Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van scholing

[Regeling vervalt per 01-04-2023.]
Geldend van 10-07-2021 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 augustus 2020, nr. 2020-0000108203, tot verstrekking van subsidies aan opleiders voor het geven van scholing (Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van scholing)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, eerste en derde lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. aanvraagtijdvak: tijdvak waarin aanvragen voor subsidie kunnen worden ingediend;

  • b. abonnement: overeenkomst, die voor een bepaalde tijdsduur recht geeft op onbeperkte gebruikmaking van online scholing;

  • c. bewijs van afronding: elk bewijs, in de vorm van een bewijs van deelname, van een diploma, getuigschrift of certificaat, waaruit blijkt dat een scholingstraject is afgerond;

  • d. brancheorganisatie: organisatie opgericht voor 1 januari 2020, die belangen behartigt van leden die tot eenzelfde bedrijfstak behoren;

  • e. BSN: nummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;

  • f. deelnemer: natuurlijk persoon die een band heeft met de Nederlandse arbeidsmarkt, achttien jaar of ouder is en de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet of artikel 6 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES, nog niet heeft bereikt;

  • g. EVC-aanbieder: aanbieder die volgens de principes en uitgangspunten van de Kwaliteitscode EVC, een EVC-procedure uitvoert aan de hand van een voor EVC erkende onderwijs-, beroeps- of branchestandaard, en die voor de desbetreffende standaard is opgenomen in het register erkende EVC-aanbieders van het Nationaal Kenniscentrum EVC;

  • h. EVC-procedure: geheel van processtappen en instrumenten waarmee een EVC-aanbieder eerder of elders verworven competenties van een kandidaat beoordeelt ten opzichte van een voor EVC erkende onderwijs- beroeps- of branchestandaard, en waarbij de uitkomsten worden vastgelegd in een ervaringscertificaat;

  • i. hoofdaanvrager:

    • 1°. in geval van een opleiderscollectief een opleider;

    • 2°. in het geval van een samenwerkingsverband een brancheorganisatie, O&O-fonds of werknemers- of werkgeversvereniging;

    die gemachtigd is om de andere partijen in het opleiderscollectief of samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen;

  • j. KvK-nummer: door de Kamer van Koophandel toegekend uniek nummer aan een onderneming of maatschappelijke activiteit in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

  • k. leerpakket: vorm van scholing waarbij het lesmateriaal niet met directe interactie tussen opleider en deelnemer wordt aangeboden;

  • l. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • m. NLQF: Nederlands Kwalificatieraamwerk voor inschaling van kwalificaties betreffende opleiding en studie;

  • n. NRTO: Nederlandse Raad voor Training en Opleiding;

  • o. O&O-fonds: Opleidings- en Ontwikkelingsfonds, opgericht bij een bij de minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;

  • p. opleider: natuurlijk persoon of rechtspersoon die zich beroepshalve bezig houdt met het geven van scholing;

  • q. opleiderscollectief: overeengekomen samenwerking tussen verschillende opleiders;

  • r. samenwerkingsverband: overeengekomen samenwerking tussen opleiders enerzijds en O&O-fondsen, verenigingen van werkgevers en werknemers, brancheorganisaties of andere rechtspersonen anderzijds;

  • s. scholing: cursus, training, opleiding of andere vorm van scholing, niet zijnde een bedrijfsspecifieke training;

  • t. scholingstraject: het geven van scholing door een opleider;

  • u. subsidieaanvrager: opleider of hoofdaanvrager van een opleiderscollectief of samenwerkingsverband die subsidie aanvraagt op grond van deze regeling;

  • v. subsidieontvanger: opleider, opleiderscollectief of samenwerkingsverband aan wie subsidie is verleend op grond van deze regeling;

  • w. werkgeversvereniging: vereniging van werkgevers met volledige rechtsbevoegdheid, die ten tijde van de subsidieaanvraag partij is bij een op het moment van aanvraag geldende collectieve arbeidsovereenkomst, of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende collectieve arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, dan wel een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die is aangesloten bij een centrale werkgeversorganisatie;

  • x. werknemersvereniging: vereniging van werknemers met volledige rechtsbevoegdheid, niet zijnde zelfstandigen zonder personeel, die partij is bij een op het moment van aanvraag geldende collectieve arbeidsovereenkomst of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende collectieve arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling.

Artikel 2. Doel en reikwijdte van de regeling

  • 1 Het doel van deze regeling is het (verder) ontwikkelen van kennis en vaardigheden van deelnemers door hun kosteloos scholingstrajecten aan te bieden, die kunnen bijdragen aan het vergroten van de kansen op de arbeidsmarkt of op het weer verkrijgen van arbeid of opdrachten.

  • 2 Deze regeling is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

De minister verstrekt subsidie aan opleiders, opleiderscollectieven of samenwerkingsverbanden voor het geven van scholing aan deelnemers.

