Subsidieregeling sanering varkenshouderijen

Geldend van 29-10-2020 t/m 23-03-2021

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 10 oktober 2019, nr. WJZ/ 19237719 , tot vaststelling van een regeling voor de verstrekking van subsidie voor het saneren van varkenshouderijlocaties in verband met geurhinder (Subsidieregeling sanering varkenshouderijen)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 2a, eerste lid, onderdeel c, en 3, eerste lid, van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Geurscore

De geurscore van een varkenshouderijlocatie wordt bepaald met behulp van de volgende methode:

  • a. de geurbelasting, uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht, van de varkenshouderij op geurgevoelige objecten binnen een straal van 1.000 meter vanaf het geometrisch gemiddelde van de emissiepunten van de varkenshouderijlocatie wordt berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks gebied en met overeenkomstige toepassing van artikel 2, tweede tot en met zesde lid, van de Regeling geurhinder en veehouderij;

  • b. de voor deze geurgevoelige objecten berekende geurbelasting, voor zover deze ten minste 2,0 odour units per kubieke meter lucht bedraagt, wordt met toepassing van bijlage 1 omgezet in een weegfactor per geurgevoelig object;

  • c. de in onderdeel b bedoelde weegfactoren worden opgeteld tot de geurscore.

§ 2. Criteria voor subsidieverstrekking

Artikel 4. Grondslag

  • 1 De minister kan een varkenshouder op aanvraag subsidie verstrekken voor de onomkeerbare sluiting van een varkenshouderijlocatie indien de geurscore van die locatie meer bedraagt dan 0,4 en voor zover die locatie is gelegen binnen een concentratiegebied.

Artikel 5. Vereisten

Er is sprake van een onomkeerbare sluiting van een varkenshouderijlocatie zoals bedoeld in artikel 4 indien:

  • a. niet langer varkens op de varkenshouderijlocatie worden gehouden;

  • b. de meststoffen van varkens zijn verwijderd van de varkenshouderijlocatie;

  • c. overeenkomstig artikel 31, eerste lid, Meststoffenwet de varkenshouder een kennisgeving van het geheel of gedeeltelijk vervallen van zijn varkensrecht heeft gedaan, waarbij ten minste het gedeelte van het varkensrecht vervalt dat vereist is voor het houden van 80% van het aantal varkens, uitgedrukt in varkenseenheden, dat gemiddeld in de periode vanaf 1 januari 2018 tot 1 januari 2019 op de varkenshouderijlocatie is gehouden;

  • d. al naar gelang de toepasselijke verplichtingen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet milieubeheer:

    • 1°. de varkenshouder, indien hij meldingsplichtig is voor de varkenshouderijlocatie op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer, bij het bevoegd gezag melding heeft gedaan dat hij op de varkenshouderijlocatie niet langer varkens houdt en evenmin andere diersoorten die bij intensieve veehouderij gehouden kunnen worden en, indien de varkenshouder op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tevens dient te beschikken over een omgevingsvergunning beperkte milieutoets, het bevoegd gezag de omgevingsvergunning beperkte milieutoets heeft ingetrokken; of

    • 2°. het bevoegd gezag de omgevingsvergunning milieu voor de varkenshouderijlocatie heeft ingetrokken of zodanig heeft aangepast dat het niet langer is toegestaan op de varkenshouderijlocatie varkens te houden en evenmin andere diersoorten die bij intensieve veehouderij gehouden kunnen worden;

  • e. in het geval de varkenshouder voor de varkenshouderijlocatie beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming gedeputeerde staten deze vergunning heeft ingetrokken of zodanig heeft aangepast dat de vergunning alleen nog betrekking heeft op andere diersoorten dan de diersoorten die bij intensieve veehouderij gehouden kunnen worden;

  • f. het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente binnen de grenzen waarvan de varkenshouderijlocatie zich bevindt, een verzoek van de varkenshouder in behandeling heeft genomen om het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat op de locatie niet langer een intensieve veehouderij kan worden gevestigd;

