Regeling financiële verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek 2020

Geldend van 01-07-2020 t/m heden

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 19 juni 2020, nr. 24129636, houdende vaststelling van een nieuw handboek financiële verantwoording voor het Stimuleringsfonds voor de journalistiek (Regeling financiële verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek 2020)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 8.9 van de Mediawet 2008;

Besluit:

Artikel 1. Vaststelling handboek

Op het financieel verslag van het Stimuleringsfonds voor de journalistiek zijn de inrichtingseisen en het accountantsprotocol als opgenomen in de bij deze regeling gevoegde bijlage van toepassing.

Artikel 2. Intrekking oude verantwoordingsregeling

De Regeling controleprotocol Stimuleringsfonds voor de pers wordt ingetrokken, met dien verstande dat die regeling van toepassing blijft op de verantwoording over het jaar 2019.

Artikel 3. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020.

Artikel 4. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiële verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Bijlage bij de Regeling financiële verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek 2020

Handboek financiële verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek 2020

A. Financiële verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek

1. Inleiding

Dit Handboek Verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek is een ministeriële regeling op grond van artikel 8.9 van de Mediawet 2008. Deze wettelijke bepaling houdt in dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld over de inrichting van de begroting, het financieel verslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole. Dit Handboek geldt voor de financiële verantwoording van de het Stimuleringsfonds voor de journalistiek (hierna: Stimuleringsfonds).

Met de jaarrekening en het bestuursverslag verantwoordt het Stimuleringsfonds jaarlijks aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) over de besteding van de verleende bijdrage en subsidie.

Uitgangspunten voor de verantwoording zijn het beleidsplan, de begroting en de verleningsbeschikking voor de bijdrage en subsidie.

Op grond van artikel 25a van de Mediaregeling 2008 dient het Stimuleringsfonds jaarlijks de aanvraag voor bekostiging over het komende boekjaar in vóór 15 september. Binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag wordt een beschikking tot verlening van de bijdrage gegeven. De termijn van dertien weken bedraagt 22 weken indien over de aanvraag een advies gevraagd moet worden.

1.1. Wettelijk kader

De volgende wet- en regelgeving is van toepassing op de verantwoording:

Krachtens artikel 35, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, is BW 2 Titel 9 zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op deze verantwoording.

Er is zoveel mogelijk aangesloten bij de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving 640 (RJ 640 – organisaties zonder winstoogmerk). Daar waar specifieke wet- of regelgeving of subsidievoorschriften gelden die afwijken van de Richtlijnen voor de jaarverslaglegging gaan deze vóór op de Richtlijnen voor de jaarverslaglegging.

Bovenstaande wetten en regelingen zijn te vinden via de website www.wetten.nl.

1.2. Procedure

Op grond van artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen stelt het Stimuleringsfonds jaarlijks voor 15 maart een jaarverslag op. Het jaarverslag beschrijft de taakuitoefening en het gevoerde beleid. Het jaarverslag beschrijft voorts het gevoerde beleid met betrekking tot de kwaliteitszorg. Dit jaarverslag wordt aan de Minister van OCW en aan beide kamers der Staten-Generaal toegezonden.

2. Onderdelen van de verantwoording

De jaarlijkse verantwoording en de aanvraag tot vaststelling van de subsidie bestaan uit de jaarrekening en het bestuursverslag (RJ 640.301) inclusief het kwantitatief activiteitenoverzicht. Daarnaast voegt de accountant een aantal accountantsproducten toe. Voor de verantwoording hanteert OCW voorgeschreven modellen. Het is verplicht deze te hanteren. Hierna worden de vereisten voor de verschillende onderdelen van de verantwoording toegelicht.

2.1. Jaarrekening

De jaarrekening, als bedoeld in artikel 35 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, bevat de volgende onderdelen:

  • Balans

    De balans dient opgesteld te worden volgens model I. Alle balansposten dienen te worden toegelicht.

  • Exploitatierekening

    De functionele exploitatierekening dient opgesteld te worden volgens model II. Op de functionele exploitatierekening geeft u een toelichting.

Daarnaast wordt het aanbevolen een kasstroomoverzicht op te stellen (RJ 640.304).

2.2. Bestuursverslag

Het bestuursverslag als bedoeld in RJ 640.301 wordt ondertekend door het bestuur. Al dan niet in aanvulling op elementen die zijn voorgeschreven in de RJ 640 (organisaties zonder winstoogmerk), bevat het bestuursverslag een toelichting op de volgende onderwerpen:

  • a. het exploitatieresultaat;

  • b. de financiële positie waarbij u, indien van toepassing, een toelichting geeft op het beleggingsbeleid en eventueel de door u gebruikte financiële derivaten;

  • c. een inzichtelijke kwalitatieve beschrijving van de verrichte activiteiten in het afgelopen jaar en het al dan niet realiseren van de voorgenomen activiteiten;

  • d. de zaken die nu en in de toekomst van invloed kunnen zijn op de continuïteit en het functioneren van uw organisatie;

  • e. de specifieke aandachtspunten die in de beschikking tot subsidieverlening zijn vermeld;

  • f. de samenstelling van het bestuur en de directie, inclusief data van aan- en aftreden;

  • g. een risico analyse in relatie tot het weerstandsvermogen (zie Eigen vermogen). U reflecteert hierin op de ontwikkeling van de risico’s en het verloop van de algemene reserve en bestemmingsreserves.

  • h. Doelmatigheid van het beheer en de organisatie.

2.3. Accountantsproducten

De jaarlijkse verantwoording wordt conform artikel 35 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen door uw accountant voorzien van de volgende producten:

  • a. De controleverklaring bij de jaarrekening, opgenomen in uw jaarrekening onder ‘Overige gegevens’ (RJ 640 303).

