Besluit experiment gesloten coffeeshopketen

Geldend van 23-09-2020 t/m heden

Besluit van 15 juni 2020, houdende regels over het experiment met een gesloten coffeeshopketen (Besluit experiment gesloten coffeeshopketen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Medische Zorg en Onze Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 15 november 2019, kenmerk 1440818-183499-WJZ;

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, 5, derde lid, 6, eerste en derde lid, 7, eerste lid, 8a, 9a, eerste lid, en 11, tweede lid van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 maart 2020, no.W13.19.0369/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Medische Zorg en Onze Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 juni 2020, kenmerk 1440812-183499-WJZ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. (begripsbepalingen)

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • aangewezen teler: krachtens artikel 5, eerste lid, van de wet aangewezen teler;

  • aanvraag om aanwijzing als teler: aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet;

  • coffeeshophouder: houder van een coffeeshop die in een deelnemende gemeente door de burgemeester van die gemeente is toegestaan als bedoeld in artikel 6a, tweede lid, van de wet;

  • deelnemende gemeente: gemeente als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van dit besluit;

  • experiment: experiment als bedoeld in artikel 2 van de wet;

  • productie van hennep of hasjiesj: het door een aangewezen teler op grond van de wet telen van hennep en alle andere handelingen in het productieproces die nodig zijn om die hennep te verwerken tot hennep of hasjiesj die aan coffeeshophouders kan worden geleverd, alsmede het verpakken en het opslaan van die hennep of hasjiesj door de aangewezen teler tot het moment waarop het vervoer naar de coffeeshops plaatsvindt;

  • wet: Wet experiment gesloten coffeeshopketen.

§ 2. Aanwijzing van deelnemende gemeenten en eisen aan coffeeshophouders

Artikel 2. (deelnemende gemeenten)

  • 1 Aan het experiment nemen de volgende gemeenten deel:

    • a. Almere,

    • b. Arnhem,

    • c. Breda,

    • d. Groningen,

    • e. Heerlen,

    • f. Hellevoetsluis of ingeval van een gemeentelijke herindeling de nieuwe gemeente dat het gebied van de voormalige gemeente Hellevoetsluis omvat,

    • g. Maastricht,

    • h. Nijmegen,

    • i. Tilburg, en

    • j. Zaanstad.

  • 2 De gemeenten Breda, Heerlen en Maastricht worden voor de toepassing van het bij of krachtens de wet bepaalde tevens aangemerkt als grensgemeente.

Artikel 3. (toepasselijkheid eisen aan coffeeshophouders)

Onverminderd het bepaalde in de paragrafen 8 en 9 voldoen alle coffeeshophouders voor de duur van de uitvoering van het experiment, aan:

Artikel 4. (verkoop van hennep of hasjiesj)

  • 1 Een coffeeshophouder verkoopt uitsluitend hennep of hasjiesj die door hem is afgenomen van aangewezen telers en mag uitsluitend met deze hennep of hasjiesj enige andere daarmee in verband staande handeling als bedoeld in artikel 3, onderdeel B, van de Opiumwet verrichten.

  • 2 Een coffeeshophouder verkoopt aan eenzelfde klant per keer geen grotere hoeveelheid hennep of hasjiesj dan 5 gram.

  • 3 Een coffeeshophouder laat jeugdigen tot en met 17 jaar niet toe in de coffeeshop en verkoopt aan deze categorie jeugdigen geen hennep of hasjiesj.

  • 4 Onverminderd het derde lid laat een coffeeshophouder wiens coffeeshop is gelegen in een grensgemeente als bedoeld in artikel 2, tweede lid, anderen dan die hun werkelijke woonplaats hebben in Nederland niet toe tot de coffeeshop en verkoopt aan anderen dan deze personen geen hennep of hasjiesj.

Artikel 5. (handelsvoorraad)

  • 1 Een coffeeshophouder heeft in de coffeeshop uitsluitend hennep of hasjiesj aanwezig die is afgenomen van aangewezen telers.

  • 2 De voorraad hennep of hasjiesj die door een coffeeshophouder wordt aangehouden bedraagt niet meer dan de hoeveelheid hennep of hasjiesj die hij op weekbasis nodig heeft voor de verkoop aan klanten.

  • 3 De hennep of hasjiesj die door aangewezen telers aan een coffeeshophouder is geleverd, wordt uitsluitend in die coffeeshop bewaard.

  • 4 Een coffeeshophouder treft alle maatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor een adequate opslag en beveiliging van de hennep of hasjiesj.

Artikel 6. (eisen aan verkopend personeel en voorlichting)

  • 1 Het verkopend personeel van de coffeeshophouder heeft een cursus gevolgd die is gericht op het verkrijgen van de nodige kennis en vaardigheden om:

    • a. aan klanten voorlichting te kunnen geven over het gebruik van hennep of hasjiesj en de daaraan verbonden gezondheidsrisico’s, de wijze van gebruik, preventie van verslaving, en

    • b. klanten bij een vermoeden van problematisch gebruik door te kunnen verwijzen naar informatie of zorg.

  • 2 Een coffeeshophouder heeft voor de klanten voorlichtingsmateriaal over gebruik en de risico’s van gebruik of problematisch gebruik zichtbaar aanwezig in de coffeeshop.

