Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19

[Regeling vervalt per 01-01-2021.]
Geldend van 22-10-2020 t/m heden

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 8 mei 2020, nr. WJZ/20120212, tot tegemoetkoming in de schade geleden door ondernemingen in bepaalde landbouwsectoren door de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19 (Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 15 en 19 van de Landbouwwet;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. (begripsbepalingen)

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • aardappelverwerkende voedingsmiddelenindustrie: alle bedrijven in binnen- en buitenland die aardappelen verwerken tot producten voor menselijke consumptie;

    • accountant: accountant die is ingeschreven in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet op het Accountantsberoep;

    • fritesaardappelen: consumptieaardappelen die bestemd zijn voor verwerking tot voedingsmiddelen in de aardappelverwerkende voedingsmiddelenindustrie;

    • gedupeerde onderneming: in Nederland gevestigde onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, werkzaam in de volgende sectoren:

      • teelt van bloembollen

      • teelt van boomkwekerijgewassen in de volle grond

      • teelt van overige sierplanten in de volle grond

      • teelt van perkplanten in de volle grond

      • teelt van perkplanten onder glas

      • teelt van potplanten onder glas

      • teelt van snijbloemen en snijheesters in de volle grond

      • teelt van snijbloemen en snijheesters onder glas

      • groothandelaren in de producten van de hiervoor genoemde teelten

      • wegtransporteurs van bloembollen, sierplanten, perkplanten, potplanten, snijbloemen, heesters en boomkwekerijgewassen die transporteren van telers naar veilingen en groothandelaren

      • vermeerderaars van sier-, perk- en potplanten

      • veilingen van sierteeltproducten

      • voedingstuinbouw, te weten telers en groothandelaren van producten uit bijlage I, deel IX van verordening 1308/2013 die specifiek zijn bestemd voor bedrijven die in het handelsregister staan ingeschreven onder een hoofdactiviteit die in de bijlage bij deze regeling is opgenomen, met de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling of een vergelijkbare unieke aanduiding als het een andere lidstaat of staat binnen de Europese Economische Ruimte betreft;

    • gedupeerde teler: teler van fritesaardappelen;

    • handelsregister: handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 of een vergelijkbare registratie in een andere lidstaat of staat binnen de Europese Economische Ruimte;

    • minister: minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • verordening 1308/2013: Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (Pb EU 2013, L 347).

  • 2 Voor de toepassing van deze regeling wordt mede verstaan onder tussenpersonen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Landbouwwet: wegtransporteurs van bloembollen, sierplanten, perkplanten, potplanten, snijbloemen, heesters en boomkwekerijgewassen.

Hoofdstuk 2. Sierteelt en voedingstuinbouw

Artikel 2. (verstrekking en hoogte tegemoetkoming)

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming aan een gedupeerde onderneming die in de periode van 12 maart 2020 tot en met 11 juni 2020:

    • a. meer dan 30% aan omzetderving, zoals bepaald op de in het tweede tot en met zesde lid bepaalde wijze lijdt als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19;

    • b. geconfronteerd wordt met een combinatie van de volgende situaties:

      • de productie gaat door terwijl er nauwelijks omzet wordt gemaakt;

      • producten zijn slecht of niet houdbaar vanwege bederfelijkheid en er zijn geen of beperkte alternatieve toepassingsmogelijkheden; en

      • in de periode maart, april en mei is een grote seizoenspiek in productie, personele bezetting en omzet.

  • 2 De hoogte van de omzetderving wordt vastgesteld op 70% van het verschil tussen het gemiddelde van de omzet in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 en de omzet in de periode van 12 maart tot en met 11 juni 2020, nadat dit verschil is verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen.

  • 3 In afwijking van het tweede lid geldt voor gedupeerde groothandelaren dat de tegemoetkoming wordt gebaseerd op de hoogte van de bruto winst die wordt vastgesteld op 70% van het verschil tussen het gemiddelde van de bruto winst in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 en de bruto winst in de periode van 12 maart tot en met 11 juni 2020, nadat dit verschil is verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen.