    In het Accountantsprotocol Verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek worden, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van de NBA, de onderwerpen vastgelegd die door de accountant moeten worden gecontroleerd of onderzocht.

  • b. Accountantsrapport.

    Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld, voegt u dat bij uw jaarverantwoording.

2.4. Het kwantitatief activiteitenoverzicht

Het kwantitatief activiteitenoverzicht dient opgesteld te worden volgens model III in dit handboek (zie 3.3). Het vormt als zodanig onderdeel van het bestuursverslag.

U stuurt de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven controleverklaring samen met het eventuele rapport van bevindingen, naar OCW. Daarbij kunt u aangeven hoe u hebt gereageerd op de bevindingen van de accountant.

3. Modellen voor de verantwoording

3.1. Model I voor de balans

ACTIVA

Huidig boekjaar

Vorig boekjaar

Vaste activa

   

I

Immateriële vaste activa

   

II

Materiële vaste activa

   

II

Financiële vaste activa

   
 

Totale vaste activa

   
     

Vlottende activa

   

IV

Voorraden

   

V

Totaal vorderingen:

   
 

Vorderingen subsidie OCW

   
 

Voorwaardelijke vordering OCW

   
 

Overige vorderingen

   

VI

Effecten

   

VII

Liquide middelen

   
 

Totale vlottende activa

   
       

TOTALE ACTIVA

   

PASSIVA

Huidig boekjaar

Vorig boekjaar

Eigen vermogen

   

I

Algemene reserve

   

II

Bestemmingsreserves

   

III

Bestemmingsfonds OCW

   

IV

Overige bestemmingsfondsen

   
 

Totale eigen vermogen

   
       

Voorzieningen

   

V

Voorzieningen

   
 

Totale voorzieningen

   
       

Langlopende schulden

   

VI

Subsidieverplichtingen

   

VII

Nog te verlenen subsidies

   

VIII

Nog te realiseren apparaatskosten

   

IX

Overige langlopende schulden

   
 

Totale langlopende schulden > 1 jaar

   
       

Kortlopende schulden

   

X

Subsidieverplichtingen

   

XI

Nog te verlenen subsidies

   

XII

Nog te realiseren apparaatskosten

   

XIII

Overige kortlopende schulden

   
 

Totale kortlopende schulden < 1 jaar

   
       

TOTALE PASSIVA

   

3.2. Model II voor Exploitatierekening

BATEN

Huidig boekjaar

Begroting

Vorig boekjaar

Opbrengsten

     

I

Directe opbrengsten

     
 

Lager vastgestelde subsidies

     
 

Ingetrokken subsidies

     
 

Sponsorinkomsten

     
 

Overige inkomsten

     

II

Indirecte opbrengsten

     
 

Totale opbrengsten

     
         

Subsidies/ Bijdragen

     

III

Subsidie OCW

     

IV

Overige subsidies/bijdragen:

     
 

Overige subsidies uit publieke middelen

     
 

Bijdragen uit private middelen:

     
 

– waarvan particulieren incl. vriendenverenigingen

     
 

– waarvan bedrijven

     
 

– waarvan private fondsen

     
 

– waarvan goede doelenloterijen

     
 

Totale Subsidies/Bijdragen

     
         

TOTALE BATEN

     

LASTEN

Huidig boekjaar

Begroting

Vorig boekjaar

I

Apparaatskosten

     
 

1. Personeelslasten

     
 

2. Materiële lasten

     
 

Totale Apparaatskosten

     
         

II

Activiteitenlasten

     
 

3. Programma’s en projecten

     
 

4. Verleende subsidies

     
 

5. Overige activiteitenlasten

     
 

Totale Activiteitenlasten

     
       

TOTALE LASTEN

     
         

SALDO UIT GEWONE BEDRIJFSVOERING

     
 

Saldo rentebaten/-lasten

     
         

EXPLOITATIERESULTAAT

     

3.3. Model III voor kwantitatief activiteitenoverzicht

Het Stimuleringsfonds heeft in het kader van de bekostiging een beleidsplan en begroting ingediend. De aan het Stimuleringsfonds verleende bekostiging is bestemd voor de activiteiten zoals vermeld in het beleidsplan en voorzien in de begroting. Het Stimuleringsfonds neemt in het bestuursverslag een kwalitatieve beschrijving van de verrichte activiteiten op, alsmede een oordeel over de doelmatigheid gebaseerd op de indicatoren, zoals verantwoord in het kwantitatief activiteitenoverzicht.

Activiteit1

Begroot

Realisatie

Toelichting afwijking begroot en gerealiseerd

> 10%

Beschrijving prestatie-indicator

Realisatie prestatie-indicator

Aanvragen

         

Aantal ontvangen aanvragen

         

Aantal honoreringen

         

Aantal afwijzingen

         

Aantal bezwaarschriften

         

Aantal beroepschriften

         

Aantal klachten

         

Financiën

         

Besteed budget per regeling

         

De nog vast te stellen en vastgestelde subsidies

         

1 Het Stimuleringsfonds voor de journalistiek vult hier de activiteiten in conform de begroting. Er zijn hier een aantal voorbeelden genoemd, die verder aangevuld dienen te worden.

De verschillen met de begroting worden door het Stimuleringsfonds voor de journalistiek toegelicht.

4. Toelichting op de modellen voor de verantwoording

4.1. Toelichting op het model voor de balans

Het is niet toegestaan van model I (zie 3.1) af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.

