Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties financieel adviseur

Geraadpleegd op 12-06-2024.
Geldend van 01-04-2019 t/m heden

Regeling van de Minister van Financiën van 20 maart 2019, 2019-0000041462, directie Financiële Markten, houdende regels ten aanzien van de erkenning van beroepskwalificaties van financieel adviseurs (Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties financieel adviseur)

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Deze regeling is van toepassing op de erkenning van beroepskwalificaties met het oog op de toegang tot de uitoefening van het gereglementeerde beroep financieel adviseur.

Artikel 3

De taken en bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikelen 5, 6, 8, 11, 13, 18, 19, 22, 25, 30, 30a, 31, 31b, 31c, 32, 34, 34c en 35 van de wet, worden voor het gereglementeerde beroep financieel adviseur uitgeoefend door het CDFD.

§ 2. Erkenning van beroepskwalificaties

Artikel 4

  • 1 De aanvraag van een erkenning van beroepskwalificaties voor financieel adviseur wordt gericht aan de Minister van Financiën en ingediend bij het CDFD.

  • 2 Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende bescheiden over:

    • a. de documenten betreffende nationaliteit en verblijf, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de wet;

    • b. een kopie van het diploma, certificaat of bekwaamheidsattest bedoeld in artikel 6 van de wet, gewaarmerkt door het bevoegde gezag in de betrokken staat op grond waarvan de aanvrager in die betrokken staat recht heeft op toegang tot en uitoefening van het beroep van financieel adviseur; en

    • c. een overzicht van vakken die onderdeel hebben uitgemaakt van de opleidingen die ten grondslag liggen aan het diploma, certificaat of bekwaamheidsattest, bedoeld in onderdeel b, en waarin de aanvrager met goed gevolg examen heeft afgelegd, alsmede een leerstofomschrijving van deze vakken.

  • 3 Het CDFD kan verlangen dat de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, die zijn opgesteld in een andere dan de Nederlandse taal, vergezeld gaan van vertalingen in de Nederlandse taal, opgesteld door een beëdigd tolk of vertaler.

Artikel 5

  • 1 Indien het CDFD met toepassing van artikel 11 van de wet het nodig acht om een proeve van bekwaamheid te verlangen, stelt het de aanvrager daarvan op de hoogte.

  • 3 De proeve van bekwaamheid wordt in de Nederlandse taal afgelegd.

Artikel 6

  • 1 Het CDFD draagt zorg voor de mogelijkheid tot het afleggen van een proeve van bekwaamheid.

  • 2 Het CDFD informeert de aanvrager schriftelijk over de eindtermen en toetstermen waarop de proeve van bekwaamheid betrekking heeft, de wijze waarop de proeve van bekwaamheid wordt afgenomen en de termijn waarbinnen de proeve van bekwaamheid dient te geschieden.

  • 3 Het CDFD draagt er zorg voor dat de aanvrager:

    • a. binnen zes maanden na de mededeling, bedoeld in artikel 5, eerste lid, de gelegenheid wordt geboden tot het afleggen van de proeve van bekwaamheid;

    • b. inzicht verkrijgt in de normering die wordt gehanteerd bij de beoordeling van de proeve van bekwaamheid; en

    • c. binnen een week wordt meegedeeld wat het resultaat van het afleggen van de proeve van bekwaamheid is.

Artikel 7

Een aanvrager die een proeve van bekwaamheid niet met goed gevolg aflegt, kan éénmaal opnieuw een proeve van bekwaamheid afleggen.

Artikel 8

[Red: Wijzigt het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Uitvoering Onderwijs in verband met vakbekwaamheid Wft.]

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën,

W.B. Hoekstra

Naar boven