Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma aanvullend op voorschoolse educatie 2020–2021

[Regeling vervallen per 01-01-2022.]
Geraadpleegd op 03-07-2022.
Geldend van 23-07-2021 t/m 31-12-2021

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 3 juni 2020, nr. 24605150, houdende regels voor subsidieverstrekking voor een inhaal- en ondersteuningsprogramma aanvullend op de voorschoolse educatie om peuters met een indicatie voor voorschoolse educatie extra ondersteuning te bieden vanwege achterstanden, veroorzaakt door de sluiting van kindercentra vanwege COVID-19 (Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma aanvullend op voorschoolse educatie 2020)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

[Regeling vervallen per 01-01-2022]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

  • houder van een kindercentrum: houder van een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang;

  • inhaal- en ondersteuningsprogramma ve: programma als bedoeld in artikel 3, tweede lid;

  • instelling: kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang, dat met een aanbod van voorschoolse educatie is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang en dat voorschoolse educatie verzorgt aan ve-peuters;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • Minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;

  • subsidieontvanger: houder van een kindercentrum die ten behoeve van zijn instelling subsidie ontvangt;

  • ve-peuter: kind, dat een indicatie voor voorschoolse educatie had ten tijde van een sluiting van de instelling door COVID-19 dan wel een indicatie voor voorschoolse educatie heeft ten tijde van de uitvoering van het programma als bedoeld in artikel 3, tweede lid.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

[Regeling vervallen per 01-01-2022]

  • 1 De Minister verstrekt subsidie aan een houder van een kindercentrum om op een instelling een inhaal- en ondersteuningsprogramma ve te organiseren in de periode vanaf de dag na de ontvangst van de subsidieaanvraag tot en met 9 januari 2022 voor ten minste drie ve-peuters.

  • 2 Een inhaal- en ondersteuningsprogramma ve is een aanbod waar ve-peuters gebruik van maken vanwege achterstanden als gevolg van de uitbraak van COVID-19:

    • a. van minimaal 1 week, aanvullend op maar buiten het reguliere programma en buiten de reguliere weken van voorschoolse educatie, met als doel om een ve-peuter extra ondersteuning te bieden van ten minste 10 uur en ten hoogste 16 uur per week; of

    • b. aanvullend op maar buiten het reguliere programma, in de reguliere weken van voorschoolse educatie, met als doel om een ve-peuter extra ondersteuning te bieden van ten minste 1 uur per week gedurende meerdere weken, waarbij het maximum totale aanbod van 6 uur per dag niet wordt overschreden.

  • 3 Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor activiteiten waarvoor de instelling reeds vanuit het Rijk of een gemeente bekostiging ontvangt.

Artikel 4. Subsidieplafond

[Regeling vervallen per 01-01-2022]

Voor de subsidieverstrekking op grond van deze regeling is een subsidiebedrag van ten hoogste € 10.700.000,00 beschikbaar.

Artikel 5. Subsidiebedrag

[Regeling vervallen per 01-01-2022]

Het subsidiebedrag bestaat uit:

  • a. een vast bedrag voor de coördinatie van het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve, ten bedrage van € 500,00 per instelling; en

  • b. een variabel bedrag voor de uitvoering van het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve, dat wordt berekend door het aantal ve-peuters dat naar verwachting zal deelnemen aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder b, te vermenigvuldigen met € 12,50 voor elk klokuur per week, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder c en dat te vermenigvuldigen met het aantal weken, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder d.

Artikel 6. Wijze van verdeling beschikbare middelen

[Regeling vervallen per 01-01-2022]

  • 1 Indien de middelen, bedoeld in artikel 4 ontoereikend zijn om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, worden de aanvragen door middel van loting gerangschikt.

  • 2 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het subsidiebedrag, bedoeld in artikel 5, een overschrijding van het subsidieplafond zou voorkomen, laat de Minister de loting, bedoeld in het eerste lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het subsidieplafond voor ten minste 90% van het subsidiebedrag waarvoor subsidie is aangevraagd subsidie toegekend.

Artikel 7. Subsidieaanvraag

[Regeling vervallen per 01-01-2022]

  • 1 Een houder van een kindercentrum kan voor elk van zijn instellingen afzonderlijk een subsidieaanvraag indienen, voor een inhaal- en ondersteuningsprogramma als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, b of beide, van 1 augustus 2021 tot en met 10 september 2021.

