Regeling specifieke uitkering Gemeente in verband met de versterking van de lokale [...] (gewelddadig) extremisme en terrorisme 2021

[Regeling materieel uitgewerkt per 01-08-2022.]
Geraadpleegd op 21-06-2024.
Geldend van 01-08-2020 t/m heden

Regeling van de Ministerie van Justitie en Veiligheid van 3 juli 2020, nr. 2823400, houdende een specifieke uitkering voor gemeenten in verband met de versterking van de lokale integrale aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme in 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • minister: de Minister van Justitie en Veiligheid;

  • hoofdaanvrager: de gemeente die mede namens andere gemeenten in zijn regio een aanvraag indient;

  • radicalisering: radicalisering naar (gewelddadig) extremisme en terrorisme.

Artikel 2. Specifieke uitkering

De minister kan in 2021 op aanvraag aan een gemeente een specifieke uitkering verstrekken met het oog op het ondersteunen van de lokale integrale aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme door onder andere het bestrijden en verzwakken van extremistische bewegingen in Nederland, het voorkomen van nieuwe aanwas en het tegengaan van radicalisering.

Artikel 3. Voorwaarden

De minister verstrekt uitsluitend een specifieke uitkering aan een gemeente voor een of meer van de volgende activiteiten:

  • a. de analyse van de lokale problematiek met betrekking tot radicalisering, (gewelddadig) extremisme en de evaluatie van de aanpak van radicalisering naar (gewelddadig) extremisme;

  • b. de persoonsgerichte aanpak van geradicaliseerde personen;

  • c. het opbouwen, behouden en faciliteren van een netwerk van personen en organisaties die betrokken zijn bij het signaleren van mogelijke radicalisering;

  • d. deskundigheidsbevordering en voorlichting van personen en organisaties die direct betrokken zijn bij de lokale integrale aanpak;

  • e. Preventie-activiteiten voor radicaliserende personen en de directe omgeving;

  • f. Preventie-activiteiten die de weerbaarheid versterken van specifieke groepen en individuen die mogelijk vatbaar zijn voor radicalisering;

  • g. het evalueren van de activiteiten die zijn verricht in het kader van het tegengaan van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme.

Artikel 4. Aanvraag

  • 1 Zowel de gemeente als de hoofdaanvrager kunnen een aanvraag voor de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, indienen bij de minister.

  • 2 Een aanvraag bevat in ieder geval:

    • a. de naam van de gemeente of van de gemeenten waarvoor tevens een aanvraag wordt gedaan;

    • b. de datum van de aanvraag;

    • c. een plan van aanpak ten behoeve van de lokale/-regionale integrale aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme in 2021 waarin een beschrijving wordt gegeven van de te ondernemen activiteiten door het doel, beoogd effect, een uitsplitsing van de kosten en eventuele andere (co)financieringsstromen toe te lichten waarbij ook aandacht wordt besteed aan de te verwachten regionale effecten van de doelstellingen;

    • d. een begroting van de aangevraagde activiteiten;

    • e. inzicht in de relatie met andere geldstromen die worden aangewend voor de activiteiten waarvoor een uitkering wordt gevraagd;

    • f. een actuele lokale analyse van de problematiek omtrent radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme en het gemeentelijk beleid op dit terrein;

    • g. een rekeningnummer, onder vermelding van en ten name van wie, waar het toegekende bedrag naar overgemaakt kan worden.

  • 3 Indien de aanvraag wordt ingediend door een hoofdaanvrager is het eerste lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat uit het plan van aanpak tevens blijkt wat de betrokkenheid is van elk van de gemeenten en op welke wijze de regionale aanpak vorm wordt gegeven.

  • 4 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld digitaal formulier.

  • 5 Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

    • a. het streven naar een lokale integrale aanpak met regionale dekking voor de gebieden waar de problematiek klein is;

    • b. de wijze waarop de effecten van de activiteiten worden geborgd en verduurzaamd;

    • c. het streven om activiteiten te verrichten waarvan redelijkerwijs verwacht mag worden dat ze in grote mate effectief zijn.

