Aanpassing pensioenen en inhoudingen Appa

[Regeling vervalt per 01-01-2020.]
Geldend van 01-01-2019 t/m heden

Aanpassing pensioenen en inhoudingen Appa

Van verzending circulaires naar publicatie op internet

Met ingang van 1 januari 2019 zullen circulaires met betrekking tot de rechtspositie van politieke ambtsdragers uitsluitend nog bekend worden gemaakt op de site van de officiële bekendmakingen (Staatscourant) en op de website www.politiekeambtsdragers.nl . U kunt zich met een RSS-feed abonneren op deze site: https://feeds.politiekeambtsdragers.nl/circulaires.rss . Als er een circulaire op deze site wordt gepubliceerd, ontvangt u een attendering. Gedurende het jaar 2018 worden bij wijze van overgangsmaatregel de circulaires ook nog per post verzonden.

1. Inleiding

De pensioenen van politieke ambtsdragers zijn gebaseerd op de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). In het Besluit pensioen politieke ambtsdragers (verder: het besluit) wordt de aanpassing van de pensioenen (indexatie) en de hoogte van de bij de pensioenen en inhoudingen te hanteren franchise en het opbouwpercentage geregeld.

In paragraaf 2 wordt het jaarlijkse advies gegeven over hoe een bestuursorgaan de omvang van de benodigde reservering voor Appa-pensioenen en -waardeoverdracht kan berekenen.

In paragraaf 3 wordt benadrukt dat het doorberekenen van kosten van een waardeoverdracht aan een politieke ambtsdrager wettelijk niet is toegestaan.

De indexatie van de Appa-pensioenen vindt plaats in overeenstemming met de aanpassing van ABP-pensioenen. In deze jaarlijkse circulaire wordt de aanpassing bekend gemaakt van al ingegane pensioenen (paragraaf 3).

De ingangsleeftijd voor de voortgezette uitkering in het komende jaar is opgenomen in paragraaf 4.

Ook worden de in 2019 in aanmerking te nemen inhoudingpercentages bekend gemaakt (paragraaf 5). Aldus kunnen de nodige aanpassingen in de salarisadministraties worden doorgevoerd voor de deelnemers in de Appa.

2. Voorzieningen voor pensioen en waardeoverdracht van Appa-gerechtigden

In de circulaire Wijzigingen Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers van 16 januari 2012, kenmerk 2011-2000577103, is in paragraaf 6 in algemene zin ingegaan op de door de decentrale bestuursorganen in te stellen voorziening voor pensioenen en waardeoverdracht ten behoeve van hun Appa-gerechtigden. Er blijkt behoefte aan verduidelijking welke reservering een bestuursorgaan zou moeten aanhouden. Voor de voorziening adviseert BZK uit te gaan van de opstelsom van de benodigde individuele overdrachtswaarden. Voor de bij waardeoverdrachten te hanteren rekenrente geldt het volgende.

In artikel 160a van de Appa is geregeld dat het desbetreffende bestuursorgaan op aanvraag van een gewezen politieke ambtsdrager de waarde van de door de aanvrager krachtens de vijfde afdeling van deze wet verkregen pensioenaanspraken overdraagt, overeenkomstig de bepalingen in de Pensioenwet inzake waardeoverdracht. Daarbij zijn de bij of krachtens artikel 71 van de Pensioenwet gestelde regels van overeenkomstige toepassing op de waardeoverdracht.

In het zevende lid van artikel 71 van de Pensioenwet is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld ten aanzien van de berekening van de overdrachtswaarde, de waarde van met de overdrachtswaarde te verwerven pensioenaanspraken alsmede de in acht te nemen procedures. In hoofdstuk 6 van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling zijn deze nadere regels opgenomen. In artikel 25 is de bepaling van de waarde geregeld:

‘De overdrachtswaarde van pensioenaanspraken is ten minste gelijk aan de contante waarde van de over te dragen pensioenaanspraken op de overdrachtsdatum en wordt berekend op basis van het standaardtarief. Onze Minister stelt regels inzake het standaardtarief. Het standaardtarief wordt berekend op basis van marktwaardering.’

De in aanmerking te nemen rente is opgenomen in het tweede en derde lid van artikel 18 van de Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling:

  • 2. De berekening van het standaardtarief geschiedt op basis van algemeen gebruikelijke actuariële formules. Uitgegaan wordt daarbij van netto tarieven en een marktconforme disconteringsvoet.

