Circulaire wapens en munitie 2019

Geldend van 01-02-2020 t/m heden

7. Tijdelijk verhuur van wapens

OntstaansbronInwerkingtreding
Datum van inwerkingtredingTerugwerkende krachtBetreftOndertekeningBekendmakingKamerstukkenOndertekeningBekendmakingOpmerking
01-02-2020 Nieuwe-regeling 22-01-2020 Stcrt. 2020, 5669 22-01-2020 Stcrt. 2020, 5669

In Nederland zijn er een aantal bedrijven die zich beroepsmatig bezig houden met het verhuren van rekwisieten ten behoeve van film-, theaterproducties, concerten of andere soortgelijke evenementen, en re-enactment opvoeringen. Een onderdeel van de verhuur van deze rekwisieten bestaat uit de verhuur van voorwerpen die vallen onder de werking van de Wet wapens en munitie. Gelet op artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie is het in de uitoefening van een bedrijf verhuren van wapens of munitie slechts toegestaan indien aan het desbetreffende bedrijf een erkenning is verleend door de korpschef. Feitelijk wordt de erkenning afgegeven door de politiechef in de regionale eenheid van de politie waar het bedrijf is gevestigd. Naast de algemene regels die van toepassing zijn op een erkenning houder is de tijdelijke overdracht (verhuur) van (vuur)wapens slechts toegestaan indien wordt voldaan aan de volgende voorschriften.

  • 1. De vuurwapens die aan derden worden verhuurd dienen zoveel mogelijk voor het verschieten van scherpe munitie ongeschikt te zijn gemaakt52;

  • 2. Indien er meer dan vijf, voor het verschieten van scherpe munitie onklaar gemaakte vuurwapens, dan wel één of meer, niet voor het verschieten van scherpe munitie onklaar gemaakte vuurwapens, aan één cliënt ter beschikking worden gesteld dan dient de in de erkenning genoemde beheerder tijdens de verhuur in persoon bij de vuurwapens aanwezig te zijn. Zo nodig kan, in plaats van de beheerder, een bij hem in dienst zijnde persoon, die in het bezit is van een door de korpschef afgegeven doorlopend verlof tot vervoer, tijdens de verhuur bij de vuurwapens aanwezig zijn;

  • 3. Het dragen (onverpakt voorhanden hebben) van de wapens op de openbare weg of op andere voor het publiek toegankelijke plaatsen is uitsluitend toegestaan indien hiervoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door de desbetreffende burgemeester en de korpschef;

  • 4. Het gebruik van losse flodders (knalpatronen) is uitsluitend toegestaan onder begeleiding van de

    in de erkenning genoemde beheerder dan wel een bij hem in dienst zijnde persoon, die in het bezit is van een door de korpschef afgegeven doorlopend verlof tot vervoer. Uitzondering hierop vormt de verhuur van wapens ten behoeve van theaterproducties waarbij de desbetreffende gebruiker(s) vooraf door de erkenning houder geïnstrueerd zijn over de in acht te nemen (veiligheids-) voorschriften bij het gebruik van de wapens;

  • 5. Het tijdelijk overdragen (verhuren) van de (vuur)wapens is uitsluitend toegestaan indien de wapens staan vermeld op een volledig ingevuld formulier TVW (Tijdelijk Verhuur van Wapens)53;

  • 6. Indien sprake is van tijdelijk overdragen, wendt de huurder zich, minimaal zeven dagen voor het gebruik, met het originele en volledig ingevulde TVW-formulier tot de Eenheidschef in de politieregio waar de wapens voorafgaande aan, of na afloop van het gebruik ervan, zullen worden bewaard. Tevens wendt hij zich tot de Eenheidschef van de politieregio waar de wapens daadwerkelijk zullen worden gebruikt voor het doel waarvoor deze ter beschikking worden gesteld. Eerst na afstempeling en parafering door (of namens) de betrokken Eenheidchef(s) is de verhuurder bevoegd om de (vuur)wapens ter beschikking te stellen en is de huurder bevoegd tot het verkrijgen, voorhanden hebben en vervoeren van die (vuur)wapens. Het formulier TVW is niet benodigd indien de beheerder, of een bij hem in dienst zijnde persoon, tijdens de verhuur in persoon aanwezig is.

  • 7. De erkenning houder, het namens hem handelende personeelslid, de huurder en de voor de huurder optredende beheerder dienen zich strikt te houden aan de bepalingen gesteld bij of krachtens de Wet wapens en munitie, alsmede aan de overige beperkingen en voorschriften die zijn vermeld op het formulier TVW.

