Circulaire Beleidskader rechtspositie stagiairs bij de sector Rijk

[Regeling materieel uitgewerkt per 04-06-2024.]
Geraadpleegd op 20-06-2024.
Geldend van 16-03-2020 t/m heden

Circulaire Beleidskader rechtspositie stagiairs bij de sector Rijk

1. Inleiding

Sinds 2012 is sprake van een uniforme handelswijze binnen de sector Rijk ten aanzien van de stagiairs. Daarover wordt conform de rijksbrede strategie op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie en werving als één organisatie naar buiten toe opgetreden. In dit beleidskader zijn de afspraken over de rechtspositie van stagiaires opgenomen die voor de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren per 1 januari 2020 waren opgenomen in circulaires.

2. Reikwijdte beleidskader

Dit beleidskader is van toepassing voor alle organisaties binnen de sector Rijk.

Dit beleidskader heeft geen betrekking op het in dienst nemen van studenten op een leerwerkplek – zoals dit bijvoorbeeld het geval is bij een MBO-beroepsbegeleidende leerweg (BBL) en HBO-duale opleidingstrajecten – waarbij de student van een onderwijsinstelling een aantal dagen per week in dienstverband werkt op een leerwerkplek en een aantal dagen per week naar school gaat.

3. Modellen stage-overeenkomst

Een uniforme handelswijze van de sector Rijk met betrekking tot de rechtspositie van stagiairs komt onder andere tot uiting door het hanteren van (uniforme) modellen voor de stage-overeenkomst. Hiermee wordt ook de herkenbaarheid naar de onderwijsinstellingen en de stagiairs bevorderd.

In de praktijk blijkt dat er twee soorten overeenkomsten worden gesloten. Bij één overeenkomst is er sprake van betrokkenheid van drie partijen, namelijk de stageverlener, de onderwijsinstelling en de stagiair.

Aangezien niet bij alle onderwijsprogramma’s een stage verplicht is, is er niet altijd een rol voor de onderwijsinstelling weggelegd. In dat geval sluit de stageverlener een overeenkomst met (uitsluitend) de stagiair.

De twee als bijlage bij deze circulaire gevoegde stage-overeenkomsten zijn bedoeld als model, waarin de onderwerpen zijn opgenomen waarvan het belangrijk is dat daarover bij een stage afspraken worden gemaakt. Desgewenst kunnen de teksten van de modellen worden aangepast of aangevuld als de situatie daar aanleiding toe geeft.

De stage-overeenkomst is geen arbeidsovereenkomst. Dit dient niet alleen te blijken uit de bepaling in de stage-overeenkomst (artikel 16) maar juist ook uit de activiteiten die de stagiair tijdens de stage verricht. Deze moeten worden begeleid en gericht zijn op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring, mede met het oog op het voltooien van een opleiding.

4. Stagevergoeding

Voor zowel WO, HBO en MBO studenten wordt één vaste stagevergoeding gehanteerd per maand. Met ingang van 1 januari 2020 bedraagt de stagevergoeding € 628,00 bruto per maand.

De stagevergoeding is een onkostenvergoeding en wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd met de ontwikkeling van de consumentenprijsindex twaalf maanden voorafgaande aan de maand september in het voorgaande jaar. Berichtgeving over de aanpassing van de stagevergoeding vindt plaats via de website Werken voor Nederland en via de website van P-Direkt.

De stagevergoeding is gebaseerd op vijf dagen van acht uur per week, ofwel veertig uur per week. Indien een stage wordt afgesproken met minder uren per week leidt dat tot een naar rato verlaagde vergoeding.

In onderstaand voorbeeld is de berekeningswijze van de stagevergoeding nader toegelicht:

Voorbeeld: Indien voor een stage wordt afgesproken dat deze per week drie dagen van acht uur betreft, bedraagt de stagevergoeding € 628/40*24=) € 376,80 per maand.

De stagevergoeding geldt voor alle stages van één maand of langer. Daarbij is geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten stages, zoals de meeloopstage, de onderzoeksstage en de afstudeerstage.

