Organisatiebesluit Buitenlandse Zaken 2019

Geldend van 04-04-2019 t/m heden

Besluit van de minister van Buitenlandse Zaken van 18 maart 2019, nr. MinBuza-2019.712, tot vaststelling van de organisatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken (Organisatiebesluit Buitenlandse Zaken 2019)

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Gelet op artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen rijksdienst;

Overwegende de missie van het ministerie van Buitenlandse Zaken om het Koninkrijk der Nederlanden veiliger en welvarender te maken en Nederlanders in het buitenland te steunen, alsmede ons samen met onze partners in te zetten voor een rechtvaardige wereld, waarbij de kernwaarden van het Ministerie zijn samenwerken, verantwoordelijkheid nemen en het behalen van resultaten;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. ministerie: het ministerie van Buitenlandse Zaken, daaronder begrepen zowel het departement in Den Haag als de posten;

  • b. posten: de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk der Nederlanden in het buitenland, te weten ambassades, gezantschappen, consulaten-generaal, consulaten, permanente vertegenwoordigingen bij internationale organisaties en andere (tijdelijke) vertegenwoordigingen, alsmede de permanente vertegenwoordigingen van het Koninkrijk der Nederlanden in Nederland bij internationale organisaties die in Nederland zijn gevestigd;

  • c. bewindspersonen: de minister van Buitenlandse Zaken en de aan het Ministerie verbonden ministers zonder portefeuille en/of staatssecretarissen;

  • d. secretaris-generaal: degene belast met de ambtelijke leiding van al hetgeen het Ministerie betreft, bedoeld in het Besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499);

  • e. bestuursraad: de Bestuursraad bestaande uit de secretaris-generaal (SG), de plaatsvervangend secretaris-generaal (PSG) en de directeuren-generaal (DG’s) van het Ministerie;

  • f. managementraad: de Managementraad bestaande uit de plaatsvervangend secretaris-generaal (PSG) en de plaatsvervangend directeuren-generaal (plv. DG’s). De hoofddirecteur Personeel en Organisatie (HDPO) alsmede de directeuren Communicatie (COM), Bedrijfsvoering (DBV) en Financieel-Economische Zaken (FEZ) van het Ministerie hebben een vaste adviesfunctie in de Managementraad.

Artikel 2. Hoofdstructuur

Het Ministerie bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. de Bestuursraad;

  • b. de Managementraad;

  • c. de Centrale Dienstonderdelen (onder leiding van de SG/PSG);

  • d. het Directoraat-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen (DGBEB);

  • e. het Directoraat-Generaal Europese Samenwerking (DGES);

  • f. het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking (DGIS);

  • g. het Directoraat-Generaal Politieke Zaken (DGPZ);

  • h. de Posten.

Artikel 3. Bestuursraad

De Bestuursraad neemt besluiten, maakt afspraken en ziet toe op de uitvoering van aangelegenheden op zijn werkterrein overeenkomstig de vergaderafspraken van de Bestuursraad. De Bestuursraad is verantwoordelijk voor de inrichting en het functioneren van het departement en het postennet in de ruimste zin des woords. De eindverantwoordelijkheid berust bij de SG, tevens voorzitter van de Bestuursraad, die belast is met de ambtelijke leiding van al hetgeen het Ministerie betreft.

Artikel 4. Managementraad

De Managementraad vormt op tactisch niveau de schakel tussen beleid en uitvoering. De Managementraad stuurt door besluitvorming over en monitoring van organisatie-brede projecten en programma’s met betrekking tot het functioneren van het departement en de posten. De Managementraad heeft PSG (voorzitter) en de plaatsvervangend DG’s als leden. Hoofddirecteur HDPO en de directeuren COM, DBV en FEZ hebben een vaste adviesfunctie. De Managementraad rapporteert aan de Bestuursraad.

Artikel 5. Secretaris-Generaal (SG) en Plaatsvervangend Secretaris-Generaal (PSG)

  • 1 De secretaris-generaal heeft onder andere tot taak:

    • a. de algemene leiding van het Ministerie;

    • b. het informeren en adviseren van de bewindspersonen over alle aangelegenheden het Ministerie betreffende;

    • c. het voorzitten van de Bestuursraad.