  • g. de varkenshouder zich met gebruikmaking van de in bijlage 2 opgenomen modelovereenkomst met de Staat der Nederlanden heeft verbonden om:

    • 1°. niet langer op de varkenshouderijlocatie varkens te houden en ook geen andere diersoorten die bij intensieve veehouderij gehouden kunnen worden, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband;

    • 2°. zeker te stellen dat na al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de varkenshouderijlocatie of een deel daarvan aan een verkrijger of gebruiker evenmin op die locatie varkens worden gehouden of andere diersoorten die bij intensieve veehouderij gehouden kunnen worden;

    • 3°. geen varkens te gaan houden op een andere locatie dan waar hij ten tijde van de aanvraag reeds een varkenshouderijlocatie heeft; en

  • h. de voor het houden van varkens op de varkenshouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit is afgebroken en verwijderd.

Artikel 6. Afwijzingsgronden

  • 1 De aanvraag van de varkenshouder wordt afgewezen indien:

    • a. de varkenshouder niet daadwerkelijk varkens voor productie heeft gehouden op de varkenshouderijlocatie of de daarvoor gebruikte productiecapaciteit niet onafgebroken gedurende de vijf jaren voorafgaande aan de aanvraag op bedrijfseconomisch gangbare wijze gebruikt is;

    • b. de omgevingsvergunning milieu of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, of de op de varkenshouderijlocatie gebruikte huisvestingssystemen niet voldoet respectievelijk niet voldoen aan de vereisten van het Besluit emissiearme huisvesting die gelden tot 1 januari 2020.

  • 2 De aanvraag kan worden afgewezen indien de varkenshouder niet voldoet of niet heeft voldaan aan de wettelijke vereisten voor het houden van varkens.

§ 3. Subsidiebedrag

Artikel 7. Subsidiecomponenten

De subsidie omvat:

  • a. een bijdrage in verband met het geheel of gedeeltelijk vervallen van het varkensrecht; en

  • b. een bijdrage in verband met het verlies van de waarde van de voor het houden van varkens op de varkenshouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit als gevolg van de onomkeerbare sluiting van de varkenshouderijlocatie.

Artikel 8. Bijdrage vervallen varkenseenheden

  • 1 De in artikel 7, onderdeel a, bedoelde bijdrage bedraagt 100% van de waarde van het geheel of gedeeltelijk vervallen varkensrecht, voor zover dat vervallen varkensrecht niet meer bedraagt dan het varkensrecht dat vereist is voor het houden van 100% van het aantal varkens, uitgedrukt in varkenseenheden, dat gemiddeld in de periode vanaf 1 januari 2018 tot 1 januari 2019 op de varkenshouderijlocatie is gehouden.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde waarde wordt bepaald op basis van:

    • a. de actuele waarde van het varkensrecht benodigd voor een varkenseenheid in het concentratiegebied waar de varkenshouderijlocatie is gelegen; en

    • b. het gedeelte van het varkensrecht dat vervalt.

  • 3 De minister stelt met het oog op de toepassing van dit artikel voor elk van de concentratiegebieden de actuele waarde van het varkensrecht benodigd voor een varkenseenheid vast aan de hand van de actuele marktprijs en maakt deze bedragen uiterlijk bekend op de dag voor de aanvang van de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 10, eerste lid.

Artikel 9. Bijdrage waardeverlies

  • 1 De in artikel 7, onderdeel b, bedoelde bijdrage bedraagt 65% van de gecorrigeerde vervangingswaarde van de voor het houden van varkens op de varkenshouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit.

  • 2 De gecorrigeerde vervangingswaarde, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door per dierenverblijf het aantal m2 van het dierenverblijf te vermenigvuldigen met het bedrag dat in bijlage 3 is vermeld, uitgaand van de levensduur, uitgedrukt in jaren en maanden, van de romp van het dierenverblijf op het tijdstip dat is voldaan aan de vereisten, vermeld in artikel 5, onder a, b, c, d, e en f.