Alleen in gevallen dat er sprake is van een stage korter dan een maand, waarbij kennismaken met de organisatie centraal staat, de zogenoemde snuffelstages, hoeft geen stagevergoeding te worden toegekend. Eventueel kan dan een symbolische vergoeding worden toegekend, bijvoorbeeld een boekenbon.

5. Vergoeding tijdelijke andere woonruimte

In incidentele situaties komt het voor dat de stagiair te maken krijgt met de kosten van tijdelijke andere woonruimte. Als de situatie daartoe aanleiding geeft, kan een vergoeding voor de tijdelijke andere woonruimte worden verstrekt door de stageverlener. Deze vergoeding bedraagt met ingang van 1 januari 2020 maximaal € 398,00. Dit maximale bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de vergoedingsbedragen van logies bij dienstreizen zoals opgenomen in de CAO Rijk. Ook de maximum vergoeding voor tijdelijke andere woonruimte wordt bekend gemaakt via de website Werken voor Nederland en via de website van P-Direkt.

Een stagiair op een diplomatieke of consulaire post in het buitenland kan in aanmerking komen voor dezelfde (gemaximeerde) vergoeding voor tijdelijke andere woonruimte. Kosten van de heenreis naar of de terugreis van een post in het buitenland komen niet voor vergoeding in aanmerking.

6. Vergoeding reiskosten

Voor zover de stagiair geen gebruik kan maken van een OV-studentenkaart voor het reizen tussen de woning en de stageplek, worden de reiskosten vergoed overeenkomstig de reguliere vergoeding voor woon-werkverkeer voor werknemers zoals opgenomen in de CAO Rijk.

Als de stagiair een dienstreis maakt, worden de reis- en verblijfkosten vergoed overeenkomstig de reguliere vergoedingen voor binnenlandse en buitenlandse dienstreizen zoals opgenomen in de CAO Rijk. In uitzondering daarop geldt dat wanneer de dienstreis met de trein wordt gemaakt, de vergoeding op basis van tweede klasse is.

7. Vakantie

Omdat een stagiair geen arbeidsovereenkomst heeft, is er geen wettelijke verplichting om een stagiair vakantie toe te kennen. Het ligt echter – ook om administratieve redenen – in de rede dat bij een stage voor een langere periode de stagiair de stage kan onderbreken zonder dat dit leidt tot een verlaging van zijn stagevergoeding. Derhalve is de regel dat de stagiair in beginsel vakantie wordt toegekend. Van het toekennen van vakantie wordt alleen afgeweken als de onderwijsinstelling niet toestaat dat de stage kan worden onderbroken voor vakantie.

De stagiair heeft tijdens de stage aanspraak op 160 vakantie-uren per jaar bij een omvang van de stage van 40 uur per week. In het geval de stage voor minder dan 40 uur per week is overeengekomen, wordt de aanspraak op vakantie-uren naar evenredigheid vastgesteld. Dit geldt ook voor stages die een gedeelte van het jaar beslaan. In deze gevallen wordt de aanspraak op vakantie in hele (vakantie-)uren vastgesteld door naar boven af te ronden.

Tijdens het gebruik van de vakantie-uren wordt de stagevergoeding doorbetaald. Er bestaat geen recht op uitbetaling van de resterende vakantie-uren, indien de vakantie niet tijdens de stageperiode is gebruikt.

Gelet op de samenhang tussen de toekenning van vakantie en doorbetaling van de stagevergoeding, vindt toekenning van vakantie alleen plaats bij stages van één maand of langer.

In het geval de onderwijsinstelling voorschrijft dat een stagiair geen stage volgt gedurende de door die instelling aangewezen vakantieperioden, is de stagiair verplicht de toegekende vakantie te gebruiken gedurende deze perioden. Indien de vakantieaanspraak van de stagiair daartoe ontoereikend is, wordt de stagevergoeding naar evenredigheid verlaagd. De stageverlener zal in dat geval opgave doen aan P-Direkt van het tekort aan vakantieaanspraak. Ter voorkoming van terugvordering van stagevergoeding na het beëindigen van de stageperiode is het van belang die opgave zo spoedig mogelijk te doen.

