Subsidieregeling regionale aanpak personeelstekort onderwijs 2020 en 2021

[Regeling vervalt per 01-08-2024.]
Geldend van 17-12-2019 t/m 29-04-2020

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 10 december 2019, nr. PO/17792975, houdende regels voor de subsidiëring van een regionale aanpak personeelstekort primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs voor de schooljaren 2020–2021 en 2021–2022 (Subsidieregeling regionale aanpak personeelstekort onderwijs 2020 en 2021)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 3. Periode, activiteiten en cofinanciering

  • 1 De minister kan aan een aanvrager voor de schooljaren 2020–2021 en 2021–2022 subsidie verstrekken voor de uitvoering van een plan van aanpak personeelstekort in een regio.

  • 2 De activiteiten in het plan van aanpak richten zich op de bestaande of te verwachten kwantitatieve en kwalitatieve tekorten in de personeelsvoorziening. Hieronder kan ook worden verstaan activiteiten die gericht zijn op de totstandbrenging of versterking van samenwerking in de regio voor het aanpakken en verminderen van het bestaande of verwachte personeelstekort.

  • 3 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien sprake is van cofinanciering. De cofinanciering bedraagt ten minste één derde deel van de subsidiabele kosten, en dient in geld of in geld waardeerbaar te zijn.

Artikel 4. Subsidieplafond en maximale hoogte subsidie

  • 1 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de schooljaren 2020–2021 en 2021–2022 een bedrag beschikbaar van € 30 miljoen, waarvan:

    • a. € 15,9 miljoen beschikbaar is voor aanvragen die betrekking hebben op de sector primair onderwijs; en

    • b. € 14,1 miljoen beschikbaar is voor aanvragen die betrekking hebben op de sector voortgezet onderwijs.

  • 2 De subsidie voor een plan van aanpak voor een regio in het primair onderwijs of het voortgezet onderwijs bestaat uit een basisbedrag van maximaal € 385.000,00, en, indien van toepassing, vermeerderd met een maximaal aanvullend bedrag dat wordt vastgesteld aan de hand van de in de bijlage bij deze regeling opgenomen tabel.

  • 3 Indien één of meer besturen met instellingen voor het middelbaar beroepsonderwijs in de regio deelnemen aan het plan van aanpak in het voortgezet onderwijs, wordt het maximale subsidiebedrag verhoogd met 30 procent van het basisbedrag. Voor zover deze verhoging van het subsidiebedrag wordt verstrekt, komt zij ten laste van het budget, bedoeld in het eerste lid, onder b.

  • 4 Bij een sectoroverstijgende aanvraag bestaat het maximale subsidiebedrag uit de som van de uit het tweede lid en de bijlage voortvloeiende maximale subsidiebedragen voor de afzonderlijke sectoren.

Artikel 5. Verdeling subsidie

  • 1 Indien het subsidieplafond van een sector, bedoeld in artikel 4, eerste lid, door subsidieverstrekking niet volledig wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het subsidieplafond voor de andere sector.

  • 2 Indien met inachtneming van het eerste lid het subsidieplafond voor het primair of voortgezet onderwijs ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen voor die betreffende sector te kunnen toewijzen, worden de subsidiebedragen naar rato naar beneden vastgesteld. Deze bijstelling heeft betrekking op de aanvullende bedragen, bedoeld in artikel 4, tweede lid. Mocht dit ontoereikend zijn dan vindt vervolgens naar rato een bijstelling naar beneden plaats van het basisbedrag van € 385.000,00 bedoeld in artikel 4, tweede lid.

Artikel 6. Per regio maximaal één toekenning

  • 1 Per regio kan maximaal één subsidieaanvraag worden toegekend voor de sector primair onderwijs en maximaal één subsidieaanvraag voor de sector voortgezet onderwijs. Dit geldt ook in het geval van een sectoroverstijgende aanvraag.

  • 2 Indien een gemeente of een vestiging in een gemeente deel uitmaakt van meer dan één aanvraag, wordt uitgegaan van de regio zoals is beschreven in de eerst ingediende aanvraag.