  1. Aanwijzingen als bedoeld in artikel 38, tweede lid, van de Wet wapens en munitie

    ^ [1]
  2. Zie het arrest van de Hoge Raad van 2 juni 1998, NJ 1998,678

    ^ [2]
  3. zie 1.4.4.1, onder kopje beoordeling aanvraag, onder 1

    ^ [3]
  4. Zie artikel 2:3 van de Algemene wet bestuursrecht

    ^ [4]
  5. Kamerstukken II, vergaderjaar 1994–1995, 24 107, nr. 3, p. 11

    ^ [5]
  6. Dit inlichtingenformulier zal worden vervangen door een onderzoek met behulp van de e-screener. De aanvrager is dan verplicht aan dit onderzoek mee te werken. Op grond van de uitkomsten van de e-screener test wordt een indicatie aan de korpschef gegeven over de psychische gesteldheid van de aanvrager.

    ^ [6]
  7. Zie in dit kader artikel 4:5, eerste lid, onderdeel c, van de Awb.

    ^ [7]
  8. Lees: ‘jacht en beheer en schadebestrijding’, dit artikel is in tegenstelling tot artikel 26 van de WWM nog niet aangepast aan de terminologie van de Wet natuurbeschermjng waarin onderscheid wordt gemaakt tussen ‘jacht’ en ‘beheer en schadebestrijding’.

    ^ [8]
  9. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 6 november 2002, LJN-nr: AE9910, Zaaknr: 200103516/1

    ^ [9]
  10. Bijvoorbeeld een vereniging van wapen- of munitieverzamelaar; een re-enactmentvereniging, een vereniging van personen die zich bezighouden met het conserveren van historisch militair materiaal etc.

    ^ [10]
  11. Een consent kan alleen worden verleend voor wapens van categorie II en III, zie artikel 14 van de WWM.

    ^ [11]
  12. Zie de vrijstellingen voor sportschutters en jager voor buitenlandse activiteiten in paragraaf 15 van de Regeling wapens en munitie.

    ^ [12]
  13. Eerste Kamer, vergaderjaar 1985–1986, 14 413, nr. 54, blz. 9

    ^ [13]
  14. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 6 november 2002, LJN-nr: AE9910, Zaaknr: 200103516/1

    ^ [14]
  15. Zie onderdeel A 1.4.5.1 voor wat betreft de verlening van consenten op grond van de Wet wapens en munitie.

    ^ [15]
  16. Zie onderdeel A 1.3.4 voor een nadere toelichting op de uitzonderingen die van toepassing zijn op bepaalde categorieën overheidsfunctionarissen.

    ^ [16]
  17. Zie artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht

    ^ [17]
  18. En niet zijnde semi-automatische geweren.

    ^ [18]
  19. Zie voetnoot 17.

    ^ [19]
  20. Niet zijnde semi-automatische geweren.

    ^ [20]
  21. De introducéregisters dienen door de vereniging gedurende minimaal drie jaar te worden bewaard.

    ^ [21]
  22. Omdat het schieten onder direct toezicht wordt beoefend, is er geen sprake van ‘overdragen’ in de zin van artikel 1, aanhef en onder 11°, van de WWM, zodat de schutter niet behoeft te beschikken over een verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens.

    ^ [22]
  23. Niet zijnde semi-automatische geweren.

    ^ [23]
  24. Zie 16.

    ^ [24]
  25. Het bezoekersregister dient door de erkenninghouder gedurende minimaal drie jaar te worden bewaard.

    ^ [25]
  26. Omdat het schieten onder direct toezicht wordt beoefend, is er geen sprake van ‘overdragen’ in de zin van artikel 1, aanhef en onder 11°, van de WWM, zodat de schutter niet behoeft te beschikken over een verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens.

    ^ [26]
  27. In zoverre deze vuurwapens voldoen aan de vereisten die gesteld zijn in artikel 12 van het Jachtbesluit.

    ^ [27]
  28. Zie ook het in bijlage C 1 opgenomen beslissingsschema

    ^ [28]
  29. Omdat het schieten onder direct toezicht wordt beoefend, is er geen sprake van ‘overdragen’ in de zin van artikel 1, aanhef en onder 11°, van de WWM, zodat de schutter niet behoeft te beschikken over een verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens.

    ^ [29]
  30. Niet zijnde semi-automatische geweren.

    ^ [30]
  31. Zie onderdeel B 2.6 voor de erkende takken van schietsport.

    ^ [31]
  32. Zie de uitspraak van de Raad van State van 18 juli 2001 (nr: 200005685/1) en het arrest van de Hoge Raad van 24 november 1987.

    ^ [32]
  33. Besluit van 19 mei 2004, houdende regels inzake het beperken van het kleiduivenschieten, Staatsblad 2004, 237

    ^ [33]
  34. Uitzondering op dit verbod is door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), na overleg met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), gemaakt voor aangewezen topsporters en gebruikers van geweren die zijn vervaardigd voor 1 januari 1890 en geweren die voor wat betreft model, materiaal en systeem identiek zijn aan geweren die vervaardigd zijn voor 1 januari 1890 (replica’s). Uitsluitend op deze personen is het verbod tot en met 31 december 2008 niet van toepassing.