    De SG geeft leiding aan de volgende centrale dienstonderdelen:

    • a. de directie Ondersteuning Bestuur (DOB). DOB is als stafdirectie belast met ondersteuning van de politieke en ambtelijke leiding van het Ministerie bij interne beleidsvorming en besluitvorming, het algemene management van het Ministerie en de externe contacten (zoals de communicatie met de Eerste en Tweede Kamer en het optreden van het Ministerie in het interdepartementale verkeer);

    • b. de directie Communicatie (COM). COM is belast met de interne en externe communicatie van de beleidsdoelstellingen van het Ministerie. De werkzaamheden hebben betrekking op de (strategie over de) implementatie en het naar buiten uitdragen en verklaren van beleidsvoornemens op strategisch, tactisch en operationeel niveau vanuit de beleidsterreinen van het Ministerie;

    • c. de directie Financieel-Economische Zaken (FEZ). FEZ is concerncontroller en adviseert de politieke en ambtelijke leiding conform de Comptabiliteitswet en het Besluit FEZ van het Rijk. Zij ondersteunt de budgethouders bij besluitvorming op centraal en decentraal niveau, bewaakt de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid, bevordert de integratie van beheer en beleid en levert daardoor een bijdrage aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen van het Ministerie. FEZ doet dit door kaders voor bedrijfsvoering te stellen, op hoofdlijnen toezicht te houden, financiële en andere bedrijfsvoeringprocessen te begeleiden en ondersteunen, alsmede te adviseren waar dat gewenst wordt of zij dit noodzakelijk acht. FEZ is belast met aansturing van de financiële functie op het departement en de posten (domeinsturing);

    • d. de eenheid Strategische Advisering (ESA). ESA zet zich in voor de versterking van het strategisch vermogen van het Ministerie inclusief de posten door bij te dragen aan buitenlands beleid dat zo veel mogelijk toekomstbestendig, op kennis gebaseerd, extern gericht en coherent is. ESA doet dat op drie manieren: door relevante ontwikkelingen en trends te signaleren, door de politieke en ambtelijke leiding te adviseren en door beleidsdirecties en posten te faciliteren bij strategisch en toekomstgericht denken. De Historische Eenheid van het Ministerie maakt deel uit van ESA;

    • e. het innovatieteam DARE. DARE staat voor Durven, Ambitie, Resultaat en Effectief. DARE ondersteunt veranderingen in de organisatie, zoals Het Nieuwe Werken;

    • f. de ambassadeur(s) in Algemene Dienst (AMAD).

  • 2 De plaatsvervangend secretaris-generaal is Chief Information Officer (CIO) binnen het Ministerie en verantwoordelijk voor de informatievoorziening. Hij is voorzitter van de Managementraad en heeft tevens de leiding over de volgende centrale dienstonderdelen:

    • a. de directie Vertalingen (AVT). AVT is belast met het verzorgen van vertalingen in en uit de vreemde talen voor het Ministerie, andere ministeries, het Koninklijk Huis, het Kabinet van de Minister-President en voor Hoge Colleges van Staat. AVT verstrekt tevens taalkundige en culturele adviezen;

    • b. de directie Juridische Zaken (DJZ). DJZ is belast met het behandelen van vraagstukken op alle terreinen van het recht. DJZ treedt op als agent van het Koninkrijk der Nederlanden, dan wel Nederland, voor de Europese en andere internationaalrechtelijke colleges (o.a. in Den Haag, Luxemburg en Straatsburg). DJZ is expertisecentrum voor de rijksoverheid en treedt op als raadsman van het Ministerie voor de bestuurs- en civiele rechter. Tot de taken van DJZ behoren tevens volkenrechtelijke advisering, het coördineren van de voorbereiding tot en met de bekendmaking van de verdragen voor het Koninkrijk der Nederlanden, het opstellen van wetgeving van het Ministerie, het coördineren van zaken op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, van de Algemene verordening gegevensbescherming en van de Nationale ombudsman;

    • c. de directie Protocol en Gastlandzaken (DPG). DPG is belast met het gastlandbeleid van Nederland. Dit omvat het faciliteren van ambassades en internationale organisaties en hun medewerkers in Nederland, alsmede het handhaven en implementeren van de wet- en regelgeving op dit gebied. Daarnaast organiseert DPG de staats-, officiële en (werk)bezoeken van inkomende hoogwaardigheidsbekleders, alsmede evenementen voor het corps diplomatique. DPG vervult protocoltaken, inclusief het regeringsprotocol. De Ambassadeur voor Internationale Organisaties (AMIO) is aan DPG verbonden;

