Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020–2021

[Regeling vervalt per 01-01-2022.]
Geldend van 15-04-2021 t/m 31-05-2021

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 20 mei 2020, KO/24488749, houdende regels voor subsidieverstrekking voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s om leerlingen en deelnemers extra ondersteuning te bieden vanwege leer- en ontwikkelachterstanden of studievertraging, veroorzaakt door de sluiting van scholen of instellingen als gevolg van de uitbraak van COVID-19 (Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020–2021)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluiten:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister verstrekt subsidie aan een bevoegd gezag dat in 2020 en 2021 een inhaal- en ondersteuningsprogramma organiseert voor:

    • a. leerlingen in een kwetsbare positie met een onderwijsachterstand of een vergroot risico op leer- en ontwikkelachterstanden, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van scholen als gevolg van de uitbraak van COVID-19;

    • b. studenten in een kwetsbare positie met studievertraging of een vergroot risico op studievertraging, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van instellingen in het middelbaar beroepsonderwijs als gevolg van de uitbraak van COVID-19;

    • c. studenten met studievertraging in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in artikel 7.2.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van instellingen in het middelbaar beroepsonderwijs als gevolg van de uitbraak van COVID-19;

    • d. vavo-studenten met studievertraging, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van instellingen als gevolg van de uitbraak van COVID-19, aan een uit ’s Rijks kas bekostigde opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs;

    • e. deelnemers aan een opleiding overige educatie met studievertraging, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs als gevolg van de uitbraak van COVID-19; of

    • f. alle leerlingen, studenten, vavo-studenten en deelnemers op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die onderwijs volgen aan een school of instelling.

  • 2 De minister verstrekt subsidie met als doel dat de leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers die het inhaal- en ondersteuningsprogramma volgen, een reëel perspectief hebben op het wegwerken dan wel inhalen van de opgelopen onderwijsachterstanden, leer- en ontwikkelachterstanden dan wel studievertraging.

  • 3 Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:

    • a. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage;

    • b. activiteiten waarvoor de minister reeds op grond van een andere regeling subsidie heeft verstrekt;

    • c. activiteiten tijdens het reguliere onderwijsprogramma; of

    • d. kosten voor de aanschaf van elektronische apparaten, niet zijnde afschrijvingskosten als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, van de Kaderregeling.

Artikel 4. Subsidieaanvraag

  • 1 In 2020 kan een subsidieaanvraag in de volgende tijdvakken worden ingediend:

    • a. van 2 juni 2020 tot en met 21 juni 2020;

    • b. van 18 augustus 2020 tot en met 18 september 2020; of

    • c. indien na het aanvraagtijdvak, bedoeld onder b, het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, nog niet is bereikt, van 19 oktober 2020 tot en met 1 november 2020.

  • 2 In 2021 kan een subsidieaanvraag in de volgende tijdvakken worden ingediend:

    • a. van 15 april 2021 tot en met 2 mei 2021; of

    • b. indien na het aanvraagtijdvak, bedoeld onder a, het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, nog niet is bereikt, van 1 juni 2021 tot en met 13 juni 2021.

  • 3 Aanvragen die na de einddatum van het desbetreffende aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.

  • 4 Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat is te vinden op de website www.dus-i.nl.

  • 5 In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling bevat de aanvraag:

    • a. een vermelding van de scholen of instellingen, die het inhaal- en ondersteuningsprogramma, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zullen aanbieden;

    • b. een prognose van het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers per school of instelling dat zal deelnemen aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma;

    • c. een beschrijving van de wijze waarop het inhaal- en ondersteuningsprogramma wordt vormgegeven;

    • d. een prognose van het aantal klokuren dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma omvat per groep leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers;

    • e. indien van toepassing een vermelding en beschrijving van derde partijen waarmee wordt samengewerkt en een beschrijving van de aard van de samenwerking; en

    • f. indien van toepassing de naam van de gemeente waarmee wordt samengewerkt.

  • 6 Een bevoegd gezag kan per aanvraagtijdvak ten hoogste één aanvraag indienen. Deze aanvraag kan evenwel op meerdere inhaal- en ondersteuningsprogramma’s en meerdere scholen of instellingen van het bevoegd gezag betrekking hebben.