§ 4. Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel 10. Openstellingsperiode en subsidieplafond

  • 1 Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 25 november 2019 tot en met 15 januari 2020.

  • 2 Het subsidieplafond voor de verstrekking van subsidies op aanvragen die zijn ingediend in de in het eerste lid bedoelde periode, bedraagt € 450.000.000,–.

Artikel 11. Aanvraag subsidieverlening

  • 1 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4 wordt ingediend bij de minister met gebruikmaking van een daartoe door de minister ter beschikking gesteld middel.

  • 2 De aanvraag bevat ten minste de volgende gegevens:

    • a. gegevens over de aanvrager, waaronder contactgegevens en het nummer waaronder zijn onderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel;

    • b. de varkenshouderijlocatie van de aanvrager waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • c. gegevens over de emissieparameters van het verspreidingsmodel V-Stacks gebied;

    • d. het gemiddelde aantal varkens, uitgedrukt in varkenseenheden overeenkomstig de normen van bijlage II bij de Meststoffenwet, dat op de varkenshouderijlocatie is gehouden in de periode van 1 januari 2018 tot 1 januari 2019;

    • e. het gedeelte van het varkensrecht, uitgedrukt in varkenseenheden, dat zal vervallen;

    • f. een opgave of de aanvrager voor de varkenshouderijlocatie beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming;

    • g. een opgave van de voor het houden van varkens op de varkenshouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit, met vermelding, voor zover het een dierenverblijf betreft, van:

      • 1°. de datum waarop voor het eerst landbouwhuisdieren in het dierenverblijf zijn gehouden, en

      • 2°. het aantal m2, uitgaand van de buitenmaten van het dierenverblijf.

  • 3 Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden gevoegd:

    • a. een kopie van, voor zover van toepassing, de melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer, de omgevingsvergunning beperkte milieutoets of de omgevingsvergunning milieu, betreffende de varkenshouderijlocatie waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • b. een verklaring van de aanvrager dat:

      • 1°. hij daadwerkelijk varkens voor productie heeft gehouden;

      • 2°. de voor het houden van varkens op de varkenshouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit onafgebroken gedurende de vijf jaren voorafgaand aan de beëindiging is gebruikt; en

      • 3°. de omgevingsvergunning milieu of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, of de op de varkenshouderijlocatie gebruikte huisvestingssystemen voldoen aan de vereisten van het Besluit emissiearme huisvesting die gelden tot 1 januari 2020;

    • c. een actuele kaart van de varkenshouderijlocatie, met aanduiding van de voor het houden van varkens gebruikte productiecapaciteit.

Artikel 12. Berichtgeving aan bevoegd gezag

De minister stelt het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 5, onder d, er van in kennis dat van de betreffende aanvrager een aanvraag op grond van deze regeling is ontvangen.

§ 5. Verdeling subsidieplafond

Artikel 13. Verdeling subsidieplafond

  • 1 De minister verdeelt het in artikel 10, tweede lid, bedoelde subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

  • 2 De minister rangschikt een aanvraag hoger naarmate de geurscore van de desbetreffende varkenshouderijlocatie hoger is.

Artikel 14. Berichtgeving aan bevoegd gezag

De minister stelt het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 5, onder d, er van in kennis dat de aanvraag van de betreffende aanvrager is toegewezen of afgewezen.

§ 6. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 15. Fasering sluiting van een varkenshouderijlocatie

Artikel 16. Informatieverplichting voortgang

De subsidieontvanger verstrekt de minister op diens verzoek informatie over de uitvoering van de in artikel 5 bedoelde vereisten.