De vakantie is ook bedoeld voor situaties dat de stagiair verlof wenst voor bijvoorbeeld een verhuizing, familieomstandigheden of calamiteit. Ook zal de vakantie moeten worden gebruikt voor een eventuele verplichte vrije dag (blokdag/sluitingsdag) van het ministerie of bij een stage op een diplomatieke of consulaire post in het buitenland voor een lokale feestdag. Dit is niet nodig als de stagiair de blokdag/sluitingsdag of lokale feestdag op een andere dag kan compenseren.

Daarnaast heeft de stagiair vrij op de voor werknemers volgens de CAO Rijk vastgestelde feestdagen. Dit gaat niet ten koste van de vakantie-uren van de stagiair.

In onderstaande drie voorbeelden is de aanspraak op vakantie nader toegelicht:

Voorbeeld 1: Een stagiair heeft een overeenkomst van 32 uur per week voor een periode van één jaar (12 maanden). Deze stagiair heeft tijdens de stage aanspraak op 128 vakantie-uren, namelijk de uitkomst van 32/40 * 160 vakantie-uren.

Voorbeeld 2: Een stagiair heeft een overeenkomst van 40 uur per week voor een periode van vier maanden. Deze stagiair heeft tijdens de stage aanspraak op afgerond 54 vakantie-uren (onafgerond 53,33), namelijk de uitkomst van 4/12 * 160 vakantie-uren.

Voorbeeld 3: Een stagiair heeft een overeenkomst van 32 uur per week voor een periode van vier maanden. Deze stagiair heeft tijdens de stage aanspraak op afgerond 43 vakantie-uren (onafgerond 42,67), namelijk de uitkomst van 32/40 * 4/12 * 160 vakantie-uren.

De stagebegeleider van de stagiair registreert de vakantie. De registratie van de vakantie van stagiair wordt niet opgenomen in de administratie van P-Direkt.

8. Ziekte

In beginsel heeft de zieke stagiair recht op een Ziektewet (ZW) uitkering. Een eventuele ZW-uitkering wordt op de stagevergoeding in mindering gebracht.

De wijze waarop met ziekte van een stagiair tijdens de stageperiode moet worden omgegaan is met name relevant in het geval door ziekte de stage niet (op tijd) kan worden afgerond. Aangezien dit erg afhankelijk is van de omstandigheden is het advies met de stagiair en eventueel de onderwijsinstelling in gesprek te gaan over verlenging van de stage. Aanbevolen wordt de stagiair zo veel mogelijk in staat te stellen de stage goed af te ronden.

9. Verklaring omtrent het gedrag (VOG)

Afhankelijk van de stageplek, dan wel de activiteiten die de stagiair gaat verrichten, kan het noodzakelijk zijn dat voorafgaande aan de stage de stagiair een verklaring omtrent het gedrag (VOG), als bedoeld in de Wet justitiële gegevens, overlegt. Dit is vergelijkbaar met de in de CAO Rijk opgenomen verplichting voor werknemers een VOG te overleggen bij het sluiten van een arbeidsovereenkomst.

De stageverlener dient in artikel 8 van de modellen voor de stage-overeenkomst een keuze te maken of deze verplichting met de stagiair wordt overeengekomen. In het geval de stageverlener van de stagiair een VOG verlangt, worden de kosten voor de aanvraag van deze VOG aan de stagiair vergoed.

10. Geheimhouding

Met de stagiair en indien van toepassing de onderwijsinstelling, dient altijd een geheimhoudingsverplichting overeen te worden gekomen. Zie hiervoor artikel 12 van de modellen voor de stage-overeenkomst. De geheimhoudingsverklaring geldt voor de aangelegenheden waarvoor geheimhouding is opgelegd en waarvan het vertrouwelijk karakter redelijkerwijs bekend kan zijn.

De stagiair is ook verplicht de scriptie, het stageverslag of het stagewerkstuk aan de stageverlener vooraf voor te leggen, zodat deze kan beoordelen of er geen gegevens van vertrouwelijke aard in zijn opgenomen. Afspraken hierover kunnen desgewenst in de stageovereenkomst worden opgenomen.