Artikel 7. (verpakking)

  • 1 Een coffeeshophouder verkoopt de hennep of hasjiesj uitsluitend zoals deze door aangewezen telers in een verzegelde verpakkingseenheid als bedoeld in artikel 29, tweede lid, is afgeleverd en heeft de hennep of hasjiesj ook uitsluitend in die verzegelde verpakkingseenheid aanwezig.

  • 2 In afwijking van het eerste lid mag van elke soort hennep of hasjiesj die in de coffeeshop wordt verkocht, ten behoeve van de beoordeling door klanten maximaal 20 gram onverzegeld aanwezig zijn.

  • 3 Onverminderd het eerste lid is het niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de verpakkingseenheden of de informatie, bedoeld in artikel 29, tweede lid, met dien verstande dat de coffeeshophouder wel zijn handelsnaam en eventueel zijn contactgegevens op de verpakking mag aanbrengen, met inachtneming van de bij ministeriële regeling gestelde regels.

Artikel 8. (alcohol)

In een coffeeshop wordt geen alcohol geschonken of verkocht en is alcohol ook anderszins niet aanwezig.

Artikel 9. (affichering)

  • 1 Een coffeeshophouder voert geen enkele vorm van affichering, anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit.

  • 2 Als affichering als bedoeld in het eerste lid geldt niet de vermelding van gegevens betreffende de coffeeshophouder op de verpakking van de hennep of hasjiesj, mits die voldoet aan de krachtens artikel 29 bij ministeriële regeling gestelde regels.

Artikel 10. (overlast)

Een coffeeshophouder treft adequate maatregelen ter voorkoming of beperking van overlast, waaronder in ieder geval wordt begrepen parkeeroverlast rond de coffeeshop, geluidshinder, vervuiling en voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten.

Artikel 11. (administratie)

  • 2 De administratie wordt onverminderd artikel 33 beschikbaar gehouden ten behoeve van de uitoefening van het toezicht en de handhaving.

  • 3 Bij ministeriële regeling wordt bepaald:

    • a. welke gegevens of bescheiden in ieder geval in de administratie worden opgenomen, en

    • b. gedurende welke termijn en op welke wijze de administratie beschikbaar blijft.

Artikel 12. (lokale regels)

De burgemeester van een deelnemende gemeente kan met inachtneming van de artikelen 3 tot en met 11, in het kader en voor de duur van de uitvoering van het experiment ten aanzien van coffeeshophouders nadere regels stellen over:

  • a. de locatie waar een coffeeshop is toegestaan;

  • b. de maximaal toegestane handelsvoorraad, bedoeld in artikel 5, tweede lid;

  • c. de affichering, bedoeld in artikel 9,

  • d. het voorkomen of beperken van overlast als bedoeld in artikel 10;

  • e. de tijden gedurende welke een coffeeshop geopend mag zijn voor klanten;

  • f. de aanwezigheid van het personeel in een coffeeshop;

  • g. de inrichting van een coffeeshop, waaronder de beveiliging,

  • h. de opleiding van het personeel, en

  • i. het al dan niet toelaten tot de coffeeshop van anderen dan degenen die hun werkelijke woonplaats hebben in Nederland of verkopen van hennep of hasjiesj aan anderen dan deze personen, voor zover het betreft coffeeshops die gelegen zijn in een gemeente, die niet tevens is aangemerkt als grensgemeente als bedoeld in artikel 2, tweede lid.

§ 3. Aanvraag en selectie van telers

Artikel 13. (maximale aantal aan te wijzen telers)

Voor deelname aan het experiment kunnen Onze Ministers ten hoogste tien telers aanwijzen.

Artikel 14. (openstelling tijdvak voor indienen aanvraag)

  • 1 Een aanvraag om aanwijzing als teler kan alleen worden ingediend indien Onze Ministers daarvoor een aanvraagtijdvak hebben opengesteld. Een aanvraag kan alleen binnen dat tijdvak worden ingediend.

  • 2 Onze Ministers doen in de Staatscourant mededeling van de openstelling van een tijdvak als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 15. (indienen van een aanvraag)

  • 1 Degene die de aanvraag doet, dient deze in binnen het in artikel 14, eerste lid, bedoelde tijdvak, met gebruikmaking van het door Onze Ministers beschikbaar gestelde aanvraagformulier en in overeenstemming met de daarbij behorende invulinstructies.

  • 2 Het aanvraagformulier gaat vergezeld van:

    • a. een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de aanvraag doet. Voor het aanvragen van deze verklaring wordt gebruik gemaakt van het door Onze Ministers beschikbaar gestelde formulier,

    • b. het in artikel 16 bedoelde ondernemingsplan van de aanvrager, en

    • c. de overige in het aanvraagformulier gevraagde gegevens en bescheiden.

  • 3 Een aanvraag kan worden gedaan voor een of meerdere locaties.

  • 4 Een aanvraag kan worden gedaan door een natuurlijke persoon die een onderneming drijft of een rechtspersoon met daaraan verbonden een onderneming.