§ 7. Bevoorschotting

Artikel 17. Bevoorschotting

  • 1 De minister verstrekt de subsidieontvanger uiterlijk zes weken na ontvangst van de ondertekende overeenkomst, bedoeld in artikel 5, onder g, een voorschot van 10% van het subsidiebedrag.

  • 2 De minister verstrekt de subsidieontvanger op aanvraag een voorschot van 70% van het subsidiebedrag uiterlijk zes weken nadat is vastgesteld dat uitvoering is gegeven aan de in artikel 5, onder a, b, c, d, e en f, bedoelde vereisten.

  • 3 De in het tweede lid bedoelde aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de minister ter beschikking gesteld middel en bevat ten minste:

§ 8. Subsidievaststelling

Artikel 18. Subsidievaststelling

De aanvraag om subsidievaststelling wordt uiterlijk dertien weken na afloop van de in artikel 15, eerste lid, onderdeel c, bedoelde termijn ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 10 oktober 2019

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.J. Schouten

Bijlage 1. behorende bij artikel 2 van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen

Categorie

Geurbelasting (OUE/m3)

Hinderpercentage

Weegfactor

A

2–2,9

7%

0,07

B

3–4,9

10%

0,10

C

5–7,9

15%

0,15

D

8–13,9

21%

0,21

E

14–20

28%

0,28

F

20–32

36%

0,36

G

32 en hoger

40%

0,40

Categorieën van geurbelasting op een geurgevoelig object binnen een straal van 1.000 meter rond een productielocatie, met daaraan gekoppeld het hinderpercentage en de weegfactor.

Bijlage 2. behorende bij artikel 5, onderdeel g, van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen

Model-overeenkomst

........... (bedrijfsnaam), gevestigd te ...; vertegenwoordigd door ......1, verder te noemen: de varkenshouder

en

de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, namens deze, ....... Directeur ......... van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

overwegende:

dat ingevolge de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (verder: de regeling), artikel 5, onderdeel g, een varkenshouder die subsidie op grond van de regeling ontvangt, zich bij overeenkomst met de Staat moet verbinden om:

  • 1°. niet langer op de varkenshouderijlocatie varkens te houden en ook geen andere diersoorten die bij intensieve veehouderij gehouden kunnen worden, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband;

  • 2°. zeker te stellen dat na al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de varkenshouderijlocatie aan een verkrijger of gebruiker evenmin op die locatie varkens worden gehouden of andere diersoorten die bij intensieve veehouderij gehouden kunnen worden;

  • 3°. geen varkens te gaan houden op een andere locatie dan waar hij ten tijde van de aanvraag reeds een varkenshouderijlocatie heeft;

dat de aanvraag van de varkenshouder om subsidie op grond van de regeling te ontvangen voor het saneren van de varkenshouderijlocatie met adres ... (verder te noemen: de locatie), is toegewezen;

komen het volgende overeen:

  • 1. De varkenshouder zal, na te hebben voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 5 van de regeling, op de locatie niet opnieuw varkens gaan houden en evenmin pluimvee, konijnen, vleeskalveren, vleesstieren, geiten of nertsen, ook niet via een (indirecte) deelneming in een vennootschap, samenwerkingsverband of anderszins.

  • 2. De varkenshouder zal niet op een andere locatie dan de hiervoor bedoelde locatie varkens gaan houden, ook niet via een (indirecte) deelneming in een vennootschap, samenwerkingsverband of anderszins. Deze verplichting geldt niet als het een locatie betreft waar de varkenshouder ten tijde van de aanvraag om subsidie op grond van de regeling reeds varkens hield.

  • 3. De varkenshouder zal bij al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de locatie of een deel daarvan in de desbetreffende overeenkomst en/of akte een zogenaamd kettingbeding (laten) opnemen luidende dat de locatie niet gebruikt zal worden voor het houden van varkens, pluimvee, konijnen, vleeskalveren, vleesstieren, geiten of nertsen en dat elke volgende verkrijger of gebruiker aan dezelfde verplichting wordt verbonden.

