Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid

[Regeling vervallen per 01-09-2023.]
Geraadpleegd op 22-04-2024.
Geldend van 01-06-2023 t/m 31-08-2023

Wet van 22 april 2020, houdende tijdelijke voorzieningen op het terrein van het Ministerie van Justitie en Veiligheid in verband met de uitbraak van COVID-19 (Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de uitbraak van COVID-19 wenselijk is enkele spoedeisende tijdelijke voorzieningen te treffen op het terrein van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Paragraaf 2. Tijdelijke voorziening inzake mondelinge behandeling in burgerlijke en bestuursrechtelijke zaken

[Vervallen per 01-02-2023]

Paragraaf 3. Tijdelijke afwijking geldigheidsduur deskundigenverklaring artikel 1:28a BW

[Vervallen per 01-02-2023]

Paragraaf 4. Tijdelijke afwijking diverse bepalingen Burgerlijke Wetboek, Boek 2 (rechtspersonen) en Boek 5 (verenigingen van eigenaars)

[Regeling vervallen per 01-09-2023]

Artikel 15. (onbehoorlijke taakvervulling bestuur naamloze vennootschap)

[Regeling vervallen per 01-09-2023]

In afwijking van artikel 138 lid 2 wordt een verzuim van de verplichting uit artikel 394 tot openbaarmaking van de jaarrekening die betrekking heeft op het meest recente afgesloten boekjaar niet in aanmerking genomen, indien dat te wijten is aan de gevolgen van de uitbraak van COVID-19.

Artikel 22. (onbehoorlijke taakvervulling bestuur besloten vennootschap)

[Regeling vervallen per 01-09-2023]

In afwijking van artikel 248 lid 2 wordt een verzuim van de verplichting uit artikel 394 tot openbaarmaking van de jaarrekening die betrekking heeft op het meest recente afgesloten boekjaar niet in aanmerking genomen, indien dat te wijten is aan de gevolgen van de uitbraak van COVID-19.

Paragraaf 5. Tijdelijke voorziening inzake het verlijden van akten met behulp van audiovisuele hulpmiddelen

[Vervallen per 01-02-2023]

Paragraaf 6. Tijdelijke voorziening ten aanzien van strafzaken

[Vervallen per 01-02-2023]

Paragraaf 7. Tijdelijke voorziening inzake tenuitvoerlegging taakstraffen

[Vervallen per 01-02-2023]

Paragraaf 8. Tijdelijke voorziening herstel verzuim in hoger beroep in vreemdelingenzaken

[Vervallen per 01-02-2023]

Paragraaf 9. Tijdelijke voorziening elektronische vergaderingen beroepsorganisaties

[Vervallen per 01-02-2023]

Paragraaf 10. Tijdelijke voorzieningen afname celmateriaal

[Vervallen per 01-02-2023]

Paragraaf 11. Tijdelijke voorziening bestuursdwang Wet veiligheidsregio’s

[Vervallen per 01-02-2023]

Paragraaf 12. Slotbepalingen

[Regeling vervallen per 01-09-2023]

Artikel 35. (inwerkingtreding en verval)

[Regeling vervallen per 01-09-2023]

  • 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende paragrafen, artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld,

  • 2 In het koninklijk besluit kan worden bepaald dat paragrafen, artikelen of onderdelen van deze wet, met uitzondering van de paragrafen 1, 6, 10 en 11 alsmede de artikelen 15 en 22, terugwerken tot en met 16 maart 2020.

  • 3 Deze wet vervalt op 1 september 2020. Het tijdstip waarop deze wet vervalt kan bij koninklijk besluit worden bepaald op een ander tijdstip, met dien verstande dat dit tijdstip steeds ten hoogste twee maanden na het tijdstip ligt waarop de wet zou vervallen.

  • 4 De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan een week nadat het ontwerp aan beide Kamers van de Staten-Generaal is overgelegd.

  • 5 Bij koninklijk besluit kan voor de verschillende paragrafen, artikelen of onderdelen van deze wet een tijdstip worden aangewezen waarop deze paragrafen, artikelen of onderdelen vervallen, dat ligt vóór het tijdstip bedoeld in het derde lid.

  • 6 In afwijking van het derde lid:

    • a. vervallen de artikelen 15 en 22 met ingang van 1 september 2023;

    • b. vervallen de artikelen 33 en 34 met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in verband met het verlengen van de geldingsduur van de voorzieningen in de artikelen 33 en 34. Het tijdstip waarop deze artikelen vervallen kan bij koninklijk besluit worden bepaald op een ander tijdstip, met dien verstande dat dit tijdstip steeds ten hoogste twee maanden na het tijdstip ligt waarop deze artikelen zouden vervallen. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op dit koninklijk besluit.

Artikel 36. (citeertitel)

[Regeling vervallen per 01-09-2023]

Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 22 april 2020

Willem-Alexander

De Minister voor Rechtsbescherming,

S. Dekker

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

A. Broekers-Knol

Uitgegeven de vierentwintigste april 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Naar boven