Artikel 4. Aanvraaggerechtigden

  • 1 Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door opleiders, opleiderscollectieven of samenwerkingsverbanden.

  • 4 Subsidieaanvragen voor de categorieën A, B en C, bedoeld in artikel 6, kunnen worden gedaan door zowel opleiders als opleiderscollectieven, in de periode, genoemd in artikel 11a, tweede lid.

Artikel 5. Algemene eisen aan scholing

  • 1 Een opleider, opleiderscollectief of samenwerkingsverband neemt het scholingsaanbod op in een catalogus, die voldoet aan de eisen, bedoeld in bijlage I en stelt die online beschikbaar.

  • 2 Het scholingsaanbod voldoet aan de volgende eisen:

    • a. de scholing beschikt over één van de volgende certificeringen of keurmerken:

      • 1°. wordt aangeboden door een opleidingsinstituut dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend onderwijs verzorgt en die leidt tot een diploma of certificaat, dan wel verband houdt met onderdelen van een door deze minister vastgesteld kwalificatiedossier, vastgestelde kwalificatie of een door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie geaccrediteerde opleiding;

      • 2°. leidt tot een door het Nationaal Coördinatiepunt NLQF ingeschaalde kwalificatie, die is opgenomen in het NCP-register;

      • 3°. wordt gegeven door een opleidingsinstituut, een trainingsbureau of examenaanbieder die in het bezit is van het NRTO-keurmerk;

      • 4°. in geval van scholing als bedoeld in artikel 6, onderdeel c, kan deze scholing ook omvatten een EVC-procedure bij een erkende EVC-aanbieder, scholing bij een instelling die opleidt tot een branche- of sector-erkend certificaat of bedrijfsopleidingen aanbiedt;

    • b. de scholing wordt kosteloos aangeboden;

    • c. de scholing is arbeidsmarktrelevant;

    • d. de scholing valt onder een categorie als bedoeld in artikel 6;

    • e. de scholing kan in ieder geval gedeeltelijk online worden gegeven;

    • f. de aan 1 september 2020 voorafgaande periode waarin dezelfde scholing werd aangeboden, werd die scholing voor een vergelijkbare of hogere prijs aangeboden;

    • g. de scholing komt niet in aanmerking voor andere financiering van overheidswege; en

    • h. de scholing wordt afgesloten met een bewijs van afronding.

Artikel 6. Specifieke eisen aan scholing per categorie scholing

Scholingstrajecten zijn onderverdeeld in drie categorieën, waarbij:

  • a. categorie A scholing betreft, waarbij geldt dat elke scholing:

    • 1°. ten minste zes maanden wordt aangeboden via een leerpakket of abonnement;

    • 2°. voor ten minste een module van het leerpakket of abonnement wordt afgesloten met een bewijs van afronding;

    • 3°. een studiebelasting van minimaal 8 uur heeft; en

    • 4°. een waarde heeft van ten minste € 150,00.

  • b. categorie B scholing betreft, waarbij geldt dat elke scholing:

    • 1°. is gericht op het verkrijgen of verbeteren van basisvaardigheden, arbeidsmarktvaardigheden en sociaal-communicatieve vaardigheden die behulpzaam zijn bij het verrichten van werkzaamheden, dan wel die bestaat uit vakgerichte bijscholing;

    • 2°. niet wordt aangeboden via een leerpakket of abonnement;

    • 3°. een studiebelasting van minimaal 16 uur heeft;

    • 4°. persoonlijke begeleiding en ondersteuning biedt; en

    • 5°. een waarde heeft van ten minste € 500,00.

  • c. categorie C scholing betreft, waarbij geldt dat elke scholing:

    • 1°. is gericht op afsluiting met een certificaat of diploma op middelbaar of hoger onderwijsniveau of een branche- of sector-erkend certificaat of diploma;

    • 2°. niet wordt aangeboden via een leerpakket of abonnement;

    • 3°. persoonlijke begeleiding en ondersteuning biedt; en

    • 4°. een minimumbedrag van € 1.000,00 heeft, waarbij geldt dat alle scholingen die in de catalogus, bedoeld in artikel 5, eerste lid, zijn opgenomen, een gemiddelde waarde hebben van ten minste € 1.250,00.

Artikel 6a. Specifieke eis aan scholing derde aanvraagtijdvak

Voor het derde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, geldt, in afwijking van artikel 6, onderdeel c, sub 4°, dat elke scholing een minimumbedrag van € 1.500 heeft, waarbij geldt dat alle scholingen die in de catalogus, bedoeld in artikel 5, eerste lid, zijn opgenomen, een waarde hebben van ten minste € 1.500.

Artikel 7. Eisen aan opleider

  • 1 Een opleider voldoet aan de eisen, beschreven in bijlage II.

  • 2 Indien de opleider in een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland is gevestigd, wordt, bij het niet beschikken over een certificering of keurmerk als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, een in dat land overeenkomstige certificering of keurmerk gelijkgesteld met deze certificeringen of keurmerken.

