Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020–2021

[Regeling vervalt per 01-01-2022.]
Geldend van 11-07-2020 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 20 mei 2020, KO/24488749, houdende regels voor subsidieverstrekking voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s om leerlingen en deelnemers extra ondersteuning te bieden vanwege leer- en ontwikkelachterstanden of studievertraging, veroorzaakt door de sluiting van scholen of instellingen als gevolg van de uitbraak van COVID-19 (Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020–2021)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluiten:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister verstrekt subsidie aan een bevoegd gezag dat in 2020 en 2021 een inhaal- en ondersteuningsprogramma organiseert voor:

    • a. leerlingen in een kwetsbare positie met een onderwijsachterstand of een vergroot risico op leer- en ontwikkelachterstanden, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van scholen als gevolg van de uitbraak van COVID-19;

    • b. deelnemers in een kwetsbare positie met studievertraging of een vergroot risico op studievertraging, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van instellingen in het middelbaar beroepsonderwijs als gevolg van de uitbraak van COVID-19;

    • c. deelnemers met studievertraging in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in artikel 7.2.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van instellingen in het middelbaar beroepsonderwijs als gevolg van de uitbraak van COVID-19;

    • d. deelnemers met studievertraging, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van instellingen als gevolg van de uitbraak van COVID-19, aan een uit ’s Rijks kas bekostigde opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs;

    • e. deelnemers aan een opleiding overige educatie met studievertraging, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs als gevolg van de uitbraak van COVID-19; of

    • f. alle leerlingen en deelnemers op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die onderwijs volgen aan een school of instelling.

  • 2 De minister verstrekt subsidie met als doel dat de leerlingen of deelnemers die het inhaal- en ondersteuningsprogramma volgen, een reëel perspectief hebben op het wegwerken dan wel inhalen van de opgelopen onderwijsachterstanden, leer- en ontwikkelachterstanden dan wel studievertraging.

  • 3 Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:

    • a. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage; of

    • b. activiteiten waarvoor de minister reeds op grond van een andere regeling subsidie heeft verstrekt.

Artikel 4. Subsidieaanvraag

  • 1 Een subsidieaanvraag kan in de volgende tijdvakken worden ingediend:

    • a. van 2 juni 2020 tot en met 21 juni 2020;

    • b. van 18 augustus 2020 tot en met 18 september 2020; of

    • c. indien na het aanvraagtijdvak, bedoeld onder b, het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, nog niet is bereikt, van 19 oktober 2020 tot en met 1 november 2020.

  • 2 Aanvragen die na de einddatum van het desbetreffende aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.

  • 3 Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat is te vinden op de website www.dus-i.nl.

  • 4 In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling bevat de aanvraag:

    • a. een vermelding van de scholen of instellingen, die het inhaal- en ondersteuningsprogramma, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zullen aanbieden;

    • b. een prognose van het aantal leerlingen of deelnemers per school of instelling dat zal deelnemen aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma;

    • c. een beschrijving van de wijze waarop het inhaal- en ondersteuningsprogramma wordt vormgegeven;

    • d. een prognose van het aantal klokuren dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma omvat per groep leerlingen of deelnemers;

    • e. indien van toepassing een vermelding en beschrijving van derde partijen waarmee wordt samengewerkt en een beschrijving van de aard van de samenwerking; en

    • f. indien van toepassing de naam van de gemeente waarmee wordt samengewerkt.

  • 5 Een bevoegd gezag kan per aanvraagtijdvak ten hoogste één aanvraag indienen. Deze aanvraag kan evenwel op meerdere inhaal- en ondersteuningsprogramma’s en meerdere scholen of instellingen van het bevoegd gezag betrekking hebben.

Artikel 5. Subsidieplafonds

  • 3 Indien één van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, niet volledig wordt benut, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor de desbetreffende sector of onderwijssoort, bedoeld in het tweede lid.

  • 4 Indien één of meer van de bedragen, bedoeld in het tweede lid, al dan niet vermeerderd met een bedrag als bedoeld in het derde lid, niet volledig wordt benut, is het resterende bedrag voor de desbetreffende sector of onderwijssoort beschikbaar voor subsidieverstrekking voor het derde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c.