Vaste activa

Het Stimuleringsfonds waardeert de materiële vaste activa op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder aftrek van afschrijvingen. Aanschaffingen boven € 2.500 worden geactiveerd. Aanschaffingen tot en met € 2.500 komen direct ten laste van de exploitatierekening.

Als het Stimuleringsfonds een bijdrage/subsidie ontvangt voor investering in vaste activa (groter dan € 2.500), dan vindt verantwoording van de bijdrage/subsidie niet plaats in de exploitatierekening. Het fonds neemt de investering op in de balans. De ontvangen bijdrage/subsidie neemt het fonds op onder de Langlopende schulden met als subpost ‘Investeringsbijdrage/-subsidie’. Deze post ‘Investeringsbijdrage/-subsidie’ valt vrij via de exploitatierekening, gelijklopend met de afschrijvingstermijn van de investering en wordt opgenomen onder de baten.

Vlottende activa

Het Stimuleringsfonds splitst de post ‘Vorderingen’ in de posten ‘Vorderingen subsidie OCW’, ‘Voorwaardelijke vordering OCW’ en ‘Overige vorderingen’. Voor de post ‘Vordering OCW’ geldt het volgende: het fonds neemt de vorderingen in het kader van de door het fonds verstrekte subsidies (in de vorm van kredieten of anderzijds) separaat op.

Eigen vermogen

Bij het maken van onderscheid tussen algemene reserve, bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen volgt het Stimuleringsfonds de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, RJ 640 (RJ 640.310-318).

Het Stimuleringsfonds dient jaarlijks het saldo van het niet bestede deel van de bijdrage OCW toe te voegen aan het ‘Bestemmingsfonds OCW’ tenzij op basis van gemaakte afspraken met OCW en een risico analyse blijkt dat de algemene reserve lager is dan benodigd. De resultaatbestemming, dit is de wijze waarop het exploitatieresultaat aan een (bestemmings)reserve of bestemmingsfonds wordt toegerekend en/of op een andere wijze wordt aangewend, voorziet het fonds van een toelichting. De berekening van het niet bestede deel van de bijdrage OCW laat het fonds zien in relatie tot de apparaatskosten, verleende subsidies en overige activiteitenlasten.

De financiële verantwoording van projectsubsidies neemt het Stimuleringsfonds op zodanige wijze op in de jaarrekening dat de baten en lasten met betrekking tot het project en de activiteiten voor de bijdrage/subsidie afzonderlijk kunnen worden afgelezen. Een per balansdatum nog niet besteed deel van de projectsubsidie, conform RJ 640.204 en RJ 274, neemt het fonds apart herkenbaar op de balans op als vooruit ontvangen subsidie (onder de kortlopende of langlopende schulden). Indien dit bedrag besteed wordt in een betreffend jaar dient het fonds dit vrijgevallen bedrag in de jaarrekening in de exploitatierekening te boeken als subsidie publieke middelen.

Over de bestemming van de resterende middelen in het ‘Bestemmingsfonds OCW’ en het nog niet besteed deel van de subsidie (onder de kortlopende/langlopende schulden) zal bij de vaststelling van de jaarlijkse bijdrage een beslissing worden genomen. Een voorstel tot resultaatbestemming dient het Stimuleringsfonds voor te leggen aan OCW. Het fonds verwerkt het voorstel niet in het eigen vermogen, zolang niet door OCW goedgekeurd (zie ook hieronder Aandachtspunt b.).

Aandachtspunten:

  • a) Het verloop van de algemene reserve, bestemmingsreserves en -fondsen dient te worden toegelicht. De relatie tussen lasten in de exploitatierekening en uitputting van de bestemmingsreserves en -fondsen dient het fonds eveneens toe te lichten. Ook de relatie met de resultaatbestemming (dotaties en aanwending) dient inzichtelijk te worden gemaakt en nader toegelicht. In de toelichting op het verloop van de algemene reserve worden de mutaties toegelicht in relatie tot het minimale weerstandsvermogen (goedgekeurd door OCW) en de projectaanvragen die ten laste van de algemene reserve zijn gekomen. Indien de reserve lager of gelijk is aan het minimale weerstandsvermogen, wordt uitgelegd hoe de risico’s voldoende beheerst worden zodat de continuïteit niet in gevaar komt. Bij hoge reserves wordt uitgelegd op welke wijze een eventuele ruimte op korte termijn bestemd wordt.

    Onder bedrijfsvoeringsrisico’s vallen onder andere onvoorziene extra apparaatskosten en alsnog te verlenen subsidies als gevolg van bezwaarschriften. Hieronder valt niet het risico op frictiekosten aan de zijde van het fonds zelf dat veroorzaakt wordt door beëindiging of forse terugval in OCW-bijdrage en subsidie. Op voorhand gaat OCW niet akkoord met het aanleggen van een algemene risico voor dit doel.

  • b) Bestemmingsreserves voor nieuw beleid kunnen alleen met toestemming van OCW worden gevormd voor een afgebakend doel en een afgebakende periode. Na afloop van deze periode vloeit het niet bestemde deel automatisch terug naar het bestemmingsfonds OCW en kan daardoor een herbestemming krijgen.

Voorzieningen

Bij deze post staat het vrij sub-posten te gebruiken naar eigen inzicht. Bij het treffen van voorzieningen worden de bepalingen in artikel 374 BW 2 Titel 9 en tevens de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, RJ 252 gevolgd. Deze richtlijn geeft de voorwaarden aan waaronder een voorziening getroffen kan worden en de wijze waarop deze toegelicht moet worden.

Het Stimuleringsfonds neemt in de toelichting in ieder geval het verloop van de voorziening, de waarderingsmethode en korte omschrijving van de aard van de voorziening op (zie RJ 252.2).