  • 4 In afwijking van het tweede lid geldt voor de gedupeerde veilingen dat de tegemoetkoming wordt gebaseerd op de gederfde opbrengst aan provisies en heffingen van de leden van de desbetreffende veiling, die wordt vastgesteld op 70% van het verschil tussen de gemiddelde opbrengsten aan provisies en heffingen in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 en de opbrengst aan provisies en heffingen in de periode van 12 maart tot en met 11 juni 2020, met een maximum van 7% van de totale omzetderving van de leden van de desbetreffende veiling en nadat dit verschil is verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen.

  • 5 In zoverre in afwijking van het tweede lid geldt voor gedupeerde ondernemingen in de voedingstuinbouw dat bij de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming enkel in aanmerking wordt genomen de omzet en omzetderving of voor zover het gedupeerde groothandelaren betreft, de brutowinst, als gevolg van directe of indirecte leveringen aan ondernemers met een SBI-code, genoemd in de bijlage, of een vergelijkbare unieke aanduiding als het een andere lidstaat of staat binnen de Europese Economische Ruimte betreft, waarbij als voorwaarde geldt dat die omzet minimaal 60% van de gehele omzet bedraagt respectievelijk die bruto winst minimaal 60% van de gehele bruto winst bedraagt.

  • 6 In afwijking van het tweede lid geldt voor gedupeerde ondernemingen in de sierteelt en voedingstuinbouw die hun teeltoppervlak na 12 maart 2017 met minimaal 10% hebben uitgebreid dat de tegemoetkoming wordt gebaseerd op de omzetderving per vierkante meter, die wordt vastgesteld op 70% van het verschil tussen de gemiddelde omzet per vierkante meter van het bedrijf in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 en de omzet per vierkante meter in de periode van 12 maart tot en met 11 juni 2020, nadat dit verschil achtereenvolgens is vermenigvuldigd met het aantal vierkante meters teeltoppervlak bestemd voor sierteeltproducten of voedingstuinbouw in 2020 en is verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen.

  • 7 De tegemoetkoming bedraagt per gedupeerde onderneming maximaal 70% van de overeenkomstig het tweede, vijfde of zesde lid bepaalde omzetderving, onderscheidenlijk de overeenkomstig het derde of vijfde lid bepaalde bruto winst of de overeenkomstig het vierde lid bepaalde gederfde opbrengst, verminderd met uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen, bedoeld in artikel 6, vijfde lid.

  • 8 Voor de aan een gedupeerde onderneming, met uitzondering van een gedupeerde veiling, te verstrekken tegemoetkoming geldt het volgende maximum:

    Gemiddelde omzet / bruto winst van een onderneming over de periode 12 maart tot 11 juni in 2017, 2018, 2019

    plafond per onderneming

    < € 200.000,–

    € 100.000,–

    € 200.000,– tot € 500.000,–

    € 250.000,–

    500.000,– tot € 3.000.000

    € 500.000,–

    => € 3.000.000,–

    € 1.000.000

Artikel 3. (informatieverplichtingen bij aanvraag en aanvraagperiode)

  • 1 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

  • 2 Een aanvraag omvat in ieder geval:

    • a. gegevens over de gedupeerde onderneming, waaronder het nummer en de SBI-codes waarmee de hoofdvestiging van de gedupeerde onderneming op 12 maart 2020 geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer dat op naam van de gedupeerde onderneming staat;

    • b. gegevens over de contactpersoon bij de gedupeerde onderneming, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;

    • c. een verklaring dat de gedupeerde onderneming op het moment van aanvraag voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;

    • d. een schatting van de verwachte omzet, bruto winst of verwachte opbrengst in de periode van 12 maart 2020 tot en met 11 juni 2020, een schatting van de gemiddelde omzet, bruto winst of opbrengst over de periode van 12 maart tot en met 11 juni 2017, 2018 en 2019 en een schatting van het verschil hiertussen.

  • 3 Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 7 mei tot en met 18 juni 2020, 17.00 uur.

