Regeling tijdelijk scholingsbudget UWV 2019

[Regeling vervalt per 01-01-2021.]
Geldend van 04-07-2019 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 juni 2019, nr. 2019-0000083364, ten behoeve van het verstrekken van financiële middelen aan het UWV teneinde het UWV een tijdelijk budget te geven voor het inkopen van scholingstrajecten voor werklozen met een grote kans op langdurige werkloosheid (Regeling tijdelijk scholingsbudget UWV 2019)

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Scholingsbudget

  • 1 Het UWV beschikt voor het inkopen van noodzakelijke scholing als bedoeld in de Scholingsregeling WW voor de werknemer die recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet en die een grote kans heeft op langdurige werkloosheid, alsmede voor de daaraan verbonden uitvoeringskosten, over:

    • a. voor het jaar 2019 € 11 miljoen;

    • b. voor het jaar 2020 € 11 miljoen.

  • 2 UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.

  • 4 Het UWV kan, na goedkeuring door de minister, afwijken van de onderverdeling, genoemd in het eerste lid.

Artikel 3. Opgave lasten en betaling

  • 1 Voor 1 oktober van elk jaar verstrekt het UWV aan de minister een opgave van het totaalbedrag van de voor het komende jaar geraamde lasten met betrekking tot deze regeling, voor zover de opgave de in artikel 2 genoemde bedragen niet te boven gaat. Hierin wordt onderscheid gemaakt naar scholingsbudget en uitvoeringskosten.

  • 2 De minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel b, van de Regeling Wfsv, een periodiek voorschot op het totaalbedrag, bedoeld in het eerste lid, van de geraamde lasten voor het scholingsbudget met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en op de uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand.

  • 3 De minister kan, na overleg met het UWV, bij de storting, bedoeld in het tweede lid, afwijken van het in het eerste lid bedoelde totaalbedrag.

Artikel 4. Afrekening

  • 2 Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de minister de lasten alsmede de ontvangen voorschotten met betrekking tot deze regeling en het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.

Artikel 5. Verslaglegging

Het UWV brengt aan de minister inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van deze regeling overeenkomstig artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel 7. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijk scholingsbudget UWV 2019.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 25 juni 2019

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

W. Koolmees

Terug naar begin van de pagina