  • 3. De in het tweede lid bedoelde disconteringsvoet is de op 1 oktober geldende rente uit de door De Nederlandsche Bank gepubliceerde rentetermijnstructuur voor verplichtingen met een looptijd van 25 jaar. De vastgestelde rente geldt voor de periode van 1 januari tot en met 31 december van enig jaar.

Deze rente is inmiddels bekend voor 2019, namelijk: 1,577%. Het percentage is te vinden op met behulp van deze link. Dit percentage is derhalve van toepassing op waardeoverdrachten met een overdrachtsdatum in het kalenderjaar 2019.

Niet alleen bij waardeoverdrachten, maar ook bij de waardering van de reeds vóór 2019 ingegane pensioenen wordt u ook geadviseerd hierbij aan te sluiten. Ofwel door toepassing van hetzelfde percentage (1,577 %), dan wel door aan te haken bij een kortere gemiddelde duur van bijvoorbeeld 10 jaar (0,988%).

3. Kosten waardeoverdracht

Gebleken is dat sporadisch door pensioenuitvoerders kosten in rekening worden gebracht voor de waardeoverdracht van gewezen politieke ambtsdragers en dat in voorkomende gevallen deze kosten worden doorberekend aan de betreffende politieke ambtsdragers.

Dit is niet toegestaan. Op grond van artikel 160a eerste lid van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers is waardeoverdracht onder voorwaarden een wettelijk recht. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat daarbij artikel 71 van de Pensioenwet van overeenkomstige toepassing is. In dit artikel van de Pensioenwet is bepaald dat de overdragende en de ontvangende pensioenuitvoerder in het kader van de waardeoverdracht geen kosten in rekening mogen brengen bij de gewezen deelnemer. Eventuele kosten van waardeoverdrachten in het kader van de Appa komen voor rekening van de betrokken overheidsorganisaties.

4. Aanpassing ingegane pensioenen

In artikel 2.1.8 van het besluit is bepaald dat de door een betrokkene opgebouwde pensioenaanspraken jaarlijks worden gewijzigd voor zover het ABP in het desbetreffende jaar de pensioenaanspraken van overheidswerknemers voor voorwaardelijke indexatie in aanmerking laat komen. Bij de wijziging worden het percentage, de bedragen en de ingangsdatum gehanteerd die het ABP toepast ten aanzien van een overheidswerknemer in de sector Rijk.

De ABP-pensioenen worden met ingang van 1 januari 2019 niet aangepast doordat de dekkingsgraad van het ABP te laag is. Dat betekent dat de berekeningsgrondslagen en de pensioenen die vóór 1 januari 2019 zijn vastgesteld en toegekend ingevolge de Appa met ingang van 1 januari 2019 ook niet worden aangepast.

5. Ingangsleeftijd voortgezette uitkering

In de Appa is in artikel 7, derde lid, artikel 52, derde lid, of artikel 132, tweede lid, bepaald dat een van de voorwaarden voor een recht op voortgezette uitkering, is dat belanghebbende op de datum van zijn ontslag of aftreden vijf jaren of minder verwijderd moet zijn van de voor hem van toepassing zijnde pensioengerechtigde leeftijd. Wat deze pensioengerechtigde leeftijd is, wordt bepaald in de Algemene Ouderdomswet (AOW).

Ingevolge artikel 7a, tweede lid, van AOW is de AOW-gerechtigde leeftijd met ingang van 1 januari 2022 gekoppeld aan de door het CBS geraamde macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd zoals die wordt verwacht in het jaar van wijziging. Door de toegenomen levensverwachting is de AOW-gerechtigde leeftijd met ingang van 1 januari 2022 gestegen van 67 jaar naar 67 jaar en 3 maanden. Met ingang van 1 januari 2024 is de ingangsleeftijd voor de AOW-gerechtige leeftijd ongewijzigd gebleven en blijft deze 67 jaar en 3 maanden.

Het bovenstaande betekent voor de Appa dat de minimale ingangsleeftijd voor de toekenning van een recht op de voortgezette uitkering in 2019, 67 jaar en 3 maanden is minus vijf jaar. Dat is dus 62 jaar en 3 maanden.