    • d. de hoofddirectie Personeel en Organisatie (HDPO). HDPO is belast met de ontwikkeling en implementatie van beleid, kaders, systemen en instrumenten op het gebied van organisatie en personeel van het Ministerie en ten aanzien van internationaal werkende ambtenaren rijksbreed. Daarnaast adviseert en ondersteunt HDPO het lijnmanagement bij de toepassing ervan. HDPO monitort die toepassing en rapporteert daarover aan (P)SG. HDPO is tevens belast met de ontwikkeling en organisatie van opleidingsprogramma’s ten behoeve van alle medewerkers van het Ministerie alsmede internationaal werkende ambtenaren rijksbreed (Academie voor Internationale Betrekkingen);

    • e. de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB). IOB is belast met het leveren van een bijdrage aan kennis over de uitvoering en effecten van het Nederlands buitenlands beleid. IOB voorziet in onafhankelijke evaluatie van beleid en uitvoering ten aanzien van alle beleidsterreinen die vallen onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). Voorts adviseert IOB over de programmering en uitvoering van de evaluaties die onder verantwoordelijkheid van beleidsdirecties en posten worden gedaan. IOB is onafhankelijk in de keuze van onderzoeksmethoden, bij de beoordeling van data en in de weging van alternatieve verklaringen, evenals van onderzoek of onderzoeksvoorstellen van anderen;

    • f. de directie Inspectie Signalering en Begeleiding (ISB). ISB is belast met de organisatiedoorlichting van posten en directies, gericht op een onafhankelijke en integrale beoordeling van het functioneren van de beleids- en bedrijfsvoering en op advisering ter optimalisering daarvan;

    • g. de directie Bedrijfsvoering (DBV). DBV is belast met het beleid en de kaderstelling op het gebied van huisvesting, facilitaire dienstverlening, inkoop, informatievoorziening en archivering. DBV is belast met fysieke beveiliging, informatiebeveiliging, personele en persoonsbeveiliging, alsmede met de advisering op deze gebieden. Voorts is DBV verantwoordelijk voor de ontwikkeling en implementatie van het integriteitsbeleid, alsmede voor gegevensbescherming en crisisbeheersing. DBV is lijnverantwoordelijk voor de hoofden van de RSO’s;

    • h. de Regionale Service Organisaties (RSO). RSO’s zijn belast met de uitvoering van bedrijfsvoeringstaken en consulaire taken van de posten in de diverse regio’s. De taken van de RSO’s worden stapsgewijs overgeheveld naar drie centrale shared service organisaties op het departement voor respectievelijk financiële taken (FSO), consulaire taken (CSO) en niet-financiële bedrijfsvoeringstaken (3W);

    • i. de Financiële Service Organisatie (FSO). FSO is een shared service organisatie die zorgt voor de administratie van de uitgaven op de budgetten van de posten in het buitenland en de directies in Den Haag. De FSO verricht voorts taken op het vlak van inkoopadvisering en contractenbeheer ten behoeve van de posten en de directies;

    • j. 3W | WereldWijd Werken (3W). 3W is een shared service organisatie belast met de levering van producten en diensten ter ondersteuning van diegenen die voor de Nederlandse overheid in het buitenland werken, reizen en verblijven. DBV fungeert als opdrachtgever van 3W.

Artikel 6. Directoraat-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen (DGBEB)

  • 1 Het Directoraat-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen (DGBEB) staat onder leiding van de Directeur-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen en is belast met het versterken van de positie van ondernemend Nederland in de wereld. Het DGBEB draagt bij aan de ontwikkeling van een duurzaam mondiaal handels- en investeringssysteem. Tot de taak van het DGBEB behoren economische diplomatie, het bevorderen van de bilaterale handel en investeringen, het stimuleren van internationaal ondernemen, de acquisitie van investeringen uit het buitenland, de opdrachtverlening aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) op het gebied van economische diplomatie, het sluiten van handels- en investeringsverdragen via de Europese Unie, het sluiten van bilaterale investeringsverdragen en het stimuleren van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het DGBEB is, in overleg met het DGPZ, verantwoordelijk voor de controle op de export van strategische goederen.