  • 2 Aanvragen die na de einddatum van het desbetreffende aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.

  • 3 Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat is te vinden op de website www.dus-i.nl.

  • 4 In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling bevat de aanvraag:

    • a. een vermelding van de instelling, inclusief LRK-nummer, waarvoor subsidie voor het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve wordt aangevraagd;

    • b. een prognose van het aantal ve-peuters dat naar verwachting zal deelnemen aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve;

    • c. het aantal klokuren per week dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve omvat;

    • d. het aantal weken per ve-peuter waarin het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve zal worden aangeboden;

    • e. een verklaring:

      • i. dat de geprognosticeerde peuters ve-peuters zijn;

      • ii. indien de aanvraag betrekking heeft op een inhaal- en ondersteuningsprogramma ve als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, dat het programma aanvullend op, maar buiten het reguliere programma en buiten de reguliere weken van voorschoolse educatie wordt aangeboden;

      • iii. indien de aanvraag betrekking heeft op een inhaal- en ondersteuningsprogramma ve als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, dat het programma aanvullend op, maar buiten het reguliere programma van voorschoolse educatie wordt aangeboden;

      • iv. dat geen subsidie wordt aangevraagd voor activiteiten waarvoor de instelling reeds vanuit het Rijk of een gemeente wordt gefinancierd; en

      • v. dat de gemeente waar de instelling is gevestigd op de hoogte is van het doen van deze aanvraag.

Artikel 8. Subsidieverplichtingen

[Regeling vervallen per 01-01-2022]

  • 1 Voor deelname aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve wordt aan ouders of verzorgers van de ve-peuters geen vergoeding gevraagd.

  • 2 Onverminderd de verplichtingen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Kaderregeling, voert de subsidieontvanger een overzichtelijke, controleerbare en doelmatige administratie die zo is ingericht dat daaruit te allen tijde kan worden afgeleid hoeveel ve-peuters aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve hebben deelgenomen.

  • 3 Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s ve waarvoor subsidie is aangevraagd kunnen worden uitgevoerd tot en met uiterlijk 9 januari 2022.

  • 6 Onverminderd artikel 5.7 van de Kaderregeling maakt de subsidieontvanger er bij de Minister melding van indien:

    • a. het aantal ve-peuters dat aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve heeft deelgenomen, minder is dan 85% van het aantal ve-peuters waarvoor subsidie is verstrekt; en

    • b. indien het aantal uren dan wel het aantal weken dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve daadwerkelijk is aangeboden minder is dan het aantal waarvoor subsidie is verstrekt.

Artikel 9. Subsidieverstrekking, betaling en verantwoording

[Regeling vervallen per 01-01-2022]

  • 1 De subsidies worden verleend binnen acht weken na afloop van de aanvraagtermijn. De Minister stelt de subsidie ambtshalve vast binnen 22 weken na 9 januari 2022 of na het verstrijken van de voor het aanleveren van de op grond van het tweede lid opgevraagde gegevens gestelde termijn dan wel binnen 22 weken na ontvangst van de op grond van het tweede lid opgevraagde gegevens.

  • 2 De subsidieontvanger toont op verzoek van de Minister aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.

  • 3 De activiteiten gelden als volledig verricht, indien:

    • a. ten minste 85% van het aantal ve-peuters waarvoor subsidie is verstrekt aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve heeft deelgenomen; en

    • b. het aantal klokuren en weken waarvoor subsidie is verstrekt, volledig is aangeboden.

  • 4 Indien het aantal ve-peuters dat aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve heeft deelgenomen, minder is dan 85% van het aantal ve-peuters waarvoor subsidie is verstrekt stelt de Minister de subsidie naar evenredigheid lager vast.

  • 5 Indien het aantal klokuren dan wel het aantal weken dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve daadwerkelijk is aangeboden minder is dan het aantal waarvoor subsidie is verstrekt stelt de Minister de subsidie naar evenredigheid lager vast indien het bedrag van de lagere vaststelling hoger is dan 10% van het verleende subsidiebedrag.

  • 6 De Minister verstrekt een voorschot van 100%, en betaalt dat voorschot in één keer.

Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum

[Regeling vervallen per 01-01-2022]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 12. Citeertitel

[Regeling vervallen per 01-01-2022]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma aanvullend op voorschoolse educatie 2020–2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Naar boven