Artikel 8. Subsidieplafonds

  • 2 Het beschikbare subsidiebedrag voor het derde aanvraagtijdvak wordt in drie compartimenten verdeeld, waarbij geldt dat:

    • a. in compartiment 1 € 3,5 miljoen beschikbaar is voor scholing in categorie A;

    • b. in compartiment 2 € 9,5 miljoen beschikbaar is voor scholing in categorie B; en

    • c. in compartiment 3 € 17 miljoen beschikbaar is voor scholing in categorie C.

  • 3 Indien het bedrag dat beschikbaar is voor een scholingscategorie als bedoeld in het tweede lid, na behandeling van alle volledige aanvragen voor die categorie, niet is uitgeput, worden de resterende middelen toegevoegd aan de middelen voor een andere categorie.

Artikel 9. Hoogte van het subsidiebedrag eerste en tweede aanvraagtijdvak

  • 1 Het subsidiebedrag voor het eerste en tweede aanvraagtijdvak bedraagt per afgerond scholingstraject:

  • 2 De hoogte van het subsidiebedrag per aanvraag bestaat uit de som van het aantal gegeven scholingstrajecten maal het bedrag per deelnemer, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9a. Hoogte van het subsidiebedrag derde aanvraagtijdvak

  • 1 Het subsidiebedrag voor het derde aanvraagtijdvak bedraagt per afgerond scholingstraject:

  • 2 De hoogte van het subsidiebedrag per aanvraag bestaat uit de som van het aantal gegeven scholingstrajecten maal het bedrag per deelnemer, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 10. Eisen aan de subsidieaanvraag

  • 1 De subsidieaanvrager dient een subsidieaanvraag in door middel van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier op de website www.mijnuitvoeringvanbeleidszw.nl.

  • 2 Onverminderd artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt in een subsidieaanvraag vermeld:

    • a. het KvK-nummer van de subsidieaanvrager;

    • b. de contactgegevens van de subsidieaanvrager;

    • c. het aantal scholingstrajecten, verdeeld naar categorieën, alsmede het totaalbedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en

    • d. het bankrekeningnummer waarop de subsidieaanvrager betalingen van de minister op grond van deze regeling wenst te ontvangen.

  • 3 Bij de subsidieaanvraag worden de volgende stukken gevoegd:

    • a. de catalogus, bedoeld in artikel 5, eerste lid, die de scholingstrajecten bevat die de opleider, het opleiderscollectief of het samenwerkingsverband beoogt ter beschikking te stellen aan deelnemers; en

    • b. indien een aanvraag wordt gedaan door een hoofdaanvrager, een door alle partijen die onderdeel uitmaken van het opleiderscollectief of samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsovereenkomst, inclusief een schriftelijke machtiging volgens het format in bijlage III, waaruit blijkt dat de hoofdaanvrager gemachtigd is de andere partijen in het opleiderscollectief of samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen en waarbij de samenwerkingsovereenkomst het KvK-nummer en de contactgegevens van alle opleiders binnen een opleiderscollectief of samenwerkingsverband bevat;

    • c. een bewijsstuk dat aantoont dat de subsidieaanvrager de houder is van het bankrekeningnummer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d.

  • 4 Bij de subsidieaanvraag verklaart de subsidieaanvrager:

  • 5 De subsidieaanvrager stemt bij de subsidieaanvraag toe met het plaatsen van een verwijzing naar de catalogus op de website www.hoewerktnederland.nl.

  • 6 Per aanvraag, ingediend in de aanvraagtijdvakken, bedoeld in artikel 11, vierde en vijfde lid, kan:

    • a. een opleider of opleiderscollectief maximaal € 1,5 miljoen subsidie aanvragen; en

    • b. een samenwerkingsverband maximaal € 2 miljoen subsidie aanvragen.

  • 7 Per aanvraag, ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, kan een opleider of opleiderscollectief maximaal € 1.750.000 subsidie aanvragen.

  • 8 Indien een aanvraag wordt ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11, vierde lid, voor scholingstrajecten behorende tot de categorieën A of B wordt alleen subsidie verleend als de aanvraag ten minste 1.500 trajecten bevat.

  • 9 Indien een aanvraag wordt ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, voor scholingstrajecten behorende tot categorie C, wordt alleen subsidie verleend als de aanvraag ten minste 750 trajecten bevat.

  • 10 Indien een aanvraag wordt ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, wordt alleen subsidie verleend als de aanvraag voor scholingstrajecten behorende tot de categorieën A en B ten minste 1.500 scholingstrajecten bevat en als de aanvraag voor scholingstrajecten behorende tot categorie C ten minste 500 trajecten bevat.

  • 11 Een scholingstraject, waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de aanvraagtijdvakken, bedoeld in artikel 11, vierde en vijfde lid, start niet eerder dan het moment waarop de subsidieaanvrager de beschikking tot subsidieverlening bekend is gemaakt en eindigt niet later dan 31 december 2021.