11. Integriteit

Met de stagiair dient bij aanvang van de stage te worden gesproken over de integriteitaspecten die horen bij werken bij het Rijk. Dit betreft met name het zorgvuldig omgaan met informatie. De stagiair verplicht zich zowel tijdens als na de stageperiode tot strikte geheimhouding van alle bedrijfsaangelegenheden, waarvan het vertrouwelijke karakter geacht kan worden hem/haar bekend te zijn. Voor publicaties in welke vorm dan ook, waaronder mede inbegrepen het stageverslag, is voorafgaande goedkeuring van de stageverlener vereist. Deze wordt gegeven door een ondertekende integriteitverklaring in het stageverslag.

In de modellen voor de stage-overeenkomst is in artikel 12 het onderwerp integriteit opgenomen. De Gedragscode Integriteit Rijk 2020 en de Gedragsregeling voor de digitale werkomgeving Rijk zijn gedurende de stageperiode van toepassing op de stagiair.

13. Aansprakelijkheid en verzekeringsplicht

Onderstaande situaties van schade en aansprakelijkheid dienen te worden onderscheiden:

  • 1. de mogelijkheid dat de stagiair schade toebrengt aan de stageverlener;

  • 2. de mogelijkheid dat de stagiair schade toebrengt aan derden als gevolg van het verrichten van stageactiviteiten bij de stageverlener;

  • 3. de mogelijkheid dat de stagiair zelf schade lijdt als gevolg van het verrichten van stageactiviteiten bij de stageverlener.

In de eerste twee situaties is er sprake van aansprakelijkheid van de stagiair, waarbij in de tweede situatie in beginsel eerst de stageverlener zal worden aangesproken door de derde aan wie schade is toegebracht. Veel onderwijsinstellingen hebben een verzekering tegen deze aansprakelijkheid van hun scholieren of studenten tijdens de stage afgesloten. In artikel 14 van de modellen voor de stage-overeenkomst ‘Staat – onderwijsinstelling – stagiair’ is hierbij aangesloten en wordt derhalve van de onderwijsinstelling verwacht dat deze zich tegen de mogelijke schade verzekert.

In het geval de onderwijsinstelling geen partij is bij de stageovereenkomst, kan de stageverlener op grond van artikel 14 van de modellen voor de stage-overeenkomst ‘Staat – stagiair’ de schade, die voor rekening van de stageverlener komt bij de eerste twee situaties, verhalen op de stagiair voor zover deze aan de stagiair te wijten is. Daarnaast kan in deze situatie de onderwijsinstelling de stageverlener vrijwaren van de aansprakelijkheid middels een afzonderlijke samenwerkingsovereenkomst. De onderwijsinstelling kan echter niet verplicht worden gesteld een dergelijke samenwerkingsovereenkomst aan te gaan aangezien partijen (stageverlenener en onderwijsinstelling) dit allebei moeten willen.

In de modellen voor de stage-overeenkomst is voor wat betreft de derde situatie bepaald dat de stageverlener conform artikel 7:658, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek, aansprakelijk is voor letsel of schade, welke de stagiair lijdt tijdens de uitoefening van de stageactiviteiten.

14. Intellectueel eigendom stagiairs

Intellectueel eigendom komt toe aan de feitelijke maker. Maar als een werknemer in dienstverband iets maakt waarop auteursrecht rust, dan kent artikel 7 Auteurswet dat auteursrecht/intellectueel eigendom toe aan de werkgever. Indien een werk is tot stand gebracht naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht, wordt deze als de maker van dat werk aangemerkt. Het auteursrecht van een afstudeerverslag berust in beginsel bij de student die afstudeert. Dus niet bij de instelling waar de stagiair afstudeert of diens begeleidende docent of, indien er niets geregeld of afgesproken is, de organisatie waar de stagiair een onderzoek heeft uitgevoerd. Bij verslagen die het resultaat zijn van een onderzoek uitgevoerd bij een organisatie, is het belangrijk vooraf duidelijke afspraken te maken over bij wie het auteursrecht berust.

