Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO

[Regeling vervalt per 10-04-2023.]
Geldend van 13-04-2021 t/m heden

Besluit van 6 mei 2020, houdende de vaststelling van een tijdelijke algemene maatregel van bestuur regelende een tegemoetkoming voor de eigen bijdrage van de ouder in de kosten voor kinderopvang in verband met COVID-19 (Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 april 2020, nr. 2020-0000058609, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Financiën;

Gelet op artikel 89, eerste lid, van de Grondwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 april 2020, No. W12.20.0127/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4 mei 2020, nr. 2020-0000058981, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Financiën,

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

§ 2. Eerste sluitingsperiode

Artikel 2. Doel

Het doel van deze paragraaf is het voorzien in een wettelijke grondslag voor het verstrekken van een tegemoetkoming aan kinderopvangtoeslag ontvangende ouders vanwege de door hen betaalde eigen bijdrage in de kosten voor de kinderopvang over de periode van 16 maart 2020 tot en met 19 mei 2020.

Artikel 3. Recht op tegemoetkoming

  • 1 Recht op een tegemoetkoming op grond van deze paragraaf heeft de ouder die over de periode van 16 maart 2020 tot en met 19 mei 2020 kinderopvangtoeslag heeft ontvangen en de eigen bijdrage in de kosten voor de kinderopvang aan de houder, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, heeft betaald.

  • 2 Bij ministeriële regeling kan de kring van rechthebbenden worden uitgebreid.

Artikel 4. Hoogte tegemoetkoming

  • 1 De hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald overeenkomstig de volgende formule:

    A = (B * C * (100% - D))

    waarna:

    A * (Xa+Xb+Xc) = YKS

    waarna:

    Bijlage 263953.png

    waarna:

    Bijlage 263954.png

    Hierbij staat:

    A voor de eigen bijdrage per maand per soort kinderopvang per kind;

    B voor het aantal toegekende uren opvang per maand per soort kinderopvang per kind, met een maximum van 230 uur per maand voor alle soorten van kinderopvang, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag, waarbij de uren voor de opvangsoort met de hoogste maximum uurprijs (zie C) als eerste worden beschouwd;

    C voor de maximum uurprijs per soort kinderopvang, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag;

    D voor het percentage kinderopvangtoeslag gerekend naar eerste kind of volgend kind, bedoeld in bijlage I bij het Besluit kinderopvangtoeslag in samenhang met artikel 3 van het Besluit kinderopvangtoeslag;

    X voor de periode: aantal dagen in maart (maximaal 16/31 (Xa)) + aantal dagen in april (maximaal 30/30 (Xb) + aantal dagen in mei (maximaal 19/31 (Xc));

    YKS voor de hoogte van de tegemoetkoming per soort kinderopvang per kind per deelperiode;

    YK voor de hoogte van de tegemoetkoming per kind;

    YT voor de totale hoogte van de tegemoetkoming. Bij een kind dat naar een soort kinderopvang gaat is dit gelijk aan YKS.

  • 2 De hoogte van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.

Artikel 5. Peildatum

De gegevens die bepalend zijn voor de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 4, eerste lid, zijn de gegevens zoals verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen op 6 april 2020.

§ 3. Tweede sluitingsperiode

Artikel 5a. Doel

Het doel van deze paragraaf is het voorzien in een wettelijke grondslag voor het verstrekken van een tegemoetkoming aan kinderopvangtoeslag ontvangende ouders vanwege de door hen betaalde eigen bijdrage in de kosten voor de kinderopvang over de periode van 16 december 2020 tot en met 7 februari 2021.

Artikel 5b. Recht op tegemoetkoming

Recht op een tegemoetkoming op grond van deze paragraaf heeft de ouder die over de periode van 16 december 2020 tot en met 7 februari 2021 kinderopvangtoeslag heeft ontvangen en de eigen bijdrage in de kosten voor de kinderopvang aan de houder, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, heeft betaald.