Indien de varkenshouder een vennootschap of een samenwerkingsverband zoals een maatschap, vennootschap onder firma of coöperatie betreft, gelden de verplichtingen zoals vastgelegd in de artikelen 1, 2 en 3 van deze overeenkomst op overeenkomstige wijze voor alle aandeelhouders (terugwerkend naar een natuurlijke persoon) c.q. maten c.q. vennoten etc. van deze vennootschap c.q. dit samenwerkingsverband. Ter bevestiging hiervan wordt deze overeenkomst mede door hen ondertekend.

De Staat der Nederlanden

namens deze: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

namens deze: .............................

Datum en plaats: .......................

Naam varkenshouder2

namens deze: ..........................

Datum en plaats: ....................

Indien van toepassing wordt, overeenkomstig het in artikel 4 bepaalde, deze overeenkomst mede ondertekend door:

(Naam aandeelhouder, maat, vennoot, etc.3)

(namens deze: .......................)

(Datum en plaats: .................)

(Naam aandeelhouder, maat, vennoot, etc.4)

(namens deze: .......................)

(Datum en plaats: .................)

Etc.

Bijlage 3. behorende bij artikel 9, tweede lid, van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen

Bedrag per m2 van een dierenverblijf voor het houden van varkens, gerelateerd aan de levensduur van het dierenverblijf

 