    Het DGBEB organiseert de economische missies naar het buitenland en is aanspreekpunt voor de economische afdelingen van het postennet. Het DGBEB is voorts verantwoordelijk voor het contact met en onderhandelingen in diverse internationale organisaties op het gebied van handel en investeringen, zoals de Europese Commissie en de Raad, WTO, UNCTAD en OESO.

  • 2 Het Directoraat-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen bestaat uit:

    • a. de directie Internationaal Ondernemen (DIO). DIO is belast met het bevorderen van duurzame economische ontwikkeling door het versterken van duurzame internationale handel en investeringen en van de economische naamsbekendheid van Nederland. DIO is voorts, in samenspraak met het ministerie van Financiën, beleidsverantwoordelijk voor de Exportkredietverzekeringsfaciliteit (EKV) van de Staat. Daarnaast vervult DIO een dienstverlenende functie voor onder andere de ministeries van Algemene Zaken en van Economische Zaken;

    • b. de directie Economische Advisering en Beleidsontwikkeling (EAB). EAB is belast met de strategische beleidsvorming ten aanzien van internationalisering van de Nederlandse economie. Voorts is EAB belast met de coördinatie van de Nederlandse inbreng in de OESO. Zij functioneert daarnaast ondersteunend voor veel DGBEB-brede inhoudelijke en beleidsprocessen;

    • c. de directie Internationale Marktordening en Handelspolitiek (IMH). IMH is belast met het bevorderen van open internationale handel en investeringen alsmede de verankering daarvan in internationale afspraken en in Europees beleid. Voorts bevordert IMH internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen door de ontwikkeling van gedragsstandaarden voor het ondernemen en door als netwerkpartner rond internationaal ondernemen publiek-privaat bij te dragen aan het realiseren van duurzaamheids- en ontwikkelingsdoelen. IMH controleert de export van strategische goederen, met name goederen voor tweeërlei gebruik, gericht op kansen voor het innovatieve en hightech bedrijfsleven en een veiliger wereld.

Artikel 7. Directoraat-Generaal Europese Samenwerking (DGES)

  • 1 Het Directoraat-Generaal Europese Samenwerking (DGES) staat onder leiding van de Directeur-Generaal Europese Samenwerking en is verantwoordelijk voor de relatie tussen Nederland en afzonderlijke (kandidaat)lidstaten van de Europese Unie (EU). Het DGES draagt zorg voor een samenhangend Nederlands beleid binnen de Europese Unie en regionale organisaties zoals de Raad van Europa en de Benelux. Het DGES stemt de Nederlandse inbreng in het Europese besluitvormingsproces af met andere ministeries. Het DGES is een schakel tussen de andere ministeries en de permanente vertegenwoordiging bij de Europese Unie (PV EU) in Brussel. Het DGES draagt zorg voor de dienstverlening aan Nederlanders die in het buitenland verblijven, stelt beleid op t.a.v. visumverlening en is dienstverlenend aan de vreemdelingenketen op het terrein van toelating van vreemdelingen. Voorts is het DGES belast met internationale culturele samenwerking.

  • 2 Het Directoraat-Generaal Europese Samenwerking bestaat uit:

    • a. de directie Europa (DEU). DEU is binnen het Ministerie en de rijksoverheid belast met de coördinatie van alle beleidsaangelegenheden, alsmede het geïntegreerd buitenlands beleid, ten aanzien van alle lidstaten van de Europese Unie, de Europese buurlanden op de Balkan en in het Oosten tot en met de Kaukasus en Centraal-Azië. DEU is verantwoordelijk voor de Nederlandse inbreng in de Raad van Europa. Vanuit DEU worden de posten in de regio aangestuurd. DEU draagt zorg voor het onderhouden van contacten met relevante spelers in het beleidsveld en vergaart kennis over landen en gebieden. Zowel de Nederlandse ambassades als de regiomedewerkers in Den Haag spreken regelmatig met vertegenwoordigers van ngo’s en het bedrijfsleven;

    • b. de directie Integratie Europa (DIE). DIE is belast met de voorbereiding van politieke besluitvorming van het Nederlandse EU-beleid en is verantwoordelijk voor institutionele vormgeving, EU-uitbreiding, EU-OS en de EU-meerjarenbegroting. DIE coördineert instructies voor Brusselse werkgroepen en Comités en verzorgt de voorbereiding van Raden van Ministers en de Europese Raad, inclusief de daarbij behorende Kamerdebatten;

