Beleidsregel ernstige inbreuken GVB 2020

Geraadpleegd op 24-07-2024.
Geldend van 09-07-2020 t/m 15-07-2022

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 juni 2020, nr. WJZ/ 20174737, tot vaststelling van de Beleidsregel ernstige inbreuken GVB 2020

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 90, eerste lid, van verordening nr. 1224/2009, artikel 42, tweede lid, in samenhang met artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 2 In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

    • a. AIS: automatisch identificatiesysteem (Automatic Identification System) als bedoeld in de artikelen 4, onderdeel 11, en 10, eerste lid, van de controleverordening;

    • b. Besluit registratie: Besluit registratie vissersvaartuigen 1998;

    • c. elektronische aangifte van aanlanding: aangifte als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de controleverordening, die elektronisch wordt verzonden overeenkomstig artikel 24, eerste lid, van de controleverordening;

    • d. papieren aangifte van aanlanding: aangifte als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de controleverordening, die op papier is gesteld;

    • e. geschatte hoeveelheid: geschatte hoeveelheid van iedere soort visserijproduct als bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel f, van de controleverordening;

    • f. Uitvoeringsverordening 2017/218: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/218 van de Commissie van 6 februari 2017 inzake het vissersvlootregister van de Unie (PbEU 2017, L34).

Artikel 2. Beoordeling ernst inbreuk

  • 1 Voor de toepassing van artikel 90, eerste lid, van de controleverordening, en artikel 42 van verordening nr. 1005/2008 wordt de ernst van een inbreuk op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid beoordeeld overeenkomstig deze beleidsregel.

  • 2 De minister beoordeelt de ernst van de inbreuk, bedoeld in het eerste lid, op basis van de omstandigheden van het geval, zoals de aard van inbreuk, de daaruit voortvloeiende schade, de waarde van de schade aan de visbestanden en het mariene milieu in kwestie, en de omvang van de inbreuk.

  • 3 De inbreuken op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid zoals die worden omschreven in de artikelen 4 tot en met 20 van deze beleidsregel, worden aangemerkt als ernstige inbreuken, tenzij zich in het concrete geval een of meer bijzondere omstandigheden voordoen die de mate van ernst van de inbreuk dusdanig doen verminderen, dat de desbetreffende inbreuk redelijkerwijs niet kan worden aangemerkt als een ernstige inbreuk.

Artikel 3. Ontbreken aangifte aanlanding of verkoopdocument in geval van aanlanding in haven derde land

Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 90, eerste lid, onderdeel a, van de controleverordening, wordt aangemerkt overtreding van:

Artikel 4. Opvoeren motorvermogen boven maximaal continu vermogen

Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 90, eerste lid, onderdeel b, van de controleverordening, wordt aangemerkt een overtreding van artikel 114 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 39, eerste lid, van de controleverordening, voor zover het motorvermogen ten minste 15 procent hoger is dan op het motorcertificaat of op de visvergunning vermelde maximaal continu vermogen.

Artikel 5. Niet-naleving verplichting tot aan boord brengen, houden of aanlanden van soorten die vallen onder de aanlandplicht

Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 90, eerste lid, onderdeel c, van de controleverordening, wordt aangemerkt een overtreding van artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 15, eerste lid, van de basisverordening, voor zover een substantiële hoeveelheid van een tijdens een visserijactiviteit gevangen soort waarvoor een vangstbeperking geldt, niet aan boord wordt of is gebracht of gehouden of niet wordt of is aangeland, tenzij dit aan boord brengen en houden of het aanlanden van deze vangsten in zou gaan tegen verplichtingen uit hoofde van de regels van het gemeenschappelijke visserijbeleid in visserijtakken of visserijzones waar die regels van toepassing zijn, of zouden vallen onder vrijstellingen uit hoofde van die regels.