    ^ [34]
  35. Vuurwapens die op volautomatische wapens lijken maar die in een speciaal voor de civiele markt (schietsport) ontwikkelde (slechts) semi-automatisch vurende variant worden vervaardigd vallen niet onder deze beperking.

    ^ [35]
  36. De looplengte wordt bij pistolen en geweren gemeten inclusief de kamer en exclusief eventuele toevoegingen zoals vlamdempers, tenzij deze permanent, door lassen, hardsolderen of nagelen, aan de loop bevestigd zijn. Bij revolvers wordt de lengte van de cilinder niet meegerekend.

    ^ [36]
  37. Onder een hagelgeweer dient te worden verstaan elk achterlaadgeweer in een hagelkaliber (12, 16, 20 etc.), niet zijnde een schutterijbuks.

    ^ [37]
  38. Meervoudige specialisatie is in sommige gevallen mogelijk maar vereist wel een nadere motivering.

    ^ [38]
  39. Om veiligheidsredenen mag de informatie over de beveiliging van de verzameling middels een aparte verklaring worden aangeleverd. Deze verklaring wordt door de vereniging niet gearchiveerd.

    ^ [39]
  40. (hand)granaten, mijnen en dergelijke mogen dus geen voortdrijvende, brisante, giftige, verstikkende, weerloos makende, traan verwekkende of een soortgelijke lading bevatten.

    ^ [40]
  41. Omdat slaghoedjes van kalibers boven de 19 millimeter doorgaans een grotere hoeveelheid slagsas bevatten en vaak ook een extra aanvuurlading voor het snel ontsteken van de relatief grote hoeveelheid kruit, kan hier een zekere gevaarzetting van uitgaan. Door deze beperking wordt dit uitgesloten en is alle kogelmunitie van een kaliber boven de 19 millimeter volledig ontdaan van alle chemische lading.

    ^ [41]
  42. Alleen van toepassing bij de verlening van een ontheffing ex artikel 4 van de Wet wapens en munitie.

    ^ [42]
  43. Voor de definitie van het begrip museum, zie onderdeel B 3.6.

    ^ [43]
  44. Omdat de re-enactment onder direct toezicht wordt beoefend, is er geen sprake van ‘overdragen’ in de zin van artikel 1, aanhef en onder 11°, van de WWM, zodat de schutter niet behoeft te beschikken over een verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens.

    ^ [44]
  45. Indien de aanvrager van het verlof voor een periode langer dan een jaar in het buitenland verblijft, bestaat er geen bezwaar tegen om het verlof op voorhand voor meerdere jaren te verlengen.

    ^ [45]
  46. Besluit van 28 november 2000, Stb. 521, gewijzigd bij besluit van 23 oktober 2001, Stb. 499

    ^ [46]
  47. Zie ook artikel 39 van de Regeling wapens en munitie voor de vrijstelling met betrekking tot het tijdelijk doen uitgaan of binnenkomen, alsmede vervoeren van jachtgeweren ter beoefening van de jacht.

    ^ [47]
  48. Zoals bedoeld in artikel 43, derde lid, van de Regeling wapens en munitie.

    ^ [48]
  49. Besluit van 19 mei 2004, houdende regels inzake het beperken van de milieugevolgen van het kleiduivenschieten, Staatsblad 2004, 237.

    ^ [49]
  50. Uitzondering op dit verbod is door de toenmalige Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), na overleg met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), gemaakt voor aangewezen topsporters en gebruikers van geweren die zijn vervaardigd voor 1 januari 1890 en geweren die voor wat betreft model, materiaal en systeem identiek zijn aan geweren die vervaardigd zijn voor 1 januari 1890 (replica’s). Uitsluitend op deze personen is het verbod tot en met 31 december 2008 niet van toepassing.

    ^ [50]
  51. Indien de aanvrager van het verlof voor een periode langer dan een jaar in het buitenland verblijft, bestaat er geen bezwaar tegen om het verlof op voorhand voor meerdere jaren te verlengen.

    ^ [51]
  52. Sommige wapens (zoals bijvoorbeeld hagelgeweren met een pomp mechanisme) kunnen niet op een veilige wijze worden omgebouwd voor het verschieten van uitsluitend losse flodders.

    ^ [52]
  53. Dit formulier kan worden aangevraagd bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Dienst Justis: telefoon: 070-370 90 70.

    ^ [53]
  54. Zie Raad van State, 18 januari 2006, LJN AU9822.

    ^ [54]
  55. Zie 48.

    ^ [55]
  56. Zie onderdeel B 2.7.2

    ^ [56]
  57. Na aanpassing artikel 8 van het Jachtbesluit.

    ^ [57]
  58. Niet zijnde semi-automatische geweren.

    ^ [58]
Terug naar begin van de pagina