    • c. de directie Consulaire Zaken en Visumbeleid (DCV). DCV is belast met het verlenen van consulaire diensten aan Nederlanders in het buitenland en draagt bij aan de regulering van het vreemdelingenverkeer naar Nederland. DCV werkt hierbij nauw samen met interne en externe stakeholders. DCV is belast met aansturing van de consulaire functie op het departement en de posten (domeinsturing);

    • d. de Consulaire Service Organisatie (CSO). CSO is een shared service organisatie die als primaire taak heeft om backoffice processen met betrekking tot het toekennen van visa en reisdocumenten vorm te geven. Daarnaast verzorgt CSO de backoffice werkzaamheden ten aanzien van een aantal andere consulaire diensten en producten, waaronder legalisaties;

    • e. de eenheid Internationaal Cultuurbeleid (ICE). ICE is belast met de internationale culturele samenwerking, bestaande uit internationaal cultuurbeleid, gedeeld cultureel erfgoed alsmede cultuur, sport en ontwikkelingssamenwerking. ICE draagt door middel van cultuuruitwisseling en culturele initiatieven bij aan de Nederlandse bilaterale relaties en aan het beeld van Nederland over de grens. ICE versterkt de internationale positie van de Nederlandse creatieve industrie. Hoofd ICE is tevens Ambassadeur Culturele Samenwerking (ACS).

Artikel 8. Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking (DGIS)

  • 1 Het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking (DGIS) staat onder leiding van de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking en draagt zorg voor de initiëring, de coördinatie, het budgettair beheer en de uitvoering van het beleid voor internationale samenwerking.

  • 2 Het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking bestaat uit:

    • a. het bureau Internationale Samenwerking (BIS). BIS is belast met thema-overstijgende, strategische onderwerpen op ontwikkelingssamenwerking en speelt daarbij een coördinerende en verbindende rol binnen het DGIS. BIS signaleert daarnaast trends in ontwikkelingssamenwerking en internationale verhoudingen en vertaalt deze naar strategische beleidsadviezen. Voorts ontwikkelt BIS resultaatgerichte kaders voor de vormgeving en uitvoering van ontwikkelingssamenwerking;

    • b. de directie Duurzame Economische Ontwikkeling (DDE). DDE is belast met het bevorderen van duurzame economische groei en zelfredzaamheid als motor voor armoedebestrijding in ontwikkelingslanden. Centraal staan het versterken van lokaal ondernemingsklimaat en ondernemerschap in lage- en middeninkomenslanden en het stimuleren van bijdragen van het Nederlands bedrijfsleven daaraan. Directeur DDE is tevens Ambassadeur Bedrijfsleven & Ontwikkelingssamenwerking (AMBO). De taskforce Innovatieve Financiering is verbonden aan DDE;

    • c. de directie Stabiliteit en Humanitaire Hulp (DSH). DSH is belast met het bevorderen van veiligheid, stabiliteit, rechtsorde, goed bestuur, wederopbouw, migratie en ontwikkeling, opvang van vluchtelingen in de regio en humanitaire hulp. DSH is verantwoordelijk voor het beheer van de middelen voor Veiligheid & Rechtsorde, waaronder het stabiliteitsfonds en het wederopbouwfonds, en overlegt daartoe met DVB. DSH werkt samen met het bureau Migratiebeleid (BMB);

    • d. de directie Sociale Ontwikkeling (DSO). DSO is belast met het bevorderen van sociale ontwikkeling binnen het beleid voor internationale en ontwikkelingssamenwerking. Prioriteiten zijn gendergelijkheid en vrouwenrechten, participatie van maatschappelijke organisaties en burgers, onderwijs alsmede seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (srgr). DSO is eerste aanspreekpunt voor het geïntegreerde beleid voor jongeren. De Ambassadeur voor Jongeren is verbonden aan DSO. De taskforce Vrouwenrechten en Gendergelijkheid (TFVG) is eveneens verbonden aan DSO. De TFVG werkt kolomoverstijgend onder aansturing van DMM, DSH en DSO. Directeur DSO is tevens Ambassadeur Vrouwenrechten en Gendergelijkheid (AMVR);

