Deelregeling meerjarige festivalsubsidies Fonds Podiumkunsten 2021–2024

Geldend van 20-11-2019 t/m heden

Deelregeling meerjarige festivalsubsidies Fonds Podiumkunsten 2021–2024

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bestuur: de raad van bestuur van de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;

  • festival: reeks van onderling samenhangende activiteiten die gedurende een in de tijd beperkte periode onder een gemeenschappelijke noemer worden georganiseerd;

  • Fonds Podiumkunsten: de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;

  • Nederland: het Koninkrijk der Nederlanden, inclusief het Caribisch deel daarvan;

  • liquiditeit: vlottende activa gedeeld door vlottende passiva;

  • programmeringskosten: de kosten in de vorm van uitkoopsommen, honoraria en gages voor de professionele podiumkunstprogrammering;

  • solvabiliteit: het eigen vermogen gedeeld door het vreemd vermogen.

Artikel 1.2. Doel

Het bestuur kan meerjarige subsidies verstrekken aan festivalorganisaties voor activiteiten die bijdragen aan een kwalitatief hoogwaardig en pluriform aanbod van professionele podiumkunsten in Nederland in de jaren 2021 tot en met 2024 en het opbouwen en bereiken van een publiek daarvoor in hun omgeving.

Artikel 1.3. Subsidieperiode

  • 1 Subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier jaar.

  • 2 Het bestuur kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid subsidie verlenen voor een kortere periode als de financiële gegevens met betrekking tot de aanvrager daartoe aanleiding geven.

  • 3 Een instelling kan slechts een aanvraag indienen.

Artikel 1.4. Subsidieplafonds

  • 1 Voor de periode 2021–2024 zijn per kalenderjaar de volgende bedragen beschikbaar voor het verstrekken van meerjarige subsidies aan instellingen:

    Landsdeel Noord: € 475.000;

    Landsdeel Oost: € 175.000;

    Landsdeel Midden: € 275.000;

    Landsdeel Zuid: € 775.000;

    Landsdeel West: € 900.000.

  • 2 Voor de periode 2021–2024 is per kalenderjaar het volgende bedrag beschikbaar ten behoeve van een organisatiebijdrage: € 3.500.000.

  • 3 De bedragen genoemd in de eerste twee leden gelden als subsidieplafond.

  • 4 Het bestuur kan eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen of verlagen. Een besluit tot het vaststellen, verhogen of verlagen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de website van het Fonds.

Artikel 1.5. Weigeringsgronden

  • 1 Het bestuur kan subsidie weigeren:

    • a. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;

    • b. als het bestuur op basis van de aanvraag er onvoldoende van overtuigd is dat de uit te voeren activiteiten kunnen worden gerealiseerd;

    • c. als de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet in Nederland plaatsvinden;

    • d. als de aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;

    • e. als de aanvrager een rechtspersoon is met winstoogmerk;

    • f. als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de realisatie en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;

    • g. als de aanvrager voor zijn kernactiviteiten subsidie is of zal worden verleend op grond van de Deelregeling meerjarige productiesubsidies Fonds Podiumkunsten 2021–2024 dan wel op grond van een meerjarige regeling van een van de andere Rijkscultuurfondsen;

    • h. als de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.

  • 2 Het subsidie wordt in ieder geval geweigerd:

    • a. voor zover de aanvrager in de aanvraag niet verklaart dat hij de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie onderschrijft en dat hij aansluit bij bestaande afspraken over honorering en de sociale dialoog tussen werkgevers-opdrachtgevers en werknemers-opdrachtnemers;

    • b. als de aanvrager voor zijn kernactiviteiten subsidie is of zal worden verleend op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.

Paragraaf 2. Procedure

Artikel 2.1. Indienen aanvraag

  • 1 Aanvragen dienen uiterlijk 2 maart 2020 om 17.00 uur te zijn ontvangen.

  • 2 De aanvraag wordt digitaal ingediend.

  • 3 Een aanvraag wordt ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier voor de betreffende periode.

  • 4 Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Fonds Podiumkunsten en vergezeld gaat van de op het formulier vermelde bijlagen.

Artikel 2.2. Beoordeling

  • 1 Aanvragen worden voorgelegd aan een adviescommissie per landsdeel, mits zij voldoen aan de vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen.

  • 2 De adviescommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria in deze regeling.

  • 3 De adviescommissie adviseert over de subsidiehoogte op basis van het bepaalde in deze regeling.

Artikel 2.3. Verdeling budget

  • 1 Aanvragen die aan de voorwaarden voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen worden per landsdeel onderverdeeld in:

    A: honoreren;

    B: honoreren voor zover het budget dat toelaat; en

    C: niet honoreren.