  • 12 Een scholingstraject, waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, start niet eerder dan het moment waarop de subsidieaanvrager de beschikking tot subsidieverlening bekend is gemaakt en eindigt niet later dan 31 december 2022.

  • 13 Indien de opleider of de subsidieaanvrager in Nederland, in een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland is gevestigd, wordt, bij het niet beschikken over een KvK-nummer, een met het KvK-nummer overeenkomstige registratie in dat land gelijkgesteld met de vermelding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.

Artikel 11. Eerste en tweede aanvraagtijdvak subsidie

  • 1 Er worden twee aanvraagtijdvakken opengesteld, waarin een subsidieaanvraag kan worden ingediend.

  • 2 Per aanvraagtijdvak is een bedrag van € 17 miljoen beschikbaar.

  • 3 Een opleider, opleiderscollectief of samenwerkingsverband kan slechts één subsidieaanvraag per aanvraagtijdvak indienen.

  • 4 Het eerste aanvraagtijdvak loopt van 1 oktober 2020 tot en met 15 oktober 2020, 17.00 uur en wordt opengesteld voor opleiders en opleiderscollectieven.

  • 5 Het tweede aanvraagtijdvak loopt van 2 november 2020 tot en met 16 november 2020, 17.00 uur en wordt opengesteld voor samenwerkingsverbanden.

  • 6 Indien na sluiting van het eerste aanvraagtijdvak blijkt dat het totaalbedrag dat met de subsidieaanvragen in dat tijdvak is gemoeid minder bedraagt dan het maximum van € 17 miljoen, wordt het resterende bedrag opgeteld bij het maximumbedrag van € 17 miljoen dat beschikbaar is voor het tweede aanvraagtijdvak.

Artikel 11a. Derde aanvraagtijdvak subsidie

  • 1 Er wordt een derde aanvraagtijdvak opengesteld, waarin een subsidieaanvraag kan worden ingediend, met inachtneming van het tweede en derde lid.

  • 2 Het derde aanvraagtijdvak loopt van 1 september 2021, 9.00 uur tot en met 8 september 2021, 17.00 uur en wordt opengesteld voor opleiders en opleiderscollectieven.

Artikel 12. Rangschikking

  • 1 De subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen.

  • 2 Indien subsidieaanvragen gelijktijdig worden ontvangen, wordt door middel van loting de volgorde vastgesteld waarin de ontvangen subsidieaanvragen worden behandeld.

  • 3 In afwijking van het eerste en tweede lid, wordt de volgorde van behandeling van de subsidieaanvragen die zijn ingediend in het derde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, na afloop van dit aanvraagtijdvak vastgesteld door middel van loting, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen.

  • 4 In geval van loting als bedoeld in het derde lid, worden onvolledige subsidieaanvragen, na aanvulling door de subsidieaanvrager, geplaatst aan het einde van de lijst die volgt uit de loting, waarbij het tijdstip van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag bepalend is voor de volgorde van plaatsing op die lijst.

Artikel 13. Verlening van de subsidie

  • 1 De minister besluit binnen 13 weken op een aanvraag tot subsidieverlening.

  • 2 Onverminderd afdeling 4.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt de subsidiebeschikking in ieder geval:

    • a. de periode waarin de scholingstrajecten, waarvoor subsidie wordt verleend zullen worden gegeven;

    • b. de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening en het voorschot; en

    • c. de administratieverplichtingen, bedoeld in bijlage IV, waaraan de subsidieaanvrager moet voldoen.

  • 4 Betalingen van subsidie en voorschotten daarop aan de hoofdaanvrager gelden als betalingen aan het opleiderscollectief of samenwerkingsverband.

  • 5 Onverminderd artikel 4:56 van de Algemene wet bestuursrecht schort de minister een betaling als bedoeld in het derde lid op, indien:

    • a. er sprake is van een ernstig vermoeden dat niet voldaan wordt aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de subsidie; of

    • b. een melding van de subsidieaanvrager daartoe aanleiding geeft.

Artikel 14. Weigering van de subsidie

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een aanvraag voor subsidie afgewezen wanneer:

Artikel 15. Subsidievaststelling

  • 1 De subsidieaanvrager die een aanvraag indient in het eerste of tweede aanvraagtijdvak, dient uiterlijk 31 maart 2022 om 17.00 uur een verzoek tot vaststelling van subsidie in door middel van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier op de website www.mijnuitvoeringvanbeleidszw.nl.

  • 2 De subsidieaanvrager die een aanvraag indient in het derde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, dient uiterlijk 31 maart 2023 om 17.00 uur een verzoek in tot vaststelling van subsidie op dezelfde wijze als beschreven in het eerste lid.