Artikel 16. (ondernemingsplan)

  • 1 De aanvrager zet in zijn ondernemingsplan met inachtneming van de paragrafen 5 en 6 gemotiveerd uiteen:

    • a. op welke wijze en onder welke condities de productie van de hennep of hasjiesj en de bestendige levering daarvan aan coffeeshophouders zal plaatsvinden, en

    • b. hoeveel hennep of hasjiesj en hoeveel variaties hennep of hasjiesj hij bij aanvang van de uitvoering van het experiment verwacht te kunnen produceren.

  • 2 Het ondernemingsplan wordt voorzien van de gegevens van de aanvrager en adresgegevens van de betreffende locatie of locaties dan wel beoogde locatie of locaties waar de productie van de hennep of hasjiesj zal plaatsvinden en bevat ter uitvoering van het eerste lid, onderdeel a, in ieder geval een onderbouwde beschrijving van:

    • a. de inrichting van de locatie of locaties waar de productie van de hennep of hasjiesj zal plaatsvinden en van de in gebruik te nemen ruimten, mede aan de hand van een bijgevoegde plattegrond, met bijzondere aandacht voor de beveiliging;

    • b. de wijze waarop en de condities waaronder de productie van de hennep of hasjiesj zal plaatsvinden, waaronder de teeltopzet en maatregelen als bedoeld in onderdeel h, alsmede de aan de productie verbonden risico’s en maatregelen om die risico’s te kunnen beheersen;

    • c. de wijze van verwerking, opslag en het afvoeren van het afval van het plantmateriaal;

    • d. de voor het vervoer of de levering van de hennep of hasjiesj van belang geachte aspecten en, voor zover reeds bekend, de partij die hij verwacht in te schakelen voor het vervoer naar coffeeshophouders en eventueel tussen zijn locatie of locaties;

    • e. de ervaring en kennis van de aanvrager met de teelt en verdere verwerking van gewassen;

    • f. de op de locatie of locaties aan te houden voorraad hennep of hasjiesj die al dan niet reeds aan coffeeshophouders is verkocht, en de wijze waarop die voorraad wordt opgeslagen;

    • g. de wijze waarop en condities waaronder de algehele bedrijfsvoering zal plaatsvinden alsmede de aan de bedrijfsvoering verbonden risico’s en maatregelen om die risico’s te kunnen beheersen, waaronder de te treffen maatregelen ter beveiliging van de locatie, van de hennep of hasjiesj en van het afval van het plantmateriaal en andere maatregelen ter voorkoming van het risico op het weglekken van de hennep of hasjiesj;

    • h. de maatregelen die hij zal treffen om te kunnen voldoen aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 28, maatregelen ter voorkoming en bestrijding van ziekten en plagen en maatregelen ter borging van de hygiëne;

    • i. de maatregelen die hij zal treffen om het gehalte THC en CBD van de hennep of hasjiesj te kunnen laten bepalen en te kunnen laten controleren of de hennep of hasjiesj voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 28;

    • j. de wijze waarop hij kan inspelen op de vraag van coffeeshophouders en de wijze waarop hij hen in staat kan stellen de hennep of hasjiesj te laten beoordelen;

    • k. de wijze waarop de bedrijfsadministratie zal worden ingericht of gevoerd;

    • l. het financieel plan, inclusief een kostencalculatie en de verwachte jaaromzet;

    • m. de benodigde voorbereidingstijd voordat een bestendige productie kan worden gestart;

    • n. de eventuele naast de aanwijzing vereiste meldingsplichten of vergunningen die nodig zijn om de onderneming en de noodzakelijke handelingen op de betreffende locatie of locaties te kunnen voeren en de termijn waarbinnen die naar verwachting zullen worden verleend, en

    • o. de taken en kwalificaties van de voor de bedrijfsvoering verantwoordelijke persoon of personen en leidinggevenden, voor welke onderdelen van de bedrijfsvoering naar verwachting personeel in dienst zal worden aangenomen of derden zullen worden ingeschakeld, het verwachte aantal personeelsleden of derden, alsmede vermelding van hun kwalificaties.

Artikel 17. (advies burgemeester)

  • 1 Onze Ministers stellen de burgemeester van een gemeente waar een locatie of beoogde locatie voor de productie van hennep of hasjiesj door de aanvrager is gelegen dan wel de burgemeesters ingeval de locaties verspreid zijn over meerdere gemeenten, in de gelegenheid om aan hen een advies uit te brengen over de consequenties van een eventuele aanwijzing van de aanvrager als teler voor de openbare orde of veiligheid in de betreffende gemeente.

  • 2 De burgemeester brengt zijn advies, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk aan Onze Ministers uit. Het advies is voorzien van een motivering waarin wordt ingegaan op de aspecten van openbare orde of veiligheid.

  • 3 Het advies wordt uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de adviesaanvraag uitgebracht. Het advies kan op verzoek van de betreffende burgemeester met een door Onze Ministers nader te bepalen termijn worden verlengd.

  • 4 De wettelijke termijn waarbinnen het besluit op de aanvraag dient te worden genomen, wordt opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, en eindigt met de dag waarop het advies is ontvangen dan wel de daarvoor geldende termijn is verstreken.

Artikel 18. (loting en verdere selectie van telers)

  • 1 Onze Ministers kunnen voor de selectie van telers een loting toepassen.

  • 2 Bij ministeriële regeling worden nadere procedurele of uitvoeringstechnische regels gesteld over de loting en de daarmee samenhangende verdere selectie.