Bijlage 1. Model stage-overeenkomst drie partijen

behorend bij Beleidskader rechtspositie stagiairs bij de sector Rijk

Ondergetekenden:

Staat der Nederlanden, namens deze [naam minister of andere werkgever in de zin van de CAO Rijk], vertegenwoordigd door [functie, naam] hierna te noemen de ‘stageverlener’;

en

[naam onderwijsinstelling] te [plaats onderwijsinstelling], te deze vertegenwoordigd door [functie, naam], hierna te noemen de ‘onderwijsinstelling’;

en

[de heer of mevrouw] [naam stagiair], geboren op [datum], wonende te [plaats/adres], hierna te noemen de ‘stagiair’;

verklaren het volgende te zijn overeengekomen:

Artikel 1. Algemeen

De stageverlener verbindt zich de stagiair in de gelegenheid te stellen, ten behoeve van zijn/haar opleiding en/of vorming, stage te lopen bij [naam organisatie en organisatieonderdeel].

Artikel 2. Stageperiode

De stageperiode loopt van [begindatum stage] tot en met [einddatum stage].

Artikel 3. Omvang stage

De stage is aangegaan voor [aantal] uur per week, verdeeld over [aantal] dagen per week.

Artikel 4. Vakantie

De stagiair heeft recht op [aantal] uur vakantie.

Artikel 5. Vergoeding(en)

De stageverlener betaalt de stagiair een vergoeding van € [bedrag] per maand (bruto).

Optionele aanvullingen inzake tegemoetkomingen in bijzondere situaties:

Alleen in het geval dat de stageverlener vereist dat de stagiair een verklaring omtrent het gedrag overlegt:

  • 1. De stagiair heeft aanspraak op vergoeding van de kosten voor de aanvraag van de in artikel 11 door de stageverlener vereiste verklaring omtrent het gedrag.

Alleen in het geval de stagiair geen gebruik kan maken van de Ov-studentenkaart:

  • 2. De stagiair heeft voor de reizen tussen de woning en de stageplek aanspraak op een vergoeding voor de reiskosten woon-werkverkeer overeenkomstig de reguliere vergoeding voor woon-werkverkeer voor werknemers zoals opgenomen in de CAO Rijk.

In het incidentele geval de stagiair te maken krijgt met kosten voor tijdelijke andere woonruimte en er aanleiding is deze te vergoeden:

  • 3. De stagiair heeft aanspraak op een vergoeding voor de kosten van tijdelijke andere woonruimte voor verblijf in of nabij de plaats van de stageplek van € [bedrag] per maand.

Voor de stagiair die stage loopt op een diplomatieke of consulaire post in het buitenland:

  • 4. De stagiair heeft vanwege zijn/haar stage bij een diplomatieke of consulaire post in het buitenland aanspraak op een vergoeding voor de kosten van tijdelijke andere woonruimte voor verblijf in of nabij de plaats van de stageplek van € [bedrag] per maand.

Artikel 6. Meldingsplicht ziekte en ongevallen

De stagiair dient bij ziekte of ongeval onmiddellijk hierover zijn/haar stagebegeleider te informeren.

Artikel 7. Inhoud stage

  • 1. In onderling overleg bepalen de stageverlener, de onderwijsinstelling en de stagiair hoe de stage zal worden ingericht en wat daarbij de leerdoelen zijn. Het stageprogramma kan in onderling overleg worden gewijzigd.

  • 2. De stageverlener laat de stagiair slechts werkzaamheden verrichten, primair gericht op onderwijskundige aspecten: het uitbreiden van de kennis en ervaring van de stagiair en het toepassen van theoretische kennis in de praktijk.

Artikel 8. Begeleiding stagiair

  • 1. De stageverlener wijst een stagebegeleider aan die belast is met de zorg voor en de begeleiding van de stagiair alsmede met de contacten met de onderwijsinstelling.

  • 2. De onderwijsinstelling wijst een stagedocent aan, die belast is met de begeleiding van de stagiair. De stagedocent kan in het belang van het goede verloop van de stage aanbevelingen geven aan de stageverlener en stagebegeleider.