  • 3 Onverminderd artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt in een aanvraag tot subsidievaststelling vermeld:

    • a. het KvK-nummer van de subsidieontvanger;

    • b. de contactgegevens van de subsidieontvanger;

    • c. het bankrekeningnummer waarop de subsidieontvanger betalingen van de minister op grond van deze regeling wenst te ontvangen; en

    • d. het gerealiseerd aantal scholingstrajecten, verdeeld naar categorie, alsmede het hiermee gemoeide subsidiebedrag.

  • 4 Bij de aanvraag tot subsidievaststelling worden in elk geval meegezonden:

    • a. een specificatie van de gegeven scholing per opleider, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d inclusief het KvK-nummer en contactgegevens van alle opleiders binnen een opleiderscollectief of samenwerkingsverband;

    • b. een overzicht met het BSN van de betrokken deelnemers;

    • c. een assurancerapport als bedoeld in artikel 7.5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; en

    • d. een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 16.

  • 5 De subsidieontvanger kan, wanneer hij voorziet dat minder dan 60% van het aantal scholingstrajecten zoals vermeld in de beschikking tot subsidieverlening zal worden gerealiseerd, voor het einde van de periode, bedoeld in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, maar uiterlijk tot 1 november 2021 een verzoek tot wijziging van het besluit tot subsidieverlening indienen.

  • 6 Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van subsidieaanvragers voor het derde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, met dien verstande dat in plaats van '1 november 2021' wordt gelezen '1 november 2022'.

  • 7 Indien bij het indienen, dan wel bij het controleren van de aanvraag tot subsidievaststelling blijkt, dat minder dan 60% van het aantal scholingstrajecten, genoemd in de afgegeven beschikking tot subsidieverlening, is gerealiseerd, en dit tekort aan gerealiseerde trajecten naar het oordeel van de minister de subsidieaanvrager kan worden aangerekend, kan het subsidiebedrag op nihil worden vastgesteld.

Artikel 16. Evaluatie van de uitgevoerde scholing

  • 1 De subsidieontvanger draagt zorg voor de evaluatie van de uitvoering van de scholing op grond van deze regeling en het bereik, de doeltreffendheid en doelmatigheid daarvan.

  • 2 Het evaluatieverslag omvat in ieder geval:

    • a. een beschrijving van de uitgevoerde scholing;

    • b. een beschrijving van het uitvoeringsproces tussen subsidieontvanger en de deelnemers die de scholing volgden en de leerervaringen die daarbij zijn opgedaan; en

    • c. een overzicht van de bereikte resultaten, uitgedrukt in:

      • 1°. achtergrond van de deelnemersgroep, uitgesplitst naar een aantal relevante kenmerken;

      • 2°. aantallen deelnemers per categorie scholing, uitgesplitst naar verwacht aantal deelnemers, het gerealiseerd aantal deelnemers en het percentage deelnemers dat de scholing heeft afgerond.

Artikel 17. Melding fraude

Bij een redelijk vermoeden dat een opleider of een ander persoon, die werkzaam is binnen een opleiderscollectief of een samenwerkingsverband, fraude heeft gepleegd bij het verkrijgen van subsidie op grond van deze regeling, kan de minister hiervan melding maken bij de instantie waar de certificering of het keurmerk is verkregen. Daarnaast zal deze opleider of ander persoon van verdere deelname aan deze regeling worden uitgesloten.

Artikel 18. Meewerken aan controle en onderzoek

  • 1 De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor:

    • a. het nemen van een besluit over het verstrekken van de subsidie;

    • b. het beoordelen of de subsidie terecht is verstrekt;

    • c. het monitoren van de voortgang in de werving van deelnemers, het starten en uitvoeren van de scholingstrajecten en de financiële realisatie; en

    • d. de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling en de ontwikkeling van het beleid van de minister.

  • 2 De deelnemer verleent medewerking aan het in het eerste lid bedoelde onderzoek vergezeld van de toestemmingsverklaring, opgenomen in bijlage V.

Artikel 19. Evaluatie

De minister zendt binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van deze regeling aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling.

Artikel 19a. Hardheidsclausule

De Minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 20. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 april 2023.

  • 2 In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die luidde op de dag voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt, van toepassing op de afwikkeling van uiterlijk op 31 maart 2023 om 17.00 uur ingediende verzoeken tot vaststelling van subsidie op grond van deze regeling.

Artikel 21. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van scholing.

Deze regeling zal met toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 31 augustus 2020

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

W. Koolmees

Bijlage I. behorend bij artikel 5, eerste lid, van de Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van scholing

Eisen catalogus

  • A. De subsidieaanvrager voegt bij de subsidieaanvraag een catalogus bij, waarin het volledige aanbod is opgenomen van de scholing waarvoor de opleider subsidie aanvraagt. Hiervoor wordt het verplichte format gebruikt dat beschikbaar wordt gesteld op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.

