Regeling Immaterieel erfgoed 2019–2020

[Regeling vervalt per 01-01-2025.]
Geldend van 28-03-2019 t/m heden

Regeling Immaterieel erfgoed 2019–2020

Het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,

gelet op artikel 10, vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

gelet op artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie;

met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 maart 2019;

besluit:

vast te stellen de Regeling Immaterieel erfgoed 2019–2020.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. erfgoedbeoefening: erfgoedactiviteiten die door een erfgoedbeoefenaar in de vrije tijd worden uitgevoerd;

  • b. Algemeen Subsidiereglement: Algemeen Subsidiereglement stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

  • c. bestuur: het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

  • d. erfgoedbeoefenaar: persoon die in zijn of haar vrije tijd actief is als deelnemer op het gebied van immaterieel erfgoed in een erfgoedgemeenschap;

  • e. Fonds: stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

  • f. immaterieel erfgoed: cultuuruitingen van erfgoedgemeenschappen; een levende en dynamische vorm van erfgoed, waarbij de UNESCO-definitie wordt gevolgd zoals gehanteerd door Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland;

  • g. Nederland: het Koninkrijk der Nederlanden, inclusief Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 2. Doel

Met deze regeling stimuleert het Fonds het ontwikkelen en doorgeven van immaterieel erfgoed door erfgoedgemeenschappen om het immaterieel erfgoed ook in de toekomst te kunnen blijven beoefenen.

Artikel 3. Wie kan aanvragen

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een in Nederland gevestigde stichting of vereniging met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk, die zich inzet voor immaterieel erfgoed en erfgoedbeoefening.

Artikel 4. Waarvoor kan worden aangevraagd

  • 1 De aanvrager kan subsidie aanvragen voor een project dat ontwikkeld en uitgevoerd wordt door of met een erfgoedgemeenschap en gericht is op eigentijdse vormen van beoefening van immaterieel erfgoed. Met betrekking tot immaterieel erfgoed onderscheidt UNESCO vijf domeinen, door het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland als volgt vertaald: a) spreken, zingen en vertellen; b) uitvoerende kunsten; c) festiviteiten en rituelen; d) kennis- en gebruiken rondom natuur en universum; e) traditioneel vakmanschap/ambachten.

  • 2 Het project heeft een maximale looptijd van twee jaar en start uiterlijk binnen zes maanden na subsidieverlening.

  • 3 Het project start niet eerder dan 13 weken na indiening van de aanvraag.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt minimaal € 1.000 en maximaal € 10.000 per project.

Artikel 7. Weigeringsgronden

  • 1 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:5 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie in ieder geval geweigerd als:

    • a. voor dezelfde activiteiten reeds subsidie is of zal worden verleend door het Fonds of door één van de andere publieke cultuurfondsen;

    • b. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd ten tijde van de aanvraag reeds worden uitgevoerd;

    • c. de aanvraag gericht is op activiteiten die kunnen worden aangemerkt als reguliere of terugkerende activiteiten dan wel redelijkerwijs gefinancierd kunnen worden uit het reguliere (taakstellings)budget van de aanvrager.

  • 2 Subsidie kan worden geweigerd als een aanvrager in voorgaande jaren subsidie van het Fonds heeft ontvangen en niet of niet geheel heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 3 Subsidie kan worden geweigerd als het plan niet, of niet voldoende aansluit bij het doel van de regeling.

Artikel 8. Voorwaarden en beperkingen

  • 1 Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover:

    • a. er sprake is van een begrotingstekort en de behoefte aan ondersteuning door het Fonds wordt aangetoond; en

    • b. de aanvrager aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project uit te voeren.

  • 2 De subsidie bedraagt niet meer dan 50% van de totale voor subsidie in aanmerking komende projectkosten.

  • 3 De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.

  • 4 Slechts direct aan het project gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking.

  • 5 De post onvoorzien op de begroting mag niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van het project.

  • 6 Maximaal 20% van de subsidie van het Fonds mag worden ingezet voor materiële investeringen die benodigd zijn voor het project.

Artikel 9. Bijzondere verplichtingen

  • 1 De subsidieontvanger is verplicht tot kennisdeling van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt.

  • 2 De subsidieontvanger werkt overeenkomstig de principes van de Governance Code Cultuur.

Hoofdstuk 2. Aanvraag

Artikel 10. Indieningstermijnen

Een aanvraag kan worden ingediend van maandag 1 april 2019 tot en met vrijdag 18 december 2020.

Artikel 11. Indieningsvereisten

  • 1 Een aanvraag wordt ingediend via de website van het Fonds middels een digitaal aanvraagformulier.

  • 2 Een aanvraag gaat ten minste vergezeld van een projectplan voor de gehele looptijd van het project en een sluitende begroting.

Artikel 12. Beoordelingscriteria

  • 1 Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a. inhoudelijke kwaliteit van het project in relatie tot het doel van de regeling;

    • b. organisatorische kwaliteit.

  • 2 Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient een aanvraag te voldoen aan alle criteria.

Artikel 13. Beoordelen aanvragen

Het Fonds beoordeelt de aanvragen en het bestuur besluit over de aanvragen.

Artikel 14. Beoordelingswijze

Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, waarbij alleen volledige aanvragen in behandeling worden genomen.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 16. Hardheidsclausule

Het bestuur kan in uitzonderlijke gevallen ten gunste van een aanvrager van bepalingen in deze regeling afwijken indien toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 18. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag nadat deze in de Staatscourant is gepubliceerd.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2025. Op bezwaar- en beroepsprocedures die op dat moment nog niet zijn afgerond, blijft het bepaalde in deze regeling van toepassing.

Artikel 19. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Immaterieel erfgoed 2019–2020.

Het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,

namens deze,

H.G.G.M. Verhoeven

directeur-bestuurder

Terug naar begin van de pagina