Voor een belanghebbende die op 1 januari 2016 een Appa-functie vervulde, geldt in dit verband overgangsrecht (artikel 36a, derde, vierde en vijfde lid, artikel 84c, vierde, vijfde en zesde lid, artikel 163 ca, zesde en zevende lid en artikel 163cb, eerste en tweede lid). Voor het overgangsrecht geldt een ingangsleeftijd die minimaal negen jaar en zeven maanden of minder verwijderd is van de pensioengerechtigde leeftijd die is vastgesteld voor het kalenderjaar vijf jaren na het ontslag of aftreden. Dit betekent dat voor een Appa-gerechtigde die ontslagen wordt of aftreedt in 2019, de minimale ingangsleeftijd voor de voortgezette uitkering op grond van het overgangsrecht 67 jaar en 3 maanden is minus negen jaar en zeven maanden; dat is 57 jaar en 8 maanden.

6. Franchise en inhoudingen

In het besluit wordt de hoogte van de bij de pensioenen en inhoudingen te hanteren franchise geregeld. In artikel 2.1.4 van het besluit is bepaald dat voor de Appa de franchise geldt die in een kalenderjaar ten aanzien van de beroepsmilitairen, gewezen beroepsmilitairen en gepensioneerde beroepsmilitairen wordt gehanteerd.

In artikel 2.1.6 van het besluit is bepaald dat het opbouwpercentage, bedoeld in artikel 13c, eerste lid, van de Appa, het opbouwpercentage is dat het ABP hanteert voor het desbetreffende jaar voor een overheidswerknemer die niet valt in een van de overgangsvoorzieningen ten aanzien van dat percentage.

In het eerste lid van artikel 2.2.1 van het besluit is bepaald dat de inhouding op de bezoldiging ter zake van aanspraken bij ouderdom en overlijden, bedoeld in de artikelen 106 en 160, eerste lid, van de Appa, gelijk is aan het premieverhaal op een overheidswerknemer ter zake van de premie die aan het ABP verschuldigd is voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen en de Anw-compensatie, met inachtneming van de franchise, bedoeld in artikel 2.1.4.

In het tweede lid van artikel 2.2.1 van het besluit is bepaald dat de inhouding op de bezoldiging ter zake van aanspraken bij arbeidsongeschiktheid, bedoeld in de artikelen 106 en 160, eerste lid, van de Appa, gelijk is aan het premieverhaal op een overheidswerknemer ter zake van de premie die aan het ABP verschuldigd is voor het ABP Arbeidsongeschiktheidspensioen, met inachtneming van de daarvoor geldende franchise.

De franchise, het opbouwpercentage en de inhoudingen bedragen met ingang van 1 januari 2019:

  • Franchise: € 20.100 (was € 19.450);

  • OP/NP-premie: 7,47 % van de pensioengrondslag met een maximum pensioengrondslag van (€ 107.5931 - € 20.100) = € 87.493,00 (was per 1 januari 2018 6,87% met een maximum pensioengrondslag van € 85.625);

  • Opbouwpercentage ouderdomspensioen: 1,875% van de pensioengrondslag met een maximum van € 107.593 (was 1,875% van de pensioengrondslag met een maximum van € 105.075);

  • Anw-reparatie: In het eerste lid van artikel 2.2.1 van het Besluit pensioenen politieke ambtsdragers is bepaald dat de inhouding op de bezoldiging gelijk is aan het premieverhaal op een overheidswerknemer ter zake van de premie die aan het ABP verschuldigd is voor de Anw-compensatie. Nu de inhouding voor de Anw-compensatie bij het ABP vanaf 1 mei 2018 is komen te vervallen, is deze inhouding per 1 januari 2018 bij de Appa op 0% gesteld. De Anw-reparatie blijft vooralsnog in de Appa-regeling tot nadere berichtgeving bestaan.

  • IP-premie: 0,12 % (was 0,15%) van de berekeningsgrondslag na vermindering met de franchise van € 20.900 (was € 20.450).

  • Zorgverzekeringswet: de percentages van de inkomensafhankelijke bijdrage worden gewijzigd in 5,70% (was 5,65%) en 6,95% (was 6,90%). Het maximale bijdrage inkomen waarover Zvw-bijdrage verschuldigd is, wordt € 55.927 (was € 54.614) per jaar (Stcrt. 2018, nr. 65239).

7. Nadere informatie

Voor eventuele nadere vragen kunt u contact opnemen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties via postbus.helpdeskpa@minbzk.nl.

  1. Voor de omvang van het in 2019 geldende maximum pensioengevend loon van artikel 18ga Wet LB geldt nog wel het voorbehoud van het bij ministeriële regeling definitief vast te stellen geldende maximum pensioengevend loon. Op het moment van verschijnen van deze circulaire is deze regeling nog niet beschikbaar. Voor het definitieve maximum dient de ministeriële regeling te worden afgewacht.

    ^ [1]
Terug naar begin van de pagina