  • B. In de catalogus staat ten minste de volgende informatie:

    • Doel en inhoud scholing

      De aanvrager moet in de catalogus de scholing opnemen die hij kosteloos beschikbaar stelt voor de deelnemers. In de catalogus moeten in ieder geval vijf verschillende vormen van scholing worden opgenomen om zo diversiteit van het aanbod te waarborgen. Per scholing moet worden aangegeven wat het doel is. Wat kan de deelnemer bereiken door het volgen van de scholing? Daarnaast moet de inhoud van de scholing worden aangegeven. Welke onderdelen bevat het scholingstraject? Hoeveel modules zijn er? Hoe is het scholingstraject opgebouwd?

    • Aanvangsdatum, projectperiode, studieduur en studiebelasting.

      Per scholing moet worden opgenomen wat de beschikbaarstelling, studieduur en de studiebelasting is. Daarnaast moet in de catalogus de beoogde projectperiode worden aangegeven waarbinnen de scholing dient plaats te vinden. Voor scholing die valt onder categorie A, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, geldt dat alleen aanbod mag worden opgenomen dat een minimale studiebelasting heeft van 8 uur. Voor scholing die valt onder categorie B, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, geldt een eis van een minimale studiebelasting van 16 uur.

    • Studierichting en niveau.

      Bij elke scholing moet worden aangegeven wat de studierichting is. In de catalogus moet ook het studieniveau worden opgenomen (middelbaar of hoger onderwijs) en de benodigde voorkennis voor het volgen van de scholing.

    • Vormen van persoonlijke begeleiding en ondersteuning

      Bij scholing die valt onder de categorieën B en C, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen b en c, moet per vorm van scholing worden aangegeven welke vorm van begeleiding en ondersteuning wordt gegeven.

      Deze begeleiding en ondersteuning kan bestaan uit de volgende vormen:

      • Individuele persoonlijke ondersteuning;

      • Virtual classes;

      • Webinars;

      • (Online) workshops;

      • Groepsdiscussie;

      • Interactieve lessen;

      • Praktijkopdrachten (voor zover mogelijk binnen RIVM richtlijnen);

      • Online (beschikbaar) additioneel lesmateriaal.

      Bij scholing die valt onder categorie A, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, is begeleiding en ondersteuning niet verplicht.

    • Resultaten voor de deelnemer

      Voor elke vorm van scholing die in de catalogus is opgenomen, moet worden aangegeven wat de resultaten zijn van die scholing. Wat leert de deelnemer? Wat kan hij/zij na succesvolle afronding van het scholingstraject?

    • Toetsmomenten

      In de catalogus moet per vorm van scholing worden opgenomen hoeveel en wat voor soort toetsmomenten er zijn voor die scholing.

    • Bewijs van afronding

      In de catalogus moet worden opgenomen wat voor soort bewijs de deelnemer na afronding van de scholing ontvangt. Hierbij kan het gaan om een bewijs van deelname, een bewijs van afronding, een getuigschrift, een certificaat of diploma.

    • Waarde van het traject

      In de catalogus moet per vorm van scholing de reguliere prijs van die scholing worden opgenomen.

    • Contactgegevens opleiders

      In de catalogus worden de contactgegevens van de opleider of opleiders opgenomen, zodat deelnemers contact kunnen opnemen.

  • C. In de catalogus wordt verwezen naar de algemene voorwaarden van de opleider. De opleider draagt er zorg voor dat de algemene voorwaarden eenvoudig vindbaar en raadpleegbaar zijn voor de deelnemer.

Het aanbod in de catalogus past binnen de voorwaarden die in de regeling worden gesteld aan de verschillende categorieën van scholing.

In het geval van een opleiderscollectief of samenwerkingsverband zorgt de subsidieaanvrager ervoor dat het volledige aanbod van alle opleiders in het collectief of samenwerkingsverband in één catalogus gebundeld wordt en beschikbaar wordt gesteld. In de catalogus wordt per opleider het scholingsaanbod gespecificeerd.

Bijlage II. behorend bij artikel 7, eerste lid, van de Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van scholing

Lijst met eisen opleider

Alle opleiders die scholing in de zin van deze subsidieregeling zullen gaan aanbieden moeten voldoen aan een aantal vereisten, ongeacht of zij als individuele opleider subsidie aanvragen of dit doen als onderdeel van een opleiderscollectief of samenwerkingsverband. Bij de subsidieaanvraag moet de opleider of de hoofdaanvrager verklaren dat de opleider -en/of de andere opleiders binnen het collectief of samenwerkingsverband- voldoet aan onderstaande eisen en dit kan bewijzen op het moment dat de minister aanleiding heeft om de verklaring te controleren.

  • A. De opleider moet in staat zijn om in korte tijd te kunnen voldoen aan de capaciteitseis. Dat wil zeggen dat de opleider of in het geval van een opleiderscollectief of opleiders in een samenwerkingsverband gezamenlijk in de afgelopen drie jaar een periode van zes maanden het minimum aantal scholingstrajecten -dat wordt gesteld in de capaciteitseis- uitgevoerd moeten hebben.

  • B. De opleder moet de scholing* en begeleiding in ieder geval in de Nederlandse taal aanbieden.

