Regeling van het Fonds Podiumkunsten voor meerjarige instellingen voor aanvullende [...] van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding ervan

[Regeling vervalt per 01-01-2022.]
Geldend van 25-06-2020 t/m heden

Regeling van het Fonds Podiumkunsten voor meerjarige instellingen voor aanvullende ondersteuning in verband met gederfde inkomsten als gevolg van de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding ervan

Artikel 1. Definities

  • 2 Onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan:

    • a. publieksinkomsten; en

    • b. overige inkomsten, zijnde:

      • 1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;

      • 2°. indirecte opbrengsten; en

      • 3°. overige bijdragen.

  • 3 Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:

    • a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;

    • b. overige bijdragen uit publieke middelen;

    • c. rentebaten;

    • d. bijdragen in natura;

    • e. kapitalisatie van vrijwilligers;

    • f. waardering vrijkaarten; en

    • g. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.

Artikel 2. Doel

Met het oog op de instandhouding van vitale onderdelen in de Nederlandse culturele infrastructuur kent het bestuur in het kader van deze regeling subsidie toe aan meerjarige instellingen die als gevolg van de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding ervan worden geconfronteerd met inkomstenderving.

Artikel 3. Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan meerjarige instellingen, voor zover die op grond van de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19 niet reeds in aanmerking komen voor subsidie in de hoedanigheid van producerende BIS-instelling.

Artikel 4. Voorwaarden

  • 1 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt, voor zover:

    • a. de door de instelling verworven eigen inkomsten over het jaar 2018, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar, ten minste 15 procent bedragen van de totale baten van die instelling; en

    • b. aan de instelling niet reeds voor hetzelfde doel subsidie is verstrekt door een ander fonds als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid.

  • 2 Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet een geheel getal is, wordt dat getal naar beneden afgerond, indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, en naar boven afgerond, indien dat cijfer een 5 of hoger is.

  • 3 Het bestuur kan bij het vaststellen van het percentage eigen inkomsten bepaalde eigen inkomsten buiten beschouwing laten, indien deze door de instelling in de jaarrekening zijn verantwoord op een wijze die tot oneigenlijk gebruik van deze regeling zou leiden.

Artikel 5. Hoogte subsidiebedrag

  • 1 De subsidie bedraagt 45 procent van de gemiddeld over de jaren 2017 en 2018 verworven eigen inkomsten van de instelling, blijkend uit de jaarrekeningen die betrekking hebben op die jaren, onder aftrek van een bedrag dat gelijk is aan 25 procent van de reserves van de instelling per ultimo 2018.

  • 2 De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt

    • a. gemaximeerd op een bedrag dat gelijk is aan 300 procent van het totaal aan structurele subsidies van bestuursorganen die aan de instelling zijn verstrekt ten behoeve van haar exploitatie in 2018; en

    • b. naar boven afgerond op honderd euro’s.

  • 3 In afwijking van het eerste lid, wordt bij de daar bedoelde berekening 20 procent van de gemiddeld over de jaren 2017 en 2018 verworven eigen inkomsten van de instelling in aanmerking genomen, voor zover het instellingen betreft waarvan de hoofdpublieksactiviteit niet in 2020 zou plaatsvinden of reeds heeft plaatsgevonden voor 13 maart 2020.

  • 4 Indien het subsidieplafond door toepassing van het bepaalde in de leden 1 tot en met 3 zou worden overschreden, worden de te verlenen subsidiebedragen naar rato verlaagd tot het niveau waarbinnen het totaal beschikbare bedrag volledig kan worden benut.

Artikel 6. Ambtshalve verstrekking

Het bestuur verleent de subsidie zonder voorafgaande aanvraag.

Artikel 8. Reservering

  • 1 Voor zover het bedrag van een verleende subsidie na uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig het bepaalde in deze regeling niet is besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt, kan het worden gereserveerd. De aldus gereserveerde middelen kunnen uitsluitend worden besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie werd verstrekt.

  • 2 Het bestuur kan voor een of meer subsidieontvangers of voor een categorie subsidieontvangers een maximaal percentage van het verleende subsidie of een maximaal bedrag vaststellen waarboven het totaal van de reservering, bedoeld in het eerste lid, niet uitkomt.

Artikel 9. Verantwoording

  • 1 De verantwoording van het subsidie wordt meegenomen in de verantwoording van de meerjarige activiteitensubsidie 2017–2020.

  • 3 Subsidie dat niet wordt besteed moet worden verantwoord als ‘reserve COVID-19’.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling van het Fonds Podiumkunsten voor meerjarige instellingen voor aanvullende ondersteuning in verband met gederfde inkomsten als gevolg van de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding ervan.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Het bestuur van het Fonds Podiumkunsten,

H. Post,

directeur / bestuurder

Terug naar begin van de pagina