Artikel 5. Subsidieplafonds 2020

  • 3 Indien één van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, niet volledig wordt benut, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor de desbetreffende sector of onderwijssoort, bedoeld in het tweede lid.

  • 4 Indien één of meer van de bedragen, bedoeld in het tweede lid, al dan niet vermeerderd met een bedrag als bedoeld in het derde lid, niet volledig wordt benut, is het resterende bedrag voor de desbetreffende sector of onderwijssoort beschikbaar voor subsidieverstrekking voor het derde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c.

  • 6 Indien een subsidieaanvraag op meerdere sectoren of onderwijssoorten betrekking heeft, zijn meerdere subsidieplafonds van toepassing.

Artikel 5a. Subsidieplafonds 2021

  • 2 Indien één of meer van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, niet volledig wordt benut, is het resterende bedrag voor de desbetreffende sector of onderwijssoort beschikbaar voor subsidieverstrekking voor het tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder b.

  • 3 Indien een subsidieaanvraag op meerdere sectoren of onderwijssoorten betrekking heeft, zijn meerdere subsidieplafonds van toepassing.

Artikel 6. Subsidiebedrag

  • 1 Het subsidiebedrag wordt berekend door het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers dat volgens de prognose, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder b, naar verwachting zal deelnemen aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma, te vermenigvuldigen met € 900,–, met dien verstande dat het resulterende subsidiebedrag wordt verlaagd voor zover dat bedrag een maximumbedrag als bedoeld in artikel 7 overschrijdt.

  • 2 Voor subsidieontvangers op Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt het in het eerste lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 7. Maximumbedrag per school en instelling 2020

  • 1 Per school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 1 van de Wet op de expertisecentra kan in 2020 voor ten hoogste 10% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd. Indien die school een positieve achterstandsscore heeft in het kader van de bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding, blijkend uit de door het Centraal Bureau voor de Statistiek op basis van artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO op 6 februari 2020 aan de minister verstrekte gegevens, mag per school voor ten hoogste 20% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd.

  • 2 Per school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs kan in 2020 voor ten hoogste 10% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd. Indien die school in 2020 in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging uit de Regeling leerplusarrangement vo, kan per school voor ten hoogste 20% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd.

  • 3 Per instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs kan in 2020 voor de bekostigde studenten voor ten hoogste het aantal bekostigde studenten dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven aan de instelling dat afkomstig is uit een armoedeprobleemcumulatiegebied plus 7,354% van het aantal overige bekostigde studenten dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven aan de instelling, subsidie worden aangevraagd. In het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, kan voor ten hoogste 50% van het bedrag, wat volgt uit de berekening in de eerste volzin, subsidie worden aangevraagd.

  • 4 Per instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs kan in 2020 voor ten hoogste 50% van het aantal bekostigde vavo-studenten aan een uit ’s Rijks bekostigde opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven aan de instelling subsidie worden aangevraagd.

  • 6 Voor een school op Bonaire, Sint Eustatius of Saba en voor de beroepsopleidingen van Scholengemeenschap Bonaire, kan voor alle bekostigde leerlingen, studenten, vavo-studenten en deelnemers die op 1 oktober 2019 stonden ingeschreven subsidie worden aangevraagd.

Artikel 7a. Maximumbedrag per school en instelling 2021

  • 1 Per school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 1 van de Wet op de expertisecentra kan in 2021 voor ten hoogste 10% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd. Indien die school een positieve achterstandsscore heeft in het kader van de bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding, blijkend uit de door het Centraal Bureau voor de Statistiek op basis van artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO op 5 februari 2021 aan de minister verstrekte gegevens, mag per school voor ten hoogste 20% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd.

  • 2 Per school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs of afdeling voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc kan in 2021 voor ten hoogste 10% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven op de school of het aoc subsidie worden aangevraagd. Indien die school of dat aoc in 2021 in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging uit de Regeling leerplusarrangement vo, kan per school of aoc voor ten hoogste 20% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven op de school of het aoc subsidie worden aangevraagd.