  • C. De subsidieaanvrager en/of opleider zet zich actief in om de scholingstrajecten waarvoor hij subsidie verleend heeft gekregen onder de aandacht te brengen van deelnemers. Hiermee wordt bedoeld dat de opleider via zijn communicatiekanalen de deelnemers informeert over de mogelijkheid om bij de opleiders kosteloos scholing te volgen.

  • D. De opleider moet op het moment van de subsidieaanvraag beschikken over een online ‘bibliotheek’ van scholingstrajecten die voldoen aan de eisen van het aanbod, en is in staat het aanbod volledig of gedeeltelijk digitaal aan te bieden. Op deze manier wordt het de deelnemer vergemakkelijkt om een scholingsactiviteit naar keuze te zoeken.

  • E. De opleider moet ondersteuning bieden aan deelnemers bij het zoeken naar geschikte scholing. (helpdesk en/of geavanceerde zoekfuncties via toegangsportal). Op het moment dat een deelnemer wil scholen, maar niet zo goed weet wat of welke mogelijkheden er zijn, kan een deelnemer contact opnemen met de opleider of – in geval van een samenwerkingsverband – een partij binnen het samenwerkingsverband. Hiertoe worden de contactgegevens van de opleiders in de catalogus opgenomen.

  • F. De opleider biedt de scholingstrajecten kosteloos aan de deelnemer aan en zal geen kosten voor het volgen van een scholingstraject doorberekenen aan de deelnemer.

*Vanzelfsprekend geldt dit niet voor scholing die ziet op het leren van een andere taal dan de Nederlands taal.

Bijlage III. behorende bij artikel 10, derde lid, onderdeel b, van de Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van scholing*

Format machtiging hoofdaanvrager opleiderscollectief of samenwerkingsverband

U neemt deel aan een opleiderscollectief of een samenwerkingsverband. Eén partij binnen het opleiderscollectief of samenwerkingsverband is de hoofdaanvrager. Dit betekent dat hij/zij namens het opleiderscollectief of samenwerkingsverband verantwoordelijk is voor de verplichtingen die op de opleider(s) rusten in het kader van de aanvraag, tussentijdse informatieverstrekking, declaratie en eindafrekening voor de vaststelling van de subsidie. Ook is de hoofdaanvrager – indien nodig – verantwoordelijk voor de verdeling van de subsidie binnen het opleiderscollectief of het samenwerkingsverband. Tot slot is deze vertegenwoordiger in het kader van evaluatie en monitoring degene die voor het opleiderscollectief of samenwerkingsverband wordt aangesproken.

De hoofdaanvrager stuurt de machtigingen van alle partijen binnen het opleiderscollectief of samenwerkingsverband mee met de aanvraag.

Door dit formulier te ondertekenen, machtigt u in en buiten rechte de hoofdaanvrager van het opleiderscollectief of samenwerkingsverband waaraan u deelneemt te vertegenwoordigen in de hiervoor genoemde werkzaamheden.

Plaats en datum:

Naam hoofdaanvrager:

Handtekening hoofdaanvrager:

Naam partij opleiderscollectief of samenwerkingsverband:

KvK-nummer partij opleiderscollectief of samenwerkingsverband:

Adresgegevens partij opleiderscollectief of samenwerkingsverband:

E-mailadres partij opleiderscollectief of samenwerkingsverband:

Telefoonnummer partij opleiderscollectief of samenwerkingsverband:

Website partij opleiderscollectief of samenwerkingsverband:

Handtekening partij opleiderscollectief of samenwerkingsverband:

*Dit formulier dient u samen met de samenwerkingsovereenkomst als één document in te dienen bij uw aanvraag.

Bijlage IV. behorende bij artikel 13, tweede lid, onderdeel c, van de Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van scholing

Administratieverplichtingen

De subsidieaanvrager draagt zorg voor een degelijke controleerbare projectadministratie. Op grond van artikel 13 rust de verplichting op de hoofdaanvrager om een volledige en inzichtelijke administratie bij te houden, dat onder andere gebruikt kan worden voor een onderzoek dat op grond van artikel 18 kan worden ingesteld door de minister. De volledige administratie is per project aanwezig op één locatie en voor controle digitaal beschikbaar. De subsidieaanvrager is zelf verantwoordelijk voor een juiste opslag van bescheiden, ook wanneer de subsidieontvanger deze verplichting heeft uitbesteed aan een derde partij. Deze projectadministratie bestaat uit de volgende onderdelen. Per onderdeel wordt aangegeven welke bescheiden of overzichten in de administratie moeten worden opgenomen.

Algemeen in de administratie op te nemen:

  • Een bewijs van het keurmerk en/of certificering van de opleider of opleiders in het geval van een opleiderscollectief of samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 4;

  • Indien er sprake is van een opleiderscollectief of samenwerkingsverband dienen de vastgelegde overeenkomsten van de samenwerking aanwezig te zijn;

  • Indien er sprake is van een opleiderscollectief of samenwerkingsverband dient een machtiging van de hoofdaanvrager die ondertekend is door alle partijen bij het opleiderscollectief of het samenwerkingsverband aanwezig te zijn;

  • De door alle deelnemers ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaringen als bedoeld in bijlage V dienen aanwezig te zijn.