  • 3 De wettelijke termijn voor het nemen van een besluit op de aanvraag om aanwijzing als teler wordt opgeschort in de bij ministeriële regeling aangegeven gevallen in verband met de procedure van loting en de verdere selectie na loting, gedurende de daarbij aangegeven periode.

Artikel 19. (afwijzing van de aanvraag)

  • 1 Een aanvraag om aanwijzing als teler wordt afgewezen indien:

    • a. de aanvraag niet voldoet aan artikel 15, eerste of tweede lid;

    • b. de aanvraag niet is ingediend door een rechtspersoon als bedoeld in artikel 15, vierde lid, die zijn zetel heeft in Nederland en waarvan de daaraan verbonden onderneming is gevestigd in Nederland, of door een natuurlijke persoon als bedoeld in artikel 15, vierde lid, die als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen en wiens onderneming is gevestigd in Nederland;

    • c. de locatie of beoogde locatie voor de productie van hennep of hasjiesj waarop de aanvraag betrekking heeft, dan wel de locaties of beoogde locaties, niet is of zijn gelegen binnen het grondgebied van Nederland;

    • d. de aanvrager naar het oordeel van Onze Ministers met zijn ondernemingsplan niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op basis van een deugdelijk financieel plan en onder adequate voorgenomen maatregelen ter beveiliging in staat is om met inachtneming van de paragrafen 5 en 6 op de locatie of beoogde locatie dan wel locaties of beoogde locaties onder gecontroleerde omstandigheden te voorzien in de bestendige productie van hennep of hasjiesj en een bestendige levering daarvan aan coffeeshophouders, in een representatief aanbod, en om bij aanvang van de uitvoering van het experiment te voorzien in de productie en levering van tenminste de bij besluit van Onze Ministers te bepalen hoeveelheid hennep, met tenminste tien variaties hennep of hasjiesj;

    • e. de aanvrager in staat van faillissement of liquidatie verkeert;

    • f. op de aanvrager de schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is verklaard of hij een verzoek tot schuldsanering heeft ingediend;

    • g. aan de aanvrager surseance van betaling is verleend of door hem surseance van betaling is aangevraagd;

    • h. ten aanzien van de aanvrager of de rechtsgeldige vertegenwoordiger een ondercuratelestelling is uitgesproken of voor hem een verzoek tot ondercuratelestelling is ingediend;

    • i. op het vermogen van de aanvrager of op een of meer van de bedrijfsmiddelen die een aanmerkelijk deel van zijn vermogen vormen, beslag is gelegd;

    • j. de aanvrager oneigenlijk gebruik maakt van de aanvraagprocedure teneinde de kans op het verkrijgen van een aanwijzing als teler te beïnvloeden;

    • k. de aanvrager niet binnen de daartoe gestelde termijn het door Onze Ministers beschikbaar gestelde en volledig ingevulde formulier, dat is vastgesteld krachtens artikel 30, vijfde lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, heeft ingediend, of

    • l. de aanvrager na een loting niet of niet meer in aanmerking komt voor verdere selectie of aanwijzing.

  • 2 Onverminderd artikel 5, vierde lid, van de wet kan een aanvraag om aanwijzing als teler worden afgewezen:

    • a. indien het in artikel 17 bedoelde advies van de burgemeester hiertoe aanleiding geeft, of

    • b. in het belang van de openbare orde en veiligheid anders dan naar aanleiding van het advies van de burgemeester als bedoeld in onderdeel a.

§ 4. Aanwijzing als teler

Artikel 20. (besluit tot aanwijzing)

  • 1 In het besluit waarbij de aanwijzing als teler plaatsvindt wordt in ieder geval vermeld:

    • a. de dagtekening van het besluit,

    • b. de rechtspersoon of natuurlijke persoon die als teler wordt aangewezen, de rechtsvorm en het nummer waaronder de rechtspersoon of de natuurlijke persoon met de onderneming is ingeschreven in het handelsregister;

    • c. het adres en de contactgegevens van de aangewezen teler en van de rechtsgeldige vertegenwoordiger;

    • d. op welke locatie of locaties de productie van de hennep of hasjiesj uitsluitend mag plaatsvinden,

    • e. welke voorschriften aan de aanwijzing zijn verbonden.

  • 2 De geldigheid van een besluit als bedoeld in het eerste lid vervalt in ieder geval op het tijdstip waarop de wet vervalt.

  • 3 Een afschrift van het besluit wordt verstrekt aan de burgemeester of burgemeesters, bedoeld in artikel 17, eerste lid, en aan de krachtens de wet aangewezen toezichthouders die worden belast met de uitoefening van het toezicht op de naleving van de aan de aangewezen telers gestelde eisen.

  • 4 De verleende aanwijzing komt uitsluitend toe aan de aangewezen teler en komt niet in aanmerking voor overdracht aan of overgang op een andere partij.

