Regeling maatregelen Sars-CoV-2 bij nertsen

Geldend van 10-07-2020 t/m 31-07-2020

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 20 mei 2020, nr. WJZ/ 20128385, houdende maatregelen vanwege besmetting van SARS-CoV-2 bij nertsen

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 15, eerste lid, 17 en 22 van de Gezondheid- en welzijnswet voor dieren;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepaling

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • emissie-arm aanwenden van mest: het gebruik van meststoffen overeenkomstig het bij en krachtens artikel 5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet bepaalde;

    • hygiëneprotocol: set praktische hygiëneregels ter bevordering van de bioveiligheid in een specifieke situatie, zoals bekendgemaakt op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

    • mest: uitwerpselen en urine van dieren, met of zonder strooisel;

    • nertsenhouderij: bedrijf of een gedeelte daarvan, als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Meststoffenwet, dienende tot het houden van nertsen, zulks beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden;

    • nertsenverblijfplaats: ruimte, kooi, terrein of gebouw, met uitzondering van woonruimte, waar nertsen aanwezig zijn of gewoonlijk worden gehouden en aanverwante ruimtes waar materiaal ten behoeve van nertsen is opgeslagen of gewoonlijk wordt opgeslagen;

    • onderzoeksprotocol: set praktische regels over de uitvoering van bloedonderzoek bij nertsen, zoals bekendgemaakt op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

    • vervoer: vervoer over de openbare weg, met of zonder vervoermiddel;

    • vervoermiddel: voertuig en materieel, met inbegrip van een combinatie van een voertuig en één of meer door dat voertuig voortbewogen aanhangwagens, opleggers of containers.

  • 2 Onder vervoer wordt mede verstaan: aanvoer en afvoer.

Paragraaf 2. Onderzoeksmaatregelen

Artikel 2. Screeningsonderzoek

Een houder van nertsen laat uiterlijk 5 juni 2020 bloed afnemen bij de dieren en laat dit onderzoeken op de aanwezigheid SARS-CoV-2 door het laboratorium van de Gezondheidsdienst voor Dieren overeenkomstig het onderzoeksprotocol.

Artikel 3. Early warning

Een houder van nertsen zendt één maal per week de kadavers van natuurlijk gestorven nertsen van minimaal de speenleeftijd, met een maximum van vijf kadavers per week, aan de Gezondheidsdienst voor Dieren en laat deze door de Gezondheidsdienst voor Dieren onderzoeken op SARS-CoV-2.

Paragraaf 2a. Vervoersmaatregelen

Artikel 3b. Vervoer nertsenmest

  • 1 Het is verboden mest van nertsen te vervoeren of aan te wenden.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op de afvoer van mest vanaf nertsenhouderijen ten aanzien waarvan:

    • a. geen maatregelen als bedoeld in artikel 22 van de wet zijn genomen;

    • b. de resultaten van het wekelijkse onderzoek, bedoeld in artikel 3, ten minste twee achtereenvolgende weken negatief zijn; en

    • c. indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het derde lid.

  • 3 De voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, zijn:

    • a. ingeval van drijfmest, wordt de mest rechtstreeks vervoerd naar:

      • 1°. een locatie waar de mest vervolgens, zo nodig na een tussentijdse opslag op die locatie, emissie-arm wordt aangewend;

      • 2°. een locatie met een mestopslagplaats waarin de mest vervolgens ten minste drie weken wordt opgeslagen; of

      • 3°. een biogasinstallatie waarin de mest vervolgens wordt verhit tot een temperatuur van ten minste 70 graden Celsius;

    • b. ingeval van vaste mest, blijkt uit de administratie van de nertsenhouder dat de mest ten minste drie weken voor de afvoer is opgeslagen op de nertsenhouderij;

    • c. het vervoer, de opslag en aanwending vindt plaats overeenkomstig een hygiëneprotocol; en

    • d. ten minste 24 uur voorafgaand aan het vervoer zij aan de minister de volgende gegevens gemeld:

      • 1°. de afvoerdatum;

      • 2°. de bestemming van het vervoer;

      • 3°. het aantal transporten;

      • 4°. het type mest; en

      • 5°. de hoeveelheid te vervoeren mest.