  • 5 Indien een subsidieaanvraag op meerdere sectoren of onderwijssoorten betrekking heeft, zijn meerdere subsidieplafonds van toepassing.

Artikel 6. Subsidiebedrag

  • 1 Het subsidiebedrag wordt berekend door het aantal leerlingen of deelnemers dat volgens de prognose, bedoeld in artikel 4, vierde lid, onder b, naar verwachting zal deelnemen aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma, te vermenigvuldigen met € 900,–, met dien verstande dat het resulterende subsidiebedrag wordt verlaagd voor zover dat bedrag een maximumbedrag als bedoeld in artikel 7 overschrijdt.

  • 2 Voor subsidieontvangers op Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt het in het eerste lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 7. Maximumbedrag per school en instelling

  • 1 Per school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 1 van de Wet op de expertisecentra kan in 2020 voor ten hoogste 10% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd. Indien die school een positieve achterstandsscore heeft in het kader van de bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding, blijkend uit de door het Centraal Bureau voor de Statistiek op basis van artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO op 6 februari 2020 aan de minister verstrekte gegevens, mag per school voor ten hoogste 20% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd.

  • 2 Per school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs kan in 2020 voor ten hoogste 10% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd. Indien die school in 2020 in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging uit de Regeling leerplusarrangement vo, kan per school voor ten hoogste 20% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd.

  • 3 Per instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs kan in 2020 voor de bekostigde deelnemers in het middelbaar beroepsonderwijs voor ten hoogste het aantal bekostigde deelnemers dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven aan de instelling dat afkomstig is uit een armoedeprobleemcumulatiegebied plus 7,354% van het aantal overige bekostigde deelnemers dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven aan de instelling, subsidie worden aangevraagd. In het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, kan voor ten hoogste 50% van het bedrag, wat volgt uit de berekening in de eerste volzin, subsidie worden aangevraagd.

  • 4 Per instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs kan in 2020 voor ten hoogste 50% van het aantal bekostigde deelnemers aan een uit ’s Rijks bekostigde opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven aan de instelling subsidie worden aangevraagd.

  • 6 Voor een school op Bonaire, Sint Eustatius of Saba en voor de beroepsopleidingen van Scholengemeenschap Bonaire, kan voor alle bekostigde leerlingen en deelnemers die op 1 oktober 2019 stonden ingeschreven subsidie worden aangevraagd.

Artikel 8. Verdeling subsidiebedragen funderend onderwijs

  • 2 Indien de middelen, bedoeld in het eerste lid, ontoereikend zijn om alle aanvragen van de scholen en afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van een aoc met voorrang toe te wijzen, worden de desbetreffende aanvragen door middel van loting gerangschikt.

  • 3 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, een overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het tweede lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per school, bedoeld in artikel 7, onverkort in acht worden genomen.

  • 4 Indien na toepassing van het eerste lid binnen het desbetreffende subsidieplafond nog middelen resteren, worden de aanvragen voor de overige scholen door middel van loting gerangschikt.

  • 5 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, een overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het vierde lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per school, bedoeld in artikel 7, onverkort in acht worden genomen.

Artikel 9. Verdeling subsidiebedragen mbo

  • 2 Indien de middelen, bedoeld in het eerste lid, ontoereikend zijn om alle aanvragen van de instellingen met voorrang toe te wijzen, worden de desbetreffende aanvragen door middel van loting gerangschikt.

  • 3 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal deelnemers, bedoeld in artikel 6, eerste lid, een overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het tweede lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal deelnemers waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per instelling, bedoeld in artikel 7, onverkort in acht worden genomen.

  • 4 Indien na toepassing van het eerste lid binnen het desbetreffende subsidieplafond nog middelen resteren, worden de aanvragen voor de overige instellingen door middel van loting gerangschikt.

  • 5 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal deelnemers, bedoeld in artikel 6, eerste lid, een overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het vierde lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal deelnemers waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per instelling, bedoeld in artikel 7, onverkort in acht worden genomen.

