Upstream: Music

[Regeling vervalt per 01-01-2022.]
Geldend van 21-01-2019 t/m heden

Upstream: Music

Het bestuur van de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten

in samenwerking met SENA, de Stichting ter exploitatie van naburige rechten

Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid en artikel 2 van het Algemeen Reglement Fonds Podiumkunsten

Besluit:

Paragraaf 1. algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definities

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • bestuur: de directeur-bestuurder van het Fonds Podiumkunsten;

  • Fonds Podiumkunsten: Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;

  • Nederland/NL: het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit Nederland inclusief Bonaire, Sint-Eustatius en Saba en Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Artikel 1.2. Doel

Om bij te dragen aan de carrièreontwikkeling van artiesten in Nederland kent het bestuur in het kader van Upstream: Music financiële bijdrages toe ten behoeve van creatieve en zakelijke trajecten waarmee een duurzame verbetering van het verdienmodel van een artiest zal worden gerealiseerd.

Paragraaf 2. de aanvraag

Artikel 2.1. De aanvraag

  • 1 De aanvraag heeft betrekking op een creatief en zakelijk traject met een looptijd van maximaal twee jaar waarin het distribueren en exploiteren van nieuwe of reeds bestaande muziekwerken van een specifieke artiest centraal staat.

  • 2 De aanvraag kan worden ingediend door een artiest of door een derde die een overeenkomst met de betreffende artiest heeft gericht op de in het kader van het traject te realiseren activiteiten. Een derde die als aanvrager optreedt, dient desgevraagd aan te tonen dat hij voorafgaand aan de aanvraag gedurende minimaal twee jaar aantoonbaar en op continue basis actief is geweest op het gebied van productie, distributie en/of exploitatie van muziek in Nederland.

  • 3 Als het aangevraagde bedrag 25.000 euro of meer bedraagt dient de aanvrager rechtspersoonlijkheid te bezitten. In alle andere gevallen is alleen een inschrijving bij de Kamer van Koophandel vereist.

Artikel 2.2. Inhoud aanvraag

  • 1 In het plan wordt in ieder geval beschreven hoe de aanvrager te werk wil gaan, met welke partijen er wordt samengewerkt en wat de realistische ambities zijn op het gebied van de carrièreontwikkeling van de artiest.

  • 2 Bij de aanvraag wordt een planning en een daarop aansluitende begroting gevoegd, waarbij rekening is gehouden met een gedegen artistieke en productionele ontwikkeling van de activiteiten waarvoor een bijdrage wordt gevraagd.

  • 3 Bij de aanvraag worden alle contractuele afspraken overgelegd die betrekking hebben op de rechten met betrekking tot de activiteiten die worden uitgevoerd, inclusief overeenkomsten met betrekking tot de auteurs- en naburig recht op de werken die centraal staan in het traject.

  • 4 Het bestuur kan de aanvrager verzoeken specifieke afspraken nader toe te lichten en te documenteren.

Artikel 2.3. Voorwaarden met betrekking tot de betrokken artiest

Om in aanmerking te komen voor een bijdrage in de zin van dit reglement dient de artiest waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bestuur aan de hierna volgende kenmerken te voldoen:

  • a) de artiest is NL-based;

  • b) de artiest voert (hoofdzakelijk) eigen materiaal uit of materiaal dat specifiek voor de artiest wordt geschreven;

  • c) de artiest beschikt over een voldoende professioneel team om zich heen, waarin zowel zakelijk als artistiek sprake is van professionele begeleiding en ondersteuning;

  • d) de artiest is al geruime tijd actief en zichtbaar als zodanig;

  • e) de artiest kan worden aangemerkt als zijnde (pre) mid career.

Artikel 2.4. Subsidiabele kosten

  • 1 Alleen kosten die onlosmakelijk verbonden zijn met het traject kunnen onderdeel zijn van de begroting en daarmee de grondslag zijn voor het berekenen van de hoogte van de bijdrage.

  • 2 Alle kosten moeten redelijk zijn gelet op de aard en omvang van het traject. Het bestuur kan een aanvrager opdragen kosten te onderbouwen met offertes.