Artikel 9. Toegang

De stageverlener verschaft de stagebegeleider toegang tot alle plaatsen waar de stage plaatsvindt, voor zover dat voor de vervulling van de stage noodzakelijk is.

Artikel 10. Gedragsregels en aanwijzingen

De stagiair neemt de in het belang van de orde, veiligheid en gezondheid gegeven gedragsregels en aanwijzingen in acht, zoals deze gelden voor het personeel van de dienst of het dienstonderdeel van de stageverlener waar de stage plaatsvindt.

Artikel 11. Verklaring omtrent gedrag

De stageverlener vereist/vereist niet [opnemen wat van toepassing is] dat de stagiair voor aanvang van de stage een verklaring omtrent het gedrag (VOG) overlegt.

Artikel 12. Geheimhouding en integriteit

  • 1. De onderwijsinstelling en de stagiair verklaren geheim te zullen houden alles wat omtrent [naam organisatie waar stage plaatsvindt] hen bekend is geworden en waaromtrent geheimhouding is opgelegd, dan wel waarvan het vertrouwelijke karakter hen redelijkerwijs bekend had kunnen zijn

  • 2. De stagiair legt de scriptie, het stageverslag of het stagewerkstuk voor wat betreft gegevens van vertrouwelijke aard ter goedkeuring voor aan de stagebegeleider, voordat deze aan derden ter beschikking worden gesteld.

  • 3. De Gedragscode Integriteit Rijk 2020 en de Gedragsregeling voor de digitale werkomgeving Rijk zijn gedurende de stageperiode van toepassing op de stagiair. Daarnaast is gedurende de stageperiode is het hoofdstuk Regels en voorzieningen bij melden vermoeden misstand van de CAO Rijk van toepassing.

Artikel 13. Geschillen

Bij problemen tijdens de stage richt de stagiair zich in de eerste plaats tot de stagebegeleider van de stageverlener. Mochten partijen niet tot een oplossing komen kan het geschil door de stagiair of de stageverlener aan de stagedocent worden voorgelegd. Indien zij gezamenlijk niet tot een oplossing kunnen komen, dan zal het probleem aan de directe leidinggevende van de stagebegeleider en aan de onderwijsinstelling (stagecoördinator) worden voorgelegd. In overleg dienen zij een oplossing voor het probleem te zoeken.

Artikel 14. Schade en aansprakelijkheid

  • 1. De stagiair kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door de stageverlener geleden schade, voor zover deze aan de stagiair is te wijten.

  • 2. De stageverlener is, overeenkomstig artikel 7:658, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek, aansprakelijk voor letsel of schade, welke de stagiair lijdt tijdens de uitoefening van de stageactiviteiten.

  • 3. De onderwijsinstelling vrijwaart de stageverlener tegen eventuele aanspraken van derden op grond van artikel 6:170 van het Burgerlijk Wetboek wegens fouten van de stagiaire tijdens de uitoefening van de stagewerkzaamheden voor de stageverlener. De onderwijsinstelling is aansprakelijk voor schade toegebracht aan derden tijdens de uitoefening van de stagewerkzaamheden voor de stageverlener. Deze vrijwaring en aansprakelijkheid gelden uitsluitend indien en voor zover de aansprakelijkheidsverzekering van de onderwijsinstelling daarvoor dekking biedt

Artikel 15. Intellectueel eigendom

Indien de werkzaamheden van de stagiair tijdens de stage bestaan in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tussen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt de stagiair.

Artikel 16. Aard overeenkomst

Deze stage-overeenkomst is geen arbeidsovereenkomst tussen de Staat der Nederlanden en de stagiair. De CAO Rijk is daarom niet van toepassing op de stagiair.

Artikel 17. Beëindiging stage

  • 1. De stage eindigt aan het einde van het onder artikel 2 genoemde tijdvak.

  • 2. De stage eindigt, indien de stagiair zijn/haar opleiding tijdens de stageperiode afbreekt.

  • 3. De stageverlener is gerechtigd de stage terstond te beëindigen, indien de stagiair naar het oordeel van de stagebegeleider of leiding van het dienstonderdeel de geldende algemene regels en/of aanwijzingen onvoldoende in acht neemt.