Artikel 21. (aan de aanwijzing te verbinden voorschriften)

  • 1 Aan een aanwijzing als teler kunnen voorschriften worden verbonden ten aanzien van de:

    • a. ingebruikneming van de aanwijzing, waaronder voorschriften ten aanzien van de termijn waarop de locatie dan wel locaties waar de hennep of hasjiesj zal worden geproduceerd, gereed moet zijn of moeten zijn voor het starten met de teelt of met andere handelingen in het kader van de productie of de termijn waarop daadwerkelijk met de teelt of met andere handelingen in het kader van de productie moet zijn gestart;

    • b. wijze waarop en condities waaronder de productie van de hennep of hasjiesj plaatsvindt, waaronder de borging van de hygiëne, en de wijze waarop de verwerking, opslag en de afvoer van het afval van het plantmateriaal plaatsvindt;

    • c. andere condities met betrekking tot de in het kader van de aanwijzing toegestane handelingen, waaronder de algehele bedrijfsvoering en de beveiliging;

    • d. locatie of locaties en ruimten waar de productie van de hennep of hasjiesj uitsluitend mag plaatsvinden, met inbegrip van de beveiliging daarvan,

    • e. de handelingen op en het vervoer tussen de locaties, in het geval de aanwijzing betrekking heeft op meerdere locaties,

    • f. het laten controleren van de hennep of hasjiesj op de kwaliteit als bedoeld in artikel 28,

    • g. het laten beoordelen van de hennep of hasjiesj door coffeeshophouders,

    • h. het doen van mededelingen of het verschaffen van informatie als bedoeld in artikel 31, en

    • i. geheimhouding ten aanzien van de aanwijzing en de daaraan verbonden voorschriften of ten aanzien van de toegestane activiteiten.

  • 2 Aan een aanwijzing als teler wordt het voorschrift verbonden dat bij de productie van hennep of hasjiesj, met het oog op de kwaliteit daarvan, wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

§ 5. Eisen aan aangewezen telers

Artikel 22. (toepasselijkheid eisen aan telers)

Onverminderd het bepaalde in paragrafen 8 en 9, voldoet een aangewezen teler voor de duur van de voorbereiding, uitvoering en afbouw van het experiment aan:

Artikel 23. (ingebruikneming van de aanwijzing)

Een aangewezen teler verricht de handelingen waarvoor de aanwijzing is verleend.

Artikel 24. (verkoop en aflevering van hennep of hasjiesj)

  • 1 Een aangewezen teler verkoopt en levert de door hem geproduceerde hennep of hasjiesj niet aan anderen dan aan de coffeeshophouders.

  • 2 De aangewezen teler draagt zorg voor het vervoer van de door hem geproduceerde hennep of hasjiesj naar de betreffende coffeeshops met inachtneming van maatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de beveiliging van de hennep of hasjiesj.

  • 4 Het vervoer van de hennep of hasjiesj duurt ten hoogste zesennegentig uur, welke periode aanvangt op het moment dat de hennep of hasjiesj wordt overgedragen aan de vervoerder, bedoeld in het derde lid, en eindigt op het moment dat de hennep en hasjiesj wordt afgeleverd door de vervoerder.

  • 5 De aangewezen teler dient gedurende de periode, bedoeld in het vierde lid, op verzoek van de krachtens de wet aangewezen toezichthouders aan hen terstond inlichtingen te kunnen verschaffen over de verblijfsstatus van de aan de vervoerder overgedragen hennep of hasjiesj.

Artikel 25. (eisen aan de locatie voor de productie van hennep of hasjiesj)

  • 1 De in het kader van de aanwijzing toegestane handelingen vinden volledig en uitsluitend plaats op de locatie of locaties waarvoor de aanwijzing is verleend.

  • 2 De aangewezen teler treft alle maatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor een adequate inrichting en voor de beveiliging van de locatie en ruimten.

Artikel 26. (opslag en beveiliging van de hennep of hasjiesj)

Een aangewezen teler treft alle maatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor een adequate opslag en voor de beveiliging van de hennep of hasjiesj en van het afval daarvan.

Artikel 27. (personeel of ingeschakelde derden)

  • 2 De verklaring, bedoeld in het eerste lid, mag op het tijdstip waarop de betrokkene voor het eerst in de onderneming te werk wordt gesteld niet ouder zijn dan zes maanden.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de ingeschakelde vervoerder, bedoeld in artikel 24, derde lid.

Artikel 28. (eisen in verband met de kwaliteit)

  • 1 Zware metalen, micro-organismen en aflatoxines dienen in een bij ministeriële regeling te bepalen mate afwezig te zijn in de geproduceerde hennep of hasjiesj.

  • 2 De aangewezen teler laat door een laboratorium dat in het bezit is van een ontheffing op grond van de Opiumwet, het gehalte THC en CBD van de door hem geproduceerde hennep of hasjiesj bepalen en controleren of de hennep of hasjiesj voldoet aan de krachtens het eerste lid gestelde eisen.

  • 3 De aangewezen teler levert aan coffeeshophouders uitsluitend hennep of hasjiesj waarvan het gehalte THC en CBD is bepaald als bedoeld in het tweede lid, en die voorts voldoet aan de krachtens het eerste lid gestelde eisen.

  • 4 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel, waaronder regels over de frequentie van de in het tweede lid bedoelde controles.

Artikel 29. (verpakking)

  • 1 De aangewezen teler verpakt de door hem geproduceerde en aan coffeeshophouders te leveren hennep of hasjiesj in eenheden van ten hoogste 5 gram.

