Subsidieregeling Stichting CAOP 2020

[Regeling vervalt per 01-01-2023.]
Geldend van 01-02-2020 t/m heden

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 10 januari 2020, nr. 2019-0000507024, houdende regels voor de subsidiëring van de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (Subsidieregeling Stichting CAOP 2020)

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder stichting: Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP).

Artikel 2

  • 1 Onze Minister verstrekt aan de stichting een subsidie voor kosten die direct samenhangen met de volgende activiteiten:

    • a. de secretariële, inhoudelijke en administratieve ondersteuning van:

      • 1°. de Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst;

      • 2°. de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid en de daaronder ressorterende commissies;

      • 3°. de Bedrijfscommissie Overheid;

      • 4°. de Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefening Ambtenaren;

      • 5°. de Commissie van Advies Bezwaren Functiewaardering;

      • 6°. de Adviescommissie Veiligheidsonderzoeken;

      • 7°. de geschillencommissie;

    • b. onderzoek en voorlichting op het terrein van arbeidszaken bij de overheid; en

    • c. het verrichten van faciliterende werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van het overheidsbeleid op het terrein van arbeidszaken overheidspersoneel.

  • 2 De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

  • 3 De minister verstrekt subsidie voor de kosten die noodzakelijk zijn voor de in het eerste lid genoemde activiteiten. De stichting onderbouwt in de aanvraag tot subsidieverlening de noodzaak van de te verwachten kosten en onderbouwt in de aanvraag tot subsidievaststelling de noodzaak van de feitelijk gemaakte kosten voor de activiteiten.

Artikel 3

De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt.

Artikel 4

De stichting dient de aanvraag tot subsidieverlening in voor 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.

Artikel 5

  • 1 De minister verstrekt op de subsidie een voorschot dat gelijk is aan de verleende subsidie.

  • 2 Het voorschot wordt binnen zes weken na de beschikking tot subsidieverlening uitbetaald.

Artikel 6

De stichting dient de aanvraag tot subsidievaststelling in voor 1 april van het jaar na het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.

Artikel 7

  • 2 Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend, komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.

  • 3 De hoogte van de egalisatiereserve is ten hoogste 10% van het subsidiebedrag voor het betreffende boekjaar. Indien op 31 december van een boekjaar de egalisatiereserve meer dan 10% van het over dat jaar verstrekte subsidiebedrag bedraagt, dient het meerdere teruggestort te worden op de bankrekening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • 4 De egalisatiereserve wordt uitsluitend aangewend voor kosten die direct samenhangen met de uitvoering van de activiteiten bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel 8

Een subsidie die is verleend krachtens de Subsidieregeling Stichting CAOP 2015 wordt aangemerkt als een subsidie, verleend krachtens deze regeling. Artikel 2, derde lid, is niet van toepassing op de vaststelling van de subsidies die zijn aangevraagd voor 1 januari 2020.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2020 en vervalt met ingang van 1 januari 2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

R.W. Knops

Terug naar begin van de pagina