  • 2 Als een subsidieplafond voor een landsdeel ontoereikend is om alle aanvragen met het advies 'honoreren voor zover het budget dat toelaat' te honoreren, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van de van toepassing zijnde criteria.

  • 3 Het bestuur honoreert eerst de aanvragen met het advies 'honoreren'. Vervolgens worden de aanvragen met het advies 'honoreren voor zover het budget dat toelaat' gehonoreerd in volgorde van de rangorde. Het bestuur verdeelt het beschikbare budget volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen of gedeeltelijk toegewezen totdat het van toepassing zijnde subsidieplafond is bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen.

  • 4 Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt eerst het subsidie van een aanvraag die wegens ontoereikendheid van het budget gedeeltelijk was toegewezen alsnog verhoogd tot het geadviseerde bedrag. Vervolgens wordt steeds de eerstvolgende aanvraag toegewezen totdat het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 2.4. Verdeling organisatiebijdrage

  • 1 De adviescommissies dragen per landsdeel een beperkt aantal festivals voor die in aanmerking komen voor een organisatiebijdrage. Aanvragers kunnen alleen worden voorgedragen voor een aanvullende bijdrage uit het budget voor een organisatiebijdrage indien zij voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • de adviescommissie heeft positief geadviseerd over de aanvraag;

    • de aanvrager kan aantonen dat lokale overheden jaarlijks gemiddeld een bijdrage doen van € 100.000;

    • de aanvrager kan aantonen dat de totale lasten bij de laatste twee edities jaarlijks gemiddeld € 300.000 bedroegen.

  • 2 De adviescommissies doen hun voordracht op basis van de mate waarin een festival van betekenis is voor de nationale infrastructuur. De adviescommissies prioriteren de festivals die zij voordragen.

  • 3 Indien het beschikbare budget onvoldoende is om alle voorgedragen festivals te honoreren, wordt gestreefd naar een evenwichtige spreiding van festivals over de landsdelen. Waar dat niet goed mogelijk is kan het bestuur het aantal festivals dat wordt ondersteund op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en het aantal inwoners van het landsdeel meewegen.

Artikel 2.5. Besluit

Het bestuur informeert de aanvrager binnen 22 weken na de uiterlijke indiendatum schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.

Paragraaf 3. Meerjarige festivalsubsidie

Artikel 3.1. Wie kan aanvragen

Een aanvraag voor meerjarige subsidie kan uitsluitend worden gedaan door een organisatie die primair gericht is op het organiseren van een festival op het gebied van podiumkunsten.

Artikel 3.2. Waarvoor kan worden aangevraagd

Een aanvraag voor meerjarige subsidie kan worden ingediend voor het organiseren van een festival op het gebied van de professionele podiumkunsten dat minimaal eens per twee jaar plaatsvindt.

Artikel 3.3. Instapeisen

  • 1 Een aanvrager die in aanmerking wil komen voor een meerjarige subsidie dient te kunnen aantonen dat hij minimaal twee edities van het betreffende festival heeft georganiseerd.

  • 2 Een aanvrager dient aan te tonen dat het bedrag aan programmeringskosten in de periode 2017–2019 per editie gemiddeld minimaal € 50.000 bedroeg.

  • 3 Het bestuur kan besluiten een aanvraag die niet voldoet aan het vereiste uit het tweede lid in behandeling te nemen als sprake is van een beperkt verschil tussen het bedrag aan programmeringskosten en de instapeis.

  • 4 Een aanvrager zendt complete programmagegevens en jaarrekeningen over de jaren 2017, 2018 en 2019 mee bij zijn aanvraag, tenzij deze al in het bezit zijn van het Fonds Podiumkunsten. De jaarrekening 2019 mag worden nagezonden, mits deze uiterlijk 1 april 2020 is ontvangen. In het geval geen drie edities hebben plaatsgevonden in deze periode, zendt de aanvrager de programmagegevens en jaarrekeningen van de laatste twee edities mee.

  • 5 Een aanvrager die mede aanvraagt voor de organisatiebijdrage dient ook te voldoen aan de volgende eisen:

    • a. De aanvrager dient te kunnen aantonen dat de artistieke en zakelijke leiding niet bij dezelfde persoon belegd zijn en dat dit in de komende periode ook niet het geval zal zijn;

    • b. De aanvrager dient aan te tonen dat:

      • i. het bestuur dan wel de raad van toezicht bestaat uit minimaal drie personen die onafhankelijk toezicht houden op de activiteiten;

      • ii. er een directiereglement dan wel reglementen voor bestuur en raad van toezicht zijn, waarin afspraken zijn gemaakt over de taak-, verantwoordelijksheids- en bevoegdheidsverdeling;

      • iii. de aanvrager heeft een procedure vastgelegd in het geval er sprake is van (mogelijke) belangenverstrengeling bij een van de leden van de directie, het bestuur of de raad van toezicht;

    • c. De aanvrager dient aan te tonen dat de solvabiliteit en liquiditeit in 2019 minimaal hoger zijn dan de volgende waarden:

      • i. Solvabiliteit: 0,50;

      • ii. Liquiditeit: 1,00.