  • 4 Na indiening van de aanvraag wordt een voorschot op de tegemoetkoming verleend van 50%, dat wordt verrekend met de definitieve tegemoetkoming, bedoeld in artikel 6.

Artikel 4. (afwijzingsgronden)

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;

  • b. de gedupeerde onderneming in staat van faillissement verkeert dan wel bij de rechtbank een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan de onderneming is ingediend.

Artikel 5. (plafond)

  • 1 Voor de tegemoetkomingen op grond van dit hoofdstuk is een bedrag van € 600.000.000 beschikbaar gesteld.

  • 2 Indien het totale bedrag van de te verlenen tegemoetkomingen hoger is dan het plafond, past de minister een procentuele verlaging toe op alle tegemoetkomingen van dit hoofdstuk.

Artikel 6. (Definitieve vaststelling tegemoetkoming)

  • 1 Uiterlijk op 30 november 2020 dient de gedupeerde onderneming een verzoek tot definitieve vaststelling van de tegemoetkoming bij de minister in met behulp van een door de minister beschikbaar gesteld middel door indiening van de volgende bewijsstukken:

    • a. het bewijs waaruit blijkt wat de daadwerkelijke omzetderving, bruto winst of opbrengstderving in de periode van 12 maart 2020 tot en met 11 juni 2020 is, geleverd door middel van een controleverklaring van een accountant volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document;

    • b. een controleverklaring van een accountant over de omzet, bruto winst of opbrengst in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document;

    • c. voor ondernemingen die gedurende de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 of 2019 zijn gestart, wordt de omzet, bruto winst of opbrengst berekend vanaf het moment dat er omzet is gegenereerd;

    • d. het bewijs waaruit blijkt met welk bedrag de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn verminderd, geleverd door middel van een controleverklaring van een accountant volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document.

  • 2 De in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde controleverklaringen van een accountant of andere bewijsstukken tonen aan dat bij ondernemers in de voedingstuinbouw de opgegeven bedragen aan omzetderving en omzet of, voor zover het groothandelaren betreft, brutowinst, die betrekking hebben op directe of indirecte leveringen aan ondernemers met een SBI-code, genoemd in de bijlage, of een vergelijkbare unieke aanduiding als het een andere lidstaat of staat binnen de Europese Economische Ruimte betreft, minimaal 60% van de gehele omzet of van de gehele bruto winst vormen.

  • 3 De in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde controleverklaringen of andere bewijsstukken tonen aan dat bij wegtransporteurs de opgegeven bedragen betrekking hebben op vervoer van bloembollen, sierplanten, perkplanten, potplanten, snijbloemen, heesters en boomkwekerijgewassen die worden getransporteerd van telers naar veilingen en groothandelaren.

  • 4 De in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde controleverklaringen of andere bewijsstukken tonen aan dat bij de veilingen de gederfde opbrengst wordt gebaseerd op gederfde provisies en gederfde opbrengst van relevante heffingen opgelegd aan leden, met een maximum van 7% van de totale omzetderving van de leden.

  • 5 De tegemoetkoming wordt verminderd met uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen met betrekking tot COVID-19 die betrekking hebben op dezelfde schade als waarop de tegemoetkoming ziet alsmede met andere ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen. Met het oog hierop worden de volgende gegevens ingediend, door middel van een controleverklaring van een accountant volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document:

    • een opgave van verstrekte verzekeringsuitkeringen;

    • een opgave van ontvangen steun op basis van de artikelen 219, 221 of 222 van Verordening 1308/2013;

    • een opgave van ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen en/of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen uit het noodpakket ‘banen en economie’1.

Hoofdstuk 3. Consumptieaardappelen

Artikel 7. (verstrekking en hoogte tegemoetkoming)

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming aan een gedupeerde teler die in de periode van 16 maart 2020 tot en met 31 augustus 2020 als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19 zijn fritesaardappelen niet kan afzetten aan de aardappelverwerkende voedingsmiddelenindustrie voor de productie van diepgevroren of koelverse aardappelproducten of aan de groothandel of detailhandel (in kleinverpakking).