    • e. de directie Inclusieve Groene Groei (IGG). IGG is belast met de zorg voor de totstandkoming en uitvoering van het Nederlandse internationale beleid op de thema’s energie, klimaat, water, voedselzekerheid, grondstoffen en de polaire gebieden. Directeur IGG is tevens Ambassadeur Duurzame Ontwikkeling (AMDO) en Arctisch Ambassadeur (ARCA);

    • f. het bureau Migratiebeleid (BMB). BMB concentreert zich op een geïntegreerde aanpak van het migratiebeleid, zowel op nationaal als op Europees niveau. Hoofd BMB is tevens Speciaal Gezant voor Migratie (SGM). Aansturing van het Bureau geschiedt door DGIS en DGES gezamenlijk;

    • g. het programma Werk in Uitvoering (WiU). WiU beoogt een kwaliteitsimpuls te geven aan de beleidswerkzaamheden van het Ministerie en de uitvoering ervan. Met dat oogmerk ontwikkelt het programma opleidingen en hulpmiddelen voor medewerkers en maakt het deze toegankelijk. Voorts heeft het binnen het Ministerie een expertisecentrum opgericht, dat de organisatie ondersteunt bij de inrichting van werkzaamheden.

Artikel 9. Directoraat-Generaal Politieke Zaken (DGPZ)

  • 1 Het Directoraat-Generaal Politieke Zaken (DGPZ) staat onder leiding van de Directeur-Generaal Politieke Zaken en geeft invulling aan het buitenlandbeleid (waaronder op het terrein van vrede en veiligheid, mensenrechten en het regiobeleid) en adviseert en coördineert op het gebied van buitenlandpolitieke aangelegenheden. DGPZ is belast met de aansturing van het postennet, waarin hij wordt bijgestaan door een Coördinator postennet en de samenwerkende regiodirecties (met onder meer regiobureau Atlas).

  • 2 Het Directoraat-Generaal Politieke Zaken bestaat uit:

    • a. Het bureau Politieke Zaken (BPZ). BPZ is belast met de ondersteuning van DGPZ in zijn rol als politiek adviseur van de bewindslieden op het gebied van onder meer de dagelijkse politieke gebeurtenissen en de politieke betrekkingen met andere landen. Voorts stemt BPZ de Nederlandse inbreng af op het gebied van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) van de Europese Unie en is BPZ verantwoordelijk voor het horizontale Nederlandse sanctiebeleid;

    • b. de directie Sub-Sahara Afrika (DAF). DAF is binnen het Ministerie en de rijksoverheid belast met de coördinatie van alle beleidsaangelegenheden, alsmede het geïntegreerd buitenlands beleid, ten aanzien van de landen behorende tot Sub-Sahara Afrika. Vanuit DAF worden de posten in de regio aangestuurd. DAF draagt zorg voor het onderhouden van contacten met relevante spelers in het beleidsveld en vergaart kennis over landen en gebieden. Zowel de Nederlandse ambassades als de regiomedewerkers in Den Haag spreken regelmatig met vertegenwoordigers van ngo's en het bedrijfsleven. Het cluster ambtsberichten dat alle algemene en individuele ambtsberichten opstelt ten behoeve van het ministerie van Justitie en Veiligheid maakt integraal deel uit van de directie Sub Sahara Afrika;

    • c. de Directie Noord-Afrika en Midden-Oosten (DAM). DAM is binnen het Ministerie en de rijksoverheid belast met de coördinatie van alle beleidsaangelegenheden, alsmede het geïntegreerd buitenlands beleid, ten aanzien van de landen behorende tot Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Vanuit DAM worden de posten in de regio aangestuurd. DAM draagt zorg voor het onderhouden van contacten met relevante spelers in het beleidsveld en vergaart kennis over landen en gebieden. Zowel de Nederlandse ambassades als de regiomedewerkers in Den Haag spreken regelmatig met vertegenwoordigers van ngo's en het bedrijfsleven;

    • d. de directie Azië en Oceanië (DAO). DAO is binnen het Ministerie en de rijksoverheid belast met de coördinatie van alle beleidsaangelegenheden, alsmede het geïntegreerd buitenlands beleid, ten aanzien van de landen behorende tot Azië en Oceanië. Vanuit DAO worden de posten in de regio aangestuurd. DAO draagt zorg voor het onderhouden van contacten met relevante spelers in het beleidsveld en vergaart kennis over landen en gebieden. Zowel de Nederlandse ambassades als de regiomedewerkers in Den Haag spreken regelmatig met vertegenwoordigers van ngo's en het bedrijfsleven;

