b. een winstuitkering wordt verstrekt aan de bestuurders van de concessiehouder; of

    • c. een uitkering van dividend wordt verstrekt aan de aandeelhouders in het openbaar vervoersbedrijf van de concessiehouder of de groep waar het vervoersbedrijf deel van uitmaakt als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 5 In de periode van de ingangsdatum van deze regeling tot en met 31 december 2020 koopt de concessiehouder, zijn bestuur of hogere management geen aandelen in het vervoersbedrijf of de groep waar het vervoersbedrijf deel van uitmaakt, als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 7 Het openbaar vervoersbedrijf of de groep waar het vervoersbedrijf deel van uitmaakt, als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, was vóór 31 december 2019 geen onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 8 Het openbaar vervoersbedrijf of de groep waar het vervoersbedrijf deel van uitmaakt, als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, is geen onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 9 De ontvangers en de concessiehouders verlenen medewerking aan een door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit over het verstrekken van de specifieke uitkering, de vaststelling van de rechtmatigheid daarvan, tot tien jaar na de datum van vaststelling van de specifieke uitkering, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden.

Artikel 7. Voorschotverlening

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

  • 1 Gelijktijdig met het besluit tot verlening van de specifieke uitkering verleent de Minister aan de ontvanger een voorschot van 80% van de specifieke uitkering.

  • 2 Het voorschot wordt uiterlijk op 29 december 2020 uitgekeerd.

  • 3 Door middel van een aanvullende aanvraag kan de ontvanger verzoeken tot een voorschot van het resterende bedrag van de specifieke uitkering. De aanvullende aanvraag gaat vergezeld van een definitieve opgave van de inkomsten, andere ontvangsten en kosten die in aanmerking komen voor de beschikbaarheidsvergoeding, en indien een verhoging van de specifieke uitkering wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 4, tweede lid, een verklaring dat in 2019 een winstmarge is gerealiseerd van 2% of minder, met een accountantsverklaring en een rapport van bevindingen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 8. Verantwoording

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

De ontvanger legt verantwoording af over de besteding van een specifieke uitkering als bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet vóór 16 juli 2022.

Artikel 9. Vaststelling

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

  • 1 De Minister stelt een specifieke uitkering uiterlijk op 31 december 2022 overeenkomstig de beschikking tot verlening vast.

  • 2 De specifieke uitkering kan op een lager bedrag worden vastgesteld indien:

    • a. de specifieke uitkering niet of niet volledig overeenkomstig het doel van deze regeling is besteed;

    • b. niet of niet volledig is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 6; of

    • c. niet of niet volledig is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 8.

Artikel 10. Rapportage

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

  • 1 De ontvanger stelt aan de Minister ten behoeve van rapportage aan de Europese Commissie, binnen twee jaar na goedkeuring van de steunmaatregel voor de beschikbaarheidsvergoeding voor alle concessiehouders die gebruik maken van deze compensatie verleend door de betreffende ontvanger de volgende gegevens beschikbaar:

    • a. het bedrag aan compensatie; en

    • b. het bedrag aan teruggevorderd voordeel.

  • 2 De onder het eerste lid genoemde gegevens worden tien jaar bewaard om aan eventuele onderzoeksverplichtingen vanuit de Europese Commissie op grond van de staatssteunregels te kunnen voldoen.

Artikel 11. Evaluatie

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

De minister publiceert voor 31 december 2022 een verslag over de doelmatigheid, de doeltreffendheid en andere effecten van de specifieke uitkering in de praktijk.

Artikel 12. Inwerkingtreding en horizonbepaling

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang 1 januari 2021 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn verleend.

Artikel 13. Citeertitel

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

S. van Veldhoven-van der Meer

Bijlage 1. Concessies, concessieverleners en concessiehouders (artikel 1)

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

Concessie

Concessieverlener

Concessiehouder

Arnhem Nijmegen

Provincie Gelderland

Hermes (Breng)

Achterhoek-Rivierenland

Provincie Gelderland

Arriva Personenvervoer Nederland BV

Amstelland-Meerlanden

Vervoerregio Amsterdam

Connexxion

Oost-Brabant

Provincie Noord-Brabant

Arriva Personenvervoer Nederland BV

West-Brabant

Provincie Noord-Brabant

Arriva Personenvervoer Nederland BV

Bus Rotterdam

MRDH

RET

Busvervoer Almere

Gemeente Almere

Keolis Nederland

Drechtsteden, Molenlanden en Gorinchem

Provincie Zuid-Holland

Qbuzz

Fast Ferry Hoek van Holland-Maasvlakte

MRDH

RET

Fast Ferry Vlissingen-Breskens

Provincie Zeeland

Westerschelde Ferry BV

Gooi- en Vechtstreek

Provincie Noord-Holland

Connexxion

Groningen-Drenthe

OV-bureau Groningen-Drenthe (OVBGD)

Qbuzz

Haaglanden stad

MRDH

HTM

Haaglanden Streek

MRDH

EBS

Haarlem-IJmond

Provincie Noord-Holland

Connexxion

Hoeksche Waard-Goeree-Overflakkee

Provincie Zuid-Holland

Connexxion

IJsselmond

Provincies Overijssel en Flevoland

OV Regio IJsselmond

IJssel-vecht

Provincies Overijssel, Flevoland en Gelderland

Keolis Nederland

Limburg

Provincie Limburg

Arriva Personenvervoer Nederland BV

Maastunnelveer

Gemeente Rotterdam

Aquabus

Netz Westliches Münsterland

(Nederlandse deel van de treindiensten RB51 Enschede-Dortmund en RB64 Enschede-Münster)