  • 2 De tegemoetkoming bedraagt per gedupeerde teler maximaal 6 cent per kilo fritesaardappelen die in de periode van 16 maart tot en met 31 augustus 2020 niet kunnen worden afgezet aan de aardappelverwerkende voedingsmiddelenindustrie voor de productie van diepgevroren of koelverse aardappelproducten of aan de groothandel of detailhandel (in kleinverpakking), met een minimumbedrag van € 1.000,– en een maximum van € 150.000,– per gedupeerde teler, verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen en uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen, bedoeld in artikel 11, tweede lid.

Artikel 8. (informatieverplichtingen bij aanvraag en aanvraagperiode)

  • 1 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

  • 2 Een aanvraag omvat in ieder geval:

    • a. gegevens over de onderneming van de gedupeerde teler, waaronder het nummer waarmee de onderneming van gedupeerde teler geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel, SBI-code, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer dat op naam van de gedupeerde teler staat;

    • b. gegevens over de contactpersoon bij de onderneming van de gedupeerde teler, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;

    • c. het oogstjaar en perceelsgegevens;

    • d. een opgave van de hoeveelheid fritesaardappelen die op 15 maart 2020 nog in opslag lag;

    • e. een schatting van de hoeveelheid fritesaardappelen die in de periode van 16 maart tot en met 31 augustus 2020 niet kan worden afgeleverd bij de aardappelverwerkende voedingsmiddelenindustrie voor de productie van diepgevroren of koelverse aardappelproducten of aan de groothandel of detailhandel (in kleinverpakking);

    • f. een verklaring dat de gedupeerde teler op het moment van aanvraag voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;

    • g. een verklaring dat de fritesaardappelen waarvoor een tegemoetkoming wordt gevraagd niet worden geleverd aan de aardappelverwerkende voedingsmiddelenindustrie met het oog op de productie van diepgevroren of koelverse aardappelproducten of aan groothandel of detailhandel (in kleinverpakking);

    • h. een verklaring dat de fritesaardappelen waarvoor een tegemoetkoming wordt aangevraagd niet eerder zijn verhandeld op de termijnmarkt.

  • 3 Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 7 mei tot en met 18 juni 2020, 17.00 uur.

  • 4 Na indiening van de aanvraag wordt een voorschot op de tegemoetkoming verleend van 30%, dat wordt verrekend met de definitieve tegemoetkoming, bedoeld in artikel 11.

Artikel 9. (afwijzingsgronden)

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;

  • b. de onderneming van de gedupeerde teler in staat van faillissement verkeert dan wel bij de rechtbank een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan de onderneming van de gedupeerde teler is ingediend.

Artikel 10. (plafond)

  • 1 Voor de tegemoetkoming in de schade op grond van dit hoofdstuk is een bedrag van € 50.000.000 beschikbaar gesteld.

  • 2 Indien het totale bedrag van de te verlenen tegemoetkomingen hoger is dan het plafond, past de minister een procentuele verlaging toe op alle tegemoetkomingen van dit hoofdstuk.

Artikel 11. (definitieve tegemoetkoming)

  • 1 Uiterlijk op 30 november 2020 dient de gedupeerde teler met behulp van een door de minister beschikbaar gesteld middel een verzoek tot definitieve vaststelling van de tegemoetkoming bij de minister in door indiening van de volgende bewijsstukken:

    • a. het bewijs waaruit blijkt hoeveel fritesaardappelen in 2020 zijn afgeleverd bij een andere bestemming dan de aardappelverwerkende voedingsmiddelenindustrie voor de productie van diepgevroren of koelverse aardappelproducten of aan de groothandel of detailhandel (in kleinverpakking) door middel van CMR-vrachtbrieven, weegbonnen, facturen of een door de Minister geaccepteerd ander document;

    • b. het bewijs dat het daadwerkelijk om consumptieaardappelen van de oogst 2019 in Nederland gaat door middel van een van de volgende geldige voedselveiligheidscertificaten: VVA-certificaat, VVAK-certificaat of Global G.A.P-certificaat of een ander door de Minister geaccepteerd vergelijkbaar certificaat afkomstig van een geaccrediteerde organisatie;

    • c. het bewijs waaruit blijkt met welk bedrag de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn verminderd, geleverd door middel van een controleverklaring van een accountant volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document.