    • e. de directie Westelijk Halfrond (DWH). DWH is binnen het Ministerie en de rijksoverheid belast met de coördinatie van alle beleidsaangelegenheden, alsmede het geïntegreerd buitenlands beleid, ten aanzien van de landen behorende tot het Westelijk Halfrond. Vanuit DWH worden de posten in de regio aangestuurd. De Adviseur Koninkrijkszaken is belast met de behartiging van de buitenlandse belangen van de Caribische Koninkrijksdelen en de inachtneming van de kaders van het buitenlands beleid door de Koninkrijksdelen. DWH draagt zorg voor het onderhouden van contacten met relevante spelers in het beleidsveld en vergaart kennis over landen en gebieden. Zowel de Nederlandse ambassades als de regiomedewerkers in Den Haag spreken regelmatig met vertegenwoordigers van ngo's en het bedrijfsleven;

    • f. de directie Multilaterale Organisaties en Mensenrechten (DMM). DMM is belast met de beleidsontwikkeling en coördinatie van het Nederlands buitenlands beleid (inclusief ontwikkelingssamenwerking) ten aanzien van de mensenrechten en diverse internationale organisaties. DMM stuurt diverse permanente vertegenwoordigingen aan. DMM houdt zich bezig met multilaterale organisaties en mensenrechten, de Verenigde Naties (VN), de internationale financiële instellingen (IFI’s), diverse internationale strafhoven en tribunalen, alsmede het internationaal schuldenbeleid. De Mensenrechtenambassadeur (MRA) is verbonden aan DMM.

    • g. de directie Veiligheidsbeleid (DVB). DVB is belast met het bevorderen van het Nederlandse veiligheidsbeleid (waaronder crisisbeheersing en vredesoperaties, non-proliferatie, ontwapening en wapenbeheersing, terrorismebestrijding en nationale veiligheid, cyber, en wapenexportcontrole), dat is gericht op het bevorderen van de Nederlandse en internationale veiligheid, de internationale rechtsorde en de internationale stabiliteit. Daarbij werkt DVB samen met de directie DSH;

    • h. de Posten.

Artikel 10. Posten

  • 1 De posten ressorteren onder het Directoraat-Generaal Politieke Zaken (DGPZ). Het DGPZ is onder meer belast met (de coördinatie van) jaarplannen, resultaatafspraken, formatie en personeel. Voor de consulaire functie is er domeinsturing vanuit DCV, voor de financiële functie vanuit FEZ. Thematische sturing is er vanuit andere Directoraten-Generaal binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken en vanuit andere ministeries.

  • 2 De posten worden bij koninklijk besluit ingesteld, geopend, verplaatst, gesloten en opgeheven. Bij de instelling worden hun hoedanigheid en plaats van vestiging of bestemming bepaald.

  • 3 Bij koninklijk besluit wordt het ambtsgebied van een ambassade of gezantschap aangewezen omvattende het grondgebied van een staat of van enkele staten.

  • 4 De minister van Buitenlandse Zaken bepaalt het ressort van een consulaire post. Binnen de ressorten van consulaire posten kan hij sub-ressorten instellen voor consulaire posten van dezelfde of van lagere orde.

  • 5 De posten staan onder leiding van een Chef de Poste en in voorkomend geval van een plaatsvervangend Chef de Poste.

  • 6 De Chef de Poste is belast met onder andere:

    • a. de belangenbehartiging van het Koninkrijk der Nederlanden binnen het taakgebied van de Post;

    • b. de leiding en inrichting van de Post, daaronder begrepen het bijdragen aan een ontschotte en versterkte samenwerking tussen op de Post werkzame medewerkers van het ministerie van Buitenlandse Zaken en attaché’s en medewerkers van andere organisaties;

    • c. de beleidsuitvoering.

    De Chef de Poste van een ambassade of gezantschap kan tevens belast zijn met aansturing van de (honoraire) consulaten(-generaal) in het ambtsgebied.

Artikel 11

Tot de taak van de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal en de Directeuren-Generaal ten aanzien van de onder hen behorende dienstonderdelen behoort voorts de uitvoering van andere taken dan hiervoor genoemd, opgedragen door de Secretaris-Generaal, gehoord de Bestuursraad.

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

S.A. Blok

Terug naar begin van de pagina