  • 3 Per instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs kan in 2021 voor de bekostigde studenten voor ten hoogste het aantal bekostigde studenten dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven aan de instelling dat afkomstig is uit een armoedeprobleemcumulatiegebied plus 5,9305% van het aantal overige bekostigde studenten dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven aan de instelling, subsidie worden aangevraagd. In het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a, kan voor ten hoogste 25% van het bedrag, wat volgt uit de berekening in de eerste volzin, subsidie worden aangevraagd.

  • 4 Per instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs kan in 2021 voor ten hoogste 25% van het aantal bekostigde vavo-studenten aan een uit ’s Rijks bekostigde opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven aan de instelling subsidie worden aangevraagd.

  • 6 Voor een school op Bonaire, Sint Eustatius of Saba en voor de beroepsopleidingen van Scholengemeenschap Bonaire, kan in 2021 voor alle bekostigde leerlingen, studenten, vavo-studenten en deelnemers die op 1 oktober 2020 stonden ingeschreven subsidie worden aangevraagd.

Artikel 8. Verdeling subsidiebedragen funderend onderwijs 2020

  • 2 Indien de middelen, bedoeld in het eerste lid, ontoereikend zijn om alle aanvragen van de scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc met voorrang toe te wijzen, worden de desbetreffende aanvragen door middel van loting gerangschikt.

  • 3 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, een overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het tweede lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per school, bedoeld in artikel 7, onverkort in acht worden genomen.

  • 4 Indien na toepassing van het eerste lid binnen het desbetreffende subsidieplafond nog middelen resteren, worden de aanvragen voor de overige scholen door middel van loting gerangschikt.

  • 5 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, een overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het vierde lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per school, bedoeld in artikel 7, onverkort in acht worden genomen.

  • 6 Indien voor een sector of onderwijssoort sprake is van een derde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, en artikel 5, vierde lid, worden de aanvragen voor de desbetreffende sector of onderwijssoort op volgorde van binnenkomst gerangschikt.

Artikel 8a. Verdeling subsidiebedragen funderend onderwijs 2021

  • 1 Indien de middelen, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onder a of b, ontoereikend zijn om alle aanvragen toe te wijzen, worden de aanvragen op de volgende wijze gerangschikt:

    • a. eerst wordt voorrang verleend aan de aanvragen van scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc waaraan in 2020 geen subsidie op grond van deze regeling is verstrekt;

    • b. vervolgens wordt voorrang verleend aan de aanvragen van scholen die een positieve achterstandsscore hebben als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc die in aanmerking komen voor aanvullende bekostiging uit de Regeling leerplusarrangement vo, en scholen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

    • c. ten slotte wordt beslist op de aanvragen van overige scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc die niet vallen onder een categorie als bedoeld onder a of b.

  • 2 Indien de middelen als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onder a of b, ontoereikend zijn om alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, toe te wijzen, worden de desbetreffende aanvragen door middel van loting gerangschikt.

  • 3 Indien er voldoende middelen als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onder a of b, zijn om alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, toe te wijzen, maar die middelen vervolgens ontoereikend zijn om tevens alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder b, toe te wijzen, worden de aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder b, door middel van loting gerangschikt.

  • 4 Indien er voldoende middelen als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onder a of b, zijn om alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, toe te wijzen, maar die middelen vervolgens ontoereikend zijn om tevens alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder c, toe te wijzen, worden de aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder c, door middel van loting gerangschikt.

  • 5 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, een loting als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid zou voorkomen, laat de minister die loting achterwege. In dat geval wordt aan de betreffende scholen of afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal leerlingen is aangevraagd de subsidie toegekend.

Artikel 9. Verdeling subsidiebedragen mbo

  • 2 Indien de middelen, bedoeld in het eerste lid, ontoereikend zijn om alle aanvragen van de instellingen met voorrang toe te wijzen, worden de desbetreffende aanvragen door middel van loting gerangschikt.

  • 3 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal studenten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, een overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het tweede lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal studenten waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per instelling, bedoeld in artikel 7, onverkort in acht worden genomen.