maanden

Leeftijd

In jaren

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

0

€ 469,2

€ 468,4

€ 467,7

€ 466,9

€ 466,1

€ 465,3

€ 464,5

€ 463,7

€ 463,0

€ 462,2

€ 461,4

€ 460,6

1

€ 459,8

€ 459,0

€ 458,3

€ 457,5

€ 456,7

€ 455,9

€ 455,1

€ 454,3

€ 453,6

€ 452,8

€ 452,0

€ 451,2

2

€ 450,4

€ 449,6

€ 448,9

€ 448,1

€ 447,3

€ 446,5

€ 445,7

€ 444,9

€ 444,2

€ 443,4

€ 442,6

€ 441,8

3

€ 441,0

€ 440,2

€ 439,5

€ 438,7

€ 437,9

€ 437,1

€ 436,3

€ 435,5

€ 434,8

€ 434,0

€ 433,2

€ 432,4

4

€ 431,6

€ 430,8

€ 430,1

€ 429,3

€ 428,5

€ 427,7

€ 426,9

€ 426,1

€ 425,4

€ 424,6

€ 423,8

€ 423,0

5

€ 422,2

€ 421,4

€ 420,7

€ 419,9

€ 419,1

€ 418,3

€ 417,5

€ 416,7

€ 416,0

€ 415,2

€ 414,4

€ 413,6

6

€ 412,8

€ 412,0

€ 411,3

€ 410,5

€ 409,7

€ 408,9

€ 408,1

€ 407,3

€ 406,6

€ 405,8

€ 405,0

€ 404,2

7

€ 403,4

€ 402,6

€ 401,9

€ 401,1

€ 400,3

€ 399,5

€ 398,7

€ 397,9

€ 397,2

€ 396,4

€ 395,6

€ 394,8

8

€ 394,0

€ 393,2

€ 392,5

€ 391,7

€ 390,9

€ 390,1

€ 389,3

€ 388,5

€ 387,8

€ 387,0

€ 386,2

€ 385,4

9

€ 384,6

€ 383,8

€ 383,1

€ 382,3

€ 381,5

€ 380,7

€ 379,9

€ 379,1

€ 378,4

€ 377,6

€ 376,8

€ 376,0

10

€ 375,2

€ 374,4

€ 373,7

€ 372,9

€ 372,1

€ 371,3

€ 370,5

€ 369,7

€ 369,0

€ 368,2

€ 367,4

€ 366,6

11

€ 365,8

€ 365,0

€ 364,3

€ 363,5

€ 362,7

€ 361,9

€ 361,1

€ 360,3

€ 359,6

€ 358,8

€ 358,0

€ 357,2

12

€ 356,4

€ 355,6

€ 354,9

€ 354,1

€ 353,3

€ 352,5

€ 351,7

€ 350,9

€ 350,2

€ 349,4

€ 348,6

€ 347,8

13

€ 347,0

€ 346,2

€ 345,5

€ 344,7

€ 343,9

€ 343,1

€ 342,3

€ 341,5

€ 340,8

€ 340,0

€ 339,2

€ 338,4

14

€ 337,6

€ 336,8

€ 336,1

€ 335,3

€ 334,5

€ 333,7

€ 332,9

€ 332,1

€ 331,4

€ 330,6

€ 329,8

€ 329,0

15

€ 328,2

€ 327,4

€ 326,7

€ 325,9

€ 325,1

€ 324,3

€ 323,5

€ 322,7

€ 322,0

€ 321,2

€ 320,4

€ 319,6

16

€ 318,8

€ 318,0

€ 317,3

€ 316,5

€ 315,7

€ 314,9

€ 314,1

€ 313,3

€ 312,6

€ 311,8

€ 311,0

€ 310,2

17

€ 309,4

€ 308,6

€ 307,9

€ 307,1

€ 306,3

€ 305,5

€ 304,7

€ 303,9

€ 303,2

€ 302,4

€ 301,6

€ 300,8

18

€ 300,0

€ 299,2

€ 298,5

€ 297,7

€ 296,9

€ 296,1

€ 295,3

€ 294,5

€ 293,8

€ 293,0

€ 292,2

€ 291,4

19

€ 290,6

€ 289,8

€ 289,1

€ 288,3

€ 287,5

€ 286,7

€ 285,9

€ 285,1

€ 284,4

€ 283,6

€ 282,8

€ 282,0

20

€ 281,2

€ 280,4

€ 279,7

€ 278,9

€ 278,1

€ 277,3

€ 276,5

€ 275,7

€ 275,0

€ 274,2

€ 273,4

€ 272,6

21

€ 271,8

€ 271,0

€ 270,3

€ 269,5

€ 268,7

€ 267,9

€ 267,1

€ 266,3

€ 265,6

€ 264,8

€ 264,0

€ 263,2

22

€ 262,4

€ 261,6

€ 260,9

€ 260,1

€ 259,3

€ 258,5

€ 257,7

€ 256,9

€ 256,2

€ 255,4

€ 254,6

€ 253,8

23

€ 253,0

€ 252,2

€ 251,5

€ 250,7

€ 249,9

€ 249,1

€ 248,3

€ 247,5

€ 246,8

€ 246,0

€ 245,2

€ 244,4

24

€ 243,6

€ 242,8

€ 242,1

€ 241,3

€ 240,5

€ 239,7

€ 238,9

€ 238,1

€ 237,4

€ 236,6

€ 235,8

€ 235,0

25

€ 234,2

€ 233,4

€ 232,7

€ 231,9

€ 231,1