Artikel 5. Deskundigheidsbevordering

Deskundigheidbevordering van professionals wordt in beginsel aangeboden in de vorm van trainingen en andere vormen van professionele verrijking van het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering, tenzij de minister toestemming geeft tot het afnemen van een training op het gebied van het tegengaan van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme van een andere organisatie.

Artikel 6. Effectiviteit

  • 1 De gemeente die op grond van deze regeling een specifieke uitkering ontvangt werkt mee aan een door de minister ingestelde evaluatie van de effectiviteit van de besteding van de gelden in de gemeente of de regio waartoe de gemeente behoort.

  • 2 Het eerste lid is van toepassing op de gemeente die door middel van een hoofdaanvrager een specifieke uitkering ontvangt.

Artikel 7. Hoogte specifieke uitkering

  • 1 Het totale bedrag van de te verlenen uitkeringen op grond van artikel 2 bedraagt maximaal € 7.000.000,00.

  • 2 Op de aanvraag wordt positief beslist indien uit het ingediende plan en de daarbij behorende begroting blijkt dat de aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme in de gemeente of de regio van de hoofdaanvrager vanwege de dreiging noodzakelijk is.

  • 3 In afwijking van het tweede lid wordt op een aanvraag die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een activiteit waarvoor € 100.000,00 of meer wordt aangevraagd slechts positief beslist, indien de gemeente of hoofdaanvrager bereid is met betrekking tot deze activiteit een gedegen door een onafhankelijke organisatie opgestelde effectevaluatie uit te laten voeren.

  • 4 Voor zover de aanvraag betrekking heeft op het evalueren van de activiteiten die zijn verricht in het kader van het tegengaan van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme, als bedoeld in artikel 3, onder g, kan hierop positief worden beslist, mits het aangevraagde bedrag van deze evaluatie niet meer bedraagt dan 10% van het aangevraagde bedrag van de activiteit waarop de evaluatie betrekking heeft.

  • 5 Bij de beoordeling van de aanvraag om een specifieke uitkering houdt de minister rekening met de dreiging, de weerbaarheid en de behoefte van de gemeente of de regio waarbinnen de gemeente ligt.

  • 6 Met inachtneming van het vierde en vijfde lid, verdeelt de minister het bedrag, genoemd in het eerste lid, naar evenredigheid.

Artikel 8. Voorschot

De Minister betaalt de gemeente of hoofdaanvrager een voorschot van 100% van de specifieke uitkering.

Artikel 9. Coördinatie

  • 1 De hoofdaanvrager coördineert:

    • a. de uitvoering van het plan van aanpak met de andere betrokken gemeenten uit de regio, waaronder de verdeling van middelen en de rapportage aan de minister over de voortgang van de uitvoering van de activiteiten en de besteding van middelen;

    • b. de verantwoording van de besteding van de specifieke uitkering met het oog op de vaststelling;

    • c. de evaluatie van de effectiviteit van de besteding van de gelden, bedoeld in artikel 6.

  • 2 Intrekking of wijziging van een verlening van een uitkering werkt terug tot en met het tijdstip waarop de uitkering is verleend, tenzij bij intrekking of wijziging anders is bepaald.

Artikel 10. Vaststelling

  • 2 Nadat de minister de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ontvangen, neemt de minister binnen 22 weken na die ontvangst een beslissing op de aanvraag tot vaststelling van de uitkering.

  • 3 De minister stelt een uitkering overeenkomstig de verlening vast, tenzij:

    • a. de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden, of

    • b. de gemeente waaraan de uitkering is verleend niet heeft voldaan aan de aan de uitkering gebonden verplichtingen, of

    • c. de verlening van de uitkering onjuist was en de gemeente waaraan de uitkering is verleend dit wist of behoorde te weten.

  • 4 Intrekking of wijziging van een verlening van een uitkering werkt terug tot en met het tijdstip waarop de uitkering is verleend, tenzij bij intrekking of wijziging anders is bepaald.

Artikel 11. ambtshalve vaststelling

In afwijking van artikel 10, derde lid, kan de minister een uitkering geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen, indien de beschikking tot verlening van de uitkering of tot vaststelling van de uitkering wordt ingetrokken of ten nadele van de gemeente waaraan de uitkering is verleend wordt gewijzigd.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2020.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering Gemeente in verband met de versterking van de lokale integrale aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme 2021.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Naar boven