Artikel 7. Indiening

  • 1 Van 1 februari 2020 tot en met uiterlijk 1 maart 2020 kan een aanvraag worden ingediend. De aanvraag bestaat ten minste uit een plan van aanpak en een begroting. Aanvragen die worden ingediend na 1 maart 2020 worden afgewezen.

  • 2 Een aanvraag wordt medeondertekend door alle besturen die betrokken zijn bij de opstelling van het plan van aanpak. Hiermee verklaren zij gezamenlijk het plan van aanpak uit te zullen voeren. Zij verklaren bovendien dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de aanvrager van de besteding van de subsidie op verzoek aan de aanvrager worden verstrekt.

  • 3 Een aanvraag geschiedt met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier en de daarbij behorende rekentool ter vaststelling van de besturen en de personeelsomvang van de vestigingen in de regio, die daartoe via de website van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen beschikbaar worden gesteld.

Artikel 8. Eisen aan de regio

  • 1 Indien een aanvraag betrekking heeft op het primair onderwijs, voldoet de regio van de aanvraag aan de volgende eisen:

    • a. ten minste 35 procent van de besturen van de in de betreffende regio gelegen vestigingen voor primair onderwijs neemt deel aan de aanvraag;

    • b. de deelnemende vestigingen van scholen voor primair onderwijs hebben een gezamenlijke personeelsomvang die ten minste een derde deel bedraagt van de totale personeelsomvang van de vestigingen van scholen voor primair onderwijs in de regio, en die tenminste 800 fte bedraagt; en

    • c. één of meer besturen van lerarenopleidingen voor primair onderwijs nemen deel aan de activiteiten waar de aanvraag betrekking op heeft.

  • 2 Indien een aanvraag betrekking heeft op het voortgezet onderwijs, voldoet de regio van de aanvraag aan de volgende eisen:

    • a. ten minste 50 procent van de besturen van de in de betreffende regio gelegen vestigingen voor voortgezet onderwijs neemt deel aan de aanvraag;

    • b. de deelnemende vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs hebben een gezamenlijke personeelsomvang die ten minste een derde deel bedraagt van de totale personeelsomvang van de vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs in de regio, en die tenminste 1.200 fte bedraagt; en

    • c. één of meer besturen van lerarenopleidingen voor voortgezet onderwijs nemen deel aan de activiteiten waar de aanvraag betrekking op heeft.

  • 3 Onder een regio valt niet het grondgebied van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

  • 4 De vorige leden zijn van toepassing op een sectoroverstijgende aanvraag.

Artikel 9. Plan van aanpak en begroting

  • 1 Het plan van aanpak bevat voor de periode waarop deze betrekking heeft, in aanvulling op de onderdelen van artikel 3.4 van de kaderregeling in ieder geval een beschrijving van:

    • a. de regio;

    • b. de besturen en eventueel andere partijen die deelnemen aan de uitvoering van het plan van aanpak;

    • c. de gestelde doelen in termen van specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden;

    • d. de activiteiten om de doelen te bereiken;

    • e. de wijze waarop de realisatie van de doelen wordt gevolgd en vastgesteld;

    • f. de aanstelling of voorgenomen aanstelling van een aanjager of projectleider ter uitvoering van het plan; en

    • g. de inrichting of voorgenomen inrichting van een informatiepunt of loket om potentieel onderwijspersoneel te informeren over en waar nodig door te geleiden naar routes ter verkrijging van een betrekking in het onderwijs in de regio.

  • 2 Indien het plan van aanpak betrekking heeft op een regio waaraan in het kader van de Subsidieregeling regionale aanpak lerarentekort in 2019 subsidie is toegekend, worden in het plan van aanpak ook eventuele wijzigingen beschreven in het gebied van de regio of in de deelname van scholen met hun besturen ten opzichte van de aanvraag onder de genoemde subsidieregeling.

  • 3 De begroting voldoet onverminderd artikel 3.5 van de kaderregeling aan de volgende eisen:

    • a. de begroting geeft inzicht in de cofinanciering;

    • b. de begroting bevat geen post onvoorziene kosten.