  • 3 Het bestuur kan kosten als niet-subsidiabel aanmerken als de noodzaak en het realiteitsgehalte niet voldoende zijn onderbouwd in het licht van het beoogde doel van het traject.

Artikel 2.5. Vereisten algemeen

Een bijdrage op grond van deze regeling kan slechts worden verstrekt, indien naar het oordeel van het bestuur:

  • a) aannemelijk is dat verlening van een bijdrage noodzakelijk is voor het bereiken van het doel van de aanvraag;

  • b) voldoende vertrouwen bestaat dat het plan naar behoren kan worden uitgevoerd;

  • c) de bijdrage niet ter dekking dient van kosten die zijn gemaakt in de periode gelegen voor het besluit tot verlening van een bijdrage;

  • d) de aanvraag niet voldoet aan de vereisten, criteria en bepalingen genoemd in deze regeling.

Artikel 2.6. Vereisten met betrekking tot fair policy

Uit de aanvraag blijkt:

  • a) dat er sprake is van concrete en duidelijke afspraken over de rechten op te produceren materiaal tussen de bij het traject betrokken partijen;

  • b) dat er sprake is van een redelijke vergoeding van artistiek betrokkenen;

  • c) dat er sprake is van een redelijke verdeling van risico's en revenuen over de betrokken partijen.

Artikel 2.7. Afwijzingsgronden

Onverminderd het bepaalde in de Awb wordt een aanvraag afgewezen indien, naar het oordeel van het bestuur:

  • a) de aanvrager of één van de verantwoordelijke (co)producenten in het verleden ernstig in gebreke is gebleven bij een eerdere fondsaanvraag of terzake sprake is geweest van verwijtbaar handelen;

  • b) reeds eerder een aanvraag voor het betreffende traject is ingediend, deze door het bestuur is afgewezen en de aanvraag niet wezenlijk is veranderd;

  • c) reeds eerder een bijdrage is aangevraagd en toegekend voor de betreffende artiest op grond van deze regeling en dit traject nog niet is afgerond;

  • d) reeds eerder direct of indirect een bijdrage is toegekend voor het betreffende traject door het Fonds Podiumkunsten of vanuit het Sena Performers Muziekproductiefonds;

  • e) de financiële positie van de aanvrager of een van de betrokken financiers of deelnemers dermate onzeker is dat deze bedreigend is voor de uitvoering van de activiteiten;

  • f) niet aannemelijk is dat de aanvrager aan de in dit reglement vermelde verplichtingen kan voldoen.

Paragraaf 3. beoordeling en besluit

Artikel 3.1. Beoordeling

Aanvragen die aan de vereisten in deze regeling voldoen, komen in aanmerking voor een bijdrage als:

  • a) er een duidelijk verband is tussen totale investering en het te behalen resultaat;

  • b) het traject een zinvolle bijdrage zal leveren aan de carrièreontwikkeling van de betrokken artiest;

  • c) aannemelijk is dat de betrokken partijen in staat zijn om het traject succesvol uit te voeren;

  • d) aannemelijk is dat het doel van de aanvraag gerealiseerd kan worden conform de in de aanvraag begrote uitgaven en dat de begrote uitgaven redelijk en marktconform zijn;

  • e) het bij de aanvraag overgelegde financieringsplan haalbaar en solide is;

  • f) de geprognosticeerde inkomsten realistisch en haalbaar zijn;

  • g) aannemelijk is dat het traject kan leiden tot een structurele stijging van de inkomsten voor de betrokken artiest.

Artikel 3.2. Hoogte en aard bijdrage

  • 1 De bijdrage die kan worden verstrekt bedraagt minimaal 15.000 euro en maximaal 50.000 euro. Hiervan wordt 30% als lening verstrekt.

  • 2 Het bestuur kan een lagere bijdrage verlenen dan gevraagd. Het bestuur kan tevens besluiten het leningdeel te bepalen op 50% of 70% van de bijdrage als de aanvraag daartoe aanleiding geeft.