  • 2 Elke verpakkingseenheid is verzegeld met een onvervangbare verzegeling en overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde regels voorzien van de volgende informatie:

    • a. de aan de hennep of hasjiesj gekoppelde unieke identificatiemarkering, bedoeld in artikel 33,

    • b. de naam van de variëteit,

    • c. het universeel THC-symbool,

    • d. het gewicht van de hennep of hasjiesj,

    • e. het gehalte THC en CBD,

    • f. de datum van de oogst en de verpakkingsdatum, en

    • g. de bij ministeriële regeling voorgeschreven informatie, waaronder gezondheidswaarschuwingen en preventieboodschappen.

  • 3 Andere dan de in het tweede lid bedoelde informatie mag slechts worden aangebracht voor zover dat bij ministeriële regeling is bepaald.

  • 4 Elke verpakkingseenheid en de informatie waarvan die verpakkingseenheid wordt voorzien, is gestandaardiseerd overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde eisen.

Artikel 30. (affichering)

  • 1 De aangewezen teler voert geen enkele vorm van affichering.

  • 2 Als affichering als bedoeld in het eerste lid geldt niet:

    • a. het contact tussen de teler, coffeeshophouder of vervoerder, bedoeld in artikel 24, derde lid, voor zover dat contact is gericht op de verkoop, aflevering of verstrekking van de hennep of hasjiesj overeenkomstig de bij of krachtens de wet daaraan gestelde eisen;

    • b. de vermelding van gegevens betreffende de teler op de verpakking van de hennep of hasjiesj of kenbaarheid van die gegevens via digitaal beschikbaar gestelde informatie, mits die voldoet aan de krachtens artikel 29 bij ministeriële regeling gestelde regels.

Artikel 31. (mededelings- en informatieplicht)

De aangewezen teler doet aan Onze Ministers uit eigen beweging onverwijld schriftelijke mededeling van alle omstandigheden die voor de aanwijzing of instandhouding daarvan van belang kunnen zijn en verschaft op hun verzoek voor de aanwijzing of instandhouding daarvan relevante informatie.

Artikel 32. (administratie)

  • 2 De bedrijfsadministratie wordt, onverminderd artikel 33, eerste lid, beschikbaar gehouden voor de uitoefening van het toezicht en de handhaving.

  • 3 Bij ministeriële regeling wordt bepaald:

    • a. welke gegevens of bescheiden in ieder geval in de administratie worden opgenomen, en

    • b. gedurende welke termijn en op welke wijze de administratie beschikbaar wordt gehouden.

§ 6. Tracering van de hennep of hasjiesj in de coffeeshopketen

Artikel 33. (unieke identificatiemarkering)

  • 1 De aangewezen telers en de coffeeshophouders voeren als onderdeel van hun bedrijfsadministratie een unieke identificatiemarkering waarmee de hennep of hasjiesj ten behoeve van de uitoefening van het toezicht en de handhaving kan worden gevolgd vanaf en gedurende een bij ministeriële regeling bepaald moment in het productieproces bij de aangewezen teler, het vervoer en vanaf de levering aan de coffeeshophouder tot en met de verkoop aan de klant.

  • 2 De aangewezen telers en de coffeeshophouders maken ter uitvoering van het eerste lid, gebruik van het door Onze Ministers beschikbaar gestelde elektronische systeem.

  • 3 De informatie waartoe de unieke identificatiemarkering toegang geeft is niet toegankelijk voor anderen dan de betreffende aangewezen teler, coffeeshophouder en de personen of bestuursorganen die krachtens de wet zijn belast met het toezicht op de naleving van de wet. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor wie van deze personen of bestuursorganen welke informatie toegankelijk is en op welke wijze.

  • 4 Onverminderd artikel 29, tweede lid, onderdeel a, wordt bij ministeriële regeling bepaald wanneer en op welke wijze de aangewezen telers en de coffeeshophouders de unieke identificatiemarkering moeten voeren en welke gegevens daarbij moeten worden geregistreerd en op welke wijze.

  • 5 Bij ministeriële regeling kunnen uitvoeringstechnische of administratieve regels worden gesteld, waaronder regels over de afgifte van en de te gebruiken markering.

§ 7. Intrekking van de aanwijzing als teler

Artikel 34. (intrekkingsgronden)

  • 1 Een aanwijzing als teler wordt ingetrokken indien:

    • a. de aangewezen teler daarom verzoekt;

    • b. bij de aanvraag om aanwijzing onjuiste of onvolledige gegevens of bescheiden zijn verstrekt, of feiten of omstandigheden zijn verzwegen en kennis over de juiste en volledige gegevens of kennis van die feiten en omstandigheden tot een andere beslissing zou hebben geleid;

    • c. zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdelen e tot en met i;

    • d. zich de situatie voordoet dat niet meer wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, of

    • e. onverminderd onderdeel d, de aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon of de gevoerde onderneming ophoudt te bestaan of is beëindigd of overgedragen of in het geval van overgang onder algemene titel.

  • 2 Onverminderd artikel 5, vierde lid, van de wet, kan een aanwijzing als teler worden ingetrokken indien:

    • a. de aangewezen teler niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de wet of aan een aan de aanwijzing verbonden voorschrift,

    • b. naar het oordeel van Onze Ministers niet of niet langer in staat is om met inachtneming van de paragrafen 5 en 6 onder gecontroleerde omstandigheden te voorzien in de bestendige productie van hennep of hasjiesj of een bestendige levering daarvan aan coffeeshophouders, of

    • c. in het belang van de openbare orde of veiligheid.