Artikel 10. Aanvrager

  • 1 Subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de aanvrager.

  • 2 De aanvrager is verantwoordelijk voor alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke van de samenwerkende partijen feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

Artikel 11. Vaststelling, betaling en besteding subsidie

  • 1 De subsidie wordt uiterlijk op 1 mei 2020 direct vastgesteld.

  • 2 De minister betaalt het vastgestelde subsidiebedrag in twee gelijke delen. De delen worden uitbetaald vóór 1 augustus 2020 en vóór 1 augustus 2021.

  • 3 Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten passend bij het doel van deze regeling.

Artikel 12. Verplichtingen subsidie

  • 1 De subsidie wordt niet gebruikt voor:

    • a. de verbetering van primaire arbeidsvoorwaarden;

    • b. de inhuur van onderwijspersoneel op scholen; en

    • c. personele kosten voor zover deze het uurtarief van € 100,00, inclusief overhead en exclusief BTW, te boven gaan.

  • 2 De activiteiten worden uitgevoerd in de periode 1 augustus 2020 tot en met 31 juli 2022, waarbij een uitloop mogelijk is tot uiterlijk 31 december 2022.

  • 3 De aanvrager is verplicht om op verzoek actief mee te werken aan kennisdelingsactiviteiten.

  • 4 Het plan van aanpak wordt na toekenning van de subsidie openbaar gemaakt met inachtneming van de voorschriften uit de Algemene verordening gegevensbescherming.

  • 5 Over de voortgang en geboekte resultaten over het eerste schooljaar na de subsidietoekenning dient de aanvrager uiterlijk vóór 1 oktober 2021 een tussenrapportage in. Dit geschiedt met gebruikmaking van een via de website van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen beschikbaar gesteld format. Het vierde lid is van toepassing op de tussenrapportage.

Artikel 13. Verantwoording

  • 1 De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

  • 2 De aanvrager toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

Artikel 14. Inwerkintreding en geldigheidsduur

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 augustus 2024.

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling regionale aanpak personeelstekort onderwijs 2020 en 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Bijlage behorend artikel 4 van de Subsidieregeling regionale aanpak personeelstekort onderwijs 2020–2021.

De subsidiebedragen worden volgens de onderstaande tabellen bepaald op basis van percentage deelnemende besturen in en de personeelsomvang van de deelnemende scholen in de regio voor primair onderwijs of voortgezet onderwijs. In het geval van een sectoroverstijgende aanvraag worden de bedragen bij elkaar opgeteld.

Aandeel deelnemende po-besturen in de regio aan de RAP primair onderwijs

Personeels-omvang deelnemende po-vestigingen in de regio

Basisbedrag (maximaal)

Factor

x

basisbedrag

Aanvullend bedrag (maximaal)

35% tot 45%

≥800 fte

€ 385.000,00

1,00

45% tot 65%

<1.200 fte

€ 385.000,00

1,00

45% tot 65%

≥1.200 fte

€ 385.000,00

1,25

€ 96.250,00

≥65%

<1.600 fte

€ 385.000,00

1,25

€ 96.250,00

≥65%

≥1.600 fte

€ 385.000,00

1,50

€ 192.500.00

Aandeel deelnemende vo- besturen in de regio aan de RAP voortgezet onderwijs

Personeels-omvang deelnemende vo-vestigingen in de regio van tenminste

Basisbedrag (maximaal)

Factor

x

basisbedrag

Aanvullend bedrag (maximaal)

50% tot 60%

≥1.200 fte

€ 385.000,00

1,00

60% tot 80%

<1.600 fte

€ 385.000,00

1,00

60% tot 80%

≥1.600 fte

€ 385.000,00

1,25

€ 96.250,00

≥80%

<2.000 fte

€ 385.000,00

1,25

€ 96.250,00

≥80%

≥2.000 fte

€ 385.000,00

1,50

€ 192.500,00

Terug naar begin van de pagina