Artikel 10. Verdeling subsidiebedragen vavo en overige educatie

  • 2 Indien de toekenning van subsidie voor ten minste 90% van het aantal deelnemers, bedoeld in artikel 6, eerste lid, een overschrijding van het desbetreffende subsidieplafond zou voorkomen, laat de minister de loting, bedoeld in het tweede lid, achterwege. In dat geval wordt binnen de grenzen van het desbetreffende subsidieplafond voor ten minste 90% van het aantal deelnemers waarvoor subsidie is aangevraagd de subsidie toegekend, met dien verstande dat de maximumbedragen per instelling, bedoeld in artikel 7, onverkort in acht worden genomen.

Artikel 11. Verdeling derde aanvraagtijdvak

Indien sprake is van een derde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, en artikel 5, vierde lid, worden de aanvragen per sector en onderwijssoort op volgorde van binnenkomst gerangschikt.

Artikel 12. Subsidieverplichtingen

  • 1 Voor deelname aan een inhaal- en ondersteuningsprogramma wordt aan de deelnemende leerlingen, deelnemers of ouders of verzorgers geen vergoeding gevraagd.

  • 2 Onverminderd de verplichtingen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Kaderregeling, voert de subsidieontvanger een overzichtelijke, controleerbare en doelmatige administratie die zo is ingericht dat daaruit te allen tijde kan worden afgeleid hoeveel leerlingen of deelnemers aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma hebben deelgenomen en hoeveel leerlingen of deelnemers het programma hebben afgerond.

  • 3 Indien de activiteiten geheel of gedeeltelijk door een derde partij worden uitgevoerd, bedingt de subsidieontvanger bij deze partij dat zij meewerkt aan een mogelijke evaluatie als bedoeld in artikel 5.4 van de Kaderregeling.

  • 4 Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s waarvoor subsidie is aangevraagd in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, worden uitgevoerd van 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020.

  • 5 Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s waarvoor subsidie is aangevraagd in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, kunnen worden uitgevoerd van 1 oktober 2020 tot en met 31 augustus 2021.

  • 6 Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s waarvoor subsidie is aangevraagd in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, worden uitgevoerd van 1 december 2020 tot en met 31 augustus 2021.

  • 7 Na afronding van de activiteiten meldt de subsidieontvanger tussen 1 december 2020 en 31 augustus 2021 het aantal leerlingen of deelnemers dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond aan de minister.

Artikel 13. Subsidievaststelling, betaling en verantwoording tot € 125.000,– voor bekostigde onderwijsinstellingen

  • 2 De minister betaalt het subsidiebedrag in een keer.

  • 4 De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat:

    • a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht;

    • b. minimaal 85% van het aantal leerlingen of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond; en

    • c. is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

  • 5 Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 6 De activiteiten worden aangemerkt als zijnde volledig uitgevoerd indien ten minste 85% van het aantal leerlingen of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond.

  • 7 De subsidieontvanger maakt er bij de minister melding van indien het aantal leerlingen of deelnemers dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond, minder is dan 85% van het aantal leerlingen of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt. In dat geval stelt de minister de subsidie naar evenredigheid lager vast.

Artikel 14. Subsidieverlening, betaling en verantwoording vanaf € 125.000 voor bekostigde onderwijsinstellingen

  • 2 De minister verleent een voorschot van 100% en betaalt het subsidiebedrag in een keer.

  • 4 De vaststelling vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.

  • 5 De verleende subsidie wordt lager vastgesteld voor zover:

    • a. de totale kosten lager zijn dan het verleende subsidiebedrag van € 900,– per leerling of deelnemer;

    • b. de subsidie niet is besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend; of

    • c. minder dan 85% van het aantal leerlingen of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond.

  • 6 De subsidieontvanger maakt er bij de minister melding van indien het aantal leerlingen of deelnemers dat het inhaal- en ondersteuningsprogramma heeft afgerond, minder is dan 85% van het aantal leerlingen of deelnemers waarvoor subsidie is verstrekt.

Artikel 15. Subsidieverstrekking, betaling en verantwoording voor niet-bekostigde onderwijsinstellingen

  • 2 De minister verleent een voorschot van 100% en betaalt het subsidiebedrag in een keer.

Artikel 17. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 18. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020–2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Terug naar begin van de pagina