Besluit vaststelling subsidieplafond en beleidsregels subsidiëring op grond van Subsidieregeling [...] Zaken 2006 (Gedetineerdenbegeleiding buitenland 2020–2023)

[Regeling vervalt per 01-01-2024.]
Geldend van 19-07-2019 t/m heden

Besluit van de minister van Buitenlandse Zaken van 9 juli 2019, nr. Min-BuZa.2019.4009-26, tot vaststelling van een subsidieplafond en beleidsregels voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Gedetineerdenbegeleiding buitenland 2020–2023)

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.6 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op de financiering van activiteiten op het gebied van begeleiding van Nederlandse gedetineerden in het buitenland gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2

  • 1 Voor subsidieverlening in het kader van Gedetineerdenbegeleiding buitenland 2020–2023 geldt voor de periode vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 december 2023 een subsidieplafond van € 6.200.000, met dien verstande dat de daarmee gemoeide kasuitgaven niet meer bedragen dan € 1.550.000 in 2020, € 1.550.000 in 2021, € 1.550.000 in 2022 en € 1.550.000 in 2023.

  • 2 Van het in het eerste lid genoemde bedrag zijn voor de hierna genoemde vormen van begeleiding van Nederlandse gedetineerden in het buitenland de volgende bedragen beschikbaar:

    • a. activiteiten op het gebied van resocialisatie: € 2.500.000 (€ 625.000 in 2020, € 625.000 in 2021, € 625.000 in 2022 en € 625.000 in 2023);

    • b. activiteiten op het gebied van aanvullende juridische ondersteuning: € 1.400.000 (€ 350.000 in 2020, € 350.000 in 2021, € 350.000 in 2022 en € 350.000 in 2023);

    • c. activiteiten op het gebied van zorg: € 1.900.000 (€ 475.000 in 2020, € 475.000 in 2021, € 475.000 in 2022 en € 475.000 in 2023);

    • d. het uitgeven van een tijdschrift dat de begeleiding van gedetineerden in het buitenland ondersteunt: € 400.000 (€ 100.000 in 2020, € 100.000 in 2021, € 100.000 in 2022 en € 100.000 in 2023).

  • 3 Indien middelen resteren van de voor één of meer van de in het tweede lid bedoelde soorten van activiteiten beschikbare middelen, komen deze beschikbaar voor aanvragen met betrekking tot de overige soorten van activiteiten, voor zover deze aanvragen voldoen aan de maatstaven die in dit besluit zijn neergelegd, waarbij geldt dat aanvragen die daaraan het beste voldoen het eerste voor subsidie in aanmerking komen.

  • 4 Subsidieverlening geschiedt onder de voorwaarde dat voor het deel van de subsidie dat ten laste komt van een nog niet vastgestelde begroting voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel 3

Aanvragen voor een subsidie in het kader van Gedetineerdenbegeleiding buitenland 2020–2023 worden ingediend vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 22 september 2019.

Artikel 4

De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die het beste voldoen aan die maatstaven het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat het van toepasssing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Dit besluit zal met de bijlage en bijbehorende annex in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Buiten\landse Zaken,

namens deze,

de Directeur-Generaal Europese Samenwerking

T. van der Plas

Annex 1

Lijst landen basisbegeleiding: Andorra; Australië; België; Bulgarije; Canada; Cyprus; Denemarken; Duitsland; Estland; Finland; Frankrijk; Griekenland; Hongarije; Ierland; Italië; IJsland; Japan; Kroatië; Letland; Liechtenstein; Litouwen; Luxemburg; Malta; Monaco; Nieuw Zeeland; Noorwegen; Oostenrijk; Polen; Portugal; Roemenië; San Marino; Singapore; Slovenië; Slowakije; Spanje; Tsjechië; Vaticaanstad; Verenigd Koninkrijk; Zweden; Zwitserland.

  1. Stb. 2005, nr. 137

    ^ [1]
  2. Stcrt. 2005, nr. 251

    ^ [2]
Terug naar begin van de pagina