Subsidieverplichtingen

Onder ‘Subsidieverplichtingen’ neemt het fonds de subsidies op die het in het boekjaar heeft verleend, voor zover deze subsidies nog niet zijn betaald. Van een subsidieverplichting is sprake indien het fonds het besluit tot verlening van een (meerjarig) subsidie schriftelijk heeft meegedeeld aan de subsidieontvanger. Het betreft hier dus een in rechte afdwingbare subsidieverplichting.

In de toelichting geeft het Stimuleringsfonds het verloop aan tussen de beginstand en de eindstand van de subsidieverplichtingen aan subsidieontvangers. Hierbij wordt tenminste onderscheid gemaakt in de mutaties in verband met verleende subsidies, vastgestelde subsidies en betalingen op verleende subsidies.

Aandachtspunt:

In de balans maakt het fonds onderscheid tussen kortlopende (opeisbaar binnen een jaar) en langlopende subsidieverplichtingen. Het is toegestaan het onderscheid tussen kortlopende en langlopende subsidieverplichtingen op basis van een onderbouwde inschatting in de toelichting te vermelden. Met deze inschatting moet duidelijk worden wanneer de subsidieverplichtingen tot betalingen zullen leiden. De langlopende subsidieverplichtingen dienen in de toelichting te worden uitgesplitst naar de jaren waarin de betaalbaarstelling wordt verwacht.

4.2. Toelichting op het model voor de exploitatierekening

Het is niet toegestaan van model II (zie 3.2) af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften. Aan de batenkant wordt onderscheid gemaakt tussen opbrengsten en subsidies/bijdragen. Onder die laatste categorie worden de subsidies/bijdragen van andere overheden en/of bijdragen van particulieren begrepen. Opbrengsten kunnen worden beschouwd als eigen inkomsten. De lasten worden onderscheiden naar apparaatskosten en activiteitenlasten. Hieronder volgt een nadere uitleg van genoemde posten.

Begrotingskolom

Cijfers in de kolom Begroting stemmen overeen met de meerjarenbegroting die de Minister heeft goedgekeurd. Voor een goed inzicht worden u de materiële verschillen tussen de opgenomen begroting en de realisatie toegelicht.

Het kan voorkomen dat in de loop van de periode substantiële wijzigingen in de jaarbegroting optreden ten opzichte van de door OCW goedgekeurde begroting. In dat geval hanteert het fonds de meest recente door het bestuur goedgekeurde, jaarbegroting als referentiepunt en licht het de belangrijkste afwijkingen (groter dan 10%) van de door de Minister goedgekeurde begroting toe.

Baten

Bij deze post wordt onderscheid gemaakt tussen Opbrengsten, Bijdragen OCW, Subsidies OCW en Overige subsidies/bijdragen. De Opbrengsten worden gesplitst naar Directe en Indirecte opbrengsten.

  • a. Directe opbrengsten:

    Onder de directe opbrengsten worden alle inkomsten die in enige relatie staan tot de kernactiviteiten verantwoord. Onderscheid wordt gemaakt tussen Lager vastgestelde, Ingetrokken subsidies en Overige inkomsten. Deze opbrengsten dienen afzonderlijk als opbrengsten te worden verantwoord en mogen niet gesaldeerd worden met de activiteitenlasten. Onder de opbrengsten uit Lager vastgestelde subsidies worden alle bedragen verantwoord die lager zijn vastgesteld dan het bedrag van de oorspronkelijk verleende subsidie. De Ingetrokken subsidies worden afzonderlijk verantwoord. Een ingetrokken subsidie wordt juridisch aangemerkt als niet verleende subsidie, zodat de middelen hiervan in de subsidieperiode beschikbaar blijven voor te verlenen subsidies.

  • b. Indirecte opbrengsten:

    Indirecte opbrengsten zijn opbrengsten die geen of een indirecte relatie hebben met uw kernactiviteiten. Hier worden baten verantwoord zoals verhuur onroerend goed of vergoedingen voor het uitlenen van personeel.

    Zie ook de opmerking onder Saldo bijzondere baten/lasten.

  • c. Bijdragen OCW:

    De Bijdrage OCW wordt verantwoord als bate voor het verleende bedrag.

  • d. Subsidies OCW:

    Het bestede deel van projectsubsidie wordt verantwoord als bate. Het niet bestede deel van de subsidies/bijdragen neemt het fonds op de balans op onder de kortlopende/langlopende schulden.

    N.B. Loonkostensubsidies saldeert het fonds met de loonkosten.

  • e. Overige subsidies/bijdragen:

    Onder ‘Overige subsidies/bijdragen’ wordt een opsomming gegeven van alle overige subsidies en bijdragen, onderverdeeld naar herkomst van de middelen.

Lasten

Bij deze post wordt onderscheid gemaakt tussen Apparaatskosten (personeelslasten en materiële lasten) en Activiteitenlasten uitgesplitst naar programma’s en projecten (personeel en materieel), verleende subsidies en overige activiteitenlasten.

  • a. Apparaatskosten

    Onder apparaatskosten wordt verstaan alle uitgaven voor personeel en materieel die nodig zijn om de organisatie te doen functioneren. Ze worden ook wel gedefinieerd als ‘alles behalve de uitgaven aan activiteiten’. De apparaatskosten worden uitgesplitst in personeelslasten en materiële lasten.