Artikel 6. Verrichten zakelijke activiteiten die rechtstreeks samenhangen met IOO-visserij

Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:

Artikel 7. Vervalsing documenten bedoeld in verordening nr. 1005/2008 of gebruik van valse of ongeldige documenten

Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel c, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt:

  • a. een overtreding van artikel 141 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor zover het betreft: het vervalsen, of het valselijk of niet naar waarheid opmaken van:

    • (i) een document, of van gegevens, valideringen, handtekeningen of waarmerken, als bedoeld in artikel 12, tweede lid en derde lid, artikel 14, eerste en tweede lid, artikel 15, eerste lid, en artikel 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008;

    • (ii) een door de Commissie erkend vangstdocument of daarmee samenhangend document, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, met inbegrip van de daarop aan te brengen gegevens, valideringen, handtekeningen of waarmerken;

  • b. het gebruik maken van een vervalst of valselijk opgemaakt document, of van vervalste of valselijk opgemaakte gegevens, valideringen, handtekeningen of waarmerken, een en ander als bedoeld in onderdeel a.

Artikel 8. Schending verplichtingen inzake het registreren en melden vangstgegevens of met de vangst verband houdende gegevens

  • 2 De in het eerste lid, onderdelen a en c, bedoelde kerngegevens zijn:

    • a. de externe identificatie (lettertekens en nummer) van het vaartuig;

    • b. de naam van de kapitein;

    • c. de tijdstippen van vertrek, terugkeer en aanlanding;

    • d. gegevens betreffende het gebruikte vistuig, en de maaswijdte;

    • e. de datum van vangst; en

    • f. de gegevens van het betrokken geografische gebied, bedoeld in artikel 4, onderdeel 30, van de controleverordening, waar de vangsten zijn gedaan.

  • 3 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen b en d, wordt voor het bepalen of een in dit onderdeel bedoelde vangsthoeveelheid afwijkt ten opzichte van de geschatte hoeveelheid die is vermeld in het papieren visserijlogboek uitgegaan van de vangsthoeveelheid na omrekening in levend visgewicht overeenkomstig artikel 49, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening ofwel artikel 49, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening in samenhang met artikel 107, zevende lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij.

Artikel 9. Gebruik van vistuig dat verboden of niet conform de voorschriften is

  • 1 Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:

    • a. artikel 13, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 13, eerste lid, of artikel 51 van de verordening vangstmogelijkheden, waarbij, voor zover de desbetreffende bepaling in die verordening een bepaalde maaswijdte voorschrijft, het niet voldoen aan dat voorschrift slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien de afwijking van de in de desbetreffende bepaling van die verordening voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;

    • b. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 8, vierde lid, artikel 9, eerste, tweede, derde, vierde of zesde lid, of artikel 12, eerste lid, van verordening 2019/1241; of

    • c. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 12; en

      • 1°. bijlage II, deel A, punt 1 of punt 3; of

      • 2°. bijlage II, deel B, punt 1.1, 2 of 3, van verordening 2019/1241.

    • d. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met de artikelen 15 en 28; en

      • 1°. bijlage V, deel C, punt 2.1 of 3.1;

      • 2°. bijlage V, deel C, punt 5.1;

      • 3°. bijlage VI, deel C, punt 1, 3.1, 6.3 of 7.1, voor zover het gaat om ringzegens;

      • 4°. bijlage VI, deel C, punt 8.2;

      • 5°. bijlage VII, deel C, punt 1, 2.1 of 3.1;

      • 6°. bijlage VIII, deel C, punt 1, 3.6 of 4.3;

      • 7°. bijlage X, deel B, punt 3;

      • 8°. bijlage XI, deel B;

      • 9°. bijlage XII, deel C, punt 2.6;

      • 10°. bijlage XII, deel D, punt 1;

      • 11°. bijlage XIII, deel A, punt 1.1; of

      • 12°. bijlage XIII, deel C, punt 1.1, van verordening 2019/1241.

    • e. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met de artikelen 15 en artikel 28; en

      • 1°. bijlage V, deel B, punt 2.1;

      • 2°. bijlage V, deel C, punt 1.1, 4 of 5.3;

      • 3°. bijlage VI, deel B, punt 2.1;

      • 4°. bijlage VI, deel C, punt 7.1, voor zover het niet gaat om ringzegens;

      • 5°. bijlage VI, deel C, punt 8.1;

      • 6°. bijlage VII, deel B, punt 2.1;

      • 7°. bijlage VIII, deel B, punt 2.1;

      • 8°. bijlage VIII, deel C, punt 5.2;

      • 9°. bijlage IX, deel B, punt 1;