Paragraaf 2b. Maatregelen bezoekers

Artikel 3c. Bezoekersverbod nertsenhouderij

  • 1 Het is bezoekers verboden een nertsenverblijfplaats alsmede een niet deugdelijk fysiek van die verblijfplaats afgescheiden woonruimte of ander deel van een nertsenhouderij te betreden.

  • 2 In afwijking van het eerste lid is het toegestaan een nertsenverblijfplaats te betreden, indien:

    • a. het bezoek noodzakelijk is in het kader van volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn of gezondheid van in de stal aanwezige personen;

    • b. het bezoek plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol; en

    • c. de bezoeker het bezoek registreert.

  • 3 In afwijking van het tweede lid zijn de onderdelen b en c van dat lid niet van toepassing, indien een acute noodsituatie zich tegen toepassing van die onderdelen verzet.

  • 4 In afwijking van het eerste lid is het toegestaan een nertsenverblijfplaats te betreden, indien:

    • a. het bezoek betreft van personeel van de inrichting waarvan de nertsenverblijfplaats onderdeel uitmaakt; en

    • b. het bezoek plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol.

  • 5 Het is een houder van nertsen verboden om een bezoeker toe te laten tot de in het eerste lid bedoelde ruimtes, tenzij het bezoek betreft als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid.

  • 6 Het eerste tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het vervoermiddel van een bezoeker.

Artikel 3d. Registratieplicht bezoekers nertsenhouderij

Een houder van nertsen houdt een register bij van alle bezoeken aan een nertsenverblijfplaats, niet deugdelijk fysiek van die verblijfplaats afgescheiden woonruimte of ander deel van een inrichting, waarin ten minste zijn opgenomen:

  • a. naam, adres en woonplaats van de bezoeker;

  • b. voor zover de bezoeker een vervoermiddel heeft gebruikt: soort en kenteken van het vervoermiddel;

  • c. reden van het bezoek; en

  • d. datum en tijdstip van aankomst en vertrek van de bezoeker.

Paragraaf 2c. Overige maatregelen

Artikel 3e. Hygiënemaatregelen

  • 1 Het is verboden een nertsenhouderij te betreden en te verlaten.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien een hygiëneprotocol is nageleefd.

Artikel 3f. Maatregelen katten, honden en fretten op nertsenhouderij

Een houder van nertsen neemt maatregelen om zoveel mogelijk te voorkomen dat:

  • a. op de nertsenhouderij aanwezige katten, honden of fretten de nertsenhouderij verlaten;

  • b. er katten, honden of fretten van buitenaf op de nertsenhouderij komen.

Artikel 3g. Opslag van mest afkomstig van niet-besmette nertsenhouderijen

  • 1 De exploitant van een mestopslagplaats of een biogasinstallatie houdt in zijn administratie ten aanzien van mest die onder toepassing van artikel 3b, derde lid, onder a, onder 2° of 3° respectievelijk is opgeslagen of verhit, gegevens bij over:

    • a. de datum waarop de mest aan hem is afgeleverd;

    • b. de herkomst van de mest;

    • c. de hoeveelheid aangevoerde mest;

    • d. de datum waarop de mest is afgevoerd; en

    • e. in voorkomend geval de bestemming van de afgevoerde mest.

Paragraaf 4. Overige bepalingen

Artikel 8

Deze regeling wordt bekendgemaakt op www.rijksoverheid.nl en treedt onmiddellijk na haar bekendmaking op het internet in werking.1

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 20 mei 2020

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.J. Schouten

  1. 20 mei 2020, 23:29 uur.

    ^ [1]
Terug naar begin van de pagina