    • Personeelslasten

      Tot de personeelslasten worden gerekend de uitgaven voor personeel voor de ondersteuning van het primaire proces. Het fonds kan alle personeelskosten die verbonden zijn aan subsidieverlening en advisering over subsidieaanvragen als personeelslasten verantwoorden. De uitgaven voor personeel voor de ondersteuning van programma’s en projecten, die separaat worden bekostigd, worden verantwoord onder de Programma’s en Projecten. Personele lasten omvatten tenminste de bruto salarissen, werkgeversdeel sociale lasten, vakantiegeld, kosten pensioenpremie en kosten inhuur. Het fonds dient de personele lasten toe te lichten in overeenstemming met de toelichtingsvereisten in RJ 640.413 en RJ 271 Personeelsbeloningen (waaronder paragraaf 7 vereisten voor Wet normering topinkomens).

    • Materiële lasten

      Onder de materiële lasten vallen zaken als huisvesting, kantoorkosten, algemene publiciteitskosten en afschrijvingskosten (de bedrijfsvoering).

  • b. Activiteitenlasten

    • Programma’s en projecten

      Het Stimuleringsfonds kan hier alle apparaatskosten en verleende project- of programmasubsidies verantwoorden die verbonden zijn aan programma’s of projecten waarvoor u separate subsidie (o.a. voor activiteiten in het kader van onderzoeksjournalistiek) ontvangt. In de toelichting dient het fonds deze kosten te specificeren per project in geval deze separaat verantwoord en afgerekend moeten worden.

      Het fonds dient per project een uitsplitsing te maken in apparaatskosten en verleende project- of programmasubsidie.

      Het Stimuleringsfonds dient de wijze waarop kostentoerekening aan activiteiten plaatsvindt, in de toelichting te vermelden (RJ 640.412).

    • Verleende subsidies

      In de toelichting op de exploitatierekening maakt het Stimuleringsfonds onderscheid tussen de verleende subsidies (o.a. in de vorm van uitkeringen) aan de (activiteiten)regelingen en de verleende project- of programmasubsidies, waarvoor geen separate (project)subsidie is ontvangen.

    • Overige activiteitenlasten

      Onder overige activiteitenlasten worden gerekend andere activiteiten dan die direct samenhangen met de subsidieverlening en advisering over subsidieaanvragen. Dit kan bijvoorbeeld een symposium zijn, een tentoonstelling of een onderzoek.

Aandachtspunten:

  • a. Alle subsidies die zonder voorbehoud zijn verleend, worden verantwoord onder ‘activiteitenlasten’ ten laste van het boekjaar waarin het fonds de subsidie heeft verleend, ongeacht het jaar waarin de subsidie wordt betaald. Hierbij is bepalend of de subsidie-ontvangende partij recht kan doen gelden op een bepaald bedrag (juridisch afdwingbare verplichtingen). In het kwantitatief activiteitenoverzicht (model III) geeft het fonds vervolgens een overzicht van de nog vast te stellen en vastgestelde subsidies (zie ook RJ 640.202).

  • b. De hoogte van de apparaatskosten wordt gemonitord door de totale apparaatskosten af te zetten tegen de ontvangen subsidie. Het principe van ‘comply or explain’ wordt toegepast voor wat betreft het percentage apparaatskosten.

  • c. Aandachtspunt: Personele lasten omvatten tenminste de bruto salarissen, werkgeversdeel sociale lasten, vakantiegeld en pensioenpremie.

4.3. Saldo bijzondere baten en lasten

Hier worden verantwoord de baten en lasten uit gewone bedrijfsuitoefening, maar die door hun aard, omvang of incidentele karakter apart moeten worden gepresenteerd en toegelicht (bijvoorbeeld boekwinst of -verlies bij afstoting van materiële vaste activa, vrijval van voorziening, lasten uit reorganisatie). Hierbij worden de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ 270.4) gevolgd.

4.4. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum

Voor zover van toepassing wordt in de toelichting een opgave opgenomen van de gebeurtenissen na balansdatum met belangrijke financiële gevolgen en de omvang ervan (RJ 640.414).

B. Accountantsprotocol financiële verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek

1. Algemene uitgangspunten

1.1. Doelstelling

Dit protocol heeft betrekking op de accountantscontrole (verder: controle) van de financiële verantwoording van het Stimuleringsfonds, dat op grond van de Mediawet 2008 bekostigd wordt door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (hierna: OCW). Artikel 35, derde en vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bepaalt dat de verklaring van de accountant mede betrekking heeft op de rechtmatige inning en besteding van de middelen door het zelfstandig bestuursorgaan en op de vraag of het beheer en de organisatie van een zelfstandig bestuursorgaan voldoen aan eisen van doelmatigheid. Artikel 8.9 van de Mediawet 2008 bepaalt dat bij ministeriële regeling regels gesteld kunnen worden over de inrichting van de begroting, het financieel verslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole. In de Regeling financiële verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek 2020 en de bekostigingsbeschikking zijn de verantwoordingsvoorschriften opgenomen. Deze voorschriften leiden tot de volgende accountantsproducten (zie 1.4):

  • Volgens artikel 35 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen moet de accountant van het fonds een controleverklaring omtrent de getrouwheid en (financiële) rechtmatigheid bij de financiële verantwoording verstrekken.

  • In voorkomende gevallen moet de accountant een rapport van bevindingen opstellen, wanneer bij de controle de in het protocol vastgelegde rapporteringstolerantie wordt overschreden.

Het protocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van de NBA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd en onderzocht.

1.2. Wettelijk kader

Voor de controle zijn de volgende artikelen relevant van de specifieke wet- en regelgeving op de verantwoording van het Stimuleringsfonds (incl. eventuele wijzigingen):

Het referentiekader voor de controle ligt vast in dit protocol. Het protocol geeft in hoofdstuk 2.2 en 2.3 een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de controle.