  • 4. De onderwijsinstelling kan de stage beëindigen, gehoord de stagiair en de stageverlener, wanneer de onderwijsinstelling vaststelt dat de stage niet voldoet aan de onderwijsdoelstellingen, dan wel van de stagiair redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat de stagiair de stage voortzet.

Aldus opgemaakt en ondertekend te [plaats], op [datum]:

De Staat der Nederlanden, namens deze [naam werkgever aanhef overeenkomst]

vertegenwoordigd door [functie, naam]: ..........................

[Naam onderwijsinstelling]

vertegenwoordigd door [functie, naam]: .........................

[Naam stagiair]: ...........................

Bijlage 2. Model stage-overeenkomst twee partijen

behorend bij Beleidskader rechtspositie stagiairs bij de sector Rijk

Ondergetekenden:

Staat der Nederlanden, namens deze [naam minister of andere werkgever in de zin van de CAO Rijk], vertegenwoordigd door [functie, naam] hierna te noemen de ‘stageverlener’;

en

[de heer of mevrouw] [naam stagiair], geboren op [datum], wonende te [plaats/adres], hierna te noemen de ‘stagiair’;

verklaren het volgende te zijn overeengekomen:

Artikel 1. Algemeen

De stageverlener verbindt zich de stagiair in de gelegenheid te stellen, ten behoeve van zijn/haar opleiding en/of vorming, stage te lopen bij [naam organisatie en organisatieonderdeel].

Artikel 2. Stageperiode

De stageperiode loopt van [begindatum stage] tot en met [einddatum stage].

Artikel 3. Omvang stage

De stage is aangegaan voor [aantal] uur per week, verdeeld over [aantal] dagen per week.

Artikel 4. Vakantie

De stagiair heeft recht op [aantal] uur vakantie.

Artikel 5. Vergoeding(en)

De stageverlener betaalt de stagiair een vergoeding van € [bedrag] per maand (bruto).

Optionele aanvullingen inzake tegemoetkomingen in bijzondere situaties:

Alleen in het geval dat de stageverlener vereist dat de stagiair een verklaring omtrent het gedrag overlegt:

  • 1. De stagiair heeft aanspraak op vergoeding van de kosten voor de aanvraag van de in artikel 11 door de stageverlener vereiste verklaring omtrent het gedrag.

Alleen in het geval de stagiair geen gebruik kan maken van de Ov-studentenkaart:

  • 2. De stagiair heeft voor de reizen tussen de woning en de stageplek aanspraak op een vergoeding voor de reiskosten woon-werkverkeer overeenkomstig de reguliere vergoeding voor woon-werkverkeer voor werknemers zoals opgenomen in de CAO Rijk.

In het incidentele geval de stagiair te maken krijgt met kosten voor tijdelijke andere woonruimte en er aanleiding is deze te vergoeden:

  • 3. De stagiair heeft aanspraak op een vergoeding voor de kosten van tijdelijke andere woonruimte voor verblijf in of nabij de plaats van de stageplek van € [bedrag] per maand.

Voor de stagiair die stage loopt op een diplomatieke of consulaire post in het buitenland:

  • 4. De stagiair heeft vanwege zijn/haar stage bij een diplomatieke of consulaire post in het buitenland aanspraak op een vergoeding voor de kosten van tijdelijke andere woonruimte voor verblijf in of nabij de plaats van de stageplek van € [bedrag] per maand.

Artikel 6. Meldingsplicht ziekte en ongevallen

De stagiair dient bij ziekte of ongeval onmiddellijk hierover zijn/haar stagebegeleider te informeren.

Artikel 7. Inhoud stage

  • 1. In onderling overleg bepalen de stageverlener en de stagiair hoe de stage zal worden ingericht en wat daarbij de leerdoelen zijn. Het stageprogramma kan in onderling overleg worden gewijzigd.

  • 2. De stageverlener laat de stagiair slechts werkzaamheden verrichten, primair gericht op onderwijskundige aspecten: het uitbreiden van de kennis en ervaring van de stagiair en het toepassen van theoretische kennis in de praktijk.