  • 3 Een bijdrage kan alleen definitief worden toegezegd als de aanvrager naar genoegen van het bestuur aantoont dat de overige financiering onvoorwaardelijk beschikbaar is.

Artikel 3.3. Uitvoeringsovereenkomst

  • 1 Het bestuur verbindt, in het geval een bijdrage wordt verstrekt, aan het besluit de opschortende voorwaarde dat een uitvoeringsovereenkomst tot stand komt.

  • 2 In deze uitvoeringsovereenkomst worden de aan de bijdrage verbonden nadere verplichtingen vastgelegd. Onder meer zal hierin worden opgenomen:

    • a. de frequentie waarbinnen en de vorm waarin de aanvrager voldoet aan eventuele rapportageverplichtingen;

    • b. een voorstel voor terugbetaling, waarbij rekening wordt gehouden met de hoogte van de bijdrage en de planning van het traject.

  • 3 De eerste betaling vindt uiterlijk 2 jaar na toekenning plaats.

  • 4 Een aanvrager kan een verzoek doen tot kwijtschelding van (een deel van) het leningdeel als de inkomsten binnen het traject waarvoor een bijdrage is toegekend onvoldoende zijn om terugbetaling mogelijk te maken, na aftrek van een redelijke vergoeding voor alle betrokkenen.

Paragraaf 4. Procedure

Artikel 4.1. De aanvraag

  • 1 Een aanvraag wordt ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld aanvraagformulier.

  • 2 Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Fonds Podiumkunsten en vergezeld gaat van de op het formulier vermelde bijlagen.

Artikel 4.2. Beoordeling

  • 1 Het bestuur kan advies vragen over ingediende aanvragen. Adviseurs beoordelen de aan hen voorgelegde aanvragen met inachtneming van het bepaalde in deze regeling.

  • 2 Het bestuur informeert de aanvrager zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 13 weken na de uiterlijke indiendatum schriftelijk over zijn besluit.

Artikel 4.3. Beschikbaar budget

Het beschikbare budget wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur en bekendgemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten. Het bestuur kan het budget verdelen in kwartaaltranches.

Artikel 4.4. Moment van indiening

  • 1 Aanvragen op grond van dit reglement kunnen gedurende het gehele jaar worden ingediend. Een aanvraag dient uiterlijk 13 weken voor de start van het traject waarvoor een bijdrage wordt gevraagd te zijn ingediend.

  • 2 In afwijking op het voorgaande lid kan het bestuur besluiten tijdelijke indienstops dan wel vaste indienmomenten in te lassen. Deze worden bekendgemaakt op de website van het Fonds Podiumkunsten.

Artikel 4.5. Aan de bijdrage verbonden verplichtingen

De ontvanger van een bijdrage meldt onverwijld aan het bestuur als:

  • a) de activiteiten waarvoor de bijdrage is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;

  • b) niet of niet geheel aan de aan de bijdrage verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of

  • c) er aanzienlijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan de bijdrage is verstrekt.

Artikel 4.6. Verantwoording

  • 1 Na het verstrijken van de in de beschikking opgenomen einddatum stuurt de ontvanger van de bijdrage bewijsstukken waarmee kan worden aangetoond dat de activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden en dat is voldaan aan de in de beschikking en de uitvoeringsovereenkomst aan de bijdrage verbonden verplichtingen.

  • 2 Als de verstrekte bijdrage hoger is dan euro 25.000 verstrekt de aanvrager daarnaast een zodanig opgesteld financieel verslag dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de bijdrage door de ontvanger en van de ontvangen financiering van derden. Het financieel verslag sluit aan op de ingediende begroting en eventuele aanvullende afspraken tussen aanvrager en het Fonds die ten grondslag liggen aan het besluit tot verstrekking van een bijdrage. Belangrijke verschillen tussen financieel verslag en begroting en/of aanvullende afspraken worden toegelicht.

  • 3 Als de ontvanger van de bijdrage niet kan aantonen dat de activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden, kan het bestuur de bijdrage lager vaststellen of intrekken.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

, 14 januari 2019

Vastgesteld door de Raad van Bestuur van het Fonds Podiumkunsten,

Terug naar begin van de pagina