Artikel 35. (vernietiging of overdracht van de hennep of hasjiesj)

De teler van wie de aanwijzing wordt ingetrokken ontdoet zich binnen de in het intrekkingsbesluit bepaalde termijn, aantoonbaar van de hennep of hasjiesj waarop de aanwijzing betrekking heeft, alsmede van het afval van het plantmateriaal. Onze Ministers kunnen ter zake aanwijzingen geven.

§ 8. Voorbereiding van het experiment

Artikel 36. (eisen aan aangewezen telers)

In het kader en voor de duur van de voorbereiding van het experiment is het aangewezen telers, in afwijking van de artikelen 23 en 24, eerste lid, niet toegestaan om hennep of hasjiesj te verkopen, leveren of anderszins te verhandelen, tot aanvang van het in artikel 37, eerste lid, bedoelde tijdstip.

Artikel 37. (aanvang voorbereidingsfase voor coffeeshophouders)

  • 1 De fase van voorbereiding van het experiment vangt voor coffeeshophouders aan op een door Onze Ministers bij besluit vastgesteld tijdstip en eindigt op het tijdstip waarop de uitvoering van het experiment als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, aanvangt.

  • 2 Van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 38. (eisen aan coffeeshophouders)

  • 1 Voor de duur van de fase van voorbereiding als bedoeld in artikel 37, eerste lid, is het coffeeshophouders toegestaan om hennep of hasjiesj te kopen of af te nemen van aangewezen telers en enige andere daarmee in verband staande handeling als bedoeld in artikel 3, onderdeel B, van de Opiumwet te verrichten.

  • 3 Onverminderd het eerste en tweede lid, voldoen coffeeshophouders in het kader en voor de duur van de fase van voorbereiding, bedoeld in artikel 37, eerste lid, aan de door de betrokken burgemeester krachtens artikel 39 gestelde nadere regels.

Artikel 39. (nadere regels burgemeester)

De burgemeester van een deelnemende gemeente kan met inachtneming van artikel 38, in het kader en voor de duur van de duur van de fase van voorbereiding, bedoeld in artikel 37, eerste lid, ten aanzien van coffeeshophouders nadere regels stellen over de onderwerpen bedoeld in artikel 12, onderdelen a tot en met i, met dien verstande dat regels over:

  • a. de handelsvoorraad als bedoeld in artikel 12, onderdeel b, uitsluitend kunnen worden gesteld ten aanzien van de hennep of hasjiesj die wordt afgenomen van aangewezen telers,

  • b. het al dan niet toelaten tot de coffeeshops van anderen dan degenen die hun werkelijke woonplaats hebben in Nederland of het verkopen van hennep of hasjiesj aan anderen dan deze personen, uitsluitend kunnen worden gesteld door de burgemeester van een deelnemende gemeente die niet tevens is aangemerkt als grensgemeente.

§ 9. Afbouw van het experiment

Artikel 40. (eerder aanvangen van de afbouw)

De afbouw van het experiment kan eerder aanvangen dan het tijdstip waarop de uitvoering van het experiment, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, eindigt indien:

  • a. de aanwijzing van een teler wordt ingetrokken, of

  • b. krachtens artikel 6, tweede lid, van de wet de staking van de uitvoering van het experiment in een deelnemende gemeente wordt gelast.

Artikel 41. (eisen aan telers)

  • 1 Artikel 23 is in het kader en voor de duur van de fase van afbouw van het experiment niet van toepassing.

  • 2 De aangewezen telers ontdoen zich gedurende de fase van afbouw van het experiment aantoonbaar van de hennep of hasjiesj, en van het afval van het plantmateriaal, door verkoop van die hennep of hasjiesj aan de coffeeshophouders of door vernietiging van de hennep of hasjiesj en van het afval van het plantmateriaal. Onze Ministers kunnen ter zake aanwijzingen geven.

Artikel 42. (eisen aan coffeeshophouders)

  • 2 Onverminderd het eerste lid, ontdoen de coffeeshophouders zich gedurende de fase van afbouw van het experiment dan wel binnen de in de last tot staking, bedoeld in artikel 40, onderdeel b, genoemde periode aantoonbaar van de aan hen door aangewezen telers geleverde hennep of hasjiesj door verkoop aan klanten of door vernietiging van de hennep of hasjiesj.

  • 3 Onverminderd het eerste en tweede lid voldoen coffeeshophouders in het kader en voor de duur van de fase van afbouw van het experiment, aan de door de betrokken burgemeester krachtens artikel 43 gestelde nadere regels.

Artikel 43. (nadere regels burgemeester)

De burgemeester van een deelnemende gemeente kan met inachtneming van artikel 42, in het kader en voor de duur van de duur van de fase van afbouw, ten aanzien van coffeeshophouders nadere regels stellen over de onderwerpen bedoeld in artikel 12, onderdelen a tot en met i, met dien verstande dat regels over:

  • a. de handelsvoorraad als bedoeld in artikel 12, onderdeel b, uitsluitend kunnen worden gesteld ten aanzien van de hennep of hasjiesj die wordt afgenomen van aangewezen telers,

  • b. het al dan niet toelaten tot de coffeeshops van anderen dan personen die hun werkelijke woonplaats hebben in Nederland of het verkopen van hennep of hasjiesj aan anderen dan deze personen, uitsluitend kunnen worden gesteld door de burgemeester van een deelnemende gemeente die niet tevens is aangemerkt als grensgemeente.

