Beleidsregel rol beheerder bij voertuigtoelating Spoorwegwet

Geraadpleegd op 30-06-2022.
Geldend van 07-08-2019 t/m heden

Beleidsregel van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 30 juli 2019, nr. ILT- 2019/41462 over de rol van de beheerder bij de beoordeling van de infrastructuurcompatibiliteit in het kader van de toelating van spoorvoertuigen (Beleidsregel rol beheerder bij voertuigtoelating Spoorwegwet)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 26f, 26h, 26i en 26k tot en met 26n van de Spoorwegwet,

Besluit

Artikel 1. Definities

  • eenloketsysteem: informatie- en communicatiesysteem bedoeld in artikel 12 van Verordening (EU) 2016/796;

  • infrastructuurcompatibiliteit: verenigbaarheid van het spoorvoertuig met de hoofdspoorweginfrastructuur;

  • infrastructuurcompatibiliteitsverklaring: verklaring waarin de beheerder zijn standpunt geeft op de technische compatibiliteit van het spoorvoertuig met de infrastructuur;

  • spoorvoertuig: voertuig, bestemd voor het verkeer over spoorwegen;

  • Spoorwegbureau: Spoorwegbureau bedoeld in Verordening (EU) 2016/796;

  • Uitvoeringsverordening (EU) 2018/ 545: Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545 van de Commissie van 4 april 2018 tot vaststelling van de praktische regelingen voor het proces voor de afgifte van typegoedkeuringen en vergunningen voor spoorvoertuigen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2018, L 90);

  • Verordening (EU) 2016/796: Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PbEU 2016 L 138);

  • visie: visie van de beheerder op de technische compatibiliteit van het spoorvoertuig met de infrastructuur;

  • voertuigtoelating: beslissing op een aanvraag als bedoeld in de artikelen 26f, eerste lid, 26f, tweede lid, 26k, tweede lid, 26k, vierde lid, 26k, vijfde lid, 26m, eerste en tweede lid, 26q, vierde lid, 26q, zesde lid, en 26r, eerste lid, vande Spoorwegwet;

  • vooroverleg: overleg als bedoeld in artikel 2, onderdeel 9, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545;

  • vooroverlegdossier: dossier als bedoeld in artikel 23 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/ 545;

Artikel 2. Aanvraag tot vooroverleg

  • 1 Een aanvraag tot vooroverleg gaat vergezeld van:

    • a. een vooroverlegdossier waarin de beheerder een visie geeft ten aanzien van de infrastructuurcompatibiliteit dan wel een motivering van de aanvrager waarom een visie niet noodzakelijk is;

    • b. onderliggende documentatie die de aanvrager heeft ontvangen van de beheerder;

    • c. indien van toepassing, de instemming van aanvrager met het betrekken van de beheerder bij het vooroverleg.

  • 2 In geval een visie als bedoeld in het eerste lid ontbreekt, informeert de ILT de beheerder over de ontvangst van de vooroverlegaanvraag binnen 3 werkdagen.

  • 3 In geval de ILT een visie van de beheerder noodzakelijk acht, stuurt zij de beheerder zo spoedig mogelijk de documenten toe, die nodig zijn om een visie te kunnen verstrekken.

  • 4 De ILT betrekt de visie van de beheerder bij de beoordeling van het vooroverlegdossier en bij de vaststelling van het vooroverlegstandpunt, mits zij de visie heeft ontvangen,

    • a. binnen 15 werkdagen na het versturen van de ontvangstbevestiging, bedoeld in het tweede lid, danwel,

    • b. binnen 15 dagen na het toesturen van de documenten, bedoeld in het derde lid.

Artikel 3. Aanvraag voertuigtoelating

  • 1 Een aanvraag tot voertuigtoelating wordt vergezeld van:

    • a. een visie van de beheerder dan wel een motivering van de aanvrager waarom een visie niet noodzakelijk is;

    • b. onderliggende documentatie die de aanvrager heeft ontvangen van de beheerder.

  • 2 In geval een visie als bedoeld in het eerste lid ontbreekt, informeert de ILT de beheerder over de ontvangst van de aanvraag binnen 3 werkdagen.

  • 3 In geval de ILT een infrastructuurcompatibiliteitsverklaring -al dan niet in aanvulling op de reeds opgestelde visie- noodzakelijk acht, zal zij zo spoedig mogelijk de beheerder alle documenten toesturen die nodig zijn om een infrastructuurcompatibiliteitsverklaring te kunnen verstrekken.

  • 4 De ILT betrekt de infrastructuurcompatibiliteitsverklaring bij het op de aanvraag te nemen besluit dan wel bij de door de ILT aan het Spoorwegbureau te verstrekken beoordeling in de zin van artikel 21, vijfde lid, onderdeel b, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545, mits zij de infrastructuurcompatibiliteitsverklaring heeft ontvangen,

    • a. binnen 15 werkdagen na het versturen van de ontvangstbevestiging, bedoeld in het tweede lid, danwel,

    • b. binnen 15 dagen na het toesturen van de documenten, bedoeld in het derde lid.

Artikel 4. Inhoud infracompatibiliteitsverklaring en visie

  • 1 Een infracompatibiliteitsverklaring betreft in elk geval de volgende onderwerpen: ATB, ERTMS, detectie, stoorstromen en EMC, voor zover deze onderwerpen een relevantie hebben voor de aanvraag.

  • 2 Een infracompatibiliteitsverklaring is opgesteld in overeenstemming met de in artikel 41 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545 bedoelde inventarisatie en categorisering van knelpunten.

  • 3 Een visie betreft de onderwerpen bedoeld in het eerste lid, voor zover dit mogelijk is gezien de op het moment van verstrekken van de visie beschikbare informatie.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

namens deze,

De Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport

Naar boven