Dit protocol is opgesteld naar analogie van de door de NBA uitgegeven ‘Schrijfwijzer Accountantsprotocollen 2017’. De daarin opgenomen uitgangspunten zijn specifiek gemaakt voor het OCW-mediaterrein. Waar mogelijk zijn tekstpassages uit de handreiking in dit accountantsprotocol overgenomen. Voor de controle van de financiële verantwoording is in dit protocol een verplichte tekst voor de controleverklaring opgenomen. De beschreven controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de 'Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden' (NV COS).

1.3. Accountantsproducten

Van de accountant van het Stimuleringsfonds worden de volgende producten verwacht:

  • 1. Verklaring van getrouwheid en (financiële) rechtmatigheid bij de financiële verantwoording van het Stimuleringsfonds;

  • 2. Een vormvrij rapport van bevindingen, waarin de accountant rapporteert – indien aan de orde – over enkele in dit controleprotocol genoemde onderwerpen

Ad. 1: De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een controleverklaring.

De accountant maakt gebruik van de bij dit protocol gevoegde modelteksten en betrekt de financiële rechtmatigheid in zijn oordeel. Van de accountant wordt verwacht dat hij zijn controle in het kader van de financiële rechtmatigheid zo inricht, dat hij met inachtneming van de gegeven controletolerantie tot een oordeel over de financiële rechtmatigheid kan komen. Bij een controle van een jaarrekening maakt de accountant gebruik van de toegevoegde modeltekst. De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van het Stimuleringsfonds worden opgenomen.

Ad. 2: Dit vormvrije rapport van bevindingen is bedoeld voor het eventueel melden van bevindingen bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol. Hiervoor geldt een standaard rapportagetolerantie van 0,1 procent van de totale bekostiging van OCW. Deze tolerantie geeft aan vanaf welke omvang afwijkingen in het rapport van bevindingen gemeld moeten worden.

1.4. Voorschriften voor de accountant

Er bestaan specifieke voorschriften voor registeraccountants en accountants-administratieconsulenten, met name de Controle en Overige Standaarden (NV COS).

Uitgangspunt voor het accountantsonderzoek gericht op het financieel verslag is Standaard 700 ‘Het vormen van een oordeel en het rapporteren over financiële overzichten’

Voor de documentatie van verrichte controlewerkzaamheden, de bevindingen en de conclusie daarbij gelden de eisen zoals genoemd in Standaard 230.

1.5. Procedure controleprotocol

Dit controleprotocol geldt voor het Stimuleringsfonds vanaf 2020 over het verantwoordingsjaar 2019 en is tot nader order van toepassing.

2. De controleverklaring bij de financiële verantwoording van het Stimuleringsfonds

2.1. Algemeen

Dit onderdeel bevat nadere aanwijzingen voor de inrichting van de accountantscontrole en bestaat de volgende onderdelen:

  • de financiële verantwoording

  • betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de jaarrekeningcontrole

  • omgaan met afwijkingen (fouten) en onzekerheden

2.1.1. De financiële verantwoording

De jaarlijkse verantwoording van het Stimuleringsfonds voor het Ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de Mediawet 2008. De financiële verantwoording bestaat uit een jaarrekening met een bestuursverslag en overige gegevens. De accountant moet controleren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft en of de bekostiging rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van het Stimuleringsfonds verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen zoals vermeld in paragraaf 1.2 (wettelijk kader) en uitgewerkt in 2.3 (financiële rechtmatigheid) van dit protocol. Aan de niet in paragraaf 1.2 genoemde artikelen van de wet- en regelgeving hoeft bij de uitvoering van de controle geen aandacht te worden besteed, met dien verstande dat teneinde de controle op de hierboven genoemde artikelen goed te kunnen verrichten kennisneming van de Mediawet 2008, Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de niet genoemde artikelen van de genoemde regelingen (inclusief de toelichting) noodzakelijk is.

2.1.2. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de jaarrekeningcontrole

De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de jaarrekening geen afwijkingen (fouten) en onzekerheden voorkomen met een belang groter dan de voorgeschreven toleranties. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, moet uitgegaan worden van een betrouwbaarheid van 95 procent. Voor de bepaling van het accountantsoordeel over de rechtmatigheid geldt de volgende tolerantietabel:

Tabel: Toleranties

Rechtmatigheid

Fouten (in de financiële verantwoording)

Onzekerheden (in de controle)

Beperking

Afkeuring

Beperking

Oordeelonthouding

Rechtmatigheid besteding

(% van de totale baten)

>1 en <3

≥3

>3 en <10

≥10

In dit protocol worden geen toleranties voorgeschreven voor de getrouwheid. Het is de verantwoordelijkheid van de accountant om deze te bepalen met inachtneming van hetgeen hierover in de standaarden van de NBA is opgenomen.

Indien de accountant zowel fouten in de informatie van de financiële verantwoording als onzekerheden in de controle aantreft, dan weegt hij deze bij zijn oordeelsvorming altijd in onderlinge samenhang.

2.1.3. Omgaan met afwijkingen (fouten) en onzekerheden

Van een fout in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van de uitgevoerde controle is gebleken dat een (gedeelte van een) post niet in overeenstemming is met één of meer aspecten van de wet- en regelgeving. Fouten worden in absolute zin opgevat voor zover het de naleving van de wet- en regelgeving betreft. Saldering van fouten is daarom niet toegestaan.

Van een onzekerheid in de controle is sprake als er onvoldoende (controle-)informatie beschikbaar is om een (gedeelte van een) post als goed of fout aan te merken. Bijvoorbeeld als onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de wet- en regelgeving. Voor een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de accountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert.

Het uitgangspunt is dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk door het Stimuleringsfonds moeten worden gecorrigeerd. Ten aanzien van fouten, die betrekking hebben op rechtmatigheid geldt dat correctie veelal niet mogelijk is omdat de besteding reeds plaats heeft gevonden.

