Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren

Geldend van 09-03-2019 t/m heden

Besluit van 6 februari 2019, houdende bepalingen inzake de overeenkomstige toepassing van de Wet politiegegevens op de verwerking van persoonsgegevens door personen die als buitengewoon opsporingsambtenaar zijn belast met de opsporing van strafbare feiten (Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Rechtsbescherming, gedaan mede namens Onze Minister van Defensie, van 10 oktober 2018, nr. 2382477, directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 6, zesde lid, 11, derde lid, 15, tweede lid, 18, eerste lid, en 46, eerste lid, van de Wet politiegegevens;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 19 december 2018, nr. W16.18.0311/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Rechtsbescherming, mede namens Onze Minister van Defensie, van 1 februari 2019, nr.2473765, directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Definitiebepaling

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Van overeenkomstige toepassing verklaring

Artikel 3. Verwerking door niet-buitengewoon opsporingsambtenaar

  • 1 De verwerkingsverantwoordelijke kan voor specifieke vormen van de verwerking van politiegegevens een beroep doen op een persoon die onder zijn beheer valt en die geen buitengewoon opsporingsambtenaar is.

  • 2 In de autorisatie worden vastgelegd het onderwerp en de duur van de verwerking, de aard en het doel van de verwerking, het soort persoonsgegevens en de categorieën van betrokkenen.

Artikel 4. Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 2:13, eerste lid, van het Besluit politiegegevens kan de verwerkingsverantwoordelijke het ter beschikking stellen van politiegegevens over toezicht aan ambtenaren van politie of buitengewoon opsporingsambtenaren die onder een andere verwerkingsverantwoordelijke ressorteren, weigeren of aan beperkende voorwaarden onderwerpen, indien dit noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de opsporingstaak.

Artikel 5. Codering

Onverminderd artikel 2:12 van het Besluit politiegegevens kan de bevoegde functionaris politiegegevens over toezicht voorzien van de code vertrouwelijke verwerking, op zodanige wijze dat de overeenkomende gegevens gedeeltelijk zichtbaar zijn en de andere gerelateerde gegevens zichtbaar zijn na instemming van de daartoe bevoegde functionaris.

Artikel 6. Verstrekking politiegegevens aan derden structureel

  • 1 De verwerkingsverantwoordelijke kan, voor zover verenigbaar met de opsporingstaak en in overeenstemming met het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 148, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, beslissen tot de verstrekking van politiegegevens die door een buitengewoon opsporingsambtenaar zijn verzameld en worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9 en 13 van de wet, aan personen of instanties, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak.

  • 2 De verstrekking van politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig artikel 9 van de wet vindt uitsluitend plaats indien dit strikt noodzakelijk is voor het doel van de verstrekking, na overleg met een bevoegde functionaris.

  • 3 In de beslissing, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgelegd ten behoeve van welk zwaarwegend algemeen belang de verstrekking noodzakelijk is, de persoon of instantie aan wie de gegevens worden verstrekt, de taak ter uitvoering waarvan de gegevens worden verstrekt, de gegevens die worden verstrekt, de voorwaarden waaronder de gegevens worden verstrekt en, indien van toepassing, de motivering van de strikte noodzaak, bedoeld in het tweede lid. De beslissing wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 7. Verstrekking politiegegevens ten behoeve van toezicht en uitvoering

  • 1 De verwerkingsverantwoordelijke kan, in overeenstemming met het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 148, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering beslissen tot de verstrekking van politiegegevens die door een buitengewoon opsporingsambtenaar zijn verzameld en worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9 en 13 van de wet, aan een bestuursorgaan dat of aan personen die bij of krachtens wetgeving is of zijn belast met het houden van toezicht op de naleving dan wel de uitvoering van wetgeving op het betreffende domein, voor zover dat noodzakelijk is voor een goede uitvoering van zijn of hun taak.

  • 2 De verstrekking van politiegegevens overeenkomstig het eerste lid vindt, voor zover die gegevens worden verwerkt overeenkomstig artikel 9 van de wet, uitsluitend plaats indien dit strikt noodzakelijk is voor het doel van de verstrekking, na overleg met een bevoegde functionaris.

  • 3 In bijzondere gevallen kan de verwerkingsverantwoordelijke beslissen tot de verstrekking van politiegegevens als bedoeld in het eerste lid, aan een bestuursorgaan dat of aan personen die bij of krachtens wetgeving is of zijn belast met het houden van toezicht op de naleving dan wel de uitvoering van wetgeving op een ander domein, voor zover dat noodzakelijk is voor een goede uitvoering van het toezicht. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. In de beslissing wordt vastgelegd ten behoeve van welk zwaarwegend algemeen belang de verstrekking noodzakelijk is, de persoon of instantie aan wie de gegevens worden verstrekt, de taak ter uitvoering waarvan de gegevens worden verstrekt, de gegevens die worden verstrekt, de voorwaarden waaronder de gegevens worden verstrekt en, indien van toepassing, de motivering van de strikte noodzaak, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 8. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 9. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 6 februari 2019

Willem-Alexander

De Minister voor Rechtsbescherming,

S. Dekker

De Minister van Defensie,

A.Th.B. Bijleveld-Schouten

Uitgegeven de achtste maart 2019

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Terug naar begin van de pagina