€ 230,3

€ 229,5

€ 228,7

€ 228,0

€ 227,2

€ 226,4

€ 225,6

26

€ 224,8

€ 224,0

€ 223,3

€ 222,5

€ 221,7

€ 220,9

€ 220,1

€ 219,3

€ 218,6

€ 217,8

€ 217,0

€ 216,2

27

€ 215,4

€ 214,6

€ 213,9

€ 213,1

€ 212,3

€ 211,5

€ 210,7

€ 209,9

€ 209,2

€ 208,4

€ 207,6

€ 206,8

28

€ 206,0

€ 205,2

€ 204,5

€ 203,7

€ 202,9

€ 202,1

€ 201,3

€ 200,5

€ 199,8

€ 199,0

€ 198,2

€ 197,4

29

€ 196,6

€ 195,8

€ 195,1

€ 194,3

€ 193,5

€ 192,7

€ 191,9

€ 191,1

€ 190,4

€ 189,6

€ 188,8

€ 188,0

30

€ 187,2

€ 186,4

€ 185,7

€ 184,9

€ 184,1

€ 183,3

€ 182,5

€ 181,7

€ 181,0

€ 180,2

€ 179,4

€ 178,6

31

€ 177,8

€ 177,0

€ 176,3

€ 175,5

€ 174,7

€ 173,9

€ 173,1

€ 172,3

€ 171,6

€ 170,8

€ 170,0

€ 169,2

32

€ 168,4

€ 167,6

€ 166,9

€ 166,1

€ 165,3

€ 164,5

€ 163,7

€ 162,9

€ 162,2

€ 161,4

€ 160,6

€ 159,8

33

€ 159,0

€ 158,2

€ 157,5

€ 156,7

€ 155,9

€ 155,1

€ 154,3

€ 153,5

€ 152,8

€ 152,0

€ 151,2

€ 150,4

34

€ 149,6

€ 148,8

€ 148,1

€ 147,3

€ 146,5

€ 145,7

€ 144,9

€ 144,1

€ 143,4

€ 142,6

€ 141,8

€ 141,0

35

€ 140,2

€ 139,4

€ 138,7

€ 137,9

€ 137,1

€ 136,3

€ 135,5

€ 134,7

€ 134,0

€ 133,2

€ 132,4

€ 131,6

36

€ 130,8

€ 130,0

€ 129,3

€ 128,5

€ 127,7

€ 126,9

€ 126,1

€ 125,3

€ 124,6

€ 123,8

€ 123,0

€ 122,2

37

€ 121,4

€ 120,6

€ 119,9

€ 119,1

€ 118,3

€ 117,5

€ 116,7

€ 115,9

€ 115,2

€ 114,4

€ 113,6

€ 112,8

38

€ 112,0

€ 111,2

€ 110,5

€ 109,7

€ 108,9

€ 108,1

€ 107,3

€ 106,5

€ 105,8

€ 105,0

€ 104,2

€ 103,4

39

€ 102,6

€ 101,8

€ 101,1

€ 100,3

€ 99,5

€ 98,7

€ 97,9

€ 97,1

€ 96,4

€ 95,6

€ 94,8

€ 94,0

Indien de levensduur van het dierenverblijf meer is dan 40 jaar, wordt voor de bepaling van het waardeverlies per m2 uitgegaan van een bedrag van € 94,0.

  1. Indien de subsidieontvanger een rechtspersoon of een samenwerkingsverband (zoals een maatschap, v.o.f. of coöperatie) betreft die een varkenshouderij in stand houdt, wordt deze model-overeenkomst betreffende de aanhef en de ondertekening zodanig aangepast dat deze wordt gesloten door deze rechtspersoon respectievelijk dit samenwerkingsverband zoals een maatschap of v.o.f. en – gelet op artikel 4 van deze overeenkomst – tevens ondertekend door alle vennoten, maten, aandeelhouders (terugwerkend tot een natuurlijke persoon), etc. in privé hoedanigheid.

    ^ [1]
  2. In voorkomend geval dient op grond van artikel 1:88, eerste lid, Burgerlijk Wetboek ook de echtgenoot/echtgenote van de varkenshouder te ondertekenen.

    ^ [2]
  3. In voorkomend geval dient op grond van artikel 1:88, eerste lid, Burgerlijk Wetboek ook de echtgenoot/echtgenote van de aandeelhouder, maat, vennoot, etc. te ondertekenen.

    ^ [3]
  4. In voorkomend geval dient op grond van artikel 1:88, eerste lid, Burgerlijk Wetboek ook de echtgenoot/echtgenote van de aandeelhouder, maat, vennoot, etc. te ondertekenen.

    ^ [4]
Terug naar begin van de pagina