Voor wat betreft het omgaan met geconstateerde fouten geldt voor de controle van de jaarrekening:

  • Ten aanzien van het getrouwe beeld van de jaarrekening behoeft het Stimuleringsfonds fouten met een gezamenlijk financieel belang beneden de goedkeuringstolerantie niet te corrigeren en de accountant behoeft ze niet te rapporteren. Het effect op de vermogenspositie (de belangrijkste informatievraag voor OCW) is namelijk gering.

  • Met betrekking tot de financiële rechtmatigheid wordt onderscheid gemaakt tussen materiële en niet-materiële fouten. Het Stimuleringsfonds corrigeert voor zover mogelijk geconstateerde fouten. Het Stimuleringsfonds kan echter fouten niet altijd corrigeren. De accountant informeert het bestuur en het interne toezichthoudende orgaan hierover conform de geldende beroepsvoorschriften. Materiële fouten (d.w.z. fouten groter dan de goedkeuringstolerantie) hebben invloed op de strekking van de controleverklaring en worden uit dien hoofde in de controleverklaring toegelicht. Ten aanzien van niet-materiële fouten (d.w.z. fouten kleiner dan de goedkeuringstolerantie) meldt de accountant deze in het rapport van bevindingen, rekening houdend met de rapportagetolerantie.

2.2. Getrouwheid

2.2.1 Verslaggevingscriteria

Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (Boek 2 Titel 9), de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, artikel 35, eerste lid, de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 1 van het Handboek Verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek. De accountant stelt vast dat de jaarrekening aan de in dat hoofdstuk genoemde wet- en regelgeving voldoet. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.

2.2.2. Het bestuursverslag en het kwantitatief activiteitenoverzicht

Met betrekking tot het bestuursverslag stelt de instellingsaccountant conform Standaard 720 vast dat:

  • alle elementen bevat (aanwezigheidstoets) die zijn voorgeschreven in in artikel 18 en 19 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, in artikel 391 van Boek 2 titel 9 BW zijn gesteld en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van de Regeling Verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek.

  • de in de jaarrekening en in het bestuursverslag opgenomen informatie op elkaar aansluit en geen materiële afwijkingen bevat (consistentietoets).

  • de inhoud van het bestuursverslag overeenkomt met de opgedane kennis van de instelling, waaronder de bevindingen over de interne beheersing (signaleren materiële onjuistheden bestuursverslag).

Inzake Model III Kwantitatief activiteitenoverzicht wordt in aanvulling op bovenstaande werkzaamheden van de accountant gevraagd vast te stellen dat:

  • de per activiteit verantwoorde prestatie-indicatoren plus de bijbehorende beschrijving blijkens interne registraties vooraf afgestemd zijn met OCW;

  • de per activiteit verantwoorde begrotingscijfers, realisatiecijfers, afwijkingen > 10% en realisaties prestatie-indicator aansluiten op de interne registraties terzake;

  • de prestatie-indicatoren zijn opgenomen in de interne planning/controlcyclus;

  • de prestatie-indicatoren rekenkundig juist zijn berekend.

Van de accountant wordt geen oordeel verwacht over de juistheid en volledigheid van de indicatoren als zodanig. Wordt aan een van bovenstaande aanvullende punten niet voldaan, dan meldt de accountant dit in de controleverklaring bij onderdeel B en in zijn verslag van bevindingen.

2.3. Financiële rechtmatigheid

2.3.1. Algemene aspecten

De accountant stelt vast of het Stimuleringsfonds de bekostiging door OCW rechtmatig heeft verkregen en besteed. Het referentiekader voor het accountantsoordeel over de financiële rechtmatigheid wordt gevormd door de wet- en regelgeving genoemd in paragraaf 1.2 van dit protocol.

2.3.2. Aanvullende rechtmatigheidsaspecten

Naast de hierboven genoemde rechtmatigheidsaspecten dient de accountant voor zijn oordeel over de financiële rechtmatigheid rekening te houden met de volgende aspecten. Hierbij is tevens aangegeven welke rapporteringstolerantie van toepassing is:

  • 1. De accountant stelt vast dat de door het Stimuleringsfonds verstrekte subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met Titel 8.2 en 8.3 van de Mediawet 2008 en de artikelen 20, 21, tweede lid, 22, tweede lid, 24 en 25a van de Mediaregeling 2008, Hoofdstuk 5, Stimuleringsfonds voor de pers. De essentie is dat de subsidieontvangers van het Stimuleringsfonds zich houden aan de reglementen en regelingen van het Stimuleringsfonds en dat het Stimuleringsfonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het Stimuleringsfonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden.

    De controle van de accountant van een fonds omvat de volgende toetspunten:

    • de rechtmatigheid van de subsidieaanvraag

    • de rechtmatigheid van de aangegane subsidieverplichting

    • de rechtmatigheid van de betaalde en verrekende subsidievoorschotten

    • de rechtmatigheid van de subsidievaststelling

    • de rechtmatigheid van de teruggevorderde subsidievoorschotten (lager vastgestelde en ingetrokken subsidies)

    Onrechtmatigheden hebben direct betrekking op de oordeelsvorming van de accountant.

  • 2. Indien de Minister heeft bepaald dat het Stimuleringsfonds voor in artikel 32 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen genoemde rechtshandelingen zijn voorafgaande instemming behoeft, en voor zover uit de accountantscontrole blijkt dat het Stimuleringsfonds deze voorafgaande instemming niet heeft gevraagd of verkregen, betrekt de accountant het financiële effect hiervan in zijn oordeel. De accountant beperkt zich tot rechtshandelingen met een mogelijk financieel effect op de jaarrekening. Bij rechtshandelingen die geen financieel effect op de jaarrekening hebben meldt de accountant deze in zijn verslag van bevindingen.

