Regeling vergunningverlening experimenten zelfrijdende auto

Geraadpleegd op 05-03-2024.
Geldend van 01-07-2019 t/m heden

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 20 juni 2019, nr. IENW/BSK-2019/134685, houdende vaststelling van regels voor experimenten met zelfrijdende voertuigen zonder bestuurder in het voertuig waarvoor een vergunning vereist is

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 4b, tweede lid, onder b, en 149aa, zevende lid, Wegenverkeerswet 1994;

BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepaling

  • 2 Onverminderd het eerste lid wordt in deze regeling verstaan onder:

    • a. vervoerssysteem: Het geheel van voertuig, voertuig en gedrag in relatie tot de infrastructuur en verbinding hiertussen inclusief de monitoring op de rijtaak van het voertuig of de voertuigen door de bestuurder;

    • b. noodscenario: een volledig beschreven handeling bij een onverwachte interruptie van het bedrijfsproces waardoor de continuïteit van het vervoerssysteem in gevaar komt of de veiligheid van de inzittenden en omgeving van het voertuig in het geding is;

    • c. ADS: geautomatiseerd rijsysteem waarbij de hard- en software van een voertuig binnen een bepaald en specifieke operationeel domein zelf in staat zijn om het voertuig onder controle te hebben en de dynamische rijtaken uit te voeren.

Hoofdstuk 2. Aanvraag vergunning

Artikel 2. Bestuursorgaan indienen aanvraag

De aanvraag om een vergunning voor experimenten met voertuigen, waarbij de bestuurders zich niet in het voertuig bevinden wordt ingediend bij de Dienst Wegverkeer.

Artikel 3. Wijze van indiening van de aanvraag

  • 1 De aanvraag wordt ingediend door middel van het door Onze Minister vastgestelde aanvraagformulier.

  • 2 De Dienst Wegverkeer stelt het aanvraagformulier ter beschikking op een door deze Dienst te bepalen wijze.

Artikel 4. Gegevens en bescheiden aanvraag

  • 1 Bij de aanvraag om een vergunning worden de volgende documenten overgelegd:

    • a. een plan van aanpak waarin ten minste beschreven wordt:

      • het aantal voertuigen dan wel samenstellen van voertuigen onder vermelding van de kentekens en de voertuigidentificatienummers dan wel, indien het een niet in Nederland geregistreerd voertuig betreft, ten minste de relevante documenten voor toelating en gebruik op de openbare weg;

      • het doel van het experiment;

      • de data en tijdstippen waarop het experiment plaats dient te vinden en de duur van het experiment;

      • een routevoorstel;

      • de locatie van de bestuurder of bestuurders alsmede het aantal voertuigen dat wordt bestuurd;

      • of passagiers worden vervoerd, of dit tegen betaling plaatsvindt en of dit volgens een vastgestelde en bekendgemaakte dienstregeling is;

      • op welke wijze wordt beoogd bij te dragen aan innovatie op het gebied van verkeersveiligheid, duurzaamheid of doorstroming van het verkeer;

    • b. een functionele beschrijving van het vervoerssysteem;

    • c. een risicoanalyse en een beschrijving van het voorgenomen gebruik van het voertuig of de voertuigen en de beheersing van ADS, die bestaat uit:

      • een EMC-verklaring conform VN/ECE-reglement 10 met betrekking tot het voertuig of de voertuigen en de geautomatiseerde functionaliteiten dan wel een document waaruit blijkt dat de EMC-risico’s op andere wijze adequaat zijn geborgd;

      • een beschreven werkwijze, volgens ISO26262 onderdelen 2.5-2.7, 3.5-3.8, 4.5-4.11, 8.7-8.8, dan wel daaraan aantoonbaar gelijkwaardig;

    • d. een risicoanalyse in relatie tot omgevingsfactoren en de route van het Operationeel Domein;

    • e. een adequaat verzekeringsbewijs met betrekking tot het experiment;

    • f. een verklaring medewerking aan kennisdeling en verslaglegging doel experiment, monitoring en evaluatie van het experiment;

    • g. een uitgebreide beschrijving met betrekking tot de aanwezigheid en de werking van een apparaat voor de gegevensvastlegging dat in staat is om de gegevens te registreren afkomstig van de sensor- en controlesystemen gekoppeld aan de ADS, evenals andere informatie met betrekking tot bewegingen van het voertuig dan wel de verbonden voertuigen;

    • h. een uitgebreide beschrijving van het onder g bedoelde apparaat inzake het type dataoverdracht, de leesbaarheid, de deelbaarheid voor strafrechtelijke procedures alsmede de crash- of brandbestendigheid ervan;

    • i. een uitgebreide beschrijving van de wijze van toezicht op de werking van het vervoerssysteem;

    • j. een uitgebreide beschrijving van de maatregelen om de elektronische componenten, verbindingen en dataoverdrachten te beschermen;

    • k. een document met een tekening van het voertuig met daarin – indien van toepassing – de locatie van noodknoppen, bedrading met hoge spanning, energiepakket(ten), deurontgrendelingssystemen, airbags en gordelspanners;

    • l. in het geval dat passagiers worden vervoerd: een uitgebreide beschrijving van de maatregelen die genomen zijn om de veiligheid van passagiers te waarborgen met een beschrijving van evacuatieprotocollen.

  • 2 Indien documenten als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit buiten Nederland, waar de voertuigen voor vergelijkbare experimenten zijn of waren geregistreerd, dient hieruit te blijken dat deze een beschermingsniveau bieden dat naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer ten minste gelijkwaardig is.

Artikel 5. Beslistermijn

  • 1 Onze Minister beslist binnen zes maanden op de aanvraag.

  • 2 In overleg met de aanvrager dan wel op verzoek van de aanvrager kan van het eerste lid worden afgeweken.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

Naar boven