§ 10. Begeleiding en evaluatie van het experiment

Artikel 44. (volgen en evalueren van het experiment)

  • 1 De commissie, bedoeld in artikel 11 van de wet, wordt samengesteld uit leden die deskundig zijn op het terrein van volksgezondheid, veiligheid, openbare orde, ketentoezicht of lokaal bestuur en leden met expertise op het gebied van methodologie, experimenteer- of analysetechnieken. De voorzitter van de begeleidingscommissie is een hoogleraar op een van de genoemde terreinen.

  • 2 De commissie ziet erop toe dat het onderzoek dat ten behoeve van het experiment plaatsvindt, wordt uitgevoerd overeenkomstig het aan haar overgelegde vastgestelde onderzoeksplan voor de nulmeting, monitoring en evaluatie van het experiment. De rapportages over het uitgevoerde onderzoek worden door de commissie beoordeeld alvorens deze kunnen worden vastgesteld.

  • 3 De commissie doet zo nodig aan Onze Ministers aanbevelingen over de noodzaak om nieuw of aanvullend onderzoek te laten doen ten behoeve van het experiment of om voldoende resultaten te kunnen meten voor de evaluatie van het experiment.

  • 4 In het kader van de evaluatie wordt aan de hand van het vastgestelde onderzoeksplan door de onderzoekers in kaart gebracht of de coffeeshopketen gesloten is en welke effecten zijn opgetreden voor in ieder geval de volksgezondheid, criminaliteit, openbare orde en veiligheid en overlast.

  • 5 De commissie ziet toe op de uitvoering van de verschillende fasen van het onderzoek, die bestaan uit de uitvoering van de in het tweede lid bedoelde nulmeting, monitoring en evaluatie. Rapportages over het uitgevoerde onderzoek worden door de commissie beoordeeld alvorens deze kunnen worden vastgesteld. Ter uitvoering van artikel 11, derde lid, van de wet doet de commissie de aan haar overgelegde vastgestelde eindrapportage van de evaluatie, vergezeld van haar eigen bevindingen op basis van de evaluatie en zo nodig aanbevelingen, toekomen aan Onze Ministers.

§ 11. Toezicht en handhaving

Artikel 45. (bestuurlijke boete)

Artikel 46. (uitwisseling van gegevens en persoonsgegevens in het kader van toezicht en handhaving)

  • 1 Onze Ministers, de burgemeesters van de aangewezen gemeenten en de krachtens de wet aangewezen toezichthouders informeren elkaar over relevante feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de uitoefening van het toezicht op en de handhaving van het bij of krachtens de wet bepaalde. Zij kunnen in dat verband met inachtneming van de Algemene verordening gegevensbescherming, de volgende persoonsgegevens aan elkaar verstrekken en verder verwerken:

    • a. handelsnamen en persoonsnamen van de aangewezen teler en van diens rechtsgeldige vertegenwoordiger, de handelsnaam van de door de aangewezen teler ingeschakelde vervoerder en de door de voorgaande partijen opgegeven namen van de feitelijk leidinggevende of de contactpersoon,

    • b. adresgegevens van de aangewezen teler, waaronder de vestigingsplaatsen,

    • d. telefoonnummers waarop de aangewezen teler en de personen, bedoeld in onderdeel a, gedurende werktijden of openingstijden bereikbaar zijn.

  • 2 De gegevensverstrekking bedoeld in het eerste lid, vindt uitsluitend plaats in het kader van de uitoefening van het toezicht op en de handhaving van het bij of krachtens de wet bepaalde, voor de volgende doelen:

    • a. het waarborgen van de geslotenheid van de coffeeshopketen, en

    • b. in het belang van de volksgezondheid, veiligheid en de openbare orde.

  • 3 Onverminderd het tweede lid, vindt de gegevensverstrekking bedoeld in het eerste lid, in ieder geval plaats in geval van niet-naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen door een aangewezen teler of coffeeshophouder of in geval van een vermoeden dat die eisen niet worden nageleefd en in het geval toepassing wordt gegeven aan een bevoegdheid als bedoeld in artikel 9, 9a of 10, van de wet of artikel 34 van dit besluit.

  • 4 Indien de bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, wordt toegepast ten aanzien van een aangewezen teler wordt de burgemeester van de gemeente waar de hennep of hasjiesj wordt geproduceerd eveneens geïnformeerd.

§ 12. Slotbepalingen

Artikel 47. (inwerkingtreding)

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, en vervalt op het tijdstip dat de Wet experiment gesloten coffeeshopketen vervalt.

Artikel 48. (citeertitel)

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit experiment gesloten coffeeshopketen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 15 juni 2020

Willem-Alexander

De Minister voor Medische Zorg,

M.J. van Rijn

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Uitgegeven de negentiende juni 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Terug naar begin van de pagina