  • 3. De accountant gaat na of het Stimuleringsfonds zich houdt aan de regels voor het doteren en onttrekken aan het bestemmingsfonds OCW, als bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en hoofdstuk 4.1 van het Handboek financiële verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek 2020. Daarbij is de accountant alert op situaties waarin het Stimuleringsfonds niet overgaat tot doteren of onttrekken. De accountant vraagt in dat geval het Stimuleringsfonds om een motivering. Indien de accountant de motivering van het Stimuleringsfonds niet overtuigend acht, meldt hij dit in zijn rapport van bevindingen.

  • 4. De accountant dient de Regeling controleprotocol WNT na te volgen en de modelverklaring dienovereenkomstig aan te passen.

  • 5. Aanbesteding: zie paragraaf 2.3.3.

2.3.3. Aanbesteding

Het Stimuleringsfonds is een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan en is daarmee in de zin van de Europese regelgeving een aanbestedende dienst.

Voor aanbestedingen die boven de Europese drempelbedragen vallen gelden de gebruikelijke controle- en rapportage toleranties. Bij de toetsing van de drempelbedragen voor Europese aanbestedingen dient uitgegaan te worden van de contractwaarde exclusief BTW.

Voor de definiëring van de fout moet in het eerste jaar worden uitgegaan van de volledige contractwaarde (inclusief BTW, indien deze niet aftrekbaar is). De hoofdregel bij geconstateerde fouten bij aanbestedingen is dat de fout éénmalig tot uitdrukking komt en wel in het jaar waarin de beheerhandeling heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. De fout komt bij overschrijding van de materialiteit en rapportagegrens tot uitdrukking in de controleverklaring. In de jaren na de eerste melding hoeft gedurende de looptijd van het contract de fout niet meer te worden betrokken in de foutenevaluatie. Bij afloop of verlenging van het contract is sprake van een (nieuwe) beheerhandeling. Dit betekent dat de fout opnieuw betrokken moet worden in de foutenevaluatie. Dit geldt niet als de verlenging voortvloeit uit de optiejaren, zoals opgenomen in het eerdere contract dat is afgesloten en daarbij al in de foutenevaluatie is meegenomen.

Voor contracten met een onbepaalde tijd geldt dat, als de aanbestedingsovereenkomst qua aard en omvang substantieel wijzigt en de aanbestedingsregels naar het oordeel van de accountant niet zijn nageleefd, de fout opnieuw betrokken moet worden in de foutenevaluatie.

Indien er ten onrechte geen contract is afgesloten (onrechtmatigheid in betreffende controlejaar) heeft de instelling de gelegenheid om de fout te herstellen en alsnog een contract af te sluiten in het volgende controlejaar. Indien ze dit niet doet, is er in het volgende controlejaar opnieuw sprake van een fout in de beheerhandeling voor de in dat jaar opgenomen kosten.

Voor de aanbestedingen onder de Europese drempelbedragen geldt een kwalitatieve tolerantie. Hiermee wordt bedoeld dat de instellingsaccountant de AO/IB rondom deze aanbestedingen beoordeelt en bij het niet voldoen aan de aanbestedingsregels daarover rapporteert in het rapport van bevindingen.

3. Model controleverklaring bij de jaarrekening

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: <<Naam Opdrachtgever>>

A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 20XX

Ons oordeel

Wij hebben de jaarrekening 20XX van .... (naam entiteit) te .... (statutaire vestigingsplaats) gecontroleerd.

Naar ons oordeel:

  • Geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van ... (naam entiteit) op 31 december 20XX en van het resultaat over 20XX in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek;

  • zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 20XX in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in de bekostigingsbeschikking en de Regeling Verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek.

De jaarrekening bestaat uit:

  • de balans per 31 december 20XX;

  • de staat van baten en lasten over 20XX; en

  • de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen, het Accountantsprotocol Verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 20XX. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'.

Wij zijn onafhankelijk van ... (naam entiteit) zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor

ons oordeel.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd

In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 201X hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub j Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

B. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie,

die bestaat uit:

  • het bestuursverslag

  • het kwantitatief activiteitenoverzicht als onderdeel van het bestuursverslag;

  • de overige gegevens.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;

  • alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW en het Handboek Verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in het Accountantsprotocol Verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag inclusief het kwantitatief activiteitenoverzicht en de overige gegevens in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek.

C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het bestuur voor de jaarrekening

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek. Het bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen zoals opgenomen in de subsidiebeschikking en het Handboek Verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek.

In dit kader is het bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of het Stimuleringsfonds voor de journalistiek in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemde verslaggevingsstelsels moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om het Stimuleringsfonds voor de journalistiek te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is.

Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of het Stimuleringsfonds voor de journalistiek haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van het Stimuleringsfonds voor de journalistiek.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Een meer gedetailleerde beschrijving van onze verantwoordelijkheden is opgenomen in de bijlage bij onze controleverklaring.

<<Plaats>>, <<datum>>

<<Naam accountant>>

Bijlage bij de controleverklaring:

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Accountantsprotocol Verantwoording Stimuleringsfonds voor de journalistiek, het Controleprotocol WNT 20XX, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat het financieel verslag afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, dan wel het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.

  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit.

  • het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de organisatie haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een organisatie haar continuïteit niet langer kan handhaven.

  • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.

  • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van het financieel verslag en de daarin opgenomen toelichtingen; en

  • het evalueren of het financieel verslag een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Wij communiceren met het bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Terug naar begin van de pagina