Provincie Overijssel en Gemeente Enschede

DB Regio AG, Regio NRW

Noordzeekanaalponten

Gemeente Amsterdam

GVB

Noord- en zuidwest Fryslân en Schiermonnikoog

Provincie Fryslân

Arriva Personenvervoer Nederland BV

Noord-Holland Noord

Provincie Noord-Holland

Connexxion

Noordelijke treindiensten

Provincies Groningen en Fryslân

Arriva Personenvervoer Nederland BV

Midden Overijssel

Provincie Overijssel

Syntus

Parkshuttle Rivium

MRDH

Connexxion

Rail Haaglanden

MRDH

HTM

Rail Rotterdam

MRDH

RET

Stadsvervoer Amsterdam

Vervoerregio Amsterdam

GVB

Stadsvervoer Lelystad

Gemeente Lelystad

Arriva Personenvervoer Nederland BV

Teutoburger Wald-Netz

(Nederlandse deel van de treindienst RB61 Hengelo-Bielefeld)

Provincie Overijssel

Keolis Deutschland

Treindienst Ede/Wageningen-Barneveld-Amersfoort

Provincie Gelderland

Connexxion

Treindienst Gouda-Alphen aan den Rijn

Provincie Zuid-Holland

NS

Twente (inclusief ZHO)

Provincie Overijssel

Syntus (Twents)

Provincie Utrecht

Provincie Utrecht

Syntus

Regio Utrecht

Provincie Utrecht

Qbuzz

Vechtdallijnen

Provincies Overijssel en Drenthe

Arriva Personenvervoer Nederland BV

Veerverbinding Kralingen-Feijenoord

Gemeente Rotterdam

Aquabus

Veerverbinding RDM terrein e.o.

MRDH

Aquabus

Veluwe

Provincie Gelderland

Syntus

Voorne-Putten en Rozenburg

MRDH

EBS

Waterbus Dordrecht-Drechtsteden

Provincie Zuid-Holland

Aquabus

Waterland

Vervoerregio Amsterdam

EBS

Zeeland

Provincie Zeeland

Connexxion

Zuidoost-Brabant

Provincie Noord-Brabant

Hermes (Bravo)

Zaanstreek

Vervoerregio Amsterdam

EBS

Zuid-Holland Noord

Provincie Zuid-Holland

Arriva Personenvervoer Nederland BV

Zuidoost Fryslân en Wadden

Provincie Fryslân

Arriva Personenvervoer Nederland BV

Zwolle-Kampen en Zwolle-Enschede

Provincie Overijssel

Keolis Nederland

Bijlage 2. Kosten die in aanmerking komen voor een beschikbaarheidsvergoeding (artikel 4, eerste en vierde lid)

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

Kosten van de concessiehouder die in aanmerking komen voor de beschikbaarheidsvergoeding

Kosten in verband met de uitvoering van het openbaar vervoer in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020.

• Personeelskosten;

• Operationele kosten;

• Afschrijvingskosten;

• Financieringskosten.

Kosten van de tussen de concessieverlener en concessiehouder overeengekomen maatregelen in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020 ter voorkoming van verdere verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt.

In ieder geval de kosten van:

• Mondkapjes, handschoenen en andere beschermingsmaatregelen chauffeurs, bestuurders, machinisten, conducteurs en monteurs;

• Ontsmetting en schoonmaak van werkplekken chauffeurs, bestuurders, machinisten, conducteurs en monteurs;

• COVID-19 testen personeel;

• Extra schoonmaak van voertuigen, treinen, kleding en kantoren;

• Extra inzet (eigen materieel & mensen of onderaannemers touringcars) op bestaande OV-lijnen tot 1 juni 2020;

• Extra inzet BOA’s/handhavers, voor zover nodig voor het uitvoeren van de in het OV-protocol opgenomen taken en voor bestrijding van zwartrijders;

• Tijdelijk aanpassen van haltes/stations (stickers, bewegwijzering, andere indeling knooppunten);

• Tijdelijk inzetten van medewerkers die reizigersstromen begeleiden rondom drukke knooppunten (‘crowd control’, verkeers- en/of reizigersstroomregulatie), bijv. t.b.v. omleiden auto-/fiets-/ loopverkeer op en rond haltes en stations, aanwijzen rustige plekken in voertuigen en treinen, actieve weigering extra instappers bij ‘vol’, etc.;

• Communicatiekosten spelregels en van overige COVID-19-zaken;

• Informatievoorziening aan reizigers gericht op het voorkomen van de verspreiding van COVID-19;

• Aanbrengen en verwijderen van stickers, posters etc. over uitleg maatregelen bus, tram, metro en trein;

• Aanpassen van voertuigen: plexiglas, gebruik zit-/staanplaatsen, looproutes, wijze van betalen en onderzoek naar en verwerving van filters;

• Briefing/basistraining medewerkers met betrekking tot COVID-19;

• Aanpassen van werkplaatsen ter voorkoming van verdere verspreiding van COVID-19.

Bijlage 3. Gerealiseerde opbrengsten in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020 (artikel 4, tweede lid)

[Regeling vervallen per 01-01-2021]

Gerealiseerde opbrengsten in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020

Subsidies concessieverlener conform concessie

• Vaste exploitatiebijdrage door concessieverlener;

• Prestatieafhankelijke bijdrage door concessieverlener;

• Aanvullende subsidies en omzet

OCW-contract studentenkaart

 

Directe opbrengsten van reizigers (per maand)

 

Andere opbrengsten

Andere inkomsten waaronder:

• andere subsidies in het kader van naleven beleid voorkomen verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt;

• rentebaten.

Naar boven