      • 10°. bijlage IX, deel B, punt 2 of 3;

      • 11°. bijlage IX, deel C, punt 6;

      • 12°. bijlage X, deel B, punt 1;

      • 13°. bijlage X, deel B, punt 2;

      • 14°. bijlage XI, deel A, punt 1 of 2;

      • 15°. bijlage XII, deel B, punt 1 of punt 2; of

      • 16°. bijlage XII, deel C, punt 1.3, van verordening 2019/1241, waarbij, voor zover de desbetreffende bepaling in die verordening een bepaalde maaswijdte voorschrijft, het niet voldoen aan dat voorschrift slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien de afwijking van de in de desbetreffende bepaling van die verordening voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;

    • f. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 15; en

      • 1°. bijlage V, deel B, punt 1.1;

      • 2°. bijlage VI, deel B, punt 1.1;

      • 3°. bijlage VII, deel B, punt 1.1; of

      • 4°. bijlage VIII, deel B, punt 1.1, van verordening 2019/1241, voor zover gehandeld wordt in strijd met het toepasselijke punt 1.1 van deel B van de desbetreffende bijlage bij die verordening doordat niet is voldaan aan een voorwaarde, vervat in dat punt 1.1 of in het met dat punt samenhangende punt 1.2 van deel B van de desbetreffende bijlage bij die verordening:

        • (i) die betrekking heeft op de te hanteren maaswijdte van het net of de kuil, of die inhoudt dat er een bepaald paneel of sorteerrooster of een bepaalde zeeflap wordt aangebracht of wordt gebruikt, waarbij ten aanzien van het niet voldoen aan deze voorwaarde geldt dat dit slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien:

          • 1°. de afwijking van de voor het net, de kuil, het paneel respectievelijk de zeeflap voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;

          • 2°. de voorgeschreven afmetingen of de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel, het sorteerrooster of de zeeflap niet in acht worden genomen;

          • 3°. voorgeschreven maximumafstand tussen de staven van het sorteerrooster niet in acht wordt genomen; respectievelijk indien

          • 4°. het desbetreffende paneel, sorteerrooster of de desbetreffende zeeflap geheel ontbreekt;

          of

        • (ii) die betrekking heeft op de samenstelling van de totale vangst, in levend gewicht, die na elke visreis wordt aangeland;

    • g. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 4, vijfde lid, van verordening nr. 2056/2001, voor zover gehandeld wordt in strijd met het verbod vervat in de desbetreffende bepaling in die verordening en aan geen van de voorwaarden die een uitzondering op dat verbod rechtvaardigen, is voldaan, waarbij wat betreft de voorwaarde dat er een bepaald paneel is aangebracht of wordt gebruikt, geldt, dat het niet voldoen aan deze voorwaarde slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien:

      • (i) het desbetreffende paneel geheel ontbreekt;

      • (ii) de afwijking van de voor het paneel voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; of

      • (iii) de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel niet in acht wordt genomen;

    • h. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 5, tweede lid, onderdeel (iii) of (iv), of artikel 5, derde lid, van verordening nr. 2056/2001, voor zover gehandeld wordt in strijd met het verbod in de desbetreffende bepaling in die verordening, doordat niet is voldaan aan de eveneens in die bepaling vervatte voorwaarde die inhoudt dat er een bepaald paneel wordt aangebracht of wordt gebruikt, waarbij het niet voldoen aan deze laatste voorwaarde slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien:

      • (i) het desbetreffende paneel geheel ontbreekt;

      • (ii) de afwijking van de voor het paneel voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; of

      • (iii) de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel niet in acht wordt genomen;

    • i. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 2056/2001, voor zover de afwijking van de toegestane maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;

    • j. artikel 60 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 494/2002, waarbij, voor zover dit artikel een bepaalde maaswijdte voorschrijft, het niet voldoen aan dat voorschrift slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien de afwijking van de toegestane maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt.