Deelnemersadministratie:

De subsidieaanvrager houdt een sluitende registratie bij van deelnemers die een scholingstraject in het kader van deze subsidieregeling hebben gevolgd en houdt deze ook beschikbaar en raadpleegbaar. In die deelnemersadministratie worden in ieder geval de volgende gegevens van de deelnemer opgenomen:

  • burgerservicenummer deelnemer;

  • NAW-gegevens deelnemer;

  • e-mailadres deelnemer;

  • telefoonnummer deelnemer,

  • kopie ID bewijs (voor- en achterkant).welk(e) scholingstraject(en) dat de deelnemer gevolgd heeft;

  • datum van aanmelding inclusief een bewijsstuk van de aanmelding waaruit blijkt dat de deelnemer zich heeft aangemeld voor de scholing, zoals een logbestand of bevestigingsmail.

  • Welke scholing de deelnemer heeft gevolgd.

  • Welke opleider de scholing heeft uitgevoerd.

  • Een bevestiging vanuit de opleider aan de deelnemer dat de scholing kosteloos wordt aangeboden.

  • de datum van aanvang en afronding van het scholingstraject;

  • het bewijs van afronding van elke door de deelnemer afgeronde scholingsactiviteit;

  • voor scholing die valt onder categorieën B en C, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen b en c: data van contactmomenten die er zijn geweest tussen de opleider en de deelnemer, inclusief bewijsstukken van begeleiding en ondersteuning, zoals (e-mail)correspondentie.

Overig:

  • Een catalogus met de door de opleider(s) aangeboden opleidingen rond 1 september 2020 inclusief de op dat moment geldende prijs voor deelnemers;

  • Onderbouwing van de opleidingskosten door middel van referentie/benchmark in relatie tot bestaande opleidingen genoemd in de hiervoor genoemde catalogus reeds bestaand rond 1 september 2020.

Bijlage V. behorende bij artikel 18, tweede lid, van de Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van scholing

Format Toestemmingsverklaring verwerking persoonsgegevens deelnemer

Toestemmingsverklaring

U gaat scholing volgen bij een opleider.

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) betaalt dit traject, de opleider ontvangt hiervoor een subsidie. Voordat u kunt deelnemen aan de scholingsactiviteit, vragen we uw toestemming voor een aantal zaken.

  • 1. Inzage in het scholingstraject

    SZW kan bij uw opleider een controle uitvoeren. Hiermee wordt vastgesteld of de scholingsactiviteit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en of het volgens de regels is gebeurd. Daarvoor zijn onder andere uw BSN nodig en afgifte van uw bewijs van afronding. De controlerende ambtenaar van SZW heeft een geheimhoudingsplicht. Hij zal uw gegevens niet delen met derden. Het ministerie wil alleen weten of de scholingsactiviteiten daadwerkelijk uitgevoerd zijn en of de verantwoording op de juiste wijze is opgesteld.

  • 2. Benadering voor onderzoeksdoeleinden door het door het ministerie ingeschakelde onderzoeksbureau en medewerking aan onderzoek

    Het ministerie wil graag weten wat de scholing de deelnemers heeft opgeleverd. Daarom zal een onderzoeksbureau de regeling in opdracht van het ministerie evalueren. Het onderzoeksbureau dat de evaluatie gaat uitvoeren kan contact met u opnemen om mee te werken aan de evaluatie. Daarvoor is het nodig dat zij beschikken over uw contactgegevens. Uw gegevens worden anoniem verwerkt.

De wettelijke regeling voorziet erin dat uw BSN-nummer wordt verwerkt met het oog op het kunnen verstrekken van de subsidie waarmee u uw scholing gratis kunt volgen.

Uiteraard kunnen wij u niet verplichten uw BSN-nummer te overleggen, maar de scholing kan dan niet gratis aan u worden aangeboden.

Het BSN-nummer is nodig voor identificatie, vaststelling of u tot de doelgroep van de regeling behoort, of de activiteiten volgens de regels zijn uitgevoerd. Daarnaast wil het ministerie graag weten wat de resultaten van deze regeling zijn. Daarvoor is onderzoek nodig, waarbij wij u graag willen kunnen benaderen. Alleen voor die doelen wordt uw BSN gebruikt. Met ondertekening van dit formulier geeft u aan kennis te hebben genomen van de redenen waarom en de wijze waarop uw BSN-nummer wordt gebruikt.

Plaats en datum:

Naam deelnemer:

Burgerservicenummer deelnemer1:

Handtekening deelnemer:

1 Voor deelnemers uit Caribisch Nederland hier het CRIB-nummer invullen.

Terug naar begin van de pagina