  • 6 Het bestuur kan besluiten om een aanvraag die niet voldoet aan de vereisten uit het voorgaande lid in behandeling te nemen als aanvrager slechts in zeer beperkte mate niet voldoet aan de vereisten. Het bestuur kan in dat geval voorwaarden verbinden aan het besluit om de aanvraag te honoreren. Het besluit om voorwaarden te stellen, is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag niet voldoet aan de instapeisen.

Artikel 3.4. Beoordeling

Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • a) artistieke positie;

  • b) publieksfunctie;

  • c) inbedding.

Artikel 3.5. Subsidiehoogte

  • 1 De hoogte van het subsidie wordt bepaald op basis van de programmeringskosten aan de hand van het volgende overzicht:

    – Programmeringskosten € 50.000 tot € 100.000

    € 25.000

    – Programmeringskosten € 100.000 tot € 200.000

    € 37.500

    – Programmeringskosten € 200.000 tot € 300.000

    € 50.000

    – Programmeringskosten € 300.000 tot € 400.000

    € 75.000

    – Programmeringskosten € 400.000 en hoger

    € 100.000

  • 2 Een beperkt aantal festivals komt in aanvulling op de bijdrage in de programmeringskosten in aanmerking voor de organisatiebijdrage. De subsidiehoogte van deze bijdrage wordt bepaald aan de hand van het volgende overzicht:

    – Totale lasten tot € 300.000

    Geen bijdrage

    – Totale lasten € 300.000 tot € 1.000.000

    € 125.000

    – Totale lasten € 1.000.000 en hoger

    € 250.000

  • 3 Het bestuur kan afwijken van het bepaalde in de leden een en twee indien een strikte toepassing hiervan zou leiden tot een kennelijk onredelijk resultaat.

  • 4 De subsidiehoogte wordt vastgesteld op basis van de financiële gegevens van de laatste twee edities van het festival.

  • 5 Het bestuur kan van de bedragen in de leden een en twee afwijken indien de totale bijdrage van het Fonds aan de aanvrager hoger is dan de lokale bijdrage.

Paragraaf 4. Verplichtingen en verantwoording

Artikel 4.1. Aan het subsidie verbonden verplichtingen

  • 1 De subsidieontvanger meldt onverwijld aan het bestuur als:

    • a) de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;

    • b) niet geheel aan de aan het subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of

    • c) er aanzienlijke artistieke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.

  • 2 De subsidieontvanger plaatst het logo of de naam van het Fonds Podiumkunsten op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten en stuurt exemplaren van drukwerk dat betrekking heeft op de gesubsidieerde activiteiten aan het Fonds Podiumkunsten.

  • 3 Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan het subsidie verbinden.

Artikel 4.2. Verantwoording

  • 1 De subsidieontvanger stuurt jaarlijks voor 1 april een inhoudelijke en financiële verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar.

  • 2 De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

  • 3 De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting.

  • 4 De financiële verantwoording van aanvragers die een subsidie van meer dan € 125.000 per jaar ontvangen, dient vergezeld te gaan van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15, is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening.

  • 5 Voor het bepalen van het toepasselijke verantwoordingsregime geldt als peildatum de datum waarop het besluit op de aanvraag is genomen.

  • 6 Het bestuur kan nadere voorwaarden stellen aan de inrichting van de verantwoording.

Artikel 4.3. Vaststelling subsidie

  • 1 Het bestuur stelt het subsidie vast aan het einde van de subsidieperiode op basis van de inhoudelijke en financiële verantwoordingen over de respectievelijke jaren.

  • 2 Als de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd en is voldaan aan alle aan het subsidie verbonden verplichtingen stelt het bestuur het subsidie binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.

Artikel 4.4. Reserveringen

  • 1 Voor zover het bedrag van een verleende subsidie na uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig het bepaalde in deze regeling niet is besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt, kan het worden gereserveerd. De aldus gereserveerde middelen kunnen uitsluitend worden besteed aan de doeleinden waarvoor het subsidie werd verstrekt.

  • 2 Het bestuur kan voor een of meer subsidieontvangers of voor een categorie subsidieontvangers een maximaal percentage van het verleende subsidie of een maximaal bedrag vaststellen waarboven het totaal van de reservering, bedoeld in het eerste lid, niet uitkomt.

Paragraaf 5. Overige bepalingen

Artikel 5.1. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 5.2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 5.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling meerjarige festivalsubsidies Fonds Podiumkunsten 2021–2024.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

H. Post,

directeur / bestuurder

Terug naar begin van de pagina