  • 4 Indien na toepassing van het eerste lid binnen het desbetreffende subsidieplafond nog middelen resteren, worden de aanvragen voor de overige instellingen door middel van loting gerangschikt.

  • 5 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal studenten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, een overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het vierde lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal studenten waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per instelling, bedoeld in artikel 7, onverkort in acht worden genomen.

Artikel 10. Verdeling subsidiebedragen vavo en overige educatie

  • 2 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal vavo-studenten of deelnemers, bedoeld in artikel 6, eerste lid, een overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het eerste lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal vavo-studenten of deelnemers waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per instelling, bedoeld in artikel 7 en 7a, onverkort in acht worden genomen.

Artikel 12. Subsidieverplichtingen

  • 1 Voor deelname aan een inhaal- en ondersteuningsprogramma wordt aan de deelnemende leerlingen, studenten, vavo-studenten, deelnemers of ouders of verzorgers geen vergoeding gevraagd.

  • 2 Onverminderd de verplichtingen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Kaderregeling, voert de subsidieontvanger een overzichtelijke, controleerbare en doelmatige administratie die zo is ingericht dat daaruit te allen tijde kan worden afgeleid hoeveel leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma hebben deelgenomen en hoeveel leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers het programma hebben afgerond.

  • 3 Indien de activiteiten geheel of gedeeltelijk door een derde partij worden uitgevoerd, bedingt de subsidieontvanger bij deze partij dat zij meewerkt aan een mogelijke evaluatie als bedoeld in artikel 5.4 van de Kaderregeling.

  • 4 De inhaal- en ondersteuningsprogramma’s waarvoor in 2021 subsidie is verstrekt, omvatten per school of instelling gemiddeld minimaal 25 uur per programma.

  • 5 Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s waarvoor subsidie is verstrekt in 2020 worden uitgevoerd in de volgende periode:

  • 6 Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s waarvoor subsidie is verstrekt in 2021 worden uitgevoerd in de volgende periode:

  • 7 Na afronding van de periode, bedoeld in het vijfde of zesde lid, meldt de subsidieontvanger binnen twee maanden het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond aan de minister.

Artikel 13. Subsidievaststelling, betaling en verantwoording voor bekostigde onderwijsinstellingen

  • 2 De minister betaalt het subsidiebedrag in een keer.

  • 4 De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat:

    • a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht;

    • b. minimaal 85% van het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond; en

    • c. is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

  • 5 Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 6 De activiteiten worden aangemerkt als zijnde volledig uitgevoerd indien ten minste 85% van het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond.

  • 7 De subsidieontvanger maakt er bij de minister melding van indien het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond, minder is dan 85% van het aantal leerlingen, studenten, vavo-studenten of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt. In dat geval stelt de minister de subsidie naar evenredigheid lager vast.

Artikel 14. Subsidieverlening, betaling en verantwoording vanaf € 125.000 voor bekostigde onderwijsinstellingen

[Vervallen per 16-03-2021]

Artikel 15. Subsidieverstrekking, betaling en verantwoording voor niet-bekostigde onderwijsinstellingen

  • 2 De minister verleent een voorschot van 100% en betaalt het subsidiebedrag in een keer.

  • 6 Een subsidie als bedoeld in het vijfde lid wordt lager vastgesteld voor zover:

    • a. de totale kosten lager zijn dan het verleende subsidiebedrag van € 900,– per deelnemer;

    • b. de subsidie niet is besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend; of

    • c. minder dan 85% van het aantal deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond.

  • 7 De ontvanger van een subsidie als bedoeld in het vijfde lid maakt er bij de minister melding van indien het aantal deelnemers dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond, minder is dan 85% van het aantal deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt.

Artikel 17. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 17a. Overgangsbepaling aanpassing verantwoordingsregime

De minister neemt voor de subsidies die zijn verleend op grond van artikel 14, zoals dat luidde op het moment van subsidieverlening, uiterlijk op 1 april 2021 een beschikking tot directe subsidievaststelling onder toepassing van artikel 13. Deze beschikking tot vaststelling treedt daarbij in de plaats van de eerdere beschikking tot subsidieverlening.

Artikel 18. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020–2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Terug naar begin van de pagina