  • 2 De tegemoetkoming wordt verminderd met uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen met betrekking tot COVID-19 die betrekking hebben op dezelfde schade als waarop de tegemoetkoming ziet alsmede met andere ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen. Met het oog hierop worden de volgende gegevens ingediend:

    • een opgave van verstrekte verzekeringsuitkeringen;

    • een opgave van ontvangen steun op basis van de artikelen 219, 221 of 222 van Verordening 1308/2013;

    • een opgave van ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen en/of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen uit het noodpakket ‘banen en economie’2;

    • een controleverklaring van een accountant over alle uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen volgens een door de Minister ter beschikking gesteld model of een door de Minister geaccepteerd vergelijkbaar document.

Hoofdstuk 4. Overige bepalingen

Artikel 12. (aanpassing tegemoetkoming achteraf)

De minister kan de hoogte van de tegemoetkoming na de verstrekking herzien dan wel de beschikking tot de tegemoetkoming intrekken en de te veel uitbetaalde bedragen terugvorderen, indien:

  • a. blijkt dat de tegemoetkoming, door onjuiste gegevensverstrekking door de gedupeerde onderneming of gedupeerde teler, niet in overeenstemming met deze regeling is verstrekt of op een hoger bedrag is vastgesteld dan overeenkomt met de daadwerkelijk geleden schade;

  • b. blijkt dat de gedupeerde onderneming of gedupeerde teler zelf verantwoordelijk moet worden gehouden voor de ontstane omzetderving doordat onzorgvuldig of in strijd met toepasselijke wetgeving is gehandeld;

  • c. blijkt dat is nagelaten om maatregelen te treffen om de omzetderving te mitigeren;

  • d. vast is komen te staan dat de gedupeerde onderneming of gedupeerde teler kunstmatig de voorwaarden heeft gecreëerd om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen en dus een voordeel zou genieten dat niet in overeenstemming is met de doelstellingen van deze regeling; of

  • e. blijkt dat de gedupeerde onderneming of de gedupeerde teler in strijd heeft gehandeld met de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 6, zesde lid, en 11, derde lid.

Artikel 13. (staatssteun)

De tegemoetkoming, bedoeld in de artikelen 2 en 7, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door Steunmaatregel SA.57217 (2020/N).

Artikel 14. (inwerkingtreding en vervaldatum)

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 7 mei 2020.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2021, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op aanvragen om tegemoetkoming die uiterlijk op 4 juni 2020 zijn ingediend, dan wel op tegemoetkomingen die voor 1 januari 2021 zijn verstrekt.

Artikel 15. (citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 8 mei 2020

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.J. Schouten

Bijlage behorende bij de artikelen 1, 2,tweede lid en 6, tweede lid, van de Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19: activiteiten met de daarbij behorende code van de standaard bedrijfsindeling (SBI-code)

Omschrijving activiteit

SBI-code

Hotel-restaurants

55.10.1

Hotels (geen hotel-restaurants), pensions en conferentieoorden

55.10.2

Restaurants

56.10.1

Fastfoodrestaurants, cafetaria’s, ijssalons, eetkramen e.d.

56.10.2

Eventcatering

56.21

Kantines en contractcatering

56.29

Cafés

56.30

Horeca-activiteiten als onderdeel van bedrijven die onder de volgende SBI-codes vallen en de genoemde activiteiten niet hebben ondergebracht onder de aparte SBI-codes zoals hierboven genoemd:

Omschrijving activiteit

SBI-code

Zee- en kustvaart (passagiersvaart en veerdienst)

55.10

Evenementenhallen

90.04.02

Organiseren van congressen en beurzen

82.30

Overige recreatie (rest, geen jachthavens)

93299

  1. Kamerstukken II, 2019/20, 35420-2

    ^ [1]
  2. Kamerstukken II, 2019/20, 35420-2

    ^ [2]
Terug naar begin van de pagina