  • 2 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, onder 1° en 4°, onderdeel e, onder 1°, 3°, 6°, 7°, 9° en 12°, respectievelijk onderdeel j, geldt ten aanzien van de daarin genoemde bepalingen uit de bijlagen van verordening 2019/1241, respectievelijk uit verordening nr. 494/2002, dat indien ingevolge verordening 2019/1241 bij wijze van uitzondering op die bepalingen een bepaalde visserijactiviteit is toegestaan onder de voorwaarde dat gevist wordt met een bepaald vistuig met een bepaalde maaswijdte, slechts wordt aangenomen dat niet aan die voorwaarde wordt voldaan en aldus sprake is van een inbreuk op de desbetreffende hoofdregel in die bepaling, indien de afwijking van de in de desbetreffende voorwaarde voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt.

Artikel 10. Vervalsing of verborgen houden van kentekens, identiteit of de registratie

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel f, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:

  • a. artikel 101, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 6, onderdeel e, van de uitvoeringsverordening controleverordening, voor zover het gaat om het vervalsen, valselijk opmaken of verbergen van de in dit onderdeel bedoelde registratiecijfers en -letters; of

  • b. het vervalsen, valselijk opmaken of verbergen van:

    • (i) de naam, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de uitvoeringsverordening controleverordening;

    • (ii) het CFR-identificatienummer, bedoeld in artikel 8 van de Uitvoeringsverordening 2017/218; of

    • (iii) een scheepsidentificatienummer als bedoeld in de regeling inzake scheepsidentificatienummers van de Internationale Maritieme Organisatie, als aangenomen op 4 december 2013 bij resolutie A.1078 (28).

Artikel 11. Verborgen houden of doen verdwijnen van, of knoeien met bewijsmateriaal dat van belang is in het kader van een onderzoek

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel g, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt het verborgen houden van, knoeien met, of doen verdwijnen van bewijsmateriaal dat van belang is in het kader van een onderzoek naar de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Artikel 12. Illegaal aan boord nemen, overladen of aanlanden van ondermaatse vis

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel i, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van

Artikel 13. Visserijactiviteiten in gebied regionale visserijorganisatie

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel k, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt het in het gebied van een regionale visserijorganisatie als bedoeld in artikel 2, vijftiende lid, van verordening nr. 1005/2008, verrichten van een visserijactiviteit:

  • a. op een wijze die onverenigbaar is met of indruist tegen de instandhoudings- en beheersmaatregelen van die organisatie; of

  • b. waarbij de vlag wordt gevoerd van een staat die geen partij is bij die visserijorganisatie, of die niet samenwerkt met die visserijorganisatie zoals door die organisatie is vastgesteld, voor zover deze inbreukmakende visserijactiviteit niet op grond van een van de artikelen 3 tot en met 12 of 14 tot en met 19 van deze beleidsregel als een ernstige inbreuk wordt beschouwd, en de inbreuk in de regelgeving van de desbetreffende visserijorganisatie als ernstig wordt aangemerkt.

Artikel 14. Vissen zonder geldige visvergunning of vismachtiging of zonder geldig visdocument

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:

Artikel 15. Vissen in gesloten gebied, tijdens gesloten seizoen, zonder of na volledige benutting quotum of onder gestelde dieptegrens

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:

Artikel 16. Gerichte visserij op bestand waarvoor vangstverbod of -moratorium geldt

Artikel 17. Bemoeilijken taakuitoefening door functionarissen of waarnemers

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel h, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:

Artikel 18. Vangsten overladen op of deelnemen aan gezamenlijke visserijactiviteiten met, of ondersteuning of bevoorrading van andere IOO-vissersvaartuigen

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel j, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van artikel 140, eerste lid van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 37, onderdeel 4, of onderdeel 6, van verordening nr. 1005/2008, voor zover de in dit artikel verboden dienstverlening wordt geboden aan een vissersvaartuig dat is opgenomen in de ‘communautaire lijst van IOO-vaartuigen’, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008.

Artikel 19. Staatloos vaartuig

Als ernstige inbreuk, bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel l, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van artikel 2, eerste lid, in voorkomend geval in samenhang met artikel 8 van de Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967 dan wel het vissen met een vaartuig dat geen nationaliteit heeft en derhalve een staatloos vaartuig is, overeenkomstig de internationale wetgeving.

Artikel 21. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1 Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

  • 2 Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ernstige inbreuken GVB 2020.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 26 juni 2020

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.J. Schouten

Naar boven