Warenwetbesluit uitvoering verordening wederzijdse erkenning

Geraadpleegd op 11-08-2022.
Geldend van 09-06-2020 t/m heden

Besluit van 25 mei 2020, houdende vaststelling van regels in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2019/515 betreffende de wederzijdse erkenning van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht (Warenwetbesluit uitvoering verordening wederzijdse erkenning)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Medische Zorg van 16 april 2020, kenmerk 1669877-203857-WJZ;

Gelet op Verordening (EU) 2019/515 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende de wederzijdse erkenning van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 764/2008 (PbEU 2019, L 91) en de artikelen 13 en 32b van de Warenwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 7 mei 2020, no.W13.20.0118/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Medische Zorg van 19 mei 2020, kenmerk 1686890-203857-WJZ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder verordening (EU) 2019/515: Verordening (EU) 2019/515 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende de wederzijdse erkenning van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 764/2008 (PbEU 2019, L 91).

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 25 mei 2020

Willem-Alexander

De Minister voor Medische Zorg,

M.J. van Rijn

Uitgegeven de achtste juni 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Naar boven