Artikel 8. Begeleiding stagiair

De stageverlener wijst een stagebegeleider aan die belast is met de zorg voor en de begeleiding van de stagiair alsmede met de contacten met de onderwijsinstelling.

Artikel 9. Toegang

De stageverlener verschaft de stagebegeleider toegang tot alle plaatsen waar de stage plaatsvindt, voor zover dat voor de vervulling van de stage noodzakelijk is.

Artikel 10. Gedragsregels en aanwijzingen

De stagiair neemt de in het belang van de orde, veiligheid en gezondheid gegeven gedragsregels en aanwijzingen in acht, zoals deze gelden voor het personeel van de dienst of het dienstonderdeel van de stageverlener waar de stage plaatsvindt.

Artikel 11. Verklaring omtrent gedrag

De stageverlener vereist/vereist niet [opnemen wat van toepassing is] dat de stagiair voor aanvang van de stage een verklaring omtrent het gedrag (VOG) overlegt.

Artikel 12. Geheimhouding en integriteit

  • 1. De stagiair verklaart geheim te zullen houden alles wat omtrent [naam organisatie waar stage plaatsvindt] hem/haar bekend is geworden en waaromtrent geheimhouding is opgelegd, dan wel waarvan het vertrouwelijke karakter hem/haar redelijkerwijs bekend had kunnen zijn.

  • 2. De stagiair legt de scriptie, het stageverslag of het stagewerkstuk voor wat betreft gegevens van vertrouwelijke aard ter goedkeuring voor aan de stagebegeleider, voordat deze aan derden ter beschikking worden gesteld.

  • 3. De Gedragscode Integriteit Rijk 2020 en de Gedragsregeling voor de digitale werkomgeving Rijk zijn gedurende de stageperiode van toepassing op de stagiair. Daarnaast is gedurende de stageperiode is het hoofdstuk Regels en voorzieningen bij melden vermoeden misstand van de CAO Rijk van toepassing.

Artikel 13. Geschillen

Bij problemen tijdens de stage richt de stagiair zich in de eerste plaats tot de stagebegeleider van de stageverlener. Mochten partijen niet tot een oplossing komen kan het geschil door de stagiair of de stageverlener aan de stagedocent worden voorgelegd. Indien zij gezamenlijk niet tot een oplossing kunnen komen, dan zal het probleem aan de directe leidinggevende van de stagebegeleider en aan de onderwijsinstelling (stagecoördinator) worden voorgelegd. In overleg dienen zij een oplossing voor het probleem te zoeken.

Artikel 14. Schade en aansprakelijkheid

  • 1. De stagiair kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door de stageverlener geleden schade, voor zover deze aan de stagiair is te wijten.

  • 2. De stageverlener is, overeenkomstig artikel 7:658, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek, aansprakelijk voor letsel of schade, welke de stagiair lijdt tijdens de uitoefening van de stageactiviteiten.

Artikel 15. Intellectueel eigendom

Indien de werkzaamheden van de stagiair tijdens de stage bestaan in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tussen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt de stagiair.

Artikel 16. Aard overeenkomst

Deze stage-overeenkomst is geen arbeidsovereenkomst tussen de Staat der Nederlanden en de stagiair. De CAO Rijk is daarom niet van toepassing op de stagiair.

Artikel 17. Beëindiging stage

  • 1. De stage eindigt aan het einde van het onder artikel 2 genoemde tijdvak.

  • 2. De stage eindigt, indien de stagiair zijn/haar opleiding tijdens de stageperiode afbreekt.

  • 3. De stageverlener is gerechtigd de stage terstond te beëindigen, indien de stagiair naar het oordeel van de stagebegeleider of leiding van het dienstonderdeel de geldende algemene regels en/of aanwijzingen onvoldoende in acht neemt.

Aldus opgemaakt en ondertekend te [plaats], op [datum]:

De Staat der Nederlanden, namens deze [naam werkgever aanhef overeenkomst]

vertegenwoordigd door [functie, naam]: ..........................

[Naam stagiair]: ...........................

Naar boven