Artikel 5c. Hoogte tegemoetkoming

  • 1 De hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald overeenkomstig de volgende formule:

    A = (B * C * (100% – D))

    waarna:

    A * (Xa+Xb+Xc) = YKS

    Hierbij staat:

    A voor de eigen bijdrage per maand per soort kinderopvang per kind;

    B voor het aantal toegekende uren opvang per maand per soort kinderopvang per kind, met een maximum van 230 uur per maand voor alle soorten van kinderopvang, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag, waarbij de uren voor de opvangsoort met de hoogste maximum uurprijs (zie C) als eerste worden beschouwd;

    C voor de maximum uurprijs per soort kinderopvang, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag, waarbij de maximum uurprijs voor december wordt bepaald op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 31 december 2020 en voor januari en februari op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 1 januari 2021;

    D voor het percentage kinderopvangtoeslag gerekend naar eerste kind of volgend kind, bedoeld in bijlage I bij het Besluit kinderopvangtoeslag in samenhang met artikel 3 van het Besluit kinderopvangtoeslag, waarbij het percentage voor december wordt bepaald op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 31 december 2020 en voor januari en februari op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 1 januari 2021;

    X voor het deel van de maand waarop A van toepassing is: aantal dagen in december (maximaal 16/31 (Xa)) + aantal dagen in januari (maximaal 31/31 (Xb)) + aantal dagen in februari (maximaal 7/28 (Xc));

    YKS voor de hoogte van de tegemoetkoming per soort kinderopvang per kind per deelperiode.

    De totale hoogte van de tegemoetkoming is de som van alle bedragen per soort kinderopvang per kind per deelperiode.

  • 2 De hoogte van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.

Artikel 5d. Peildatum

  • 1 De gegevens die bepalend zijn voor de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 5c, eerste lid, zijn de gegevens zoals verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen op 21 februari 2021.

  • 2 Voor de ouder aan wie na 21 februari 2021 over de periode van 16 december 2020 tot en met 7 februari 2021 voor het eerst of voor een of meer volgende kinderen kinderopvangtoeslag is toegekend, zijn in afwijking van het eerste lid de gegevens zoals verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen op een bij ministeriële regeling vastgestelde datum bepalend voor de hoogte van de tegemoetkoming.

§ 4. Overige bepalingen

Artikel 6. Vaststelling tegemoetkoming en mandaat

  • 1 Onze Minister van Financiën stelt op basis van de gegevens van de Belastingdienst/Toeslagen de tegemoetkoming vast.

  • 2 Dit besluit wordt uitgevoerd namens Onze Minister van Financiën door de SVB en de Belastingdienst/Toeslagen.

  • 3 Het nemen van beschikkingen ter vaststelling van de tegemoetkoming is opgedragen aan de SVB.

  • 4 De uitvoering voor zover het betreft het beslissen op bezwaarschriften en het in rechte optreden in beroep of hoger beroep, dan wel het afzien van hoger beroep, is opgedragen aan de Belastingdienst/Toeslagen.

  • 5 De Belastingdienst/Toeslagen kan zijn bevoegdheid vanwege de uitvoering, bedoeld in het vierde lid, mandateren.

Artikel 7. Gegevensuitwisseling Belastingdienst/Toeslagen en SVB

  • 2 De Belastingdienst/Toeslagen ontvangt ter uitvoering van zijn taak als bedoeld in artikel 6, vierde lid, alle voor die taak noodzakelijke gegevens van de SVB.

Artikel 8. Ministeriële regeling

  • 2 Bij het verlengen van de periode en het stellen van nadere regels kan onderscheid worden gemaakt naar soort kinderopvang.

Artikel 8a. Financiering en verantwoording financiering SVB

  • 1 Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan dit besluit en de krachtens dit besluit door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te treffen regeling.

  • 2 De SVB beheert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.

  • 3 Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel a, van de Regeling Wfsv voorschotten op de rijksbijdrage op basis van de door de SVB geraamde kosten van:

    • a. de tegemoetkomingen, met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van de maand; en

    • b. de uitvoering, met als valutadatum de vijftiende dag van de maand.

  • 4 Onze Minister kan, na overleg met de SVB, van de in het derde lid, onderdelen a en b, bedoelde data afwijken.

  • 6 Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent Onze Minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten met betrekking tot het betreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.

Artikel 9. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2020.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 10 april 2023 met dien verstande dat het besluit zoals dat luidde op 9 april 2023 van toepassing blijft op de dan lopende afwikkeling van besluiten en ingestelde gerechtelijke procedures op grond van dit besluit.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 6 mei 2020

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

T. van Ark

De Staatssecretaris van Financiën,

A.C. van Huffelen

Uitgegeven de achtste mei 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Terug naar begin van de pagina